Woensdag 28/07/2021

AchtergrondVisserij

Hoe (on)fris is uw vis? ‘Hoe verder van de zee, hoe groter de kans op bedrog’

‘Omdat kweekzalmen dicht op elkaar zitten, is de kans op infecties zeer groot’ Beeld Getty Images/iStockphoto
‘Omdat kweekzalmen dicht op elkaar zitten, is de kans op infecties zeer groot’Beeld Getty Images/iStockphoto

We eten met z’n allen steeds minder vlees en beschouwen vis als een duurzaam en gezond alternatief. Maar is dat wel zo? Seaspiracy, een Netflix-docu die wereldwijd nogal wat deining veroorzaakt, schetst een onthutsend beeld van de wereldwijde industriële visserij en de vernietigende impact ervan op het leven in de oceanen, het klimaat en onze gezondheid. Maar als u ondanks alles tóch graag een vis of een handvol schaaldieren in de pan mikt, welke soorten zijn dan te verkiezen? We hengelden naar het antwoord op de vraag: hoe (on)fris is uw vis?

In de oceanen zitten nogal wat zware metalen zoals cadmium, lood en kwik. Seaspiracy stelt het scherp: er is alleen maar vervuilde en zéér vervuilde vis.

Filip Volckaert: (professor mariene evolutie en ecologie aan de KU Leuven) “Sommige zware metalen kunnen zich in vis opstapelen: hoe hoger in de voedselketen, hoe hoger de concentraties. Soorten zoals tonijn, zwaardvis of kabeljauw zullen veel meer zware metalen bevatten dan kleinere vissen. Ook van belang: waar zijn die giftige stoffen opgeslagen? Bij magere vis zit het merendeel in de lever, en die eten we niet. Bij vette soorten zoals paling, zalm en haring lossen de schadelijke stoffen op in het lichaamsvet. Het advies is om niet meer dan twee keer per week vis te eten, bij voorkeur magere vis.”

“Paling is nog een geval apart. Palingen trekken één keer in hun leven naar een plek om te paaien en doen dat op hun vetreserves. Hoe verder ze moeten zwemmen, hoe meer vet ze verbranden en hoe hoger de concentraties giftige stoffen. Daarom ook dat de populatie sterk afneemt. Door die hoge doses gif raken palingen vaak niet op hun paaibestemming of zijn hun larven en eitjes weinig levensvatbaar.”

Margreet Van Vilsteren: (directeur van het Nederlandse Good Fish, dat met zijn VISwijzer-app aangeeft welke soorten duurzaam zijn, en welke minder of helemaal niet) “Wilde paling moet je echt niet eten. Maar ook gekweekte paling is eigenlijk wilde paling: men mest in het wild gevangen babypaling vet en verkoopt die als volwassen paling. Babypaling wordt ook vaak illegaal verhandeld naar Aziatische landen, waar hij tot duizenden euro’s per kilo kan opbrengen.”

Er zijn ook de microplastics in vis, en vooral in schaaldieren. Weten we hoe schadelijk die zijn voor onze gezondheid?

Hermes Sanctorum: (doctor in de milieuchemie, consultant dierenwelzijn & technologie en CEO van food start-up Paleo) “Daar is de wetenschap nog niet helemaal uit, al zijn er steeds meer aanwijzingen dat ze alvast niet gezond zijn. Microplastics kwamen pas de laatste tien jaar onder de aandacht. Dat pcb’s en dioxines niet goed zijn voor het milieu wisten we ook al lang, maar de bezorgdheid over hun aanwezigheid in onze voeding kwam pas eind jaren 90 onder de aandacht door een aantal schandalen. Zo kregen we ook jarenlang microplastics binnen, terwijl we nu pas vermoeden dat ze weleens schadelijk kunnen zijn. Zo zullen er nog wel dingen opduiken. Ik denk niet dat al die zaken afzonderlijk zeer schadelijk zijn: het is de cocktail waar we ons zorgen over moeten maken.”

Op restaurant of in de winkel moet je ook uitkijken of je betaalt voor de vis die je hebt besteld. Uit een studie met 25.000 vismonsters uit 55 landen bleek dat één op de vijf niet de aangegeven soort was. De helft ervan was een goedkopere of kwalitatief minderwaardige vissoort.

Volckaert: “Wij hebben dat een aantal jaren geleden onderzocht in restaurants en bedrijfskantines in Brussel – de kans is groot dat onze cijfers in die overzichtsstudie zijn opgenomen. Eén op de vijf is nog weinig. Uit ons onderzoek bleek dat tussen de 20 en 50 procent van de verkochte vis niet de soort is die op het menu of het etiket staat.”

“De verse vis in viswinkels is meestal betrouwbaar, maar met bereide, bewerkte of gefileerde vis is het oppassen geblazen. En ook met vis in restaurants, zelfs in sterrenzaken. Vooral sushirestaurants scoorden slecht: daar blijkt de dure blauwvintonijn vaak goedkopere geelvintonijn. Merkwaardig genoeg waren er ook problemen in het restaurant van de Europese Unie. Ironisch, als je weet hoeveel er binnen Europa over vis en visquota is gebakkeleid.” (lacht)

null Beeld Artgrid
Beeld Artgrid

20 tot 50 procent, dat is niet niks.

Volckaert: “Een deel valt zeker toe te schrijven aan menselijke fouten. Maar met 30 of 50 procent moet je toch aan bedrog beginnen te denken. Dat kan ook bij tussenpersonen zitten: een restaurant kan bedot worden door de groothandel. Soms heeft het ook met de aanvoer te maken. Als je in je restaurant kabeljauw op het menu hebt staan en er is er geen voorradig, moet je dan het menu aanpassen en melden dat het die dag schelvis is? Dat gebeurt natuurlijk niet.”

“Een regel is: hoe verder van de zee, hoe groter de kans op bedrog – aan de kust kennen ze hun vissoorten. Met bereide maaltijden is het ook uitkijken. Een tongrolletje blijkt vaak een goedkoper pangasiusrolletje.”

‘Tonijnen zijn de leeuwen van de zee, en leeuwen eten we toch ook niet? Hoe lager de vis in de voedselketen, hoe beter: de mosselkweek is vaak zelfs góéd voor het ecosysteem.’ Beeld © Jiri Rezac / Greenpeace
‘Tonijnen zijn de leeuwen van de zee, en leeuwen eten we toch ook niet? Hoe lager de vis in de voedselketen, hoe beter: de mosselkweek is vaak zelfs góéd voor het ecosysteem.’Beeld © Jiri Rezac / Greenpeace

PLOFKABELJAUW

Sanctorum: “Het komt altijd weer neer op de enorme vraag naar vis. Is er schaarste, dan begint het geknoei. Het gaat dan ook over het toevoegen van allerlei stoffen. Met vis kan flink worden gesjoemeld. Sommige kabeljauw is behandeld, zodat hij een mooie witte kleur heeft, en hij wordt zelfs met water ingespoten om het gewicht te verhogen. Er bestaat dus ook zoiets als plofkabeljauw – waarmee véél meer winst te maken valt dan met plofkippen.”

Van Vilsteren: “Op restaurant riskeer je niet alleen de verkéérde vis op je bord te krijgen, de kans is ook groot dat het om een niet-duurzaam gevangen exemplaar gaat. Uit een onderzoek dat wij in 2018 hebben gedaan, bleek dat in liefst 81 procent van de restaurants vis werd aangeboden die door ons wordt afgeraden. Dat komt ook omdat restaurants graag pronken met exclusievere en niet-gecertificeerde vissoorten. Daar is duidelijk nog werk aan de winkel.”

Welke vis kunnen we nog met een gerust hart eten? En waar moeten we op letten in de winkel?

Volckaert: “Er zijn enkele principes die je voor ogen kunt houden. Eet om te beginnen geen beschermde soorten, dus geen kraakbeenvissen zoals haaien en roggen. Vermijd ook toppredatoren zoals tonijn en kabeljauw. Tonijnen zijn eigenlijk de leeuwen van de zee, en leeuwen eten we ook niet. Hoe lager in de voedselketen, hoe beter: mosselen en oesters worden zeer duurzaam gekweekt. Die teelt is vaak zelfs góéd voor het ecosysteem.”

Van Vilsteren: “Kijk eerst naar het ASC- of MSC-label, de meest betrouwbare keurmerken voor vis. MSC, de Marine Stewardship Council (ooit opgericht door het Wereld Natuur Fonds en voedingsmultinational Unilever, red.), staat voor duurzame visserij. ASC, de Aquaculture Stewardship Council, voor verantwoorde kweekvis. Kijk ook naar waar de vis vandaan komt, hoe hij werd gevangen en best ook naar de Latijnse naam – namen als kibbeling of lekkerbekje zeggen natuurlijk niks.”

“Die informatie is vaak niet makkelijk te achterhalen. Afgelopen jaar hebben wij samen met de Consumentenbond onderzoek gedaan bij vijfhonderd viskramen en -winkels in Nederland. Welgeteld één zaak was in orde met de wetgeving en gaf de vereiste info aan. Of er zo ook veel vis – al dan niet met opzet – onder een verkeerde naam wordt verkocht, weten we niet, want we hebben toen geen DNA-analyse gedaan. Maar die verkeerde labeling kan dat wel in de hand werken.”

Volckaert: “De ecologische voetafdruk moet je ook meerekenen. België vangt jaarlijks ongeveer 20.000 ton, terwijl we ongeveer 200.000 ton consumeren. Een deel van onze vis, zoals onze felbegeerde tong, wordt uitgevoerd. Dat betekent dat ruim 90 procent van de vis die hier wordt aangeboden, uit het buitenland komt. Vis of schaaldieren die per vliegtuig worden ingevoerd, zijn sowieso een no-go. Dat betekent: géén verse gamba’s (ook bekend als tropische garnaal, tijgergarnaal of – zonder kop – scampi, red). Vroeger kwamen die uit Ecuador, nu vooral uit Madagaskar, Thailand en India. Diepvriesgamba’s komen per boot en hebben een kleinere CO2-afdruk.”

Hermes Sanctorum: ‘Als je de visserij écht duurzaam maakt, wordt vis onbetaalbaar.’ Beeld Ilias Teirlinck/ID
Hermes Sanctorum: ‘Als je de visserij écht duurzaam maakt, wordt vis onbetaalbaar.’Beeld Ilias Teirlinck/ID

Hoe weten we of vis en schaaldieren te veel kilometers hebben afgelegd?

Volckaert: “Dat wordt op het etiket aangegeven, maar het gaat om zulke grote regio’s dat het weinig zegt. Onder de Noord-Atlantische Oceaan bijvoorbeeld vallen zowel Groenland als de Noordzee.”

“Nogal wat vis komt van de andere kant van de aardbol. Kantines van bedrijven, scholen of woonzorgcentra serveren zeer courant pangasius, een heel goedkope zoetwatervis die in Vietnam en Thailand wordt gekweekt. Tilapia, een plantenetende vis die laag op de voedselketen staat, komt dan weer uit Afrika. Dat is overigens een duurzame vis. Je kunt hem vergelijken met onze karper, die hier vroeger veel werd gegeten, maar mensen lusten hem jammer genoeg niet meer. Maar het grootste deel van onze vis wordt nog altijd aangevoerd uit Frankrijk, Nederland, Denemarken en Noorwegen. Maatjesharingen zijn bijvoorbeeld een Noors product.”

Schijn kan bedriegen. Zo is de noordzeegarnaal stukken minder duurzaam dan we zouden denken.

Sanctorum: “En ook minder Vlaams, want de vangst is vooral in handen van Nederlandse reders. Maar voor ze op uw bord belanden, maken de garnalen nog een ommetje langs Marokko. Ongeveer 90 procent wordt niet gepeld door sympathieke vissersvrouwtjes uit Oostende, maar door goedkope arbeidskrachten in grote fabriekshangars in de Marokkaanse havenstad Tanger. Omdat de garnalen zo’n lange reis maken, zit er algauw een dag of tien tussen de vangst en de consumptie. Na de vangst worden ze wel in zeewater gekookt, maar ze worden ook flink met bewaarmiddelen bewerkt. Staat er ‘verse garnalen’ op een verpakking, dan neem je dat best met een flinke korrel zout.”

‘Voor ‘onze’ noordzeegarnalen op uw bord belanden, maken ze een ommetje langs Marokko om ze te laten pellen. ‘Verse garnalen’ neem je dus best met een flinke korrel zout.’ Beeld © Bente Stachowske / Greenpeace
‘Voor ‘onze’ noordzeegarnalen op uw bord belanden, maken ze een ommetje langs Marokko om ze te laten pellen. ‘Verse garnalen’ neem je dus best met een flinke korrel zout.’Beeld © Bente Stachowske / Greenpeace

Onze scampi komen niet alleen van zeer ver, ze worden in Azië ook niet op de meest milieuvriendelijke wijze gekweekt.

Volckaert: “Veel landen in die regio hebben een kuststrook met mangrovebossen, met bomen die heel goed tegen wisselende zoutgehaltes kunnen. Mangroves zijn zeer waardevol, omdat ze ondoordringbaar zijn en eitjes of jonge vissen er beschermd zijn tegen roofdieren. Verwoest je die, dan verniel je de kinderkamer van veel vissoorten. Mangroves houden ook slib vast en beschermen de kust tegen tsunami’s. Tijdens de grote tsunami van 2004 in de Indische Oceaan leden de gebieden met een gezond koraalrif of veel mangrovebossen veel minder schade: de golven rolden er niet kilometers het land in. Grote mangrovegebieden zijn echter op veel plaatsen in licentie gegeven voor de kweek van gamba’s. Het brengt enkele bedrijven zeer veel geld op, maar voor de lokale gemeenschap en de natuur is die kweek een regelrechte ramp.”

Sanctorum: “’s Werelds grootste producent van tropische garnalen is India, maar de lokale bevolking eet ze amper. Men vindt ze daar vies, en dat heeft ook met de productiemethoden te maken. De kweek gebeurt in reusachtige bassins waarin afvalwater, soms zelfs van slachthuizen, wordt geloosd als voedsel. Omdat de garnalen eigenlijk grijs-zwart zijn, worden ze na de vangst gebleekt. Garnalen zijn bovendien zeer gevoelig voor ziekten en infecties. Voor ze worden verscheept, weken ze vier uur lang in een mix van antibiotica en chemische bestrijdingsmiddelen. Dat is natuurlijk een aanslag op het milieu, en in landen waar ze massaal worden gekweekt, is er weinig of geen wetgeving, laat staan controle. In India is het pellen ook vaak kinderarbeid.”

Van Vilsteren: “Tropische garnalen zou ik niet eten vanwege de voedselveiligheid. En op restaurant bestel je ze ook best niet, want daar is de kwaliteit niet gegarandeerd. Wil je toch garnalen eten, koop in de supermarkt dan biologische of ASC-gecertificeerde.”

‘India levert de meeste tropische garnalen, maar daar vindt men ze vies. De kweek gebeurt in bassins waarin afvalwater, soms zelfs van slachthuizen, wordt geloosd als voedsel.’ Beeld © A Modi/Dinodia Photo
‘India levert de meeste tropische garnalen, maar daar vindt men ze vies. De kweek gebeurt in bassins waarin afvalwater, soms zelfs van slachthuizen, wordt geloosd als voedsel.’Beeld © A Modi/Dinodia Photo

ZALM OP DE VLUCHT

Is vis uit aquacultuur te verkiezen boven in het wild gevangen vis?

Volckaert: “In principe wel. Viskweek is redelijk efficiënt, omdat de kweektijd kort is, maar heeft ook een serieuze milieukost. Het is echter niet zwart-wit: sommige wilde visbestanden zoals haring en pladijs in de Noordzee, doen het vrij goed.”

Eén van de populairste kweeksoorten is zalm. Die wordt vaak in de markt gezet als gezond en ecovriendelijk – op verpakkingen zie je de vissen vrolijk uit een blauwe zee opspringen – maar de waarheid is anders.

Volckaert: “De zalmkweek ontstond dertig à veertig jaar geleden, om aan de enorme vraag te voldoen. Ze worden aan land gekweekt in tanks, maar ook in grote kooien op zee. Kweekzalmen produceren enorm veel afval, waardoor ze de bodem en het water in de buurt sterk vervuilen.”

“De kooien, die vroeger in rustige en tegen storm beschermde baaien en fjorden lagen, werden daarom voor de kust gelegd, waar de zeestroming groter is en het afval niet ter plekke blijft. Maar daardoor hebben ze zwaarder te lijden onder de elementen en kunnen er vaak vissen ontsnappen. Omdat ze zo opeengepakt zitten, gaat het altijd meteen over tienduizenden zalmen. Wanneer die in een rivier terechtkomen, kunnen ze daar de wilde populatie verdringen. Als een kweekzalm, die door de jaren streng geselecteerd is, met een wilde zalm paart, is het alsof je een chihuahua met een wolf kruist.”

Wordt er in de zalmteelt ook niet zeer veel antibiotica gebruikt?

Volckaert: “Omdat de vissen zo dicht op elkaar zitten, is de kans op infecties zeer groot. Vroeger werd veel antibiotica gebruikt, maar dat is fel geminderd. Men denkt ook aan alternatieven zoals het kweken van resistente dieren of zelfs vaccinatie.”

“Een groot probleem blijft de zalmluis: een kreeftachtige die de huid van de zalm aanvreet. Men probeert nu vissoorten bij de zalm te zetten die zalmluis eten, maar het is geen wonderoplossing. Zalm is flink duurder geworden, en dat heeft onder meer te maken met de grote verliezen door zalmluis.”

Kweekzalm is grijs, maar omdat de consument graag roze zalm heeft, wordt hij kunstmatig gekleurd.

Volckaert: “In het wild krijgt zalm zijn roze kleur door astaxanthine, een stofje dat in de schaaldieren zit die ze eten. Om kweekzalm roze te kleuren, voegt men astaxanthine aan het voer toe. Die kleurstof wordt door maar één bedrijf ter wereld geproduceerd: farmareus Roche. Ze is ook zeer duur, en zelfs goed voor meerdere procenten van de prijs van de zalm. Men zegt dat zalm op vraag van de consument roze wordt gekleurd, maar men zou die kleurstof geleidelijk kunnen verminderen tot de zalm weer grijs is en de consument eraan gewend is, net zoals men met het suikergehalte in yoghurt heeft gedaan.”

‘Om kweekzalm roze te kleuren, voegt men een kleurstof aan het voer toe. Die wordt gemaakt door farmareus Roche en is zeer duur – zelfs goed voor meerdere procenten van de prijs.’ Beeld RV
‘Om kweekzalm roze te kleuren, voegt men een kleurstof aan het voer toe. Die wordt gemaakt door farmareus Roche en is zeer duur – zelfs goed voor meerdere procenten van de prijs.’Beeld RV

Van Vilsteren: “De zalmindustrie doet de laatste jaren wel grote inspanningen om de teelt duurzamer te maken. Zalm staat in onze VISwijzer in het oranje, maar we moeten hem zeker niet afschrijven. Maar ga dan wel voor het ASC-label: die kwekerijen hebben zich ertoe verbonden om hun teelt permanent te verbeteren en te verduurzamen.”

Volckaert: “De vervuiling kan aangepakt worden door rond de kooien gordels met weekdieren aan te leggen, bijvoorbeeld mosselen, die de afvalstoffen uit het water filteren, en wieren die de voedingsstoffen opnemen. »Kweekzalm werd vroeger ook hoofdzakelijk gevoederd met vismeel van gedroogde kleine vis – zalm eet als roofvis andere vissen. De laatste tijd krijgen ze echter steeds meer plantaardig materiaal te eten en onderzoekers zijn nu bezig een ‘vegetarische zalm’ te ontwikkelen. Men bekijkt ook of het vismeel door insecten kan worden vervangen.”

Een andere veel gegeten vis is de zeebaars. Die vermijden we ook best.

Van Vilsteren: “Het gaat gelukkig weer de goeie kant op, maar met de wilde zeebaars ging het in de Noordzee tot voor kort ontzettend slecht. Het probleem met de zeebaars die in de Middellandse Zee wordt gekweekt, is dan weer dat we daar geen onafhankelijke informatie over krijgen. Er is geen enkele ngo die op de kweek toeziet.”

Hoe zit het met tonijn?

Van Vilsteren: “De consumptie van grootoog-, blauwvin- en geelvintonijn raden wij in de meeste gevallen af. Nu, de blauwvintonijn is zo bedreigd dat hij ook ontzettend duur is – die brengt tot miljoenen dollars per exemplaar op. Die zal je niet snel in de supermarkt vinden. De tonijn die daar – vers of in blik – wordt aangeboden, zal eerder albacore zijn, ook bekend als witte tonijn of skipjack. Je kijkt bij die soorten best naar de vangstmethode: met ringzegens of hengels is duurzamer dan met de longline, omdat daar zeer veel bijvangst is: zeeschildpadden, haaien, roggen en zeevogels. Soms maken die zelfs tot de helft van de vangst uit.”

GEVERFDE TONIJN

Ook tonijn wordt vaak geverfd.

Van Vilsteren: “Tonijnvlees kleurt zeer snel bruin. Omdat de consument rozerode of donkerrode tonijn wil, mogen chemische stoffen – onder meer citroenzuur – gebruikt worden om de verkleuring te vertragen. Maar in hogere concentraties kunnen die stoffen ook bederf maskeren. Tonijn bevat, net als andere vette vissoorten, een eiwit dat bij bederf door bacteriën in histamine wordt omgezet. Die stof kan ernstige allergische reacties veroorzaken, van hoofdpijn, misselijkheid en een jeukende mond tot braken, diarree en hartkloppingen.”

“Dat kleuren gebeurt vrij courant. Het wordt ook gedaan om tonijn verser te doen lijken, zodat hij duurder kan worden verkocht. Daarom vinden wij het belangrijk dat consumenten weten wanneer de tonijn juist gevangen werd en of hij ingevroren of opnieuw ingevroren werd. Maar dat is moeilijk te achterhalen.”

Over de hele wereld zijn start-ups bezig met de ontwikkeling van uit cellen gekweekte synthetische vis. Wordt dat een mogelijk alternatief?

Sanctorum: (knikt) “We zullen de visserij, net als de veehouderij, nooit ten gronde kunnen veranderen. Daarom moeten we op een andere manier gaan produceren. Bedrijven als Finless Foods, Wildtype en Shiok Meats in Singapore ontwikkelen synthetische vis – er bestaat eigenlijk nog geen goeie term voor: ze hebben afgesproken om het ‘cell-based fish and seafood’ te noemen. Uit cellen kweken ze weefsel van soorten die zwaar overbevist worden, zoals tonijn en zeebaars, en van soorten die wel gekweekt kunnen worden, maar waarvan ook de aquateelt door de grote vraag een enorm negatieve impact heeft, zoals zalm en tropische garnalen.”

“Er is nog een tweede piste, waar ik met een start-up die ik heb opgericht bij betrokken ben – ik vertel het er maar meteen bij. (lacht) Daarbij wordt onderzocht welke voedingsstoffen in vis, maar ook in vlees, de smaak bepalen en gezond zijn. In plaats van die stoffen uit gevangen of gekweekte dieren te halen, worden ze gemaakt via een proces dat vergelijkbaar is met het fermenteren van yoghurt of het brouwen van bier. Die ingrediënten kunnen dan verwerkt worden in vis- en vleesvervangers. Zo willen we een alternatief bieden aan mensen die producten willen eten die qua smaak en gezondheid evenwaardig zijn aan vis of vlees, maar ook ethisch zijn.”

“Ik denk dat de verandering uit die hoek zal komen. Er komen de komende jaren alleen maar nieuwe initiatieven, en op termijn zal de consument de keuze hebben tussen een traditioneel gevist product en een product dat veel milieu- en diervriendelijker is.”

Experts denken dat kweekschaalvis makkelijker gecommercialiseerd kan worden dan kweekvlees, omdat veel vis toch wordt vermalen en in fishsticks of visburgers verwerkt.

Sanctorum: “Sommige bedrijven richten zich inderdaad op die producten, omdat ze makkelijker te maken zijn tegen een aanvaardbare prijs. Maar sommige start-ups bewandelen een ander pad en gaan voor de meer complexe producten. BlueNalu uit San Diego werkt bijvoorbeeld aan tonijn die in sushi kan worden gebruikt. Dan heb je het toch al over zeer complexe structuren.”

Er bestaan allerlei labels en keurmerken, maar volgens Seaspiracy zijn die weinig tot helemaal niet betrouwbaar: iets als ‘duurzame vis’ bestaat niet.

Will McCallum (Hoofd Oceanen bij Greenpeace UK): “Daar ben ik het jammer genoeg mee eens. Als je het wereldje een beetje kent – en dat durf ik na meer dan tien jaar actievoeren op zee wel te zeggen van mezelf – kun je alleen maar concluderen dat labels en certificaten zeer snel een deel van het probleem worden wanneer men niet bereid is te investeren in het actualiseren van gegevens en criteria. Zo is de klimaatopwarming vandaag een veel groter probleem dan dertig jaar geleden, toen de MSC in het leven werd geroepen, maar er is geen aanpassing gebeurd. MSC kijkt ook altijd naar één soort in plaats van naar het globale plaatje, terwijl de vangst van één soort veel andere vissen en ander zeeleven doodt. Zo wordt de consument bedot, want die denkt dat hij iets duurzaams op zijn bord legt. Of het allemaal met opzet gebeurt, zoals in Seaspiracy wordt beweerd, is een andere kwestie, maar ik zou een product met het MSC-label toch niet vertrouwen.

“Een goed alternatief zijn de gidsen die in veel landen door nationale visserij-instituten worden opgesteld. Die zijn vaak zeer goed op de hoogte van wat er wordt gevangen en ze volgen de evoluties wél op de voet.”

Will McCallum: ‘Vissen zijn voor ons totaal andere wezens dan koeien of varkens. We vinden ze ook niet bepaald knuffelbaar.’ Beeld © Kajsa Sjölander / Greenpeace
Will McCallum: ‘Vissen zijn voor ons totaal andere wezens dan koeien of varkens. We vinden ze ook niet bepaald knuffelbaar.’Beeld © Kajsa Sjölander / Greenpeace

Volckaert: “Bij ons is er de Viswijzer van het Wereld Natuur Fonds en het Vlaams Instituut voor de Zee. Die geeft met een kleurcode aan welke soorten je best mijdt, en welke je nog wel kan eten.”

“Die duurzaamheidslabels worden gerund door ngo’s en privéorganisaties die dat alleen maar doen omdat de overheid in gebreke blijft. De meeste hebben de beste bedoelingen. Het ene label is al beter dan het andere, maar we mogen blij zijn dát ze er zijn.”

Van Vilsteren: “De overheid volgt niet de wetenschappelijke adviezen. Dáárom werden onafhankelijke keurmerken opgericht, om met vissers op solide advies gebaseerde standaarden te kunnen afspreken. Bij ons zul je vooral MSC en ASC op verpakkingen aantreffen: dat zijn goeie keurmerken. GLOBALG.A.P., Naturland, BAP en de verschillende labels voor biologische vis zijn ook betrouwbaar. Certificaten als Dolphin Safe, Dolphin Friendly en Friends of the Sea zijn dan weer larie.”

Sanctorum: “Als je erop let, staan die labels op wel héél veel visproducten. Om aan de vraag te voldoen, móét de visserij wel teruggrijpen naar allerhande verschrikkelijke technieken. Als je de visserij echt duurzaam en ecologisch verantwoord maakt, ontstaan er enorme tekorten op de markt én wordt vis onbetaalbaar.”

KAPITEIN IGLO

De bekende zoöloog George Monbiot merkt in Seaspiracy op dat wij nog altijd een romantisch Kapitein Iglo-beeld hebben van de visserij, terwijl het niets minder dan een – zijn woorden – moordmachine is. Hoe behield de visserij dat maagdelijke imago?

McCallum: “Dat heeft verschillende redenen. Alles speelt zich op zee af, ver uit ons blikveld. Mensen krijgen er ook haast nooit beelden van te zien. En wat we niet zien, daar liggen we niet van wakker.

“Vissen zijn voor ons ook totaal andere wezens dan pakweg koeien of varkens. Ze staan veel verder van ons af, en we vinden ze ook niet bepaald knuffelbaar. Alleen met dolfijnen of walvissen hebben we nog een zekere connectie. Voor acties rond die dieren krijg je het publiek makkelijker geïnteresseerd. Koraalriffen, noordzeekabeljauw of kleine diertjes op de oceaanbodem: dat ligt een pak moeilijker.”

Van Vilsteren: “Wat je ook van Seaspiracy mag denken, de film heeft het imago van de visserij wel doorprikt. Hij heeft veel mensen over de hele wereld aan het denken gezet en doen beseffen dat wat er in de oceaan gebeurt, een grote invloed heeft op het leven van ons allemaal. En dat we dus maar beter een beetje zorgzaam omspringen met de oceanen.”

De makers van Seaspiracy roepen op om geen vis meer te eten. Experts hebben er echter al op gewezen dat dat zeker niet de oplossing is.

Sanctorum: “Als ik zeg dat we op zoek moeten naar alternatieven, heb ik het natuurlijk niet over de Somalische vissers die wat vis vangen voor de lokale gemeenschap. Maar dat mag geen excuus zijn om de industriële visserij haar gangen te laten gaan. Door de grote vraag naar vis moeten we naar een duurzamer en diervriendelijker model uitkijken. Want die vraag zal niet veranderen. Het is een illusie om te denken dat de hele wereld over vijftig jaar veganistisch eet.”

Volckaert: “Ik werk met mensen op het Tanganyikameer in Afrika. Daar is ook overbevissing, maar door oorlog in de regio en een falende overheid is er geen alternatief om de mensen te voeden. Het rijke Westen is een andere kwestie. Elke Belg consumeert jaarlijks zo’n 25 kilo vis. Een paar decennia geleden was dat nog de helft.”

Van Vilsteren: “Het goede aan Seaspiracy is dat de docu aan de deuren rammelt, maar je mag mensen niet het idee geven dat ze niks kunnen veranderen. De consument kan zelf een deel van de oplossing zijn. Welke vis je in je winkelmandje legt, maakt wél iets uit.”

McCallum: “Wij zijn niet voor een verbod op visserij. Dat zou de ondergang betekenen voor veel kustgemeenschappen die nu al tot de armste en kwetsbaarste groepen ter wereld behoren. De zee is hun enige bron van voedsel. Bovendien wonen ze ook nog eens in de gebieden die het eerst getroffen zullen worden door de klimaatopwarming. Maar wie – zoals wij – wél de keuze heeft, zou minder of helemaal geen vis moeten eten. Probeer eens een maand geen vis te eten, dan ontdek je meteen of je zonder kunt.”

We missen onze fishsticks nu al!

Volgende week deel 2: Haaienvinnen, woekerende zee-egels en onfortuinlijke octopussen

Seaspiracy, nu te zien op Netflix.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234