Maandag 18/01/2021

Hoe Obama mee het bedje voor Trump heeft gespreid

Ross Douthat is een conservatieve denker en columnist bij The New York Times

De Trumpiaanse ineenstorting van de Republikeinse Partij heeft onder progressieven een mengeling van vreugde en vrees teweeggebracht: vreugde over deze zelfverbranding door hun rivalen en vrees dat wat er uit de as zal verrijzen nog erger is.

Maar het heeft niet geleid tot zelfonderzoek of de erkenning dat bepaalde aspecten van het progressieve beleid van het Obama-tijdperk het Trump-verschijnsel mede hebben gevoed.

Het Trumpisme is namelijk ook een beetje een product van het late Obama-tijdperk en beleeft nu een explosieve groei, na acht jaar waarin een charismatische, progressieve president het culturele landschap heeft gedomineerd en de agenda van het maatschappelijk debat heeft bepaald. Het is niet zo dat president Obama ons Trump op een of andere machiavellistische wijze met opzet heeft bezorgd, maar het is ook geen toeval dat het Obama-tijdperk op deze manier afloopt - met een demagogische reality-tv-ster aan het hoofd van een populistische, nationalistische revolte.

Het reality-tv-element van Trumps campagne is een soort lachspiegelversie van de Obama-campagne van 2008, die bol stond van de beroemdheden. Met de quasireligieuze voorstellingen en retoriek, de beeldvorming van de Grote Man tegen een achtergrond met zuilen, de goedkeuring van Oprah, de videoclip van Will.i.am en de steun van vele Hollywood-sterren was dat een presidentiële verkiezingsstrijd die deels een door Aaron Sorkin bedacht liturgisch script was en deels een soort jacht op de Oscars.

Dat had toen wel succes en daarom zitten we nu met de haast onvermijdelijke volgende stap: de presidentiële verkiezingsstrijd als een seizoen van Survivor, of, nu ja, The Apprentice, met dezelfde beroemdhedenfactor als bij Obama in 2008, maar dan zonder de semi-intellectuele pretenties.

Trump toont met zijn intimiderende grootspraak ook aan dat de kiezers steeds meer gewend raken aan het idee van een keizerlijke president - ook al een trend die is versneld door de keuzes van Obama. Die voerde ooit campagne tegen de machtsgrepen van zijn voorganger, maar als president heeft hij zelf zijn uitvoerende macht in bijna elke richting uitgebreid: oorlog voeren zonder goedkeuring door het Congres, het recht opeisen om Amerikaanse staatsburgers om te brengen en allerlei trucs toepassen om binnenlands beleid door te voeren zonder steun van het Congres.

Daarmee heeft hij de principiële progressieve kritiek op de uitvoerende macht ondermijnd en de rol van links Amerika als bolwerk tegen caesarisme verzwakt. Daarom is het ook passend - hoe betreurenswaardig ook - dat hij nu beloond wordt met de opkomst van een rechts Caesar-type met een autoritaire stijl en uitzinnige beloftes.

Belangrijker nog: die Caesar mobiliseert een achterban die vroeger tussen beide partijen heen en weer zwalkte maar die door de regering-Obama de afgelopen acht jaar geleidelijk is afgeschreven. De felste aanhangers van Trump zijn geen aartsconservatieven. Het zijn blanke kiezers uit de arbeidersklasse, vooral uit de in verval geraakte industriegebieden en de mijnstreken, die vroeger meestal op Democraten stemden en nog steeds voor een sterke verzorgingsstaat zijn.

Deze kiezers waren sinds de jaren 70 al steeds verder van de Democratische partij afgedreven, maar Obama heeft dingen gedaan die voor hen onverteerbaar waren: zijn energiebeleid, zijn immigratievoorstellen, zijn pogingen het wapenbezit te beperken, zijn actieve beleid op het terrein van het homohuwelijk en abortus.

Op zichzelf is er niets verkeerds aan dat de regering-Obama besloot dat een etnisch meer diverse en doortastende progressieve coalitie meer leek te bieden dan te blijven proberen de Reagan-Democraten erbij te houden, maar zonder gevolgen voor het progressieve kamp is dat niet.

Net als in Europa, geldt ook in de VS dat wanneer links het nationalisme loslaat en een deel van de traditionele basis van de arbeidersklasse van zich vervreemdt, dit leidt tot een noodlijdende achterban die niet meer bij een van beide partijen hoort en zich terecht in de steek gelaten voelt. Dan krijg je Marine Le Pen en al die nationalistische partijen in Europa. Dan krijg je Donald Trump.

Hij is natuurlijk het Republikeinse monster, maar wat hij vertegenwoordigt is deels ook de erfenis van Obama - hij is de afstraffing van zowel linkse hobby's als van rechtse verdorvenheid en een bedreiging voor beide tradities die nog vele jaren zal blijven.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234