Zondag 19/01/2020

Ebola

Hoe moeten Congo en de wereld de ebolacrisis dan wél aanpakken?

Een jong meisje wacht in Beni, Noord-Kivu, op de dokter die haar vaccinatie voorbereidt. Beeld Sven Torfinn

De strijd tegen ebola in Congo schiet tekort: na bijna een jaar en 1.700 doden is het tijd om de aanpak te ‘resetten’, zeggen de betrokken hulporganisaties zelf. Drie nieuwe inzichten toegelicht.

1. Houd meer rekening met argwaan onder de Congolese bevolking

Ebola is bedacht om Oost-Congo verder te destabiliseren of om geld aan te verdienen, zei bijna de helft van een kleine duizend respondenten in de steden Beni en Butembo (Noord-Kivu) vorig jaar in een enquête in medisch vakblad The Lancet. In deze oppositiegebieden gingen in januari de presidentsverkiezingen niet door ‘wegens ebola’, wat het gevoel versterkte dat de ziekte een politiek instrument is.

De argwaan hangt samen met de decennialange inmenging in de regio’s Noord-Kivu en Ituri: buitenlandse en lokale legers en milities stelen land, roven grondstoffen en terroriseren de bevolking. Een van de gevolgen van die argwaan is dat mensen met ziekteverschijnselen (of hun verwanten) ebola-artsen mijden. Infecties verspreiden zich daardoor verder in de bush, in een gebied van honderden vierkante kilometers en met miljoenen mensen. Het vertrouwen in vaccins is er volgens onderzoek wel weer vrij groot – meer dan 160.000 mensen zijn ingeënt – maar vaccins vertragen hoogstens de verspreiding.

Hulporganisaties komen nu met concrete voorstellen om het vertrouwen te winnen. Het Rode Kruis laat familieleden van ebolaslachtoffers beschermende kleding dragen zodat ze lijkschouwingen kunnen gadeslaan. Dit moet wantrouwen jegens de medici in hun mysterieuze ‘maanpakken’ wegnemen. Begrafenissen waar nabestaanden lichamen wassen en omhelzen zijn een bron van nieuwe besmettingen en moeten daarom worden vermeden. Inmiddels mogen nabestaanden wel lijkkisten aanraken bij begrafenissen door het Rode Kruis, wat eveneens begrip moet kweken.

Hulporganisatie Alima heeft twee behandelcentra ingericht in bestaande ziekenhuizen bij de plaats Katwa: een vertrouwde omgeving werkt beter dan een pontificale ‘witte tent’ náást een ziekenhuis, is het idee. Mensen met symptomen van ebola komen sneller naar deze centra dan naar de ‘losse’ behandelcentra die de organisatie eerder neerzette, zegt medewerker Claude Mahoudeau door de telefoon.

Het International Rescue Committee (IRC) kreeg van Congolezen de vraag: ‘Waarom rijden jullie in grote auto’s met vierwielaandrijving?’ Nu gaan medewerkers in Butembo en Katwa ‘te voet’ of op brommers die ze lokaal huren, zegt woordvoerder Tariq Riebl. Faciliteiten voor hulpverlening trekt IRC niet langer op uit plastic – ‘dat deed mensen denken aan ontheemdenkampen’ – maar uit leem en hout.

2. Stop de militarisering van de ebolabestrijding

De gewapende escortes ‘vervreemden’ ebolabestrijders van de bevolking, zei Joanne Liu, voorzitter van Artsen zonder Grenzen, al in maart. Konvooien met Congolese politieagenten of blauwhelmen van de VN-vredesmissie in Congo moeten, waar mogelijk, wegblijven, vinden intussen meer hulporganisaties.

Dat klinkt paradoxaal: gewapende begeleiding moet medici beschermen tegen milities en boze bewoners, en dus juist het levensreddende werk bevorderen. Dat Oost-Congo gevaarlijk kan zijn, blijkt wel uit de tientallen aanvallen op ebolahulpverleners. In april werd in Butembo nog de Kameroense epidemoloog Richard Mouzoko Kiboung gedood.

Maar gewapende escortes kunnen confrontaties veroorzaken op plekken waar eigenlijk helemaal niet zo veel weerstand was tegen ebolabestrijders, is de kritiek. Sommige bewoners worden boos als ze corrupte Congolese agenten zien verschijnen of VN-missie Monusco, die in twintig jaar tijd te weinig zou hebben gedaan voor de regio.

“In sommige gebieden zijn vaccinatieteams eropuit gegaan zonder escort en toen bleken er meer bewoners te komen opdagen”, zegt Kate White, noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen, dat uit principe niet werkt met gewapende beveiliging. Ze bedoelt maar te zeggen: bewoners van het uitgestrekte Oost-Congo vormen geen homogene groep op wie je één aanpak kunt loslaten.

Bij de ingang van het lokale ziekenhuis wordt iedereen de temperatuur gemeten door witte pistooltjes op de slapen van bezoekers te richten. Beeld Sven Torfinn

De milities die in Congo om de macht strijden zijn trouwens ook niet homogeen, onderstreept White. Een “heel lastige speler” is bijvoorbeeld de ADF, een van oorsprong Oegandese groepering met radicaal-islamitische invloeden. Pogingen tot dialoog over ebolabestrijding lijken kansrijker met sommige Mai-Mai, gewapende groepen die ooit ontstonden als plaatselijke zelfverdedigingscomités. White: “Zij hebben meer banden met bewoners.”

Grote pleitbezorgers van gewapende escortes waren de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Congo’s ministerie van Gezondheidszorg, zij hebben de leiding in de ebolabestrijding. Inmiddels zouden ze de gewapende aanpak aan het herzien zijn.

3. Zorg voor meer fondsen

De bestempeling van de ebola-uitbraak als een medische noodsituatie “van internationale zorg”, vorige week door de WHO, kan meer donaties losmaken. Extra geld lijkt welkom. Maar hulporganisaties waarschuwen dat grotere budgetten beleidsmakers ook lui kunnen maken, waardoor nieuwe bestrijdingsmethoden uitblijven.

Een suggestie die de ronde doet is om vaccinatieprogramma’s fors uit te breiden. Nu worden vooral contacten van ebolapatiënten ingeënt (zogeheten ringvaccinatie). Een idee is om ook niet-verdachte personen in te enten. Daarvoor zou een experimenteel vaccin van farmaceut Johnson & Johnson gebruikt kunnen worden (de ringvaccinaties worden gedaan met vaccins van Merck). Maar Congo’s ministerie van Gezondheidszorg is tegen: een extra vaccin zou verwarring scheppen onder de bevolking.

Hulporganisaties pleiten voor verbetering van de bestaande gezondheidszorg en blijvende aandacht voor andere ziektes zoals malaria. Dat kan bijdragen aan acceptatie van de ebolabestrijding, stelt Eveline Rooijmans, die jarenlang in Congo werkte voor Oxfam en de VN. “Congolezen denken: wij leven al jaren in armoe maar nu westerse artsen opeens ‘ebola’ roepen, is er wél geld.” De scepsis wordt minder als je andere vormen van gezondheidszorg ook ondersteunt en, als het even kan, integreert met de ebola-aanpak, is de gedachte.

Het vaker inhuren van lokale krachten is iets wat de meeste organisaties wel zeggen te doen. Al zitten daar volgens een hulpverlener die anoniem wil blijven weer andere potentiële nadelen aan. Het kan sommige bewoners versterken in hun beeld van ebola als “een geldindustrie”, zegt hij.

Een onconventionele aanpak in Liberia tijdens de grote ebola-uitbraak van vijf jaar geleden was om geïnfecteerde bendeleden te overtuigen in quarantaine te gaan door ze illegaal drugs te geven. Gewapende overvallers kregen geld als ze artsen doortocht verleenden. Een pragmatisch voorstel in Congo kan zijn om een slechte maar veelgebruikte autoroute in het ebolagebied te repareren, zegt Rooijmans. “En daarna zeg je: nu willen we dat jullie meewerken tegen de ebola. De essentie is dat we mensen meekrijgen.”

Terwijl bewoners en buren toekijken wordt het huis van een ebolaslachtoffer ontsmet. Beeld Sven Torfinn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234