Zondag 18/08/2019

Beringen

Hoe moet een brandweerkorps omgaan met trauma? ‘Praten, praten, praten’

Bloemen aan de nadarhekken bij het uitgebrande gebouw in Beringen waar twee brandweermannen het leven lieten. Beeld BELGAONTHESPOT

Er moet meer aandacht komen voor de psychologische ondersteuning van brandweerlui. Dat zeggen experts nadat in Beringen twee collega’s overleden en vier gewond raakten. ‘Zo’n trauma kun je jaren meedragen.’

“Een zwarte dag”, “een nachtmerrie”, “een bijzonder jammerlijke zaak”. Na de dodelijke brand aan de Koolmijnlaan in Beringen waren verslagen reacties bij korpsen in het hele land te horen. “Op momenten als deze leeft iedereen heel erg mee met de betrokkenen”, zegt Willy Vanderstraeten, directeur van het Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid (KCCE) en zelf brandweerman in Dilbeek. “Dan zie je ook heel duidelijk hoe de brandweer één grote familie is.”

Dat brandweerlieden het leven laten tijdens een interventie, is volgens Vanderstraeten uitzonderlijk. Dat bevestigen ook de statistieken. Voor 2017 en 2018 heeft het KCCE nog geen cijfers, maar in de vijf voorgaande jaren samen werden er in totaal drie overlijdens genoteerd. 

“De cijfers over gewonde brandweerlieden zijn aanzienlijk hoger. Dat gaat om tientallen mensen per jaar. En dan zwijgen we nog over het aantal situaties waarbij mensen nipt aan de dood ontsnappen. Die vind je natuurlijk in geen enkele statistiek terug, maar zulke momenten kunnen net zo traumatisch zijn”, vult traumapsycholoog Erik De Soir aan.

Posttraumatische stress

Dat brandweerlui met traumatiserende gebeurtenissen geconfronteerd worden, is niet te voorkomen. Dat is nu eenmaal eigen aan hun beroep. Maar een goede opvang achteraf blijkt wel van belang, want je kunt zo’n trauma jaren meedragen. “Naar schatting 8 tot 10 procent zou met zoveel posttraumatische stress kampen dat ze hun werk niet meer goed kunnen uitvoeren. Denk aan bepaalde opdrachten op het terrein mijden of niet meer als eerste willen arriveren.”

De Soir richtte 25 jaar geleden de FIST (‘fire stress teams’) op die brandweerlui bijstaan na moeilijke interventies. Zo’n lokaal FIST-team kwam ook in Beringen in actie. 

In eerste instantie kwam een ‘antenne’, een speciaal opgeleide FIST-medewerker, naar de Limburgse kazerne om de brandweerlieden die bij de dodelijke brand waren als eerste op te vangen, zegt hij. “Hij of zij overloopt dan in groep wat er gebeurd is en hoe iedereen het stelt.” In de dagen die volgen komen dan ‘debriefers’ langs die met het hele korps een gedetailleerde reconstructie maken. 

“De eerste gesprekken zijn eigenlijk heel technisch. ‘Heb ik juist gehandeld?’ ‘Wanneer kwam het noodsignaal?’ ‘Waar is het precies misgelopen?’ Die vragen spoken door ieders hoofd. Vaak komen de gevoelens bij brandweerlui pas boven nadat ze de film vijfduizend keer hebben teruggespoeld”, aldus De Soir. Hij wijst erop dat die techniciteit maakt dat er vooral operationele brandweerpsychologen nodig zijn. “Maar de realiteit is dat ik zelf nog altijd de enige in België ben.”

Meer budget nodig

De man vraagt al jaren vraagt om meer aandacht en budget voor zijn FIST-teams. “Nu krijgen we steun vanuit de korpsen. Dat is goed maar een uniforme aanpak ontbreekt nog en het merendeel van de driehonderd leden werkt ook nog steeds vrijwillig.”

Ook Vanderstraeten benadrukt de noodzaak van psychologische ondersteuning. “Die ondersteuning is uiteraard anders voor de brandweerlieden die zelf geraakt zijn. De mensen die gevreesd hebben voor hun eigen leven, die misschien blijvende letsels hebben, doorlopen een ander traject.” Volgens hem en ook De Soir is het zelden dat mensen hun werk voor de brandweer staken na een incident. “Net omdat iedereen weet dat het je collega’s zijn, met wie je in de vuurlinie staat, die je dit helpen verwerken.” 

Dat groepsaspect is belangrijk omdat je in een crisis in zekere mate onderhevig bent aan tunnelvisie en een vernauwd bewustzijn. “Getrainde mensen vallen terug op aangeleerde reflexen. Dril. Je hebt je collega’s nodig om de puzzel van het gebeuren weer bij mekaar te leggen en je tol in het geheel beter te begrijpen”, klinkt het.

Beide experts wijzen erop dat de opleidingen die brandweerlieden voorbereiden op ‘de donkere kant van hun beroep’ de laatste tien jaar enorm verbeterd zijn. “Maar de realiteit is dat geen enkele les je kan voorbereiden op die rauwe werkelijkheid.”

Stoer imago?

Over brandweerlui wordt weleens gezegd dat ze zich een stoer imago aanmeten en dat praten over gevoelens daar niet bij past. Vanderstraeten zegt dat dat beeld dertig jaar geleden wel klopte. “Dan werd er na een moeilijke interventie vaak gezegd: ‘Kom, we gaan daar niet voor wenen. We zijn geen mietjes.’ Maar de tijden zijn veranderd, en de mentaliteit ook. It’s okay to not be okay.

De directeur wijst erop dat brandweerlui hun gevoelens trouwens niet alleen openlijk proberen te bespreken na een ingrijpende gebeurtenis als die in Beringen. “We komen elke dag in omstandigheden terecht die heel confronterend zijn.  Een ongeluk waarbij een kennis betrokken is, een wiegendood die een brandweerman die zelf vader is voor zich krijgt, een brand die moeilijk liep... Elke interventie legt een laagje over je gemoed. Na verloop van tijd kan dat wegen. En dan komt het wel eens voor dat het bij een brandweerman of -vrouw overloopt na een heel alledaagse oproep.” 

Ook dat kan een FIST-medewerker steun bieden. “Al proberen we ook binnen het korps preventief te werk te gaan, door te praten, praten, praten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden