Vrijdag 24/03/2023

AnalyseOnderwijs

Hoe konden de nieuwe eindtermen zo snel in de vuilnisbak belanden?

(Archiefbeeld) Beeld Tim Dirven
(Archiefbeeld)Beeld Tim Dirven

Met het arrest van het Grondwettelijk Hof over de eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs komt een einde aan een lange onderwijs. Hoe zijn we hier aanbeland?

Pieter Gordts

Echt een verrassing was het niet in februari 2021. Daags na de officiële goedkeuring van de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs kondigde Vlaanderens grootste koepel, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen.

De Guimardstraat, zoals die koepel vaak genoemd wordt in onderwijsmiddens, had de maanden voordien al vaak en uitdrukkelijk laten merken dat ze niet te spreken was over de nieuwe eindtermen. Opvallend, want eigenlijk heeft de koepel altijd mee aan tafel gezeten bij het opstellen ervan.

Dat proces begon in 2019, nog onder vorig minister van Onderwijs Hilde Crevits (cd&v). Vakexperts, leerkrachten en vertegenwoordigers van de onderwijskoepels staken toen de koppen bij elkaar om een antwoord te bieden op de vraag: wat moeten leerlingen minimaal kennen en kunnen in het secundair?

Die vraag was nodig omdat de vorige eindtermen intussen al dateerden uit de jaren negentig. Ze waren dringend aan opfrissing toe, vond iedereen. In de nieuwe eindtermen was er voor het eerst uitvoerig aandacht voor digitalisering en programmeren. Maar ook is er voor het eerst aandacht voor financiële geletterdheid – denk: het verschil tussen bruto- en nettoloon.

Overladen tekst

Kortom, er werd veel toegevoegd aan de minimumdoelen. Ook probeerde de politiek de eindtermen concreter en dwingender te maken. Op die manier wilde ze een antwoord bieden op de vele (internationale) testen die aantonen dat het niveau van onze leerlingen al jaren daalt. Zo zag de regering haar kans schoon om de minimumlat hoger te leggen via de nieuwe eindtermen: er ligt bijvoorbeeld meer nadruk op kennis.

Het zorgde ervoor dat de uiteindelijke tekst erg uitgebreid was. Te uitgebreid, en te gedetailleerd, was het oordeel van de katholieke koepel. Een kritiek die het Grondwettelijk Hof nu volgt. “Een leerkracht zit voortdurend af te vinken wat hij al behandeld heeft. Er is geen ruimte meer voor eigen projecten”, zei topman Lieven Boeve daar steevast over. Die kritiek herhaalde hij maandenlang.

Boeve zag zich daarin gesterkt door kritiek vanuit het veld. Eerst trokken de technische en beroepsscholen aan de alarmbel omdat ze, volgens hen, te veel praktijkvakken zagen sneuvelen voor algemene vakken. Ook in het kunstonderwijs was men die mening toegedaan. Uiteindelijk zouden 113 schoolbesturen en de katholieke ouderkoepel mee verzet aantekenen tegen de eindtermen. Ook het Steineronderwijs deed dat ten slotte.

De Raad van State waarschuwde de minister en cours de route ook: ze zei “ernstige twijfels” te hebben bij de eindtermen. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) probeerde nog bij te sturen via enkele gerichte ingrepen. Daarnaast stelde Weyts een praktijkcommissie aan onder leiding van twee schooldirecteuren. Die zouden de nieuwe set eindtermen tegen het licht houden om te zien of ze wel haalbaar zijn. Ingrepen die het Grondwettelijk Hof donderdag als te min bestempelde.

Het is niet dat Weyts alleen stond in de verdediging van de eindtermen. Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) besloot om de eindtermen net te verdedigen. Wat maakte dat de twee grootste koepels van Vlaanderen dus tegenover elkaar stonden in de rechtbank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234