Vrijdag 25/06/2021

Hoe King Kong de New Yorkersvan het WTC leerde houden

'Het World Trade Center is een levend symbool van ons engagement voor de wereldvrede.'

Minoru Yamasaki, architect van het World Trade Center

'Wolkenkrabbers bouwen is de dichtste benadering van oorlog in vredestijd.'

Gert Van Langendonck

Vanuit zijn appartement op de twintigste verdieping in midtown Manhattan had Eric Darton altijd een adembenemend uitzicht op de Twin Towers in de verte. Het is het soort uitzicht waarvoor men in New York veel geld kan vragen. Nu, tien dagen na de aanslagen, heeft hij een al even adembenemend uitzicht op ground zero, vooral 's avonds, wanneer de lichten van de reddingswerkers de stof- en rookwolk op een haast religieuze manier doen oplichten. "Ik moet aan de vreemdste dingen denken als ik naar die wolk kijk. Zoals dat daar ergens in het puin ook 49.000 deurknoppen moeten liggen."

Darton zit vol met dat soort nutteloze informatie. Dat krijg je als je sinds 1992 met weinig anders bezig bent geweest dan met het World Trade Center. "Het is begonnen in 1992 in het kader van mijn doctoraat. Toen kwam de eerste bomaanslag in 1993 en besefte ik dat er een verhaal zat in de Twin Towers. Ik werd nieuwsgierig. Ik wilde weten wat hun boodschap was, wat ze te vertellen hadden dat zo tot de verbeelding van de terroristen had gesproken. Elk gebouw heeft een boodschap, maar het World Trade Center leek op het eerste gezicht helemaal niets te vertellen te hebben. Toen ik in 1999 een titel zocht voor mijn boek, ben ik het de torens zelf gaan vragen. Ik ben eronder gaan staan en heb gevraagd: 'What are you saying?' Ze antwoordden: 'Divided We Stand'."

Dat is dan ook de titel geworden van wat Darton omschrijft als 'een biografie' van de Twin Towers, "omdat ik gaandeweg met hen ben gaan communiceren als levende wezens". Het is uit commercieel oogpunt misschien niet de beste titel, op een moment dat heel Amerika zich geschaard heeft achter de slogan 'United We Stand'. Maar het maakt niet zoveel uit, want Darton is samen met Angus Kress Gillespie de enige die ooit een boek heeft geschreven over het World Trade Center. Dartons uitgever, die toegeeft dat Divided We Stand bij het verschijnen in 1999 niet veel stof heeft doen opwaaien - "It was a very small book" -, zegt dat de vraag sinds de aanslagen niet bij te houden is: "We zijn volop aan het herdrukken."

Amerikanen die Dartons boek kopen als een warme herinnering aan de trotse Twin Towers zullen bedrogen uitkomen. Sommigen zullen het gedegouteerd weggooien wanneer ze bij de passage uitkomen waarin Darton argumenteert dat mensen die gebouwen als de Twin Towers neerpoten en terroristen een en dezelfde soort zijn. Het is niet het soort uitspraak waar je je in het Amerika van vandaag geliefd mee maakt.

Maar Darton blijft bij zijn stelling. "O ja, meer dan ooit zelfs. Master builders en terroristen hebben met elkaar gemeen dat ze een absoluut dédain hebben voor de gewone mens en zijn dagelijkse leven. Hun visies, hoewel geheel verschillend, hebben gemeen dat het abstracte projecties zijn van een ideale wereld die niets te maken heeft met het hier en nu. Als je zo denkt, wordt het mogelijk - en zelfs wenselijk - om alles en iedereen die in de weg staat opzij te duwen. Je kunt alles rechtvaardigen zonder ooit last te krijgen van twijfels of schuldgevoelens."

Dartons stelling is niet zozeer gebaseerd op het cliché dat het World Trade Center symbool stond voor de Amerikaanse arrogantie ten opzichte van de rest van de wereld. Hij komt tot zijn conclusie door een analyse van de manier waarop het World Trade Center en andere grote gebouwen lokaal tot stand zijn gekomen. Het is een verhaal dat herkenbaar is voor wie vertrouwd is met de urbanistische geschiedenis van Brussel tussen de jaren vijftig en zeventig.

Op 12 mei 1966 stond er in de New York Daily News een foto van twee lachende mannen die elk naar een van de twee torens wijzen op een maquette van het toekomstige World Trade Center. 'Nelson en John Lindsay verdelen de Twin Towers van het World Trade Center', stond eronder. Nelson behoefde geen introductie, want hij was Nelson Rockefeller, telg van een van de rijkste en invloedrijkste geslachten van New York en de Verenigde Staten, en op dat moment gouverneur van de staat New York. John Lindsay Jr. was de toenmalige burgemeester van New York, en hij had op de foto eigenlijk niets te zoeken. In zijn plaats had iemand anders moeten staan die echter liever op de achtergrond bleef: David, de andere Rockefeller. "In het begin deed in New York de grap de ronde dat de ene toren Nelson heette en de andere David", zegt Darton. "Maar dat is allang vergeten. Vandaag is er nog nauwelijks iemand die zich herinnert dat het de Rockefeller-broers waren die aan de basis lagen van de Twin Towers."

Noem Paul Vanden Boeynants 'Nelson' en Charlie De Pauw 'David' en je zou er niet ver naast zitten. De ene een publieke verkozene met de macht om er grote openbare projecten door te duwen, de andere een zakenman met grote ambities. De plannen voor de WTC's van New York en Brussel zagen het licht in ruwweg dezelfde periode, die van eind jaren vijftig, begin jaren zestig, toen het vertrouwen in de onstuitbare vaart der volkeren nog groot en naïef was en de kritiek erop bijna onbestaande. Overal ter wereld vond men plots dat er nood was aan 'wereldhandelscentra'.

"Men heeft daar zowel in New York als in Tokio aan gedacht: het was niet meer mogelijk dat over de hele wereld zakenlui hun bedrijvigheden verder uitoefenden alsof er geen moderne methodes van informatie en communicatie bestonden. Dat moest dus worden verholpen, namelijk door alle diensten, alle ondernemingen, alle privé- en openbare instellingen die leven of afhangen van de internationale handel, in een enkel centrum onder te brengen." (Uit een brochure ter promotie van het World Trade Center in Brussel, 1974)

Of er onder zakenlui ooit echt een behoefte heeft bestaan aan zoiets als een Wereldhandelscentrum, is moeilijk na te gaan: tegen de tijd dat de meeste WTC's gerealiseerd waren, had de oliecrisis toegeslagen en in de daaropvolgende recessie was er plots nog maar heel weinig vraag naar kantoren van welke soort dan ook. In New York kan het eerste plan voor een World Trade Center gedateerd worden in 1946, toen de voorzitter van de Port of New York Authority, Howard S. Cullman, een voorstel in die zin op zijn bureau kreeg. Cullman zag het project voor wat het was, "in hoofdzaak een onroerendgoedoperatie", en bijgevolg geen taak voor een overheidsdienst. Toch zou de Port Authority er jaren later, in 1962, mee instemmen om het World Trade Center van New York te bouwen, nota bene bovenop de dokken van de haven die het verondersteld werd te runnen.

"David Rockefeller had in de jaren vijftig een risico genomen", zegt Darton. "Hij had voor zijn Chase Manhattan Bank een nieuw hoofdkwartier gebouwd in lower Manhattan. Maar lower Manhattan was toen niet te vergelijken met nu: ondanks de nabijheid van Wall Street was het een dode en arme buurt. Het was vooral bekend vanwege Radio Row: twaalf blokken met kleine handelszaken in elektronica. De andere bedrijven volgden niet, zij bleven liever in midtown. Rockefeller vond er evenwel iets op: in 1958 richtte hij de Downtown-Lower Manhattan Association (DLMA) op. Wat hij voorstelde, was dat de hele buurt zou worden gesloopt en dat er een miljard dollar zou worden geïnvesteerd in de oprichting van een financiële wijk."

In 1958, het jaar van de Brusselse Expo, kon men dat soort voorstellen nog straffeloos doen. Zelfs zo laat als 1974 kon het Belgisch Instituut voor voorlichting en documentatie in zijn brochure nog trots melden dat "de min of meer verouderde gebouwen langs het Rogierplein, de Kruisvaartenstraat en de Bolwerklaan reeds onder slopershanden zijn gevallen" en dat "naarmate de werken vorderen, ook de huizen langs de Antwerpsesteenweg en nog verder zullen worden gesloopt". Dat alles om plaats te maken voor "een wijk die met de Amerikaanse naam Manhattan zal worden aangeduid".

In New York ging dat niet anders. Op 5 juni 1958 publiceerde de New York Times een lovend artikel over de plannen van Rockefeller met lower Manhattan. "De buurt wordt nu overdag bevolkt door 350.000 werknemers die 's avonds naar de buitenwijken terugkeren en de buurt levenloos achterlaten, met uitzondering van een paar politiemannen, de ratten en de bewoners van de woonkazernes." Aan het slopen van lage-inkomensbuurten was geen enkel stigma verbonden, dat heette slum clearance en er waren zelfs subsidies voor beschikbaar. De familie Rockefeller had een reputatie op dat vlak. Het beroemde Rockefeller Center werd gebouwd op het puin van acht miserabele huizenblokken in midtown, en voor de bouw van het Lincoln Center moesten de buurt San Juan Hill, beroemd geworden door de musical West Side Story, en haar twintigduizend Portoricaanse inwoners wijken.

Maar het lower Manhattan-project was wel heel erg ambitieus. De Rockefellers waren rijk, maar niet zo rijk dat ze dat miljard dollar zelf op tafel wilden leggen. Darton: "Het geniale van David Rockefellers plan was dat hij voorstelde dat de overheid lower Manhattan zou onteigenen en de nieuwe financiële wijk zou bouwen. Maar daarvoor moest er ten minste een schijn van openbaar nut aan het plan verbonden worden. Dat werd het World Trade Center."

'No war declared No storm had flared No sudden bomb so cruel Just a need for land And a greedy hand And a sign that said 'URBAN RENEWAL'

(Pamflet op een omheining rond een pas gesloopt woongebouw in 1971, het jaar waarin de eerste huurders hun intrek namen in het World Trade Center)

Zo hard als Eric Darton is in zijn oordeel over de Rockefellers, zo lovend is Angus Kress Gillespie, auteur van het andere WTC-boek, Twin Towers. The Life Of New York City's World Trade Center. "Wat de Rockefellers gedaan hebben, deden ze vanuit een soort noblesse oblige-gevoel", zegt Gillespie in New Brunswick, New Jersey, waar hij aan de Rutgers University Amerikaanse geschiedenis doceert. "Lower Manhattan was aan het wegkwijnen, na vijf uur 's middags was de buurt dood. David heeft er opnieuw leven in willen brengen."

Gillespie is het grondig oneens met de analyse van Darton dat het World Trade Center onderdeel uitmaakte van een gigantische vastgoedoperatie die als voornaamste doel had de eerdere investeringen van de Rockefellers te rentabiliseren. "Kom nu. David Rockefeller was toch al rijk genoeg. Hij had dat echt niet nodig. Nee, je moet dat zien tegen de protestantse achtergrond van de meeste Amerikanen. Het is de traditie dat wanneer iemand veel geld verdiend heeft, hij iets teruggeeft aan de samenleving. Dat is wat David Rockefeller in lower Manhattan gedaan heeft."

Maar ook Gillespie kon niet voorbijgaan aan het verzet tegen de WTC-plannen in 1964. Het was het jaar waarin Nelson Rockefeller zijn mislukte gooi deed naar het Amerikaanse presidentschap, en overal waar de kandidaat in New York opdaagde, werd hij begroet door boze families, bewoners en handelaars uit het onteigende Radio Row. Ze hadden hun kinderen mee, die spandoeken droegen met daarop slogans als 'Rockefeller, What Are You Doing To My Daddy?', 'Rocky Hates The Working Man', 'Rocky Sponsors Port Authority Dictatorship' en 'Rockefeller Signed Our Death Warrant: He Made The World Trade Center Land Grab Legal' (Rockefeller heeft ons doodsvonnis getekend: hij heeft de onteigeningen voor het World Trade Center wettelijk gemaakt).

Uit de slogans blijkt duidelijk dat de deals in verband met het WTC destijds een publiek geheim waren. In de woorden van Darton: "David had de toorts doorgegeven aan zijn broer Nelson, die als gouverneur van New York de Port Authority controleerde. Zo werd de Port Authority in een klap de grootste huisbaas van New York."

Het verzet kwam niet alleen van de kleine man. Oscar Nadel, eigenaar van een winkeltje op Radio Row en woordvoerder van de bewoners en handelaars van lower Manhattan, had steun gevonden bij een consortium van rivaliserende vastgoedontwikkelaars. Die richtten uit protest tegen de WTC-plannen het Committee for a Reasonable World Trade Center op. Dat Comité voor een Redelijk World Trade Center was niet geheel zonder eigenbelang: de voorzitter ervan was Lawrence Wien, de eigenaar van het Empire State Building, dat door de bouw van de Twin Towers gedegradeerd zou worden van het 'hoogste gebouw ter wereld' tot het derde hoogste.

Maar vooral vreesde het comité de impact van een miljoen vierkante meter extra kantoorruimte op de New Yorkse vastgoedmarkt. En omdat deze opposanten geld hadden, plaatsten ze paginagrote advertenties in de New York Times waarin ze hardop zeiden wat Rockefeller en de Port Authority aan het doen waren: een overheidsinstelling gebruiken om op de vastgoedmarkt te speculeren. Ze kregen ook de steun van de stad New York, die geheel buiten de deal was gelaten maar hem wel kon tegenhouden.

Uiteindelijk was alle verzet voor niets. Zoals eerder de staat New Jersey zijn verzet had laten varen in ruil voor de overname door de Port Authority van de bijna bankroete Hudson and Manhattan Railroad, de pendeltreinen tussen New Jersey en Manhattan, maakte ook de stad New York een deal. De Port Authority zou belastingen betalen zoals een privé-investeerder, tenminste voor het gedeelte dat aan privé-klanten was verhuurd. Dat bleek een kat in een zak toen begin jaren zeventig de vastgoedmarkt instortte en gouverneur Nelson Rockefeller een van de twee torens tot bovenaan vulde met 20.000 ambtenaren van de staat New York. In Brussel was de eerste van de WTC-torens ondertussen integraal verhuurd aan het ministerie van Openbare Werken. Van de acht geplande torens van 28 verdiepingen zouden er uiteindelijk maar drie gebouwd worden. In 1978 becijferde het Rekenhof dat de Belgische staat al 25 miljard frank had verloren aan het WTC-project.

- 'Professor, u zegt dat u weet waar King Kong naartoe gaat?' - 'Ja, dat weet ik... Beloof dat jullie hem zullen vangen zonder hem te verwonden, en ik vertel jullie waar.' - 'We hebben een deal. Waar gaat Kingo Kong naartoe?' - 'Er is één plaats in Manhattan die exact lijkt op een deel van zijn natuurlijke habitat. Laat hem erbij geraken en jullie zullen hem vangen. Laat hem klimmen... naar de top van het World Trade Center.' (Uit: King Kong II)

Vraag aan Angus Gillespie wat het definiërende moment was waarop Amerika de Twin Towers in zijn hart heeft gesloten, en hij zal antwoorden: "De remake van King Kong." Toen in juni 1976 de levensgrote, uit piepschuim en paardenhaar vervaardigde King Kong-pop drie nachten na elkaar van de 110de verdieping van het World Trade Center stortte om op de plaza beneden een mengeling van siroop en kleurstof te bloeden, stonden er vijfduizend nieuwsgierige New Yorkers op te kijken. Toen in de kranten de eerste advertentie voor de film verscheen, met de foto van Kong, die, bovenop het World Trade Center, met de ene hand vliegtuigen wegslaat en met de andere Jessica Lange vasthoudt, werden de producenten overstelpt met 25.000 aanvragen voor kleurenafdrukken.

"Het was een vreselijk belangrijke ontwikkeling in de Amerikaanse populaire cultuur dat regisseur John Guillermin besloten had om de slotscène niet, zoals in het origineel van 1933, op het Empire State Building te filmen maar wel op het World Trade Center", zegt Gillespie. "Het heeft de Twin Towers gevalideerd als de nieuwe Amerikaanse icoon, tenminste voor de grote massa." Zelfs Ada Louise Huxtable, de architectuurcriticus van de New York Times die de torens bij hun inhuldiging de grond had ingeboord, was ervan gecharmeerd: "Dit is camp op het hoogste niveau. King Kong heeft een beduidend betere houvast gekregen. In plaats van zich vervaarlijk vast te klampen aan de beroemde art-decotorenspits van het Empire State Building staat hij nu met beide poten stevig geplant op de twee nieuwe torens."

Er waren nog meer van die momenten, zegt Gillespie, met name de drie keren dat durfallen een stunt uithaalden op de Twin Towers. De eerste was de Fransman Philippe Petit, die op 7 april 1974 de security verschalkte en van bovenop de noordelijke toren een koord naar de zuidelijke toren schoot om vervolgens vijfenzeventig minuten aan een stuk op de koord te dansen. "Ik zeg wel koorddansen en niet -wandelen", getuigde een politieman van de Port Authority die hem moest arresteren. "Hij sprong op en neer. Hij ging op de koord liggen alsof hij een dutje wilde doen. Hij was absoluut zonder vrees." De tweede durfal was Owen J. Quin uit Queens, die op 22 juli 1975 de eerste basejump van het WTC deed. De derde, en voor Gillespie de belangrijkste, was George H. Willig uit Queens, die op 27 mei 1977 de honderd en tien verdiepingen van het WTC naar boven wandelde met een zelfgemaakt systeem dat hem toeliet om zijn voeten vast te klemmen in de gleuf voor de platformen van de ruitenwassers. "Willig was de belangrijkste omdat zijn klim zolang duurde dat er genoeg tijd was voor de tv-ploegen om ter plaatse te komen en het hele gebeuren te filmen. Maar deze daredevils waren alledrie een soort volkshelden. Omdat ze erin geslaagd waren de hoogste torens van New York te overwinnen. Ze hadden het WTC teruggebracht tot een menselijke schaal."

Zoals vele Amerikanen is Gillespie daar pas echt over beginnen na te denken op 26 februari 1993, de dag dat in een ondergrondse parkeergarage van het WTC een bomauto ontplofte. De explosie maakte zes doden en duizend gewonden. Zes weken na de aanslag kwam de Port Authority met heuglijk nieuws: het hele gebeuren zou een nettowinst opleveren van 200 miljoen dollar, het gevolg van de jobs en de economische activiteit voor de reconstructiewerken. De voorzitter van de Port Authority merkte op dat het nog een geluk was dat de aanslag gebeurd was nu er zoveel kantoren leegstonden, en niet in 1985, op het hoogtepunt van de Wall Street-boom, toen alles vol zat.

Voor veel New Yorkers was dat het moment waarop ze beseften dat de Twin Towers geheel ongemerkt een deel van hun leven en van de stad waren geworden. "Het was het scharnierpunt", zegt ook Darton. "Op 26 februari 1993 hebben de New Yorkers de Twin Towers omarmd als onderdeel van ons doorzettingsvermogen."

"I never liked the World Trade Center. When it went up I talked it down... They were ugly monoliths. They were an example of what was wrong with American architecture. And it stayed that way for twenty-five years. Until that Friday afternoon in February. When the bomb went off and the buildings became a great symbol of America... My whole attitude toward the World Trade Center changed overnight. I began to like the way it comes into view as you reach Sixth Avenue from any side street, the way the tops of the towers dissolve into white skies..."

(David Lehman in The Paris Review, 1996)

Hoewel de New Yorkers in 1993 vrede sloten met de torens, bleef de rest van de Amerikanen er ook na de aanslagen veeleer onverschillig tegenover staan. Tenslotte stonden ze in New York, en dat lag tot 11 september niet in Amerika. Zowel Darton als Gillespie, voor wie de aanslag van 1993 de reden was om hun boek te schrijven, zijn de mening toegedaan dat de Amerikanen ook na 1993 nog niet echt beseften welk een symboolwaarde de Twin Towers hadden voor de rest van de wereld.

Gillespie: "Terugblikkend is het nogal voor de hand liggend dat het Pentagon symbool stond voor de militaire macht van de Verenigde Staten en de Twin Towers voor de economische macht. Maar zoals een vis zich niet bewust is van het water rondom hem, zo zijn Amerikanen niet altijd in staat om hun eigen symbolen te herkennen omdat we zo in onze eigen cultuur ondergedompeld zijn. Voor buitenlanders is dat veel evidenter."

Darton: "Amerikanen zijn volstrekt niet in staat om zich voor te stellen hoe anderen ons zien. Dat de Twin Towers door de rest van de wereld beschouwd werden als een symbool van arrogantie, dat gaat er bij ons niet in. Wie ook achter de aanslagen zit, het zijn mensen die een veel dieper inzicht hebben in onze psyche dan wijzelf. Ik was ertegen dat de torens in 1993 opnieuw in gebruik werden genomen. Het was een doelwit. Build it and they will shoot it down."

Op de 'Wat nu?'-vraag zal niet snel een antwoord komen. In de eerste opiniepeilingen zei een overweldigende meerderheid van de Amerikanen dat de Twin Towers zo snel mogelijk heropgebouwd moesten worden. Een luisteraar op talkradio stelde voor om er drie te bouwen, maar de middelste dubbel zo hoog te maken (de middenvinger, vat u hem?). Maar in een recente Harris-opiniepeiling waren de Amerikanen bijna evenredig verdeeld tussen heropbouwen (32 procent), iets anders in de plaats bouwen (31 procent) en een gedenkteken zonder nieuwe gebouwen oprichten (30 procent). Burgemeester Rudolph Giuliani vindt heropbouwen "geen goed idee". Vastgoedmagnaat Donald Trump wil dat er iets "stoerders en mooiers" in de plaats komt, maar eigenaar Larry Silverstein denkt aan vier torens van slechts vijftig verdiepingen. Silverstein sleepte pas enkele weken voor de aanslagen de lease voor de volgende negenennegentig jaar in de wacht, na een openbare aanbesteding die het gevolg was van de jarenlange inspanningen van onder meer Giuliani om het WTC aan de Port Authority te onttrekken.

Als het van Darton afhangt, "moet er een moratorium van minstens een jaar komen op de heropbouw en op onze reactie op de aanslagen. Maar wat er ook in de plaats komt, het mag niet opnieuw een symbool van arrogantie zijn. Laten we van deze gelegenheid gebruikmaken om opnieuw aansluiting te zoeken met de rest van de wereld in plaats van er 'fuck you' tegen te zeggen." Gillespie is niet zeker: "Praktisch gezien zou ik mij bij Silverstein aansluiten. Maar emotioneel zou ik ze toch liever exact terug hebben zoals ze waren."

Darton: 'Amerikanen zijn volstrekt niet in staat om zich voor te stellen hoe anderen ons zien. Dat de Twin Towers door de rest van de wereld beschouwd werden als een symbool van arrogantie, dat gaat er bij ons niet in. Wie ook achter de aanslagen zit, het zijn mensen die een veel dieper inzicht hebben in onze psyche dan wijzelf'Gillespie: 'Terugblikkend is het nogal voor de hand liggend dat het Pentagon symbool stond voor de militaire macht van de Verenigde Staten en de Twin Towers voor de economische macht. Maar zoals een vis zich niet bewust is van het water rondom hem, zo zijn Amerikanen niet altijd in staat om hun eigen symbolen te herkennen omdat we zo in onze eigen cultuur ondergedompeld zijn. Voor buitenlanders is dat veel evidenter'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234