Vrijdag 24/09/2021

Hoe jong geweld orkaan Stan te lijf ging

In New Orleans werd deze week Katrina herdacht. Als om de waakzaamheid kracht bij te zetten, diende zich meteen ongenode gast Ernesto aan. 'Naar welke naam zal de volgende booswicht luisteren?', vragen ook de jongeren van El Salvador zich af. Vorig jaar hielpen ze met man en macht levens redden, toen de allerdodelijkste orkaan van het seizoen, Stan, een ware ravage aanrichtte in Centraal-Amerika.

Door Lode Delputte

Dat Katrina onbevattelijke rampspoed aanrichtte in het zuiden van de VS, daar zijn ruimschoots plaatjes van gemaakt. Zoveel dat de orkaan zelfs maanden later amper media-aandacht prijsgaf, toen een nog meer noodlottige soortgenoot zich aan het broze Centraal-Amerika vergreep.

Bijna 1.600 doden tekenden ze daar op (bij Katrina waren het er 1.322, aldus het CRED-rampenonderzoekscentrum van de UCL), tienduizenden anderen raakten have en goed kwijt. Stan, zo heette de boosdoener laconiek. Het waren de eerste dagen van oktober.

Uur: 22.00; datum: 02/10/2005; plaats: Col. 14 de diciembre Sonsonate; naam: Salvador Oswaldo Calderon Gil; leeftijd: 50; doodsoorzaak: instorting.

De dodenlijst van het Nationale Noodcomité in El Salvador valt nog steeds op het internet te raadplegen. Meestal zijn de gegevens vrij precies, maar een tiental vakjes gaapt wit en leeg: er staat geen naam bij, geen leeftijd of doodsoorzaak. Anonieme slachtoffers, allemaal omgekomen op 2, 3 of 4 oktober vorig jaar.

"Het waren helse dagen", herinnert zich tiener Reinaldo uit Cantón Álvarez, een over een vulkanische helling gedrapeerd oord op 10 kilometer van de hoofdstad San Salvador. "Op zijn hoogtepunt bezat Stan orkaankracht één, zwakker dan Katrina. Maar de duivel zat in de staart. Het was de regen die hij meebracht, dat angstaanjagende, dag en nacht striemende watergordijn."

En toen gebeurde het: "Eerst viel de elektriciteit uit. Daardoor konden we niet langer naar de radio luisteren, tv-kijken en het weerbericht volgen. Daarna begon het te rommelen en kwamen de stenen uit de bergen neer gerold, sommige zo groot dat zelfs Samson ze niet los had kunnen wrikken. Toen begonnen de lemen muren van de woningen af te kalven. Tot ze als kaartenhuisjes in elkaar klapten."

En toch, een Louisiaanse hecatombe heeft zich in El Salvador niet voorgedaan. Deze keer niet. De twijfelachtige eer van de volle laag ging naar buurland Guatemala. Bedolven onder de smurrie werd een rist inheemse dorpen aan het anders zo bekoorlijke Atitlanmeer meteen tot massagraf uitgeroepen. 1.500 lijken telden ze er, in een land waar meestal niet het natuurgeweld, maar dat van de mens zielen opvordert.

In El Salvador, waar Stan 54.000 burgers op de vlucht dreef maar slechts 72 doden maakte, boften ze al bij al. Een relatieve meevaller in wat de jongste jaren alleen maar eco-geo-klimatologische misère was geweest: Mitch had onverbiddelijk toegeslagen in 1998, en in 2001 had een aardbeving met de kracht van 7,6 op de schaal van Richter meer dan 800 Salvadoranen het leven gekost.

Laten we niet minnetjes doen, ook Stan was een gesel. Maar wat is het dat erger heeft voorkomen? Blind toeval? Een door Moeder Natuur vergund buitenkansje? Eenmalige korting op het onheil? Vermoedelijk wel, al zijn er ook minder arbitraire verklaringen.

"Goede organisatie", denkt voor zijn part Joel, een zeventienjarige jongeman met een brilletje en een Che Guevara-armband om de pols. Behalve Joel en Reinaldo zijn ook Cindy, Gerson, Jaime Omar, Marvin Ernesto en de anderen present. De bijna voltallige jongerenreddingsteams uit Cantón Álvarez en Santo Tomás vertellen hoe ze door effectief preventiewerk en doortastend optreden mensenlevens hebben gered.

De jongerengroep is al sinds de aardbeving van vijf jaar geleden in touw. Op een stadsplan hebben ze de risicozones van hun gemeenschap uitgetekend. De kwetsbaarste gebieden, waar vorig jaar de modderstroom doorheen gutste, staan rood omcirkeld. In het blauw staan schuilplaatsen, scholen of een kerk bijvoorbeeld. Goed voorbereid als ze waren, stelden ze bij Stans doortocht meteen hun noodplan in werking.

"Toen het stortregenen maar niet ophield en we snapten wat eraan zat te komen zijn we met zonder treuzelen met de burgemeester gaan praten", getuigt Gerson.

"Eerder hadden we gelukkig het vertrouwen van heel wat inwoners gewonnen, wat aanvankelijk niet zo makkelijk gebleken was. Jongeren die preventie- en noodwerk kwamen doen? Daar hadden veel volwassenen niet van terug, ook als ze zelf geen flauw idee hadden van hoe je dat doet, efficiënt op noodsituaties antwoorden."

Gezinnen die in risicogebieden woonden, werden aanstonds door de jongeren gewaarschuwd. "Aan de do's en don'ts herinnerd", legt Jaime Omar uit. "Op de dichtstbijgelegen schuilplaatsen gewezen."

"Neem die 28 families die alles verloren hadden", vertelt een van de meisjes. "Ze kregen alle water uit de vulkaan over hun huizen heen. Niets bezaten ze nog. Geen kleren, geen schoenen, geen medicijnen, geen huisdieren, nada. De eerste dag hadden ze zelfs geen eten. Maar toen hebben we de schooldirectie overtuigd, en die heeft maaltijden voor ze geregeld."

"Weten jullie het nog?", vraagt een jongeman. "Die familie die mordicus thuis wou blijven en die we pas na lang aandringen konden evacueren? Dat gezin is ternauwernood aan de dood ontsnapt en is ons nadien komen feliciteren."

"Een van de dringendste dingen die ons in de dagen na Stan te doen stonden", gaat Joel verder, "was onze woongemeenschappen weer toegankelijk maken. Er waren immers geen wegen meer, er moesten bergen modder en smeerboel worden geruimd, bomen en puin. Het was bovendien 7 kilometer stappen naar de dichtstbijzijnde, berijdbare weg. Vandaar hebben we toen met man en macht onze dorpen helpen bevoorraden."

Kletsnatte, vieze maar vooral aangrijpende dagen waren het. Na de ramp maakte de groep de balans op van positieve en negatieve lessen: de getroffen families werden makkelijk bereikt en er kon veel leed vermeden worden, concludeerden de jongeren. Terzelfder tijd bleken de voedselvoorraden in de woongemeenschappen te gering, was er een tekort aan reparatiematerialen en woog de aanwezigheid van misdadigers en plunderend geteisem op de hulpverlening.

Nu daar sprake van is: een van de oprichters van het jonge noodcomité ontbreekt vandaag op het appel. Dany (15) zou er nochtans wat graag bij geweest zijn, verzekeren zijn vrienden. Maar hij heeft de groep enkele weken geleden verlaten.

Verlaten? Nou ja, Dany werd vermoord door de mara's, de brutale jongerenbendes die niet alleen El Salvador, maar heel Centraal-Amerika in de klem houden. Natuurrampen en de sociale ellende die ze veroorzaken, drijven de misdaadcijfers overigens wel vaker naar nieuwe pieken.

Maar terug naar de orkanen. Voor het Caraïbische gebied en Centraal-Amerika zal 2005 geboekstaafd blijven als een annus horribilis. Met Debby en Ernesto is het nieuwe seizoen intussen zo goed als begonnen. En daarmee ook het bange afwachten. Naar welke naam zal de volgende Atlantische booswicht luisteren? Wordt het Florence? Gordon? Helene, Isaac of Joyce?

Of zal het Latijnse alfabet ook dit jaar niet tegen het tropische geweld bestand zijn, en in de Griekse reserve moeten putten? Volgens het deze week verschenen rapport 'Up in Smoke' van de Working Group on Climate Change and Development komen ze ook in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied van de regen in de drop.

"Tropische stormen zullen meer schade berokkenen naarmate de klimaatwissel intenser wordt", schrijven de auteurs - in een ruk door met de vinger wijzend naar ongebreidelde ontbossing en erosie, structurele en dus infrastructurele armoede en, niet in de laatste plaats, de uitstoot van broeikasgas in de industrielanden.

In New Orleans houden ze hun hart vast. Maar ook in El Salvador heeft dit regenseizoen al katoen gegeven. Nu al zijn er doden gevallen en dient de eerste ellende zich aan.

Ondanks de noodgedwongen maar groeiende zelfredzaamheid van de burgers klinkt de kritiek door dat het land niet klaarstaat voor het aanstormende orkaantij. Dat er door politiek en ander gekrakeel oeverloos lang getreuzeld is met de herstellingswerkzaamheden. Want hoe kan het bijvoorbeeld dat sommige huizen aan de monding van de Lemparivier, bij de Stille Oceaan, een jaar na Stan nog altijd onder water staan? Dat de beloofde dijken er niet gekomen zijn en dat werken die ten laatste in mei afgelopen hadden moeten zijn maar half aangevat werden en nu al stilliggen wegens regenseizoen?

"In lang niet alle gemeenschappen hebben de mensen zo goed naar de generaties van de toekomst geluisterd als bij ons", geeft Joel zijn verklaring. "In veel dorpen is het niet eens mogelijk om jongerengroepen op te richten, omdat ouders bang zijn dat hun kinderen in de misdaad terechtkomen."

En nochtans: "Wat wij willen, is mensen gewoon helpen als we door orkanen, aardbevingen of andere rampen getroffen worden. Klaarstaan, voor zover je dat met orkanen kunt."

Deze jongeren krijgen de steun van Plan International, dat op kindgerichte gemeenschapsontwikkeling focust. De reportage kwam tot stand in samenwerking met Plan België. (www.plan-belgie.org.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234