Maandag 23/11/2020

InterviewIngrid von Oelhafen

Hoe Ingrid von Oelhafen ontdekte dat ze als baby door de nazi's werd gestolen

Ingrid von Oelhafen toont het inentingsbewijs dat haar op weg zette naar haar eigen familiegeschiedenis.Beeld Andy Boag

Als baby rukten de nazi’s Ingrid von Oelhafen uit de armen van haar moeder. Ze werd ongewild onderdeel van een rassenzuiveringsexperiment. Ruim een halve eeuw later is ze nog steeds op zoek naar het antwoord op de vraag: ‘Wie ben ik?’

Vijftien jaar oud is Ingrid von Oelhafen wanneer ze in 1956 in het centrum van Hamburg plots oog in oog staat met een affiche met een foto van zichzelf. Onderaan staat een oproep van het Duitse Rode Kruis: ‘Wie weet wie onze ouders zijn en waar we vandaan komen?’

Hoe die foto op die affiche verzeild is geraakt, daar had Von Oelhafen zelf het raden naar. En ook al wist ze dat haar ouders eigenlijk haar pleegouders waren, toch kwam de ontdekking van die affiche als een schok. “Niemand had me verteld dat er mensen naar mij op zoek waren”, zegt Von Oelhafen vandaag over het incident. “Ergens hoopte ik dat er iemand zou opstaan en zeggen: ‘Dat is mijn dochter.’ Aan de andere kant was er meteen ook de angst dat ik wéér mijn hele leven zou moeten omgooien.”

De 78-jarige Von Oelhafen vertelt de anekdote met een zekere gereserveerdheid, alsof het om iemands anders leven gaat. Het kan aan de online verbinding liggen, maar veel emotie valt er bij haar niet te bespeuren. “Het is moeilijk voor me om mijn verhaal te vertellen aan een buitenstaander”, geeft ze toe. “Prijs je gelukkig dat we videobellen. Had je in mijn living gezeten, dan zou ik helemaal dichtklappen.”

En toch liet Von Oelhafen haar levenswandel optekenen door de Britse journalist Tim Tate. Niemandskind  verschijnt na succesvolle uitgaves in meer dan vijftien landen nu ook in het Nederlands (en in Zuid-Korea). “Had ik dat geweten, was ik er nooit aan begonnen”, zegt Von Oelhafen. Tate, die vanuit het Verenigd Koninkrijk inbelt, moet lachen. 

Waarom heeft ze dan toch beslist het verhaal te laten optekenen? “Ik dacht dat er misschien nog mensen zouden zijn die nog nooit over Lebensborn hebben gehoord, of die de mythes die erover circuleren geloven”, zegt ze. 

Himmler

Het hoge woord is eruit. Lebensborn, letterlijk vertaald levensbron, was een persoonlijk project van Heinrich Himmler. Hij stond aan het hoofd van de SS, de elitedivisie van de nazipartij NSDAP. Al is het voor Von Oelhafen meer dan een geschiedenisles: voor haar is het de reden waarom ze op vijftienjarige leeftijd niet kon antwoorden op de vraag: ‘Wie zijn mijn ouders?’

Het idee voor Lebensborn ontsproot uit de rassentheorie die de nazi’s aanhingen. Die stelde dat enkel Ariërs doorgingen voor ideale mensen (übermenschen), alle andere mensen niet. Als de vernietigingskampen in het algemeen en de Endlösung specifiek de extreme uitwassen van dat geloof waren – iedereen die niet voldoende ‘mens’ was, moest worden gedood – dan gold Lebensborn als de andere kant van dat verhaal.

In een poging om het Arische ras uit te breiden, wilde Himmler het geboortecijfer opkrikken. Sowieso werden Duitse vrouwen aangemoedigd om veel kinderen te krijgen. Maar ook SS-soldaten kregen die opdracht. Als dat dan even niet bij hun eigen vrouw gebeurde, dan was dat maar zo en zou de Duitse staat zich ontfermen over hun kroost in zogenaamde tehuizen van de Lebensborn Vereniging. Ook andere ongehuwde vrouwen konden daar terecht om hun kind ter wereld te zetten, zolang ze voldeden aan Himmlers rassenvereisten.

Over heel Europa werden tijdens de oorlogsjaren dat soort kraamhuizen opgericht door de nazi’s. Vooral in Noorwegen, het Noorse volk vertoonde volgens Himmler veel gelijkenissen met het Arische ras. Ook in ons land zouden er twee zulke tehuizen geweest zijn, in Wolvertem en het kasteel van Wégimont nabij Luik.

Hoe groter het door de nazi’s gecontroleerde grondgebied werd, hoe meer de focus ook verschoof naar het ‘germaniseren’ van plaatselijke kinderen. Dat is een eufemisme voor het stelen van kinderen die er Arisch genoeg uitzagen om ze op te laten voeden in een Duits pleeggezin.

Ingrid von Oelhafen met een jeugdfoto. ‘Waar moest ik beginnen met het zoeken van antwoorden?’Beeld Andy Boag

Dat zij zelf een van die gestolen kinderen is, wist Von Oelhafen nog niet op het moment dat ze een affiche van zichzelf tegenkwam in 1956. Net als de rest van de wereld kende ze Lebensborn op dat ogenblik nog niet. Dat ze niet de echte dochter is van Hermann en Gisela von Oelhafen, wist ze op dat moment wel al.

“Ik was tien jaar oud en ging met mijn vader naar de dokter omdat ik ziek was”, zegt Von Oelhafen. “Die riep een zekere Erika Matko binnen in zijn vertrek. Tot mijn grote verbazing stond mijn vader op om samen met mij naar binnen te gaan.”

Omdat de band met haar vader zo slecht was, durfde de tienjarige Von Oelhafen er geen opmerking over maken. Pas thuis vertrouwde ze het een huishoudster toe. “Zij vertelde me dat ik eigenlijk een weeskind ben”, zegt Von Oelhafen. “Echt geschokt was ik niet. De voorbije jaren leefde ik zo vaak gescheiden van mijn ouders, dat die gedachte niet vreemd klonk (tussen haar vijfde en tiende levensjaar leefde Ingrid in weeshuizen, met sporadisch bezoek van haar ouders, PG). Bovendien voelde ik me nooit echt welkom bij hen.”

Roze papiertje

De vraag wie ze is en wie haar ouders zijn, bleef daarna ettelijke decennia in de lade liggen. Von Oelhafen trok uit het ouderlijk huis – haar vader overleed vroeg, haar moeder kreeg een ongeluk en werd zwaar hulpbehoevend – en bouwde haar eigen leven op. Dat leidde haar door Duitsland, Oostenrijk, Engeland en de Verenigde Staten. In de jaren zeventig opende ze haar eigen praktijk als fysiotherapeute in Osnabrück. 

“Ik wist wel dat het Rode Kruis naar me op zoek was geweest”, zegt ze. “Maar ik was vooral bezig met het leren van een beroep, vrienden maken en hobby’s uit te bouwen”, zegt Von Oelhafen. “Kortom, ik was bezig met het leiden van mijn leven.”

Voor een buitenstaander lijkt dat misschien gek, volgens Tate en Von Oelhafen is het dé manier waarop zowat alle Lebensborn-kinderen met de vraag naar hun identiteit omgingen. “Veel onder hen zijn pas op latere leeftijd beginnen zoeken naar hun ware identiteit”, zegt Tate.

Bovendien was het in het naoorlogse Duitsland niet ongewoon dat kinderen geen ouders meer hadden. Veel details uit de Tweede Wereldoorlog bleven er ook lang taboe. “Vergeet niet dat veel ouders gewoon weigerden om antwoord te geven aan Lebensborn-kinderen die vragen stelden”, zegt Von Oelhafen. “Waar moest ik dan beginnen met het zoeken van antwoorden?”

Toch bleef het knagen. “Ja, natuurlijk stelde ik me vragen”, zegt ze vandaag. Wat was er met mijn ouders gebeurd? Waren ze dood? Wilden ze mij niet? Zat mijn vader in de gevangenis?”

Het zal tot de herfst van 1999 duren eer Von Oelhafen erachter komt dat ze deel uitmaakte van dat nazi-experiment. Het zal haar echter nog jaren kosten eer ze begrijpt wat Lebensborn, op dat moment nog relatief onbekend, juist is.

Eigenlijk komt ze er per ongeluk achter, nadat haar pleegmoeder uit haar leven verdwenen is. Die is naar Gran Canaria verhuisd, waardoor de familie Von Oelhafen haar oude kamer in Hamburg besluit op te ruimen. Het is daar dat Ingrid von Oelhafen het oude en karig ingevulde dagboek van haar pleegmoeder vond en enkele officiële documenten die haar op weg zetten naar haar echte identiteit.

Vooral een verkreukeld, roze papiertje zal belangrijk blijken. Het is een inentingsbewijs tegen polio van Erika Matko, geboren op 11 november 1941 en dus het bewijs dat Ingrid von Oelhafen ooit Erika Matko geweest is. Een tweede document bevat nog een spoor, een officiële stempel met daarop: ‘Lebensborn Haim Sonnenwiese, Kohren-Sahlis.’

Die twee aan elkaar linken, bleek een werk van lange adem. Het zal Von Oelhafen vijftien jaar kosten eer ze er een beetje zicht op krijgt. Onderweg werd ze geholpen door de Duitse historicus Georg Lilienthal, door de aanmoedigingen van talloze lotgenoten en, vooral, door haar eigen doorzettingsvermogen om heel Europa te doorkruisen, archieven te bezoeken en brieven te versturen naar elke denkbare Matko.

Tim Tate, de Brtise journalist die het verhaal van Ingrid von Oelhafen optekende.Beeld Andy Boag

Rond 2014 heeft ze het plaatje ongeveer rond. Von Oelhafen blijkt gestolen te zijn in 1941, uit wat nu Slovenië is. Haar ouders, twee partizanenstrijders, kregen samen met de rest van het dorp het bevel om hun kinderen te laten screenen door de nazi’s. Ingrid, toen nog Erika Matko, werd voldoende Arisch bevonden om opgenomen te worden in het Lebensborn-programma. Lees: om gestolen te worden. Haar broer en zus niet, die mochten terug met hun ouders naar huis. Opmerkelijk is dat de ouders Matko wél een derde kind terug mee naar huis kregen.

Aangezien haar ouders niet meer leven en niemand anders in de familie haar kan vertellen wat er die dag gebeurde, blijft dit voor Von Oelhafen een mysterie. De hypothese is dat haar moeder na de screening bij de soldaten bleef aandringen dat ze ook haar derde kind terug naar huis wilde nemen. Waarop de nazi’s haar snel een kind in de handen geduwd zouden hebben.

Of dat klopt, valt onmogelijk te achterhalen. Feit is wel dat er tot op de dag van vandaag een Erika Matko leeft in Slovenië terwijl Von Oelhafen er zo goed als zeker van is dat zij ooit onder die naam door het leven ging.

Familienaam

Via DNA-stalen kon Von Oelhafen achterhalen dat ze inderdaad familie is van de Matko’s in Slovenië. Tegenwoordig gaat ze door het leven als Ingrid Matko-Von Oelhafen. Al is dat vooral het gevolg van een legaal dispuut: de adellijke familie Von Oelhafen wilde er niet mee instemmen haar de volledige familienaam te gunnen.

“Ik houd niet van mijn samengestelde achternaam”, zegt Ingrid. “Telkens als ik naar de dokter ga bijvoorbeeld, is er wel iemand die me vraagt hoe het komt dat ik zo’n interessante naam heb. Maar dan heb ik niet veel zin om dat uit te leggen.”

Maar het mysterie achter wie haar identiteit overgenomen heeft, blijft wel bestaan. De Matko’s hebben Ingrid immers gevraagd geen contact meer te zoeken met Erika, die een zwakke gezondheid heeft.

Eén keer heeft ze op het punt gestaan aan te bellen bij de andere Erika Matko. Uiteindelijk heeft ze het verzoek van de familie ingewilligd, zij het niet van ganser harte. “Ik wil haar nog altijd spreken”, zegt Von Oelhafen. “Ik wil haar vragen of ik een DNA-staal mag afnemen. Alleen zo kan ik zeker weten dat ze niet tot de familie behoort en ik wel. Maar ik zou ook gewoon met haar willen praten. Zij heeft mijn moeder gekend. Via haar kan ik te weten komen wie mijn moeder was. Wat voor vrouw was ze? Had ze hobby’s? Was ze een liefhebbende moeder? Dat vraag ik mij vandaag nog altijd af.”

Niemandskind. Ik groeide op in Hitlers project ‘Lebensborn’. Ingrid von Oelhafen en Tim Tate, Harper Collins, 288 p.

Beeld rv

Ook ABBA-zangeres Frida is een ‘Lebensborn-kind’

Het meest bekende Lebensborn-kind is wellicht Anni-Frid Lyngstad, beter bekend als Frida van de Zweedse popgroep ABBA.

Lyngstad werd geboren in 1945, in een van de vele Lebensborn-tehuizen in Noorwegen. Haar moeder, Synni Lyngstad, was een jonge Noorse vrouw die verliefd geworden was op de SS-officier Alfred Haase. Negen maanden na een laatste passionele liefdesnacht voor Haase terug naar Duitsland moest, werd Anni-Frid geboren in een Lebensborn-huis.

Na de oorlog keerde de Noorse bevolking zich zeer sterk tegen collaborerende burgers. Ook de naar schatting 50.000 vrouwen die de lakens gedeeld hadden met Duitse soldaten werden daarbij geviseerd. Hetzelfde gold voor de 12.000 kinderen die zij verwekten met een Duitse vader. De helft van die kinderen zou geboren zijn in een Lebensborn-tehuis.

Velen onder hen verloren hun staatsburgerschap en stemrecht. Tallozen werden gedeporteerd naar Duitsland. In afwachting van die reis werden ze opgesloten in detentiekampen. Pas in 2018 excuseerde de Noorse regering zich officieel voor die wandaden. Zestien jaar eerder had een rechtszaak om schadevergoedingen niets opgeleverd.

Om aan dat strenge repressiebeleid te ontkomen, vluchtte Anni-Frid Lyngstad samen met haar grootmoeder in 1947 naar Zweden. Haar moeder zou een maand later volgen, maar niet snel daarna overlijden aan nierfalen. Lyngstad was op dat ogenblik nog geen twee jaar oud. Haar grootmoeder voedde haar op, al bleven de twee ook in nauw contact met de Noorse familie.

En haar vader? Aangezien het schip waarmee Haase terug naar Duitsland voer gezonken was, ging de familie Lyngstad ervan uit dat Haase overleden was.


Tot een zekere Peter Haase in 1977 in Duitsland het tienermagazine Bravo kocht. Daarin stond een artikel over het leven van de intussen wereldberoemde ABBA-zangeres Frida. Het magazine vermeldde ook de namen van haar ouders. Bij Haase ging een belletje rinkelen. Zou het kunnen dat hij een halfzus had? Hij confronteerde zijn vader met zijn vermoeden en kwam zo te weten dat hij niet alleen een halfzus heeft, maar dat die ook zangeres is in de grootste popgroep van het moment.

Anni-Frid Lyngstad ontmoette haar vader later dat jaar. Al was dat geen blij weerzien. “Het is moeilijk”, zou ze daar achteraf over vertellen. “Het zou anders geweest zijn mocht ik nog een kind geweest zijn. Maar nu kan ik niet echt een band opbouwen of van hem houden zoals ik zou gedaan hebben mocht hij mij hebben zien opgroeien.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234