Woensdag 23/09/2020

De Verzoening

Hoe ik toch verliefd werd op Luke Skydinges en Obi-Wan Whatever

Stormtroopers in aantocht. Een scène uit Rogue One: A Star Wars Story.Beeld rv

Jarenlang hield Stef Selfslagh vol dat alle Star Wars-films cinematografische miskleunen zijn. Tot hij er samen met zijn achtjarige zoon ook eens naar kéék. Nu vraagt hij zich nog maar één ding af: of hij tijdens de vertoning van Rogue One: A Star Wars Story zijn Jedi-badjas zou aantrekken of niet.

“Ik kijk niet naar die zever.” Dat was, kort samengevat, mijn standaardantwoord wanneer iemand me de voorbije decennia vroeg wat ik van de nieuwste Star Wars-film vond. Het lijkt een onbezonnen repliek, maar dat was het niet. Ik had al genoeg fragmenten gezien om te weten dat de meeste Star Wars-acteurs het qua acteertalent moesten afleggen tegen Jabba de Hutt. Ik had al genoeg dialogen horen naspelen om te begrijpen dat ze wellicht geschreven waren door een aan Hawaiiaanse paddo’s verslaafde scenarist. En ik wist al genoeg van marketing om achter de lancering van elke nieuwe episode niet zozeer de realisatie van een artistiek oeuvre dan wel de ontwikkeling van een merchandising-imperium te zien.

Star Wars, zo liet ik iedereen in mijn oneindige wijsheid weten, was een Hollywood-franchise voor volwassen mannen die nog altijd last hebben van puisten. Voor IT’ers met onderontwikkelde sociale vaardigheden en overijverige zweetklieren. En voor would-be-intellectuelen die in onbegrijpelijke verhaallijnen een mythologisch drama ontwaren.

Voor u in de verleiding komt om te denken dat mijn afkeer van Star Wars een geval van schijterige culturele correctheid was: ik hou van films als Ghost, The Pursuit of Happyness en War of the Worlds en ben bereid om dat morgen voor een onderzoekscommissie van Zurenborgse cultuurliefhebbers te herhalen. Hadden de space operas van Star Wars ook maar de minste aantrekkingskracht op me uitgeoefend, ik had het overal rondgetoeterd. Maar de waarheid is dat Luke Skydinges en Obi-Wan Whatever me alleen maar diep deden zuchten.

Beste belachelijkste films ooit

En toen kwam de dag waarop ik tot twee keer toe iets te diep in de ogen van mijn achtjarige zoon keek. Een eerste keer toen hij me ’s ochtends in de Carrefour met een smekende pruillip de complete Star Wars-dvd-box toonde, een tweede keer toen hij me ’s middags op Bambi-toon vroeg om samen met hem naar Episode 1: The Phantom Menace te kijken. “Als ik het te eng vind, kan ik dicht tegen je aankruipen”, fezelde de gluiperd.

Van The Panthom Menace kwam Attack of the Clones, van Attack of the Clones kwam Revenge of the Sith, van Revenge of the Sith kwam A New Hope en voor ik het goed en wel besefte had ik de hele intergalactische filmcyclus achter de kiezen. Storm Troopers kwamen en stierven, Obi-Wan Kenobi vernederde General Grievous, Anakin Skywalker transformeerde in Darth Vader, Yoda verhuisde naar de moerassen van Dagobah en Han Solo en Princess Leia verwekten in een bedstee far away het smeerlapje genaamd Kylo Ren. En ondertussen voltrok zich een nog veel groter mirakel: ik begon zowaar van die Star Wars-onzin te houden.

Niet dat mijn jarenlang gekoesterde vooroordelen niet bleken te kloppen: de zeven Star Wars-films waren inderdaad de belachelijkste films die ik ooit gezien had. Maar het waren wel de béste belachelijkste films die ik ooit gezien had.

Poëtische overdaad

Nog nooit had ik flauwekul aanschouwd die met zoveel liefde gemaakt was. Dwaasheid ondergaan die zo consequent werd volgehouden. Nonsens aangehoord die met zoveel ernst werd verkondigd. Plots begreep ik wat de Star Wars-cyclus écht was. Geen half religieuze parabel over goed en kwaad – je moet al een door wierook beneveld brein hebben om in die strijd tussen de Jedi en de Sith een spirituele boodschap te zien – maar wel één langgerekte ode aan de verbeelding.

De makers van Star Wars huldigen duidelijk het motto ‘If we can think it, we can make it’. Dat blijkt uit de feestelijk geflipte wezens die de creature designers van George Lucas in elke film tot leven wekken. Een humanoïde met een extreem hoog hoofd waarin een tweede hart en een binair hersensysteem verstopt zitten? We can do that. Een mug van 1 meter 37 die op autoritaire wijze een schroothandel voor onderdelen van ruimteschepen runt? No problem. Een kruising tussen een hyena en een boxer die verloren ledematen weer kan laten aangroeien? Sure. Een slakachtige vleesmassa die tijdens het runnen van zijn criminele organisatie bevallige slavinnen op de schoot neemt? Got it.

Star Wars, een universum vol geflipte wezens.Beeld Photo12

In de zeven eerste Star Wars-films lopen zo’n 250 verschillende creaturen rond. Gemiddeld ongeveer 35 schepsels per film, waarvan sommige nog niet eens een halve minuut in beeld komen. Dat is van een overdaad die ronduit poëtisch is.

‘Huiswerk ik heb niet, papa’

Maar het is vooral het werk van artdirector en decorontwerper Norman Reynolds dat ervoor zorgt dat je ondanks al je inhoudelijke bezwaren in het krankzinnige universum van de Lucas-film wordt meegezogen. De door en door duistere sfeer van Galactic City reduceert een onnozele dialooglijn tot een detail. In de onheilspellende woestijnvlakten van Tatooine valt het niet op dat de wenkbrauwen van Anakin Skywalker nog acteerlessen aan het volgen waren. En wanneer je Darth Vader in zijn meditatiekamer dreigend hoort ademen, komt het niet eens in je op om je af te vragen waarom Vadermans – toch de gemantelde bad guy par excellence – zich maar blijft schikken naar de wensen van die malle keizer Palpatine.

In Star Wars overklassen de beelden de woorden, de ruimtewezens de acteurs en de decors de verhaallijnen. De makers geven je een prima excuus om twee uur lang even geen rationeel denkend wezen te zijn, en boy, kan dat deugd doen.

Voor alle duidelijkheid: een kenner ben ik nog niet. Daarvoor verwar ik Darth Maul nog net iets te vaak met Darth Tyranus en Tion Medon met Mas Amedda. Maar een lid van de fanclub ben ik ondertussen wél. Mijn Jedi-badjas zit al in het winkelmandje van bol.com, de YouTube-trailer van Rogue One staat op repeat en mijn zoon en ik oefenen elke dag gedisciplineerd de Yoda-taal (“Huiswerk ik heb niet, papa.” “Oppassen jij moet, zoon. Want je schoolagenda checken ik zal.”)

George Lucas heeft me dus bij mijn lightsaber, en nog geen klein beetje. Maar gelukkig zal ik nooit bezwijken voor die andere Hollywood-mindfuck: James Bond. Wat een zever, zeg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234