Maandag 20/01/2020

Reportage

Hoe hippe blanke New Yorkers de arme zwarte inwoners verdrijven

Graffiti-artiesten organiseren een buurtfeest voor een opvallend hip, blank publiek in Bushwick. In enkele jaren tijd onderging deze Brooklyn-wijk een heuse gedaante­verandering. Beeld Corbis via Getty Images

Dat Brooklyn gentrificeert, is niets nieuws. Maar het tempo en de massaliteit waarmee de bovenklasse de straten herovert op de armere, vaak zwarte bevolking, is ongekend. Met schrijnende situaties en een felle strijd tussen huurders en huisbazen tot gevolg.

'Leslie Morrison? Kings­land LLC?” Het loopt tegen lunchtijd op vrijdag 11 mei in het Housing Court in Brooklyn, New York, als rechter Kevin McClanahan aan de zaak LT-063710-18/K1 begint, de 32ste zaak van ­vandaag.

Er schuifelt een zwarte man naar voren, leunend op een wandel­stok, met slangetjes in zijn neus en een adem­halings­apparaat in een soort schouder­tas onder zijn arm. Hij heeft een grijze baard,een slobber­trui aan en een pet in zijn hand, en kijkt zoekend om zich heen – tot een politie­agente hem zijn plek wijst, vlak voor de rechter. Dan staat een andere man op van een bankje vooraan, een geoliede dertiger in pak, die kordaat twee stappen zet. Die is hier vaker geweest. Dit is zijn terrein.

De rechter kijkt in zijn papieren, zet dan zijn bril omlaag en trekt zijn wenkbrauwen op. “Meneer Morrison. Wat gaat u doen?”

Leslie Morrison mompelt wat. Hij is nauwelijks te horen door het chaotische geroeze­moes dat vanuit de hal door de open deur de rechts­zaal binnen­dringt, en zelfs de rechter moet zich voorover buigen van achter het verhoogde houten bureau. “Het is uw keuze”, zegt de rechter. “Als u eind deze maand weg bent, krijgt u 20.000 dollar (zo’n 17.000 euro). Zo niet, dan krijgt u niets en moet u wel de nieuwe huur gaan betalen.

Begrijpt u dat?”

“Ik weet het niet”, zegt Morrison.

“Hebt u iemand naar wie u toe kunt? Familie? Kinderen?”

Morrison schudt zijn hoofd. De rechter zucht. “Ik probeer je te helpen,” zegt hij, “maar we moeten wel verder.”

Morrison kijkt even naar links en rechts, maar er staat geen advo­caat naast hem.

Dan doet hij ineens een stap naar voren en pakt boos het papier. De jonge man in pak, die op een afstandje heeft staan toekijken, reikt hem een pen aan. Als Morrison venijnig zijn naam op het papier krabbelt, valt het adem­halings­apparaat van zijn schouder. Er staat iemand op uit het publiek om het apparaat terug te hangen. De man in het pak wacht met uitgestoken hand op zijn pen en loopt dan met een kopie van de deal zonder iets te zeggen de zaal uit. Morrison schuifelt naar buiten.

Volgende zaak, zegt de rechter.

Zo raakt Leslie Morrison (65) op 11 mei 2018 zijn huis kwijt, na er ruim drie decennia te hebben gewoond, en krijgt Kingsland LLC, vertegenwoordigd door de jonge man in het pak, er een woning bij.

172.000 appartementen 

verloren in de afgelopen tien jaar hun ‘huur­bescherming’. Daardoor konden huisbazen de huur fors optrekken en werden honderd­duizenden arme New Yorkers uit hun woningen verdreven.

Het is een klein verhaal in een veel groter verhaal, een verhaal dat in alle gewilde steden in de VS speelt en in alle gewilde steden van de wereld, maar in New York een extra dramatische dimensie heeft. Dit is niet alleen een strijd tussen rijk en arm, tussen het groot­kapitaal en de onderklasse (dat zijn relatieve begrippen), maar ook eentje tussen zwart en wit.

“Wat je hier ziet, is de geleidelijke resegregatie van New York”, zegt gentrificatie-historicus Obden Mondesir een dag later. “De stad wordt heroverd door de boven­klasse. En die is hier vooral wit.”

Opleuken en opschonen

De gentrificatie is al jaren aan de gang in deze stad, zoals die ook in Londen, Berlijn, Amsterdam en Gent al jaren aan de gang is. Het is bijna een cliché: zo’n ongepolijste arbeiders­buurt die door achtereen­volgens kunstenaars, studenten en jonge gezinnen wordt opgeleukt en dan wordt glad­geschuurd, zo’n buurt die dankzij haar mooie straatjes met koffie­winkeltjes en bier­brouwerijen en yoga­studio’s zo populair wordt dat de stijgende huren en vastgoed­prijzen in een paar jaar alle oorspronkelijkheid uitbannen.

Maar de laatste tijd gaat het sneller, massaler, structureler. In New York, een stad die bijna 
400 jaar geleden is begonnen met een soort gentrificatie­deal (de oorspronkelijke bewoners van Manhattan kregen een oprot­premie van 60 gulden (28 euro) van de Nederlandse kolonisten), hebben opeen­volgende burgemeesters met belasting­voordelen en bestemmings­plannen hele nieuwe wijken klaar­gestoomd voor een opschoning, met dank aan een steeds mondialere instroom van kapitaal en kapitaal­krachtige nieuw­komers.

En ook toeristen helpen mee, de stadse twintigers, dertigers en veertigers die ook op vakantie graag de stad opzoeken om de nieuwste hippe tentjes in de nieuwste hippe wijkjes te ontdekken en daar trots over te instagrammen – en die zo ­bijdragen aan de plat­getreden paden waarover investeerders de buurt binnen­denderen.

‘Vroeger was gentrificatie iets wat staps­gewijs ging’, schrijft Jeremiah Moss in zijn boek Vanishing New York. How a Great City Lost Its Soul. ‘Vroeger kon een coole buurt decennia­lang avant­garde blijven. Maar het nieuws gaat nu snel, dankzij internet en sociale media. Als de coole types hun intrek nemen, komt het grote geld er meteen achteraan.’

En voor het kleine geld is dan al snel geen plaats meer.

Dakloos

“Het was mijn buurt”, zegt Leslie Morrison, die voor de rechtbank een sigaretje staat te roken, leunend op zijn wandel­stok, het adem­halings­apparaat om zijn schouder, 20.000 dollar rijker maar een huis armer. “Het ergste is niet eens dat ik mijn huis uit moet. Het ergste is dat ik mijn buurt uit moet.”

Bijna 35 jaar heeft hij gewoond in zijn huis aan de MacDonough Street, in het uiterste oosten van de wijk Bedford-Stuyvesant. Hij werkte als dak­dekker en timmer­man en was de laatste bewoner in een klassiek New Yorks pand van twee verdiepingen uit 1910, met een toren­kamer als erker en een grote stenen trap naar de voordeur. Jarenlang zat hij daar op die stoop, net als de buren, terwijl de kinderen voor hen op straat speelden. Hij betaalde 650 dollar (560 euro) per maand, met dank aan de ‘huur­stabilisatie’ die ongeveer de helft van de huurders in New York bescherming biedt tegen huur­verhogingen. In theorie.

Leslie Morrison, op straat gezet met 20.000 dollar. "Het is niet genoeg", zegt hij. "Het is niet genoeg." Beeld rv

De praktijk is anders. Een paar maanden geleden ging de vorige eigenaar dood en verkochten zijn nazaten het pand voor 825.000 dollar aan een investeerder. De nieuwe huisbaas, Kings­land LLC, verhoogde aller­eerst de huur – een nieuwe eigenaar mag er van de wet 20 procent bij optellen. Toen werkte de verwarming van Morrison ineens niet meer. Kings­land deed er niets aan. “Ik heb de hele winter in de kou gezeten”, zegt Morrison. Hij vergat de huur­verhoging te betalen en werd voor de rechter gedaagd.

En toen kwam dat aanbod van 20.000 dollar.

Voor Kingsland LLC is het een investering die in een paar maanden kan worden terug­verdiend. Als ze het lege pand opknappen, daarvan zelf de kosten bepalen en aan de huur toevoegen (de mogelijkheid tot creatief boekhouden is een van de vele gaten in de huur­beschermings­wet) en als ze nog wat andere trucs toepassen, kunnen ze de huur zo ver optrekken dat ze een grens van 2.700 dollar (2.300 euro) overschrijden. Dan zijn ze van de huur­stabilisatie af, en kunnen ze vragen wat de gek ervoor geeft. Morrisons buren, zo blijkt uit een huizen­website, betalen 4.000 dollar per maand: elk appartement is opgesplitst in studenten­hokken. De man in het pak wil geen commentaar geven.

En Morrison? Die staat dus op straat, met zijn 20.000 dollar. “Het is niet genoeg, het is niet genoeg”, zegt hij, met verbeten blik. Nieuwe woningen in zijn oude prijsklasse komen niet vrij. Met het geld kan hij het een paar maanden uitzingen, misschien een jaar. De kans op een sociale huur­woning, in een van de projects van de stad, is miniem. Hij hoopt dat hij ergens bij kennissen kan intrekken.

En anders? “Naar de daklozen­opvang.”

Groeiende kloof

De afgelopen tien jaar zijn in New York naar schatting 172.000 appartementen op deze manier ‘gedereguleerd’, en dus hun huur­bescherming kwijt­geraakt. Dat betekent dat honderd­duizenden New Yorkers zijn verdreven uit hun te duur geworden woningen. Dat ging gepaard met een verwitting van zwarte buurten. Bed-Stuy, de wijk van Leslie Morrison, had rond de eeuw­wisseling ruim 90.000 zwarte inwoners en slechts 3.000 witte. Nu wonen er bijna 20.000 zwarte inwoners minder en zijn er 40.000 witte inwoners bijgekomen (sommige oude huizen hebben plaats­gemaakt voor nieuwe, grotere apparte­menten­complexen).

Een ander gevolg is de fors toegenomen dakloosheid, die op het hoogste niveau is beland sinds de jaren 30. Er zijn duizenden gezinnen zonder eigen huis. De vrouwen en kinderen zijn minder zichtbaar dan de mannen, die je ziet slapen in de kerk­portalen en de metro­stations van Manhattan en Brooklyn, maar er komen elk jaar 100.000 kinderen in een daklozen­opvang terecht. Op sommige basis­scholen in de wijk Crown Heights, een ander brandpunt van gentrificatie, heeft meer dan een derde van de kinderen geen eigen huis.

Uitzettingen zijn de belangrijkste oorzaak.

“De inkomens houden geen gelijke tred met de huur­stijgingen”, zegt Anna Shaw-Amoah van het Institute for Children, Poverty and Homeless­ness in New York. “De ouders kunnen het gewoon niet meer betalen en worden met het hele gezin op straat gezet. En doordat dakloze kinderen veel minder vaak hun middelbare school afmaken, laat staan dat ze gaan studeren, is de kans groot dat ook zij weer in slecht­betaalde banen terecht­komen. De verschillen worden alleen maar groter. Eenmaal arm is de kans groot dat je arm blijft.”

Een rechts­zaal in Brooklyn. Uithuis­zettingen zijn voor rechter McClanahan dagelijkse kost. Beeld Amy Lombard

De daklozen­centra liggen niet in het bekende New York. Je ziet de kinderen pas als je een metro of bus neemt diep Brooklyn in, naar de plekken die nog niet gegentrificeerd zijn, bij metro­station Utica bijvoorbeeld, waar alleen nog maar zwarte passagiers uitstappen en waar het Amerikaanse leger een rekruterings­centrum heeft boven winkels die Afrikaanse pruiken verkopen. Kinderen lopen over stoepen met zwerfvuil van school naar het opvang­huis, waar vooral verbods­bordjes aan de stalen deur hangen. Geen wapens, geen alcohol en geen gasten, behalve een paar uur rond het avond­eten en op zaterdag­middag. Vaders die ooit een misdrijf hebben begaan, mogen niet naar binnen. En om tien uur gaat de avondklok in.

“Nee, verhuizen uit de stad is voor hen geen optie”, zegt Shaw-Amoah. “Ze zijn al zo veel kwijt, de stad en hun school zijn het enige wat die ­kinderen aan vastigheid hebben. Als zij ook nog een nieuw sociaal leven moeten opbouwen, en hun ouders elders werk moeten vinden... Dat zijn echt een paar veranderingen te veel.”

Volksverhuizing

Phillip Smith, een uitsmijter bij Dean, een nieuwe nachtclub in Crown Heights, ziet zijn vrienden wel degelijk uit de stad vertrekken. Mensen die genoeg financiële of mentale slagkracht hebben om aan de dakloosheid te ontkomen, maar niet genoeg om in de stad te blijven. En dus gaan ze weg, weg uit de stad, vaak naar North Carolina, South Carolina, Georgia, het oude zuiden waaraan zwarte Amerikanen twee of drie generaties geleden wilden ontsnappen, weg van het racisme en de apartheid. De Grote Migratie, zo heette die volks­verhuizing van Afrikaanse Amerikanen. In de noordelijke steden vulden ze de gaten die ­werden achter­gelaten door witte Amerikanen die naar de voor­steden vertrokken.

Nu gaat de volks­verhuizing de andere kant op. De kleinkinderen van de witte vluchters keren terug naar de stad, de kleinkinderen van hun zwarte vervangers, die de stad in feite in leven hebben gehouden, moeten weer ruimte maken. Het was maar een invalbeurt.

“Ik zie veel vrienden weggaan, mijn vrouw wil ook weg”, zegt Smith (37) op een vrijdag­avond in mei, terwijl hij mensen bij de ingang fouilleert. “De huren zijn niet meer te betalen, of ze voelen zich niet meer thuis in hun buurt. Maar ik ga niet. Ik laat me niet wegduwen. Ik woon hier al dertig jaar. Ik heb er een baan bij genomen: ik werk overdag als elektricien en doe dit werk ’s nachts. Ik hoor hier.”

Dat het duurder is geworden, daarmee kan hij leven. Wat hij niet kan uitstaan aan de nieuwkomers is hun arrogantie, hun burgerlijke bedil­zucht. Al jaren speelt Smith in een steelband, een groep vrienden met wie hij op Caribische trommels slaat; ze oefenen even verderop, op een gras­veldje bij het benzine­station, soms tot in de nacht. Maar dat kan dus niet meer. “Ze bellen meteen 311. Om te klagen over de herrie. En dan komt de politie. Ze leggen ons hun manier van leven op. Dan denk ik: waarom kom je hier dan wonen, als je niet tegen een beetje muziek kunt? Ga dan naar Scarsdale. De sub­urbs zijn voor jullie gemaakt.”

Het gaat niet alleen om lawaai. Ook een potje domino of schaak in het park of op straat is onmogelijk geworden, zegt Smith. “Dat is belangrijk voor ons, het leven op straat. Maar ook daar komt de politie op af. Ze geven je er een bekeuring voor. Voor rondhangen. En je weet hoe het is, met politie en zwarten. De politie is gevaarlijk. We moeten altijd uitkijken, we zijn nooit op ons gemak.”

Toen vorige maand Saheed Vassell door de politie werd dood­geschoten, was dat mede te wijten aan de gentrificatie, vinden bewoners in Crown Heights. Want die las­brander waarmee (ex-lasser) Vassell dreigde, leek misschien op een pistool, iedereen die hem kende wist dat Vassell ongevaarlijk was, zeggen ze. Een beetje gek, maar ongevaarlijk. Alleen een buiten­staander zou daarvoor de politie bellen.

Temmen

Natuurlijk zijn er voordelen aan gentrificatie. Het vuil wordt opgeruimd en als er sneeuw valt, worden de straten nu wel geveegd. En er is meer politie; vroeger had je ’s avonds niet op deze straathoek kunnen staan, zegt Smith. Er was veel meer bende­geweld. Maar toch... Het leven was socialer, zegt Smith. “De nieuwkomers maken ons sociale leven kapot. Ze dwingen ons naar binnen, ze willen ons in onze huizen, in winkels of cafés. Alsof we wilde dieren zijn die in kooien moeten.”

Het past bij de ideologie van de gentrificatie. Pionieren, koloniseren, temmen. Een makelaar hier doopte een paar jaar geleden een nieuw appartementen­complex ‘Kolonie 1209’ en had het over de ‘frontier’ van Brooklyn, de beschavings­grens. ‘Laten we hier een nieuwe nederzetting stichten’, stond op de website, ‘met gelijk­gestem­de kolonisten.’ De eigenares van het nieuwe café Summerhill maakte afgelopen zomer nep­kogel­gaten in de muur, om te laten zien hoe wild het er vroeger was. ‘Het is de omgekeerde Amerikaanse lots­bestemming’, schrijft auteur Jeremiah Moss. ‘Vroeger was het: ga naar het westen, jongeman. Nu is het: ga naar het oosten.’

Het is deze pioniers­pretentie waar film­regis­seur en ex-­buurt­bewoner Spike Lee woest om kan worden. Toen hij een paar jaar geleden in een discussie over gentrificatie verzeild raakte, noem­de hij die houding het ‘mother­fucking Christoffel Columbus-syndroom’. Lee: ‘Je kunt dit niet ontdekken! Wij waren hier al! Je kunt hier niet komen en je dit toe-eigenen, alsof je mother­fucking Columbus bent en de indianen even komt afschieten.’

Die kolonisatie­drang hebben overigens lang niet alle kolonisten. Bij cocktail­bar Bearded Lady zeggen twee witte vrouwen van rond de 30, Liana Finck en haar vriendin Rianne, zich wel degelijk ‘ongemakkelijk’ te voelen in hun rol als relatief rijke nieuwkomers in een arme buurt. “We zien dat we een rol spelen bij het verjagen van de zwarte bewoners”, zegt Rianne, die 3.000 dollar huur betaalt voor een appartement met twee slaapkamers, in de buurt van het huis dat Leslie Morrison gaat verlaten. “Maar ik moet wel. Waar kan ik anders wonen?”

Activisten en bewoners van Crown Heights in Brooklyn protesteren tegen de bouw van luxe­appartementen in hun wijk. Beeld LightRocket via Getty Images

Haar vriendin Finck was zo iemand die weleens de politie belde als het te lawaaierig werd, zegt ze. “Maar ik belde alleen als het van die boze mannen waren die hun boxen buiten zetten.” Ze voelde zich zo bezwaard dat ze na een paar jaar naar Park Slope is verhuisd, een buurt die eigenlijk nooit een arbeiders­buurt is geweest en dus ook minder gentrificatie­migratie heeft gekend. “Ik voelde me toch een indringer.”

De kogelgaten in de muur van Summerhill zijn inmiddels dicht­gepleisterd, na felle protesten. Als je er nu naar vraagt, zeggen de mensen achter de bar dat het een misverstand was. “Het waren gewoon constructie­gaten.”

Collectief verzet

Er is meer verzet, in de gentrificerende straten van Brooklyn. Niet ver van de plek waar een grote nieuwe dure supermarkt in aanbouw is (met jazz bij de groente- en fruit­afdeling), zitten in een verzorgings­tehuis ongeveer twintig mensen in een kring bijeen om krijgs­raad te houden. Dit is de Crown Heights Tenant Union, een actiegroep waarin de bewoners van tientallen panden zich hebben verenigd om zich te verdedigen tegen hun huisbazen.

De problemen waarmee ze kampen: geen verwarming, geen water, eindeloze verbouwingen, talloze ratten, steeds hogere huren, en steeds de dreiging van uitzetting als einddoel van de huisbaas – in één geval zou Mendel Gold, een beruch­te ‘slumlord’, zelfs nep­immigratie­agenten op de deuren hebben laten bonken van de latino’s in een van zijn complexen.

De oplossingen van de huurders: demonstraties, collectieve huur­stakingen, namen en shamen.

“Interessant aan New York is dat de stad niet alleen een traditie heeft van vastgoed­kapitalisme, maar ook van een grote militante arbeiders­klasse”, zegt Joel Feingold van de Tenant Union. “In 1907 was er een eerste grote huur­staking in de huur­kazernes van de Lower East Side op Manhat­tan. Dat was de aanleiding voor latere huur­beschermings­wetten. Wij denken dat verzet de enige manier is om de macht van de huisbazen te breken.”

De draak die hij bestrijdt, is veelkoppig. Naast ‘kakkerlak­kapitalisten’ als Gold en grote lokale ritselaars als Renaissance, met honderden huizen (‘De Renaissance Realty Group probeert agressief huizen te kopen en te ontwikkelen. Strategie: opportunistisch. Sterke punten: we kunnen complexe problemen overwinnen, zoals milieu­zorgen en huurders­kwesties. We betalen alles cash.’) zijn er ook multi­nationals als het Zweedse bedrijf Akelius die zich op de gereguleerde New Yorkse huurders­markt hebben gestort. Elke ‘gestabiliseerde’ huurwoning vertegenwoordigt immers een enorme waarde, als je die woning tegen marktprijzen zou kunnen verhuren.

Volgens Feingold heeft gentrificatie twee doelen. “Ten eerste maximale winst, door het uitzetten en vervangen van huurders die niet genoeg kunnen betalen. Maar er is ook een politiek doel: het uitwissen van de arbeiders­klasse, het uitwissen van een machtsblok in de stad. Uiteindelijk willen ze dat New York een speeltuin van de rijken wordt, waar de rijken de regels bepalen. Om die reden alleen al moeten wij vechten voor betaalbare huren.”

Hulp voor huisbazen

Op een dicht­getimmerd pand op een straathoek in Crown Heights hangt een intrigerend spandoek: ‘Huur­problemen? Bel Quick Evic’. Dit is geen hulplijn voor huurders, maar voor verhuurders. De tekening ernaast maakt het helemaal duidelijk: een boos mannetje dat een ander mannetje een schop onder zijn kont geeft. Het boze mannetje ziet eruit als de vader van Donald Trump, een voorbeeld voor veel Brooklynse huisbazen.

We bellen, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Wel is er een website, en daar staat een adres op. Het pand ligt aan een van de drukste wegen van Brooklyn. Voorin is een geld­wissel­kantoortje, maar achterin, aan een groot zwart bureau, zit een grijnzende Richard Cabello, de man achter Quick Evic. Hij wil best praten.

Ja, dit is zijn werk: ongewenste huurders uit huizen zetten. Hij heeft een vierstappen­plan. Elke stap kost de huisbaas 300 dollar. Na hooguit vier stappen is de huurder vertrokken. En dat loopt best goed. “Ik doe veertig uitzettingen per maand”, zegt Cabello.

“New York is altijd pro­-huurders geweest”, vindt hij. “Die huur­stabilisatie blijkt nu onhoudbaar. De markt vraagt om hogere huren. Iedereen wil in New York wonen, de slimste en handigste mensen uit de hele wereld komen hierheen. Hoe kun je zo’n markt intomen? Dat kan niet.”

Politici hebben boter op hun hoofd, vindt hij, zeker de progressieve onder hen. “Eerst ontwikkelen ze een stadion, verbeteren ze het winkel­centrum, bouwen ze een casino en leggen fiets­stroken aan. En dan vinden ze het gek als mensen hier willen komen wonen. Ik zeg je: Brooklyn wordt het volgende Manhattan. Nee, beter nog dan Manhattan, Brooklyn heeft twee vliegvelden in de buurt.”

Uit de oude doos: spelende zwarte kinderen in Brooklyn, een beeld dat snel verdwijnt. Beeld Danny Lyon / National Archives and Records Administration

Cabello verzekert dat hij de afgelopen vier jaar maar één gentrificatie­geval aan de hand heeft gehad – hij zette drie gezinnen uit die “16, 17 en 18” huur betaalden (in honderden dollars) waarna ze werden vervangen door drie gezinnen die “26, 27 en 28” moesten betalen. Dat had hij niet zien aankomen. Maar voor de rest? Hij heeft alleen maar huurders op straat gezet die de huur niet betaalden. “Wie is dan het slacht­offer? De huisbaas of de huurder?”

Hij helpt alleen maar. Zodat de markt haar werk kan doen. Wie de huur niet kan betalen, kan zich geen huis veroorloven, vindt hij. Simpel. “Dan kun je hier niet wonen. Ga naar Pennsylvania, daar is veel meer ruimte.”

Uiteindelijk, zegt hij, gaan we er allemaal aan. Achter hem hangt een quote van Mike Tyson: ‘Iedereen heeft een plan, totdat hij een klap krijgt’. Je moet je voorbereiden op die klap, zegt hij.

“Ik ben helemaal niet optimistisch over New York. We kunnen die geld­stromen niet stoppen. Hoelang denk je dat ik hier nog kan blijven? Ik heb al een huis in Florida klaar­staan. Uiteindelijk moeten we allemaal weg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234