Zondag 27/09/2020

ReconstructieCoronacrisis

Hoe het zo kon misgaan in de woon-zorgcentra: ‘De overheid lacht ons uit in ons gezicht’

Familie slaat een praatje met een bewoner van woon-zorgcentrum Westervier in Brugge.Beeld Eric de Mildt

Twee zwaar getroffen woon-zorgcentra in Oostende en Brugge reconstrueren samen met ons twee lange maanden vol ziekte, angst en frustratie. De beslissing van woensdag over bezoek aan hun bewoners, zet kwaad bloed. ‘Het is een idioot idee.’

Midden januari

In woon-zorgcentrum ’t Ponton in Oostende houden de teamverantwoordelijken hun wekelijks overleg. Het begint hen te dagen dat het coronavirus wel eens een ernstig probleem zou kunnen worden voor hun 75 vaste bewoners, en er wordt beslist om de voorraden maskers en ander beschermingsmateriaal alvast na te kijken. Ook de draaiboeken voor eventuele uitbraken van griep of het norovirus worden nog eens overlopen. “Elk najaar bereiden wij ons voor op een zware griep, dus die plannen liggen klaar”, zegt directrice Connie Depotter (38).

De doortocht van de griep was dit jaar vrij mild, in Oostende zijn nog genoeg chirurgische maskers om de maand door te komen. Toch blijkt het dan al heel moeilijk om nog materiaal te bestellen. “Dat verraste ons”, zegt Depotter. “Op dat moment hadden wij trouwens nog geen idee wat een FFP2-masker is. Nu verwijt ik mezelf dat soms: hadden we toen meer moeten doen? Maar de teneur toen was dat het nieuwe coronavirus niet gevaarlijker was dan de griep.”

Krokusvakantie, eind februari

Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (VAZG) adviseert om de algemene hygiënemaatregelen, zoals handen wassen, in acht te nemen. In het Brugse woon-zorgcentrum Westervier, met 119 bewoners, beslist directeur Dirk Snauwaert (55) om in de Brico grote hoeveelheden bleekwater te kopen, om te desinfecteren. “We hadden al snel door dat we creatief moesten zijn.” Hij vraagt zijn medewerkers om alle bezoekers te registreren en hun temperatuur te meten. “Toen dachten we nog dat koorts een belangrijk symptoom was.”

Woensdag 11 maart

Via het radionieuws verneemt Connie Depotter dat alle woon-zorgcentra de volgende dag in lockdown moeten. Op een officiële mededeling met duidelijke instructies moet ze nog een paar uur wachten. “Wat moet je dan? Je wilt niet in het wilde weg reageren, maar je krijgt geen kompas.”

Die dag komen in Oostende en Brugge, net zoals in vele andere centra, familieleden nog snel afscheid nemen van hun ouders en grootouders. Achteraf gezien was dat wellicht een cruciale fout, maar niemand had de woon-zorgcentra verteld dat dat geen goed idee was. “Maar dan nog zou die maatregel voor ons wellicht te laat zijn gekomen”, zegt Depotter. “Wij hebben het geluk dat onze bewoners veel bezoek krijgen, en we vermoeden dat het virus al een paar dagen eerder ons centrum is binnengekomen.”

Connie Depotter, directrice ‘t Ponton in Oostende: ‘Weet u dat de verzorgers officieel pas sinds deze week altijd maskers moeten dragen?’ Beeld Eric de Mildt

In Brugge organiseren ze volop telefoondiensten: familieleden bellen bijna elke dag om te informeren hoe het met hun (groot)ouder gaat, of willen Facetimen. Dirk Snauwaert: “Opeens moesten we zo snel schakelen. Maar we waren gemotiveerd, en ervan overtuigd dat we het virus konden buitenhouden.”

Donderdag 12 maart

’s Avonds krijgt teamcoördinator Griet Lobbens (28) van Westervier telefoon van een verpleegster: een bewoner heeft koorts en een rare hoest. Ze belt de huisarts, die adviseert om de man op zijn kamer te houden. “Op dat moment denk je: het zal toch niet waar zijn? Je moet weten: mensen met dementie zijn heel tactiel. Ze raken alles en iedereen aan.” De lockdown kwam, zo beseft ze, ook hier te laat. De man, die later zal overlijden, wordt niet getest.

In beide woon-zorgcentra verloopt de rest van de week chaotisch: bijna elke dag mailt het VAZG nieuwe richtlijnen. De ene dag zijn alleen de activiteiten met externe partners afgelast, de volgende dag mag geen enkele gezamenlijke activiteit meer doorgaan. De ene dag mogen de bewoners nog samen eten, twee dagen later niet meer. Elke dag moeten bijna honderd personeelsleden en de bewoners geïnformeerd worden over de nieuwste wijzigingen en details. “Op den duur verlies je je geloofwaardigheid”, vindt Depotter.

Inmiddels zijn er al 29 pagina’s aan richtlijnen en overheerst de pragmatiek. “We zoeken zelf de logica en de gulden middenweg”, zegt Depotter. “Van een zitruimte hebben we een extra eetkamer gemaakt, zodat iedereen samen kan eten, maar goed verspreid. Zo zien de bewoners elkaar toch drie keer per dag. De rest van hun tijd spenderen ze op hun kamer.”

In Brugge, waar veelal mensen met dementie wonen en ze ervoor kiezen om alle zieken op hun kamer te isoleren, richten ze in de coronacohorte toch een soort woonkamer in, zodat ook zij enig sociaal contact hebben. Snauwaert: “De richtlijnen gingen toen ook vooral over het gebruik van materialen, maar als je die niet kunt verkrijgen, dan is het moeilijk.”

In woon-zorgcentrum Westervier wonen vooral mensen met dementie.Beeld Eric de Mildt

Dinsdag 24 maart

Een rotdag in Oostende. Ondanks eerder vage klachten – koorts en een onwel gevoel – test een bewoner positief op Covid-19, net als twee personeelsleden. ‘Daar gaan we’, denkt Depotter. Ze heeft het gevoel dat de grond onder haar voeten wegzakt. Ze weet bijna zeker dat er nog andere bewoners besmet zijn: die eerste patiënt verblijft op de afdeling voor mensen die zware dementie hebben maar nog mobiel zijn. Het zijn mensen die zeer moeilijk te isoleren zijn in hun kamers, want dat leidt tot verwarring, paniek en gedragsproblemen. Amper tien minuten later lekt het nieuws al uit in de lokale pers. Haar telefoon staat die dag niet meer stil.

Uitgerekend die dinsdag wordt ook een nieuwe richtlijn aangekondigd: de Belgische Vereniging Gerontologie en Geriatrie vraagt om ernstig verzwakte, terminale rusthuisbewoners die besmet zijn met corona niet meer naar het ziekenhuis te brengen. Depotter ervaart die mededeling als zeer choquerend. Het lijkt alsof mensen die nog kans maken op genezing, onverbiddelijk worden afgeschreven.

En ook: “Wij voeren zeer veel gesprekken met bewoners en hun familie over welke zorg ze wel of niet willen krijgen als het einde nadert. Deze richtlijn miskent ons werk compleet: alsof wij in paniek iedereen naar het ziekenhuis gaan sturen. Het was een vreselijke dag.”

Voor alle duidelijkheid: in beide woon-zorgcentra sturen ze nog mensen naar het ziekenhuis.

Die avond nog wordt ’t Ponton gereorganiseerd. Patiënten van wie vermoed wordt dat ze besmet zijn, worden geïsoleerd op één afdeling; er wordt ook een sas gebouwd waarlangs materiaal en voeding gecontroleerd binnen en buiten kan. Depotter: “We hadden zelf al wat scenario’s bedacht, maar op voorhand kun je niet voorspellen of zo’n uitbraak zich op één afdeling zal voordoen of verspreid zal zijn. De officiële instructies waren op dat moment nogal vaag. Het is duidelijk dat er bij de overheid geen plan B – wat te doen bij een uitbraak – klaar lag. Je kunt dus bijna niet anders dan iedereen als besmet beschouwen. Het was trial-and-error.”

Ze vraagt het VAZG om meer tests.

Dirk Snauwaert, directeur Westervier in Brugge: ‘Als wij vragen om tests, dan wordt daar heel traag op gereageerd. We hadden nochtans veel onheil kunnen voorkomen.' Beeld Eric de Mildt

Vrijdag 27 maart

In Oostende sterft de eerste coronapatiënt. Althans, dat is het vermoeden, want er is niet getest. De bewoner sterft alleen.

“Het is, ook voor ons, heel pijnlijk dat je de familie het afscheid ontneemt”, zegt Depotter. “Ook hierover zijn de richtlijnen trouwens al een paar keer veranderd. Ondertussen hebben we zelf beslist dat we een paar familieleden met beschermingskledij toelaten.”

Steeds meer bewoners worden ziek, in verschillende afdelingen. Ze worden overgebracht naar de geïsoleerde cohorte. Ook personeelsleden vallen uit. “Onze werkplanning wijzigt elke dag.” Sommigen zijn zwaar ziek, met hoge koorts, spierpijn, hoofdpijn of misselijkheid. Anderen hebben er minder last van. Na drie weken is de angst bij het personeel wel wat getemperd, zegt Depotter. “Ze kunnen zelf al inschatten of ze beter even uitzieken thuis, of toch nog kunnen werken. Weet u trouwens dat de verzorgers officieel pas sinds deze week altijd maskers moeten dragen?”

Het VAZG is ingelicht, maar de goedbedoelde instructies en adviezen tonen vooral de kloof tussen theorie en praktijk. “Om te beginnen kun je de architectuur van je gebouw niet plots veranderen.” Het is hun vaste huisarts (de zogenoemde CRA-arts) die naarstig op zoek gaat naar antwoorden op de vele vragen. “Ondertussen weten we ook dat we niet zo hard aan onszelf mogen twijfelen, maar op dat moment ben je van niets zeker en moet je inschatten hoever je kunt gaan op basis van vermoedens.” Elke dag stuurt Depotter de overheid een mail met de vraag om tests. “Ja, zo’n testronde is een momentopname. Maar het geeft toch enige duidelijkheid en perspectief. Je weet tenminste waar je staat.”

FFP2-maskers hebben ze in Oostende inmiddels wel gekregen, naar ander beschermingsmateriaal is het zelf zoeken. Ze rijdt naar ziekenhuizen en bedelt bij artsen. “Elke dag zorgt dat voor onrust. Ik lees in de media verontwaardigde berichten over directies van woon-zorgcentra die een voorraad maskers achter slot en grendel bewaren, maar wij doen dat ook. We kunnen niet anders dan efficiënt rantsoeneren.”

Verzorgers werken nu in shifts van zeven dagen, zodat ze zo lang mogelijk dezelfde beschermingsmaterialen kunnen gebruiken. Maskers worden meerdere dagen gebruikt, ook al mag dat pas officieel sinds afgelopen donderdag. “Ik heb opgezocht hoelang het virus blijft leven op plastic. Zulke dingen moet je zelf doen, ja.”

Zaterdag 28 maart

In Westervier krijgt directeur Snauwaert telefoon van de huisarts: de eerste bevestigde coronapatiënt is een feit. Slecht nieuws, maar geen verrassing: er zijn al veel zieke bewoners geïsoleerd op hun kamer. Van het VAZG mogen ze vijf mensen testen: allemaal positief. “Op zo’n moment vaar je blind: je hebt niet meer dan wat symptomen om in te schatten wie wel en niet besmet is. Wekenlang praat je op basis van vermoedens. Zo is het heel moeilijk om je te organiseren.”

Beeld Eric de Mildt

Tegelijkertijd voelen steeds meer personeelsleden zich onwel. “Er werd gezegd dat zorgverleners prioritair getest werden, maar medewerkers die naar de huisarts gingen, bleken toch niet in aanmerking te komen.” Wie milde symptomen heeft, blijft werken. Door de krappe personeelsbezetting kunnen zij onmogelijk thuis blijven. Beschermingsmateriaal is er ondertussen gelukkig wel, al wordt er ook in Brugge streng gerantsoeneerd.

Zondag 29 maart

Directeurs van woon-zorgcentra trekken in de media collectief aan de alarmbel: ze hebben dringend tests nodig. “Al jaren wordt onze sector stiefmoederlijk behandeld”, vindt Snauwaert. “Met heel weinig middelen doen we heel veel.” Zo zijn er in normale tijden amper twee nachtverplegers voor honderdtwintig bewoners. En ook nu heeft de directeur het gevoel dat ze niet serieus worden genomen. “Als wij vragen om tests, dan wordt daar heel traag op gereageerd. Ik ben er nochtans van overtuigd dat we door snel besmettingen te detecteren veel onheil hadden kunnen voorkomen.”

Vrijdag 3 april

De Brugse teamverantwoordelijke Lobbens krijgt last van spierpijn en hoofdpijn. Ze voelt zich moe, maar heeft geen koorts en blijft werken. “Daar heb ik geen seconde over getwijfeld.”

Maandag 6 april

Westervier stuurt een persbericht uit: er is officieel sprake van een corona-uitbraak. Bij ongeveer een derde van de bewoners zijn er vermoedens van Covid-19. Een aantal testte al positief, net als acht medewerkers. Zeven mensen zijn overleden. Nogmaals dringt directeur Snauwaert aan op tests. “We leven op hoop”, besluit het persbericht.

Woensdag 8 april

’t Ponton en Westervier zijn allebei geselecteerd voor de eerste testronde in woon-en zorgcentra: bijna alle bewoners en personeelsleden worden getest op Covid-19. Maar de handleidingen blijken niet te kloppen: de wissers zijn niet bestemd voor de neus, maar voor de keel. Het resultaat? Een paar bloedneuzen. Bevoegd minister Philippe De Backer (Open Vld) zegt dat hij ervan uitging dat “de mensen op het terrein het verschil wel zouden kennen.”

Het beeld van ongeschoolde zorgkundigen die geen idee hebben waarmee ze bezig zijn, valt verkeerd. “Misschien dat het in jongere voorzieningen moeilijker loopt, maar wij hebben jarenlange ervaring met zware en palliatieve zorg”, vertelt hoofdverpleegkundige Liesbet Daenens (42) van ’t Ponton.

Liesbet Daenens, hoofdverpleegkundige van ’t Ponton: ‘Die beschermingspakken correct aan- en uitdoen, dat zijn we niet gewoon, nee. Maar handschoenen, schorten en maskers, die kennen we.’ Beeld Eric de Mildt

“Wij bereiden ons elk jaar voor op de griep. Onze verzorgers weten zeer goed hoe ze hygiënisch moeten werken, of hoe ze zuurstof moeten toedienen. Die beschermingspakken correct aan- en uitdoen, dat zijn we niet gewoon, nee. Maar handschoenen, schorten en maskers, die kennen we. De meeste patiënten hier hebben trouwens eerder last van koorts en een gebrek aan eetlust.”

Sommige bewoners begrijpen niet wat er gebeurt, voor anderen lijkt het leven gewoon door te gaan. Niet iedereen is echt ziek en ze mogen wat persoonlijke spullen meenemen naar hun nieuwe kamer. Bewoners die nog het nieuws volgen en positief testen, zijn veelal angstig.

Vrijdag 10 april

Om half tien ’s avonds lopen in Oostende de eerste vijftien testresultaten binnen: drie medewerkers blijken positief. Depotter twijfelt of ze hen zo laat op de avond nog moet storen met het nieuws. “Maar nog voor ik de telefoon kon nemen, verschenen er al mediaberichten over de eerste resultaten. Ik kreeg mijn belronde niet georganiseerd: het nieuws ging razendsnel rond en iedereen wilde weten of hun resultaten al binnen waren.”

Maar de logistieke organisatie loopt het stroef: de resultaten lopen in stukjes en beetjes binnen, pas afgelopen dinsdag kwamen de laatste drie. Uiteindelijk blijken 16 van de 75 bewoners positief, en 22 van de 98 personeelsleden.

Dinsdag 14 april

In Westervier hebben ze besloten om alle testresultaten tegelijk bekend te maken: Lobbens blijkt positief, net als 26 andere collega’s. Bij de bewoners is twee derde besmet: 63 van de 90 geteste bewoners. Lang niet allemaal vertonen ze symptomen. “Ik ben er gerust in: ik heb een milde variant en ben antistoffen aan het maken”, zegt Lobbens. “Collega’s die negatief testen, maken zich meer zorgen. Wat als het een vals negatief resultaat is? Er zijn ook veel schuldgevoelens. De kans is reëel dat ik, samen met andere collega’s, het virus heb binnengebracht.”

De organisatie wordt omgegooid: vanaf nu moeten de nog gezonde bewoners, stilaan in de minderheid, op hun kamer blijven. “Het was niet meer houdbaar”, zegt Lobbens. “Door de isolatie konden mensen met ernstige dementie niet meer eten of drinken, en op piekmomenten hebben we handen tekort om ze te helpen.” Ook de besmette en niet-besmette personeelsleden moeten definitief van elkaar gescheiden worden. “Dat betekent vaak vergaderen tot in de late uren, om dat logistiek georganiseerd te krijgen.”

Woensdag 15 april

In beide centra kampen ze nog niet met een personeelstekort. Depotter: “Van de logistieke medewerkers tot de kinesist, iedereen is enorm flexibel en springt in waar het nodig is.” Maar het werk is zwaar, de druk is groot en de vermoeidheid slaat toe. “We weten heel goed wat we aan elkaar hebben, de samenhorigheid tussen het personeel is groot. Maar iedereen heeft wel eens een slechte dag, of een moeilijk moment. Ik hoop echt dat ik nooit nog zo’n epidemie moet meemaken.”

Al een week of twee, drie geleden heeft Depotter nagevraagd of ze bijstand kan krijgen van het Rode Kruis, of via het platform ‘help de helpers’, dat vrijwilligers of extra werkkrachten in contact moet brengen met de zorgsector. “Maar de administratieve last en het overleg dat erbij kwam kijken, was meer werk dan dat het opleverde.” Bovendien bleken er toen van de pakweg 1.500 aanmeldingen slechts vier uit de regio Oostende te komen. Administratieve krachten dan nog, niet wat het centrum nodig heeft. Ondertussen zouden het er meer zijn, hoorde Depotter. “Maar ik raak al de hele voormiddag niet ingelogd op de site.”

Familie bezoekt de bewoners op afstand, of spreekt met hen via het raam. Zorgcentrum Westervier. WZC Brugge. © Eric de Mildt. All rights reserved. eric.demildt@skynet.beBeeld Eric de Mildt

’s Avonds houdt premier Sophie Wilmès (MR) een persconferentie: de Nationale Veiligheidsraad heeft beslist dat bewoners van woon-zorgcentra vanaf nu één bezoeker mogen ontvangen. In het Canvas-programma De afspraak zegt Margot Cloet van koepelorganisatie Zorgnet-Icuro dat ze van haar stoel viel toen ze dat hoorde: hierover is met de sector totaal niet overlegd. Het helpt niet dat die dag blijkt dat 11 tot 16 procent van de bewoners en personeelsleden besmet is, maar geen symptomen vertoont.

Lobbens is die dag om half acht ’s ochtends aan haar werkdag begonnen. Ze volgt, samen met collega’s, de persconferentie op televisie. De nieuwe bezoekregeling bewijst volgens haar dat de realiteit op de werkvloer compleet verkeerd wordt ingeschat. “Ze lachen ons uit in ons gezicht”, vindt ze. “Dat de ministers dan wegkomen met de uitleg ‘we dachten dat er overlegd was met de sector’, dat is toch niet te geloven?” Met collega’s praat ze lang na over wat ze nu moeten doen, in de hoop dat ook politici snel inzien dat dit “een idioot idee” is. Er is veel kwaadheid bij haar collega’s.

Om kwart over tien ’s avonds zit de dag van Lobbens er op. In het woon-zorgcentrum vliegt de tijd voorbij, maar als ze thuiskomt heeft ze vaak barstende hoofdpijn en overvalt haar de vermoeidheid. “Die lange dagen komen echt binnen.”

De volgende dag staan de telefoons niet stil: familieleden vragen of ze nu wel of niet mogen langs­komen, velen smeken om de deuren vooral dicht te houden. “Voor ons is het duidelijk: wij gaan de deuren niet openen”, klinkt het ook bij Depotter in Oostende. “We gaan geen twee keer dat virus binnen laten. Ja, het psychisch welzijn van onze bewoners is belangrijk, en sommigen hebben het heel moeilijk. Maar, en daar zijn we heel aandachtig voor, met veel mensen gaat het ook echt goed.”

Het frustreert haar mateloos dat ze voor de zoveelste keer een nieuwe richtlijn of idee via de media moet vernemen. “Deze ochtend las ik dat er geopperd wordt om gezonde bewoners uit de getroffen woon-zorgcentra te halen. Niemand die ons vraagt of dat haalbaar is of niet.”

Vrijdag 17 april

In Oostende zijn inmiddels al negen mensen overleden, in Westervier zijn de afgelopen maand 26 bewoners ten prooi gevallen aan corona. “Zo veel mensen verliezen in zo’n korte tijd, dat is heel zwaar”, zegt Lobbens. “Normaal gezien werk je weken, soms maanden toe naar een palliatieve situatie, nu gaat het allemaal zo snel. Familieleden mogen afscheid nemen, maar we hebben met hen veel minder contact dan normaal. Er is geen herdenkingsmoment meer. Het opruimen van de kamer is voor hen vaak een moment om, samen met ons, stil te staan bij de overledene. Nu doen wij dat, en overhandigen we hen snel de spullen.”

Westervier is bereid de vrijgekomen kamers aan te bieden aan ouderen die nu uit het ziekenhuis worden ontslagen maar te zwak zijn om naar huis te gaan.

De bezoekregeling is inmiddels weer uitgesteld. Lobbens is opgelucht dat ze het schaarse beveiligingsmateriaal dan toch niet met de bezoekers zal moeten delen. Haar medewerkers zijn gemotiveerd, zegt Lobbens, de verbondenheid is groot. “Maar we zijn moe, en gefrustreerd. We draaien op adrenaline. De onzekerheid is moeilijk, op vele vragen hebben we nog geen antwoord. En het virus zal nog lange tijd onder ons zijn. We lopen geen sprint, maar een marathon.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234