Donderdag 14/11/2019

Museum Kanal

Hoe het symbool van Brussels nationalisme uitdraaide op Belgisch surrealisme, in Franse handen

Citroengarage wordt museum: samenwerking met Centre Pompidou. Beeld Baert Marc

Kanal, het museum dat komt in het Citroëngebouw, moet Brussel op de kaart zetten als kunststad. Maar het project wordt al jaren overschaduwd door politieke vetes en botsende ego's. 

Een project van Brussel, voor Brussel. Dat was de slagzin toen Centre Pompidou en het Brussels Gewest in december de eerste tentoonstelling in het Citroëngebouw bekendmaakten. Hoe meer details sindsdien uitlekken van de samenwerking met de Fransen, hoe meer kunstminnende Brusselaars vrezen dat de sleutels van het museum niet in Brussel, maar wel in Parijs liggen. De komende 10 jaar gaat 11 miljoen van Brussel naar Centre Pompidou, waarvan twee miljoen voor personeel in Parijs.

"Een Franse kolonisatie!" Zo verwoordt Michel Draguet, directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België het. Nochtans blijkt diezelfde Draguet net de koppelaar tussen Centre Pompidou en Brussel. Het was immers hij die in de zomer van 2015 Bernard Blistène van Centre Pompidou naar het kabinet van minister-president Rudi Vervoort leidde. Waarom nu dan zo protesteren?

Iconisch gebouw

Terug naar 2013. Bij zijn aantreden als minister-president, kondigt Vervoort (PS) aan dat hij in het Kanaalgebied een nieuwe dynamiek tot stand wilde brengen.

Langs het kanaal, vlak bij het volgebouwde centrum, zijn nog stukken braakliggend terrein, als littekens van de industriële hoogdagen van weleer. Voor projectontwikkelaars zijn het in de eerste plaats kavels die de ogen doen fonkelen.

Vervoort wil niet enkel kantoren en woningen, hij wil van meet af ook een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst. "Het kanaal loopt als een breuklijn tussen wijken en bevolkingsgroepen, die in zo'n museum moeten samenkomen", zegt Yves Goldstein, toen kabinetchef van Vervoort, nu projectleider van het museum. "En natuurlijk moest zo'n groot museum ook toerisme en economische ontwikkeling naar deze buurt brengen."

Maar het museum van Vervoort is ook een toonbeeld van Brussels nationalisme. Sinds de zesde staatshervorming is het Brussels Gewest voor het eerst meester over zijn eigen biculturele bevoegdheden. Wat zoveel wil zeggen als: het hoofdstedelijk gewest kan zijn schone kunsten en musea zelf beheren. Alleen, in tegenstelling tot steden als Antwerpen, Gent of Bergen, heeft Brussel geen museum, noch kunst. 

De politieke wil is er en de cultuursector toont zich vragende partij. Meer dan 100 vooraanstaande artiesten tonen hun enthousiasme door zich te verenigen in Museum aan het Kanaal, een initiatief van sp.a'er Yamila Idrissi. Als even later blijkt dat de Franse autogroep PSA haar Citroëngarage aan het IJzerplein wil verkopen, twijfelt het kabinet-Vervoort niet. 

Het is een iconisch gebouw, dat in 1933 voor André Citroën de grootste garage van Europa moest worden. Aan oppervlakte geen gebrek, 45.000 m² in totaal. De toonzaal, een combinatie van glas en staal, springt in het oog als museum, maar erachter is nog plaats genoeg voor een vastgoedproject.

Het Citroëngebouw aan het IJzerplein Beeld BELGAIMAGE

Het Gewest koopt het gebouw voor 20,5 miljoen euro. Omdat een garage geen museum is en lichtinval en glaspartijen niet samengaan met gevoelige schilderijen zullen er tussen 2019 en 2023 voor 150 miljoen aanpassingswerken nodig zijn. Maar Vervoort heeft in 2014 dan wel zijn gebouw beet, een kunstcollectie heeft hij op dat moment nog niet.

Wederzijds wantrouwen

Nochtans ligt er elders in Brussel, op de Kunstberg, een grote collectie die niemand kan bewonderen. In 2011 sluit Michel Draguet, directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, immers het museum voor Moderne Kunst. Het leidt tot fel protest en maandelijkse demonstraties van museumbezoekers. De Moderne Kunst moet dicht omdat Draguet op die plaats zijn Fin-de-Siècle Museum wou inrichten, het tweede 'filiaal' van de KMSKB, na het Magritte Museum. 

Sindsdien is Draguet op zoek naar een gebouw voor de Moderne Kunst. Denk aan de mosselen van Broodthaers, Cobra, surrealisme, Wim Delvoye en Panamerenko. Draguet is al jaren op zoek naar een gebouw en biedt zijn collectie aan het Gewest aan. Vervoort reageert meteen enthousiast en kondigt voor de verkiezingen van 2014 aan dat alles beklonken is. Maar als in oktober 2014 Elke Sleurs (N-VA) staatssecretaris voor wetenschapsbeleid wordt, fluit ze Draguet meteen terug. 

Het KMSKB valt onder haar bevoegdheid en Sleurs zegt dat het Citroëngebouw nooit aan de normen van een goed museum kan voldoen. Ze vindt dat de kunst thuishoort waar het ooit stond, namelijk in het gebouw op de Kunstberg. Desnoods moet Draguet zijn Fin de Siècle Museum maar sluiten, wat de trotse directeur weigert. 

Tegen de achtergrond speelt vooral een diep, wederzijds wantrouwen, dat politiek gekleurd is. Ondanks goede banden met MR heeft Michel Draguet onmiskenbaar een PS-stempel. N-VA verdenkt hem ervan onder een hoedje te spelen met Vervoort voor een prestigeproject van de PS. "Blijkbaar hebben sommigen er moeite mee om Brussel als volwaardig gewest te zien", zei Vervoort toen.

Als Elke Sleurs nu terugblikt, ziet ze het anders. "Dat het gewest die collectie opeiste, zou een overschrijding van bevoegdheden zijn en dan is er een staatshervorming nodig", zegt Sleurs, die ondertussen is opgevolgd door Zuhal Demir (N-VA). "Het gaat toch zomaar niet op om te marchanderen buiten een staatshervorming om. En dus heb ik, ook al ben ik N-VA'er, toen de federale collectie verdedigd." 

Meteen een match

Als Vervoort tandenknarsend moet toegeven dat hij de collectie van KMSKB niet in handen zou krijgen, blijft hij niet bij de pakken zitten. Brussel kent genoeg kunstcollecties in privéhanden, was de redenering. Na gesprekken haakt echter ook Belfius af, een van de grootste kunstverzamelaars in de hoofdstad.

"Verzamelaars zijn geen weldoeners die leven voor de liefde", zegt Michel Draguet. "Ze kopen kunstwerken en als de prijs genoeg gestegen is, verkopen ze en kopen ze iets nieuws. 
Het is gevaarlijk om je museumcollectie te baseren op speculatie."

In de zomer van 2015 krijgt Draguet een idee. Hij heeft bezoek van Bernard Blistène, "mijn goede vriend", directeur van het musée national d'art moderne van het Centre Pompidou. Beide heren bereiden een Magritte-tentoonstelling voor die een jaar later in Pompidou te zien zal zijn. 

Het Centre Pompidou in Parijs. Beeld © Santi Román

Maar ook dat andere surrealistische project kwam aanbod, dat van het museum zonder collectie en de collectie zonder museum.

"Daarop zei ik dat het misschien goed zou zijn voor hem om de regionale overheid te ontmoeten", herinnert Draguet zich. "Veel opties waren er niet voor het museum aan het kanaal. Het MOMA houdt zijn hele collectie in huis, enkel Guggenheim en Pompidou proberen antennes in andere steden te openen."

 's Middags trekken de twee museumdirecteurs de deur van het kantoor van Draguet op de Kunstberg achter zich dicht. Het is mooi weer en ze besluiten te wandelen. Dwars door het Warandepark is het amper tien minuten tot het kabinet-Vervoort.

 "Daar heb ik Blistène voor het eerst voorgesteld aan Goldstein en hebben we onder ons drie vergaderd", zegt Draguet.

Goldstein bevestigt. "Het was meteen een match", zegt Goldstein. "Voor ons heeft Centre Pompidou een belangrijk voordeel ten opzichte van andere spelers, omdat het 100 procent in overheidshanden is. Het gewest gaf de voorkeur aan een publieke speler."

Farao's en piramides

Waarom is Draguet dan nu zo kwaad over de overeenkomst met Pompidou? Zag hij de Fransen, waar het uiteindelijk ook gaat om kunstwerken van een nationale collectie, dienen als breekijzer naar zijn eigen staatssecretaris? 

"Mijn doel was om mensen aan tafel te brengen voor een project, waarin wij ons idealiter ook konden engageren met de federale collectie", zegt Draguet. "Dan zou de federale staat ook een winnaar zou zijn. Een Belgisch nationaal museum en een internationaal museum in 1 gebouw zou fantastisch zijn. Denk aan een tentoonstelling over kubisme: zij hebben Bracque en Picasso, en ik heb Belgisch kubisme."

In september 2016, als de Magritte-tentoonstelling in Pompidou net geopend is, ondertekenen het Brussels Gewest en de Parijse kunstinstelling een akkoord. Een jaar later wordt de naam van het museum, Kanal, bekendgemaakt en 
in december 2017 volgt een uitgebreide overeenkomst.

Goldstein, die als projectleider van Kanal is aangesteld, beweert dat de deur nog altijd open staat voor de federale collectie van KMSKB, maar Draguet betreurt dat er al die tijd geen stappen meer daartoe ondernomen zijn. Ook al is staatssecretaris Sleurs ondertussen opgevolgd door Demir.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, Kanal is in de eerste plaats een politiek project en daarom moet het snel gaan. Het is geen toeval dat de werken pas in 2019 beginnen en in lokaal verkiezingsjaar 2018 verschillende tentoonstellingen zullen plaatsvinden.

"Daar is op zich niets mis mee", zegt een Brusselse museumdirecteur die het project genegen is. "De farao's bouwden piramides omdat ze wisten dat ze niet eeuwig zouden leven, politici doen het zelfde, alleen is hun levensduur vaak beperkt tot de volgende verkiezingen."  

Legitimiteit

Vorige week dinsdag stijgt de frustratie bij Draguet tot het kookpunt. Op een privébijeenkomst bij de Brusselse kunstverzamelaar Patrick Derom moet Yves Goldstein zijn project uitleggen aan een select gezelschap verzamelaars, kunstkenners en de Franse ambassadrice. 

Draguet onderbreekt hem en begint over Franse kolonisatie. Draguet vindt dat er te weinig visie achter Kanal zit, waardoor het Centre Pompidou zijn zin kan doen. Zo is er nog geen artistiek directeur aangesteld, maar is Bernard Blistène de curator. Dat zal zo blijven tot een jaar voor de opening, die voorzien is voor 2013. Al die tijd betaalt Brussel 30 personeelsleden in Centre Pompidou. Zij bereiden Kanal-tentoonstellingen voor.

"Ik twijfel niet aan de kwaliteiten van voormalige kabinetschefs, maar je moet ook iemand hebben met legitimiteit in de kunstwereld", zegt Draguet. "Als je er enkel bent om vast te stellen wat Centre Pompidou wil doen, kan je ze beter de sleutels geven en zeggen: we zien elkaar op de vernissage over een jaar."

Dat klinkt alsof Draguet, die als directeur van het KMSKB al jaren onder vuur ligt, solliciteert voor de functie. "Nee, zeker niet, ik ben niet gefrustreerd", zegt Draguet. "Ik ben enkel gefrustreerd dat ik in een gebouw zit dat ineenstort, waar de kunst in opslagruimtes zit, en aan de andere kant er een gebouw is, voor 150 miljoen." 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234