Dinsdag 01/12/2020

Irak

Hoe herbouw je een miljoenenstad die leed onder het IS-regime?

Een Irakees gezin bij hun verwoeste woning.Beeld AP

Sinds de bevrijding van Islamitische Staat gaan in Oost-Mosoel de inwoners de straat weer op en heropenen winkels. Hoe herbouw je een miljoenenstad na twee jaar onder IS en wie grijpt er nu de macht?

In Mosoel begint de toekomst voor de kledingkast. Zeinab al Joubouri wil geen zwart meer dragen, de kleur van de gewaden waarmee ze van Islamitische Staat alles moest bedekken, op het laatst zelfs haar ogen. "Sinds de bevrijding dragen we alleen nog kleur."

Zeinab (42), die advocaat is, luncht met twee bevriende juristen in een restaurant dat zich in de door oorlog en terreur getekende stad aanprijst als 'voor toeristen', aan een druk marktplein in Mosoel. De vrouwen eten kebab, bestellen thee en commanderen de mannelijke ober. "In het Mosoel van voor IS was dit normaal."

Het restaurant voor toeristen is van het soort dat de stad Mosoel definieert: altijd open gebleven onder IS, heel even gesloten tijdens de herovering door het Iraakse leger, nu allang weer stampvol, alsof hier nooit iets is voorgevallen.

Vandaag draagt Zeinab een bruin tweed colbertje met een beige hoofddoek. Vriendin Dina (33), die ambtenaar was bij de rechtbank en van wie collega's geëxecuteerd zijn door IS, is in het roze, met een gebloemde sjaal om haar haren. Soera (42), die ook bij de rechtbank werkte, plukt aan haar knaloranje vest. "Uit de mode, maar wel kleurrijk."

Beeld AP

De drie vriendinnen verloren hun baan toen IS op 10 juni 2014 Mosoel binnenviel. Sindsdien zien ze elkaar bijna elke dag. "Daarom zijn we in leven gebleven", schatert Zeinab. "Dat is het goede van IS. De vriendschappen. Vroeger hadden we hiervoor nooit tijd en zagen we elkaar maar eens in de paar maanden."

De advocaat voerde de afgelopen tweeënhalf jaar alleen juridische discussies met de vrouwelijke moraalpolitie van IS die controleerde of vrouwen op straat hun gezicht bedekten. "Een niqaab is niet volgens de islamitische regels, zei ik. Ze luisterden niet." Nu de stad is bevrijd, zal haar praktijk snel weer gaan draaien. "Ik wacht op mijn eerste zaken."

In het restaurant 'voor toeristen' in Oost-Mosoel zijn ze gewoon weer aan het werk, alsof er niets is gebeurd.Beeld REUTERS

Op het plein voor het restaurant klinken schoten. Sinds ruim een week is Oost-Mosoel geheel heroverd op IS. De rivier de Tigris vormt de grens tussen het gebied in handen van het Iraakse leger en het islamitische kalifaat op de andere oever, in West-Mosoel.

Langs de snelweg staan nog zuilen met IS-propaganda. Een troon in goud en bordeauxrood: "De moslimvrouw is als een koningin in haar huis." Een hand waaruit een zaadje ontspringt: "Samen laten wij de boom van het kalifaat groeien."

Maar op de vlaggenmast naast de eeuwenoude ruïnes van Ninevé is het IS-zwartdoek vervangen voor de Iraakse driekleur. In het bevrijde stadsdeel gaan inwoners massaal de straat op, ontstaan de eerste files, heropenen winkels en worden kogelgaten in de gevels dichtgeplamuurd. Hoe herbouw je een miljoenenstad die meer dan twee jaar onder het regime heeft geleefd van Islamitische Staat, of zoals ze in Mosoel in de volksmond zeggen: 'de Staat'?

Schuif aan bij artsen, leraren, juristen, een ondernemer, de gouverneur in Oost-Mosoel, en dit is zeker: wie deze stad opbouwt, stuit op de wortels van het kalifaat die zijn achtergebleven.

"Er is iets dat je moet weten", zegt Zeinab, de advocaat. "De elite van deze samenleving was bij IS. Niet de ongeschoolden. Het waren de doktoren, de juristen. Mijn buurman was vermoedelijk een van hen. Een apotheker die ik kende heeft een zelfmoordaanslag gepleegd."

Uitgebrand kinderziekenhuis

Op de zwartgeblakerde intensive care van het Ibn al Atheer-kinderziekenhuis staan artsen in schoonmaakoveralls de vloer te dweilen. Toen IS op 14 januari de aftocht blies uit deze wijk, staken de strijders als laatste daad dit ziekenhuis in brand, waar tot op het laatst te vroeg geboren baby's en leukemiepatiëntjes werden behandeld. Apparatuur en medicijnvoorraden zijn verwoest, internationale hulp laat volgens de artsen op zich wachten.

Toch zijn zij vol hoop over Mosoel. Cardioloog Madyan al Greer, het roet aan zijn handen, steunend op zijn zwabber, wijst uit het raam, naar de duizenden jaren oude ruïnes van Ninevé die zich pal achter het ziekenhuis uitstrekken. "Mosoel is al zo oud. Natuurlijk zullen we het weer opbouwen."

Dat moeten de inwoners helaas wel alleen doen, vreest hij. "De overheid doet hier niets. Niemand van het gouvernement heeft contact opgenomen. Ze zijn hier heel even om met de media te praten en slapen dan weer in Erbil." Erbil is een veilige slaapstad in Iraaks Koerdistan, op twee uur rijden van Mosoel.

"Ik vertrek zo naar Erbil", zegt de gouverneur van Mosoel, Nofal Sultan. Hij kan maar kort ontvangen in zijn tijdelijke kantoor op de oostoever van de Tigris. Aan zijn schoenen kleeft modder, van het inspecteren van wegen die vol metersdiepe kraters zitten, van zowel IS-bomauto's als Amerikaanse luchtaanvallen.

Beeld AP

Sultan, die uit een familie van bestuurders komt, zat al hoog in het gouvernementsbestuur van Mosoel toen hij moest vluchten omdat IS de stad innam. "Dat was een shock." Om te voorkomen dat de terroristen straks weer de macht grijpen, heeft hij een ambitieus plan, waarbij 'legercommando's' straks alle 'sleeper cells' van IS op de oostoever zullen opruimen. De bevrijde stad zal worden omgeven door een kordon van veiligheidstroepen.

Hoe voorkomt hij dat de inwoners van Mosoel zelf opnieuw aangetrokken worden tot extremisme? De gouverneur denkt na. "Dat gaan we onderzoeken. We zullen dat niet vergeten."

Mosoel is geen stad die graag terugblikt. Op een lagere school in Al Qadisyia Twee, een arme wijk in het noordoosten van de stad, worden de lessen hervat zodra de vrachtwagens met nieuwe schoolboeken zijn gearriveerd. Die moeten de IS-stencils vervangen waaruit de leerlingen de afgelopen twee jaar les kregen.

Het plaatsvervangend schoolhoofd, Raed Machmoud (56), vertelt over de teksten waarmee de eerste klas leerde lezen. "Verhalen over Abu zus en Abu zo, over moedige buitenlandse strijders die hier kwamen vechten. Het staat ver van de fantasie van de kinderen af."

De eerste keer dat hij lesgaf uit het nieuwe materiaal moesten de leerlingen lachen. "Al probeerden ze dat natuurlijk niet aan ons, de leraren, te laten merken. Dat zou onbeleefd zijn." Wat later kwamen de ouders klagen. IS was niet te vermurwen. "De emir van de afdeling onderwijs was een Jordaniër, gespecialiseerd in landbouw. Hoe moest die iets van onderwijs weten?" Ook dat was IS: een ambtelijke organisatie, waarvoor zijn leerlingen bang waren. "Als je op het schoolplein zei: De Staat komt eraan, renden ze allemaal naar binnen."

Zelfs in het conservatieve Mosoel geldt Raed, gekleed in een bruine dishdasha, een lang gewaad, als traditioneel. De benedenverdieping van zijn huis is met een gordijn verdeeld in een mannen- en een vrouwendeel: de vrouwen bereiden in stilte een heerlijke maaltijd. Maar een van zijn zoons vertelt misprijzend over de kleine meisjes die op school een nikab moesten dragen. "Je zag geen kinderen, alleen zwarte zakken."

Als zo meteen de school weer open is, zal Raed dan terugkomen op de lessen over moedige buitenlandse strijders? Zal hij zijn leerlingen op het hart drukken: IS was fout? Het plaatsvervangend schoolhoofd valt stil. Het antwoord, zegt hij dan, is te vinden in de Koran. Vers Donder 17, hij kent de tekst uit het hoofd. "Voor wat het schuim betreft, dat zal verdwijnen, maar dat wat de mensen ten goede komt, blijft op de aarde."

Anders gezegd: het kwaad zal Mosoel vanzelf verlaten. "Er is geen probleem."

Koranteksten, fris geschilderd, sieren de muren van het schoolgebouw. Aan de rand van het schoolplein waar binnenkort weer kinderen zullen spelen, bevindt zich iets dat je hier niet verwacht: acht versgedolven graven. Hier liggen buurtbewoners die zijn omgekomen tijdens de herovering van deze wijk in november. Al bijna niet meer leesbaar zijn hun namen, met krijt op kleine stenen.

"De leerlingen weten dit", haalt eenbewaker zijn schouders op.

Boobytraps in de universiteit

De beroemde universiteit van Mosoel, niet ver van de ruïnes van Ninevé, was het hoofdkwartier van IS op de oostoever. De verlaten faculteitsgebouwen zijn uitgebrand en voorzien van boobytraps. Zeinab en haar vriendinnen hebben hier ooit gestudeerd, net als de gouverneur en generaties ambtenaren onder Saddam Hoessein, want Mosoel was ooit hofleverancier voor zijn bewind.

Pal tegenover de hoofdpoort van de universiteit zit de winkel van Nasr Imad. Voorbijgangers werpen steelse blikken in zijn vitrinekast. Onder IS waren ze verboden, maar nu zijn ze er weer, mobiele telefoons: een Samsung Galaxy 7 voor 200 dollar, oudere Samsung-modellen vanaf 100 dollar. Veel verkoopt Imad er nog niet. "Mensen hebben hun geld nodig om eten te kopen."

Deze machtsovername vindt hij anders dan in juni 2014, toen IS de stad in bezit nam en Mosoel opleefde. "Alle handel ging toen heel goed." Telefoons mocht hij weliswaar niet meer verkopen, maar wel kruideniersartikelen aan de IS-ambtenaren die hier in hun pauze kwamen. "Voor ons waren het gewoon mensen."

Maar er was een andere kant. Nasr zelf is vijf keer opgepakt door de hisbah, de zedenpolitie, voor het roken van sigaretten en omdat zijn broekspijpen niet lang genoeg waren. Zijn compagnon Ahmed Marwan (22), die bij gebrek aan klanten voor de winkel waterpijp zit te roken, heeft een neef die in augustus door IS werd geëxecuteerd voor wat hij omschrijft als 'een zakelijk geschil'.

"We wisten niet waar hij was", zegt Ahmed. "We konden daar de klanten in de winkel ook niet naar vragen."

Ineens arriveert een van de nieuwe machthebbers in Mosoel - een militair van de Iraakse speciale eenheden. Hij duwt de stomverbaasde Ahmed van zijn krukje, rukt het mondstuk van de waterpijp uit zijn handen en begint er zelf driftig van te roken.

Wie grijpt straks de macht in Mosoel? Daarover gaat het een paar dagen later bij Zeinab thuis. Dit is modern Mosoel: een kamer vol vrouwen, één neef die zich naast hen op de bank vleit. Hij komt nauwelijks aan het woord, want zus Wafaa (40) domineert de conversatie.

Wafaa, die een spijkerbroek draagt en een hoofddoek met beschaafde glitters, is niet getrouwd. "Gelukkig niet. Vrijheid."

Ze laat foto's zien op haar telefoon van de dag dat hun wijk werd bevrijd. Terwijl de meeste vrouwen veiligheidshalve binnenskamers bleven, maakte zij selfies met militairen. Stralend staat ze naast de bestuurder van een humvee. "Ons huis is die dag beschadigd door tanks van het leger, maar we waren zo blij."

Ze wil optimistisch zijn over de toekomst. "We moeten optimistisch zijn. We moeten. Ik hoop dat mensen meer verlicht worden."

Maar het verleden stemt Wafaa somber. Na de val van alleenheerser Saddam Hoessein raakte Mosoel vervreemd van de rest van Irak. Voormalige leden van Saddams Baath-partij sloten zich aan bij terreurbeweging Al Qaida, de voorloper van IS. De sjiitische regering in Bagdad van toenmalig premier Nouri al Maliki vergrootte de kloof met de overwegend soennitische bevolking in Mosoel. "Al Maliki zette het leger niet om, maar ín de stad. Hij zette inwoners tegen elkaar op."

Het ergst waren de sjiitische milities, de zogenoemde Volksmobilisatie, die openlijk gesteund worden door buurland Iran. Voordat IS de stad innam, waren de militiestrijders overal in Mosoel, met willekeurige arrestaties tot gevolg. "Hun checkpoints gaven problemen in het verkeer. Ze horen niet bij Mosoel. Daarom konden extremisten de hoofden van de mensen manipuleren."

Zelfs de hoogopgeleide Wafaa met haar glitterhoofddoek, die buiten Mosoel graag de haren door haar korte kapsel laat waaien, zag daarom wel iets goeds in IS, toen die in de rommelige zomer van 2014 van binnenuit de stad overnamen. "Toen Islamitische Staat kwam, waren we eerst blij, want alle milities waren weg."

Ruim een week na de bevrijding is het eerste militiecheckpoint in Oost-Mosoel alweer een feit, vlak bij de Grote Moskee. Aan de rand van de stad verzamelen de militiestrijders zich in konvooien, behangen met vlaggen van sjiitische geestelijken, klaar om de stad in te trekken, wachtend op een laatste bevel uit Bagdad. Wafaa is er stellig over. "Als zij terugkomen, dan komt IS ook terug."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234