Donderdag 17/10/2019

Landbouw

Hoe havenbaas Fernand Huts de duurzame landbouw een hak zette

Duurzame landbouwers Pieter Van Poucke en Annelies Marchand hadden wat graag een perceel landbouwgrond van het Gentse OCMW gekocht. Ze kregen daar de kans niet toe. Beeld Joris Casaer

Het Gentse OCMW verkocht in 2016 op zoek naar centen 450 hectare waardevolle landbouwgrond in Zeeuws-Vlaanderen. Plaatselijke, duurzame telers visten achter het net, havenbaas Fernand Huts niet: hij kocht de hele zwik voor een spotprijsje. Dinsdag spreekt de rechter zich uit in een proces aangespannen door biolandbouwers. 

Graan- en grasvelden zo ver het oog reikt: dat zie je als je vanuit Gent de Kennedylaan naar het Nederlandse Sas van Gent volgt en het bordje ‘Nederland’ net voorbij bent. Deze velden en grote lappen landbouwgrond tussen Axel en Hulst, samen een lappendeken van zo’n 450 hectare, waren tot 2016 in handen van het Gentse OCMW.  

De gronden waren onderdeel van een groot patrimonium dat het OCMW had ‘overgeërfd’. “Het patrimonium gaat terug tot de Franse Revolutie”, legt de Gentse OCMW-voorzitter Rudy Coddens (sp.a) uit. “Toen werden gronden en eigendommen onttrokken aan abdijen en aan overheden toegewezen. Die kwamen in het bezit van de Commissie Burgerlijke Godshuizen, waarvan het OCMW een erfgenaam is.”

De bewuste gronden werden decennialang verpacht aan landbouwers. Het pachtgeld kwam in de kas van het OCMW. Maar het beheer en het onderhoud van de gronden kostten het OCMW ook geld. Het leek dan ook een goed plan ze te verkopen en met het geld nuttiger investeringen te doen. 

De miljoenen euro’s van de verkoop zijn inmiddels gebruikt voor de bouw van een woon-zorgcentrum in Mariakerke, assistentiewoningen in Zwijnaarde en een lokaal dienstencentrum in de wijk Muide. “We hebben dus eigendommen die niet rechtstreeks ten dienste van de Gentenaar staan, verkocht om investeringen te doen die de Gentenaar wél rechtstreeks ten goede komen”, stelt Coddens.

Het OCMW koos er ook bewust voor patrimonium te verkopen in plaats van een lening voor de projecten aan te gaan, benadrukt Coddens. “Die keuze hield in dat het OCMW zijn werkingsmiddelen niet moest aanspreken, waardoor we niet moesten besparen op onze gewone werking.”

Het is een strategie die het OCMW wel vaker heeft toegepast. Eerder verkocht het ook al 170 hectare landbouwgrond in het West-Vlaamse Wulpen. Dat is goed bestuur, menen ze bij het OCMW, waar toch niemand iets tegen kan hebben?

Vruchtbare grond

“Als we dit hadden kunnen kopen, dan konden we vooruit.” Pieter Van Poucke en zijn partner Annelies Marchand wijzen naar een veld in de buurt van Sas van Gent. Het veld is stukken vruchtbaarder dan het stuk land dat ze nu verbouwen in Doorselaar bij Lokeren. Van hun boerderij tot hier is het amper een kwartier rijden. “Onze grond in Lokeren is zandgrond, wat van nature armere grond is. Die heeft meer last van onkruid”, zegt Marchand. 

Drie jaar geleden schakelde het koppel om naar biolandbouw. Ze hebben nu een melkveebedrijf en een hoeveslagerij. Ze telen het ruwvoer voor hun dieren zelf. Krachtvoer en stro worden voorlopig nog bijgekocht. Maar het is de ambitie die zelf te verbouwen, om nog duurzamer te kunnen werken. Daarvoor hebben ze dus een groot stuk, het liefst vruchtbare landbouwgrond nodig. Een stuk zoals dit.

Dat het Gentse OCMW de gronden te koop stelde, hebben ze naar eigen zeggen nooit geweten. De aankondiging stond in de krant De Tijd en in de Nederlandse krant Algemeen Dagblad. Het koppel leest andere kranten en tijdschriften. Het Gentse OCMW besliste ook om de 450 hectare landbouwgrond, het equivalent van 900 voetbalvelden, in één lot te verkopen. 

Volgens het OCMW was dat het eenvoudigst. Een OCMW is geen grondverkoper. Elk van de 72 percelen afzonderlijk verkopen, vergt veel werk. “Bovendien wilden we niet met de restjes blijven zitten”, zegt Coddens. “Er zitten weliswaar heel interessante grote percelen bij, maar ook niet-verpachtbare stukken, zoals bermen en dijken. Die krijg je niet verkocht. We zouden die altijd moeten blijven onderhouden. Dat wilden we vooral vermijden.”

Maar door alles in één lot te verkopen, sloot het OCMW Gent wel de kleine boeren, zoals Van Poucke en Marchand, per definitie uit.  “Geen enkele boer kan dat betalen”, zuchten ze.

Stroman

Van Poucke en Marchand vielen pas helemaal van hun stoel toen ze hoorden voor welke prijs de percelen de deur uitgingen. De nieuwe koper, een dochteronderneming van de industrieel Fernand Huts, betaalde 17,5 miljoen euro voor de volle 450 hectare. Ongeveer 39.000 euro per hectare dus. Volgens het OCMW is dat een goede prijs, net omdat de gronden verpacht zijn en de pachtcontracten – sommige lopen nog twintig jaar – mee overgenomen worden door de koper. En omdat er niet-bruikbare stukken bij zitten.

Het stuk landbouwgrond in Zeeuws-Vlaanderen dat Fernand Huts in handen kreeg. Beeld Joris Casaer

Maar daar durven de boeren openlijk aan te twijfelen. Volgens hen is een hectare landbouwgrond, zeker zo’n vruchtbare als hier, minstens het dubbele waard. Ze verwijzen naar de prijzen die gangbaar zijn in de regio rond Gent en in Zeeuws-Vlaanderen. Bovendien zijn volgens hen maar enkele van de 72 percelen echt onbruikbaar. 

Het koppel stapte naar de rechter. Hun advocaat Nic Reynaert had het in zijn pleidooien over ‘miljoenen euro’s indirecte staatssteun’ die Huts kreeg van het Gentse OCMW, omdat het waardevolle grond voor een veel te lage prijs verkocht. De advocaat ziet daarvoor ook bewijs: volgens hem zijn enkele percelen ondertussen doorverkocht aan andere vennootschappen. “Iemand als Fernand Huts verkoopt niet met verlies. Het bewijst dus dat de gronden te goedkoop gekocht werden.”

Voor de boeren blijft de vraag waarom een lokaal bestuur landbouwgrond onder de prijs verkoopt aan een industrieel, terwijl landbouwers al jaren smeken om vruchtbare grond.

Het zijn vragen die intussen bij meerdere mensen leven. Vooral de manier waarop Huts de gronden kocht, doet de wenkbrauwen fronsen. Het Gentse OCMW wist aanvankelijk niet eens dat Huts achter de koop zat. 

Bij de openbare verkoop waren er vier geïnteresseerde groepen. Met de twee hoogste bieders werd een procedure opgestart. Zij mochten verder bieden onder gesloten enveloppe. De besloten vennootschap Bijloke uit de Nederlandse gemeente Stein bracht, via een stroman, uiteindelijk het hoogste bod uit. De bv bleek een Nederlandse dochter van een Luxemburgse vennootschap waarvan Fernand Huts bestuurder is. Dat kwam het OCMW pas te weten nadat het compromis voor de gronden was getekend.

De naam van het bedrijf, bv Bijloke, is overigens niet lukraak gekozen. De gronden waar het om gaat waren oorspronkelijk van de Bijloke, het bekende abdijhospitaal annex klooster in Gent. Bij het OCMW schrokken ze wel toen ze de naam van de echte koper hoorden. Maar op zich maakt het niet veel uit wie de gronden koopt, maken ze zich daar sterk.

Speculeren

De vraag is wel waarom de familie Huts zo veel moeite doet om incognito gronden te kopen die nog voor vele jaren verpacht zijn en die ook nadat de contracten verlopen zijn landbouwgrond moeten blijven? Fernand Huts zelf laat niet in zijn kaarten kijken en wenst niet te reageren.

Maar het zou niet de eerste keer zijn dat speculanten landbouwgrond opkopen omdat ze gokken op prijsstijgingen. Dat stelt Hanne Flachet, beleidsmedewerker van FIAN Belgium, een organisatie die zich inzet voor het recht op voedsel. “Of ze speculeren op een bestemmingswijziging van de grond, waardoor die industriegrond wordt en dus meer waard is. Landbouwgrond is niet zo beschermd als natuurgebied.”

Die hypothese zou weleens kunnen kloppen. Het volstaat om de kaart van Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen erbij te nemen. De bewuste gronden zijn heel strategisch gelegen, zowat tussen de havens van Gent en Terneuzen en die van Antwerpen in. 

“Als je de gronden bekijkt, is dat inderdaad geniaal gezien”, zegt een financieel expert die liever anoniem wil blijven. “De havens van Gent en Terneuzen zijn ondertussen gefusioneerd. De gronden daartussen zijn nu in handen van de familie Huts. Een ander deel ligt niet ver van de haven van Antwerpen. Mocht een van de havens willen uitbreiden, dan moet ze voorbij Huts. Die kan zijn prijs opdrijven of alles blokkeren. Hij heeft een troefkaart in handen. En een slim zakenman als Huts kan speculeren, want hij heeft er het geld en het geduld voor.”

Natuurlijk speculeert een strategospeler als Huts, stelt ook Raf Verbeke. Hij is grondrechtenactivist en stelde zich in de rechtszaak van de boeren tegen het OCMW ‘tussenkomende partij’, een juridisch statuut dat burgers tot vorig jaar konden inroepen als ze vonden dat de overheid in gebreke bleef.

Volgens Verbeke heeft de hele uitverkoop door de OCMW’s te maken met de strenge Europese financieringsregels die er na de financiële crisis kwamen. “Daardoor kan een OCMW een investering, zoals de bouw van een broodnodig woon-zorgcentrum, minder goed spreiden”, stelt Verbeke. “En aangezien de Vlaamse regering ook nog eens 13 miljoen euro subsidies aan Gent schrapte, voelde het OCMW zich gedwongen patrimonium te verkopen. Gronden die al sinds de 13de eeuw in het bezit van het openbaar bestuur zijn.”

Iets wat je trouwens niet alleen in Gent opmerkt, meent Verbeke. “Je ziet dat OCMW’s en lokale besturen overal patrimonium aan het verkopen zijn om, zoals in Gent, rusthuizen te bouwen of andere broodnodige investeringen te doen. De lokale besturen zijn daardoor aan het verarmen, en het patrimonium komt in handen van de haute finance. Er is een zeer duidelijke privatisering bezig van openbaar goed. En dat is volgens ons niet in het algemeen belang.”

Stadsobligatie

Er zijn nochtans andere mogelijkheden als een OCMW een rusthuis wil bouwen en daar niet meteen de middelen voor heeft, meent Verbeke. Een stadsobligatie uitschrijven bijvoorbeeld. “Dan maakt de stad schulden bij haar burgers, maar dat destabiliseert het financiële systeem niet. En het is ook veiliger dan een gewone lening aangaan.”

Van Poucke en Marchand kregen in hun protest niet alleen de steun van Verbeke. Ondertussen lieten een twintigtal landbouworganisaties, academici en middenveldorganisaties weten dat ze achter hen staan. 

Onder anderen ook de historici Dieter Bruneel en Esther Beeckaert (UGent), die de lichtzinnigheid aanklagen waarmee vandaag wordt overgegaan tot de massale uitverkoop van het landelijke patrimonium van openbare instellingen. “De privatisering is een teken aan de wand”, schrijven ze in een bijdrage die op de nieuwssite Apache verscheen. “De beperkte mogelijkheden om investeringen op de lange termijn af te schrijven, zetten de openbare instellingen aan tot kortetermijndenken. In die zin vertonen de OCMW’s sterke gelijkenissen met de mensen in armoede die ze ondersteunen.”

Fernand Huts, baas van Katoen Natie. De gronden die hij kocht in Zeeuws-Vlaanderen kunnen straks een veelvoud waard zijn van wat hij ervoor betaald heeft. Beeld Photo News

Kortetermijndenken, dat is ook wat Tijs Boelens van Boerenforum het OCMW van Gent verwijt. Mocht de stad Gent een duidelijke langetermijnvisie hebben op het vlak van voedselstrategie, dan had ze de gronden nooit aan Huts verkocht, meent hij. “Pieter en Annelies zijn een voorbeeld van de transitie die de landbouw nodig heeft om duurzamer te worden”, zegt hij. “Ze staan dicht bij de consumenten, willen hun producten met veel zorg voor het milieu telen en willen dat dat voedsel via zo weinig mogelijk tussenstappen van producent bij consument geraakt. Dat is ook goed voor het klimaat, want wat van dichtbij komt, hoeft niet met camions, vliegtuigen, treinen of schepen van ver weg te komen. Het principe van de korte keten dus.”

Stadslandbouw

Dat principe zijn de stad Gent en het OCMW overigens zeer genegen zijn. De stad heeft meermaals verklaard dat ze tegen 2050 volledig CO2-vrij wil zijn. 

Een van de initiatieven om dat bereiken is net inzetten op meer stadslandbouw en boerenmarkten, markten dus waar boeren hun producten rechtstreeks aan de consumenten verkopen. “We streven naar een systeem waarbij het produceren, verwerken en vermarkten van voedsel in of dicht bij de stad kan gebeuren”, staat te lezen in de verklaring van Gent en Garde, een project waarmee Gent zijn voedselsysteem verder wil verduurzamen.

“En dat is dus net wat we willen doen, duurzame stadslandbouw”, zegt Annelies Marchand. “Maar daarvoor hebben we wel gronden nodig. Hoe wil Gent die doelstelling concreet halen en een hele stad op een duurzame manier voeden? Met hier en daar een perceeltje en enkele tuintjes gaan we er niet geraken. En die 450 hectare vruchtbare landbouwgrond hier in de Gentse ommelanden zijn we ondertussen kwijt. Dat is toch onbegrijpelijk? En een grote gemiste kans.”

Als het OCMW van Gent geld nodig had, had het ook kunnen checken bij landbouwers of er interesse bestond om de grond te kopen, meent Tijs Boelens. “Er zijn zeker genoeg geïnteresseerden, want veel boeren zijn op zoek naar een stuk goede grond. Nu zijn de gronden gewoon ‘weggegeven’ aan iemand met veel geld. Ik ben zelf ook bioboer. Hier in Gooik, waar de kwaliteit van de gronden minder is, betaal je snel 70.000 euro per hectare.”

Volgens het OCMW is landbouw geen kerntaak, zorginstellingen bouwen wel. Maar Boelens vindt dat voedsel wel degelijk een kerntaak voor het OCMW zou moeten zijn. “Ik krijg het op mijn heupen als ik hoor dat mensen die in budgetbeheer zitten aangeraden wordt geen bio meer te kopen maar naar de Aldi te gaan. Terwijl het soms mensen zijn die toch dat willen meegeven aan hun kinderen. Je zou als OCMW ook voor de korte keten kunnen gaan en lokale boeren zoeken die die mensen een structurele korting willen geven. De kerntaak van een OCMW ligt steeds meer bij voedsel en toegang tot voedsel.”

Dat het OCMW de landbouwgrond die het geërfd heeft niet tot in de eeuwigheid vasthoudt, is op zich begrijpelijk, schrijft Jan Cees Bron, hoofdredacteur van Landbouwleven in een edito in het blad. De organisatie kreeg de gronden van buiten haar doelgebied bij toeval in handen en houdt zich bezig met sociale taken op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting, medische zorg en crisisopvang. 

“Maar van een overheidsdienst mag worden verwacht dat hij verder kijkt dan zijn eigen kortetermijnbelang”, meent hij. Vlaanderen is dichtbevolkt, en veel landbouwers zouden graag hun areaal uitbreiden, ook net over de grens in Zeeuws-Vlaanderen. Wie spreekt over lokale productie moet accepteren dat die toch vaak van iets verder zal moeten komen dan van binnen de stadsgrenzen. Het feit dat juist een instelling als het OCMW zich in het verkoopproces niet heeft bekommerd over het lot van toch al kwetsbare boeren, is pijnlijk. Net zoals het pijnlijk is dat de gemeenschap door de haast bij de verkoop mogelijk miljoenen is misgelopen.”

Dinsdag moet de rechter dus zijn vonnis uitspreken in deze complexe zaak. Wat dat zal worden, is koffiedik kijken. Het Gentse OCMW vraagt een schadevergoeding van 10.000 euro van Van Poucke en Marchand en nog eens 10.000 van Raf Verbeke, voor de gerechtskosten én de geleden imagoschade. Het OCMW pikt het niet dat het koppel al twee jaar procedeert en meent ook dat Verbeke geen betrokken partij is in deze zaak.

Eén ding is zeker: als de verkoop van de grond nietig wordt verklaard, wat de eis van de boeren is, dan is dat een financiële ramp voor het OCMW: de 17,5 miljoen euro is intussen geïnvesteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234