Donderdag 18/07/2019

Hoe groen is uw avocado?

Heerlijk toch, een avocado bij het ontbijt. En het staat zo mooi op Instagram! Maar hoeveel bossen zijn ervoor gesneuveld? En hoe koosjer is de kokosolie die we van de dieetgoeroes in onze zelfgemaakte granola moeten draaien?

Een wijdverspreid en alsmaar toenemend fenomeen doet zich dezer dagen voor in de keukens van middenklassengezinnen. Het begint met een uitgeschoten mes, gevolgd door een vloek en soms een straaltje bloed. Daarna volgt de schaamte omwille van zo'n stuitend gebrek aan keukenervaring en rest er de betrokkene niets anders dan gedesillusioneerd toevlucht te nemen tot een YouTube-handleiding.

Of wilde u beweren dat u nog nooit ten prooi bent gevallen aan wat genoegzaam 'de avocadohand' wordt genoemd - een prik van de scherpe punt van uw koksmes in de weke delen van uw hand? Doet zich voor bij het versnijden van avocado's die wij, foodies die we intussen allemaal zijn, massaal verorberen, en die ons voor het prangende vraagstuk stellen: hoe verwijder ik zonder bloedvergieten die verdomde pit?

Het antwoord is eenvoudig: met een lepel. Avocadogevorderden weten beter, en gaan over tot de aanschaf van een bijna overrijpe vrucht waarvan je de pit na het schillen gewoon kunt losknijpen. Er zijn zelfs gevallen bekend van mensen die nog maar naar een avocado hoeven te kijken en de pit weekt zich prompt en geheel spontaan los van het vruchtvlees.

Avocado's behoren tot wat overijverige marketingmensen 'superfoods' zijn gaan noemen: veelal exotische planten en vruchten die worden geprezen om hun antioxidanten en vitaminen, en die soms zelfs een medicinale werking wordt toegedicht. Denk aan groene thee, quinoa, chiazaad, kikkererwten, blauwe bessen, cacaopoeder - u vindt ze in warenhuizen in het rek 'belachelijk duur'.

Nonsens, die gezondheidsclaims, zo weten we intussen van voedingsexperts, maar hoe zit het met de ecologische impact van superfoods? Zorgt de exponentieel toegenomen vraag naar bijvoorbeeld avocado's - Nederland, zo bleek deze week, is na de VS de grootste importeur ter wereld van de vrucht: 39 miljoen stuks and counting - niet voor grootschalige ontbossing in onder meer Michoacán, de Mexicaanse deelstaat waar de meeste avocado's worden geproduceerd? En zijn er niet gigantische hoeveelheden water nodig om zulke plantages te irrigeren?

Waterafdruk

"Je kunt kritiek hebben op wat er in Michoacán gebeurt", zegt professor tropische landbouw Patrick Van Damme van de Universiteit Gent, "maar stel je eens in de plaats van de lokale bevolking: als er zo veel vraag is naar avocado's, waarom zouden zij daar dan niet aan tegemoet mogen komen? Onze velden staan tegenwoordig vol met maïs, nota bene een uitheemse soort, terwijl dat vroeger tarwe was. Maïs heeft veel water nodig en wordt volop bespoten. De leeuweriken gaan daar dood aan, maar wordt de wereld daar echt slechter van? Ik ben voor alle duidelijkheid tegen, maar voor de natuur is er niets zo erg als landbouw. Maakt het dan zoveel uit wat er op die gecultiveerde grond wordt gekweekt?"

Iedere teelt, zegt Van Damme, komt sowieso in de plaats van iets anders: oorspronkelijke vegetatie, een andere teelt. De avocadokweek heeft volgens hem geen vervelende gevolgen voor de omgeving. "Je kunt het vergelijken met een olijfgaard: de bomen staan ver van elkaar, in een droog gebied waar je ze vrij kunt laten groeien en waar weinig andere planten kunnen groeien. Bovendien komen onze avocado's vooral uit Spanje en Israël, waar ze op terrassen worden gekweekt, zoals de rijstvelden in India. De ecologische kost daarvan lijkt me relatief."

Dat blijkt ook uit een studie van de Lancaster University en de RMIT University in Melbourne, die vorig jaar werd gepubliceerd in het Journal of Cleaner Production. De onderzoekers waren nagegaan hoeveel GWP (global warming potential) voedsel scoort - anders gezegd: hoeveel kilo CO2 wordt geproduceerd per kilogram product. Avocado's kregen de GWP-score één. Appels haalden 33, tomaten 56, varkensvlees 130 en melk 262.

"Die lage score van avocado's heeft natuurlijk te maken met het feit dat ze in vergelijking met pakweg tomaten veel minder worden geteeld. Bovendien is het een plantaardig product - vergeleken met dierlijke producten zullen fruit en groenten altijd goed scoren qua global warming potential. Zo'n cijfer zegt dus weinig", stelt bio-econoom Erik Mathijs van de KU Leuven. "Interessanter is om te kijken naar de waterafdruk. Die zegt meer over de belasting van bepaalde teelten."

Volgens een studie van het Unesco Institute for Water Education in samenwerking met de universiteiten van Twente, Enschede en Delft blijkt dat voor de avocadoproductie wereldwijd 1.981 kubieke meter water nodig is per ton. Dat is minder dan voor olijven (3.015m3/ton), maar meer dan voor kiwi's (514m3/ton).

Chiazaad en soja

"Chiazaad komt van de Salvia hispanica, een salieachtige plant", doceert plantkundige Patrick Van Damme. "Afkomstig uit Zuid-Amerika, vond je vroeger in het wild. Het wordt nu aangeplant, maar daar massaal bos voor opofferen is nutteloos en gebeurt dan ook niet. Salie is een plant die, nu hij meer zou kunnen opbrengen, gewoon ter vervanging van een andere komt.

"Soja is een ander paar mouwen: met 30 miljoen hectare in Brazilië en 25 miljoen hectare in Argentinië pleegt de teelt ervan een heuse aanslag op de omgeving. Zeker Maggi, het merk van de bouillonblokjes (en eigendom van Nestlé, SS), heeft met zijn monopolie op de sojateelt hele provincies om zeep geholpen. Het gaat voor alle duidelijkheid niet om sojaproducten van bijvoorbeeld Alpro, dat beweert geen genetisch gemanipuleerde soja te gebruiken. Ik heb het over gigantische oppervlaktes die worden opgeofferd voor genetisch gemanipuleerde soja, die 95 procent van de sojaproductie beslaat en die in de eerste plaats voor dierenvoeding is bestemd."

Vergeleken met palmolie - "ook niet onschuldig", zegt Van Damme - is de oppervlakte die wereldwijd aan sojabonen wordt opgeofferd gigantisch: 60 miljoen hectare, tegenover 20 miljoen hectare voor palmolie. "Trouwens, een oliepalmboom creëert een min of meer duurzame omgeving: onder de boom kunnen nog kruiden groeien. Een sojaplant is een éénjarige: na het blootleggen van de grond en het inzaaien ben je de vruchtbaarheid van de grond kwijt. Nog wat meststoffen en pesticiden erop en je bent helemaal klaar."

In de broeikasgasstudie geeft soja een GWP-score van vier - relatief hoog voor een plantaardig product. Ook de waterafdruk is niet onaanzienlijk: volgens de waterstudie is er voor de productie van een ton soja 2.145 kubieke meter water nodig.

Groene thee

Afkomstig van de theeplant zoals we die kennen - groene thee is het stadium voor zwarte thee. "De groene blaadjes worden gedroogd en kapotgewreven, waarna ze gefermenteerd worden. Zo krijg je zwarte thee", legt Van Damme uit. "Theeplanten kun je enkel in een welbepaalde omgeving kweken: India, China en de Grote Riftvallei in Afrika zijn de beste plekken. Een klein ecologisch bereik dus, dat weinig tot geen schade berokkent."

Om een ton thee te produceren, is evenwel 8.856 kubieke meter water nodig. Voor koffie zelfs het driedubbele - hipstervoedsel en koffiebars: toch een ietwat ongelukkige combinatie.

Quinoa en blauwe bessen

Quinoa kwam oorspronkelijk alleen voor in het Andesgebergte, maar wordt nu ook in Europa gekweekt. Hetzelfde voor blauwe bessen, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. "Voor beide producten worden geen bossen omgehakt", stelt Van Damme. "Maar de massaal toegenomen vraag naar quinoa heeft wel voor een shift gezorgd in het lokale voedingspatroon van de Andesbewoners: het behoort niet meer tot hun basisvoedsel, want alles wordt uitgevoerd naar de rest van de wereld."

De habitat van quinoaplanten - geen graangewas, maar lid van de ganzevoetachtigen en te vergelijken met boekweit - kon niet worden uitgebreid: overdag is er veel zon nodig, 's nachts moet het fris zijn. "Ideaal dus voor bij ons", zegt Van Damme. "Al heeft men de soort wel moeten veredelen opdat ze hier zou aarden."

Voor blauwe bessen bedraagt de GWP-score een matige twee, de waterafdruk blijft beperkt tot 845 kubieke meter water per geproduceerde ton.

Kokosolie, kikkererwten en cacaopoeder

De groep des doods. Voor de productie van een ton cacaopoeder is maar liefst 15.636 kubieke meter water nodig.

Ook kokosolie heeft geen al te beste waterafdruk met 4.490m3 per geproduceerde ton. Kikkererwten doen het met 4.177m3 per ton niet veel beter.

"Voor kokosolie is de teelt van palmbomen niet massaal toegenomen", nuanceert professor Van Damme. "De bomen die er al stonden en die vroeger werden gebruikt om kopra (het gedroogde, vezelrijke vruchtvlees, SS) te maken, kunnen nu dienen voor het gegeerde sap. Ook voor kikkererwten is er weinig noemenswaardige teelt bijgekomen. De boontjes worden geplant in het Middellandse Zeegebied, en zeker in Libanon kan er op de gronden waar in de zomer peulvruchten groeien in de winter tarwe worden geplant. Op zich dus niet zo slecht."

Cacaopoeder - en dus ook chocolade - is wel een probleem. "Het gaat niet goed met de cacaoteelt. De plant is zwak en heeft te lijden onder ziektes en plagen. Vijf jaar geleden was er in Maleisië nog maar 25.000 hectare aan cacaoplantages - men kwam er van 250.000 hectare. Veel cacaovelden worden volgeplant met oliepalmen, die meer opbrengen."

Camu camu en açai

Toegegeven: van deze had u wellicht nog nooit gehoord. Camu camu is een superfood die wordt geprezen omwille van het hoge gehalte aan vitamine C - het zijn rode bessen waarvan het vruchtvlees wordt gevriesdroogd en vermalen tot pulp. Açai is een kleine, paarse bes die in trossen groeit aan de açaipalm. Het vruchtvlees wordt vermalen tot een koude pap of een purperen sapje.

"Beide planten groeien in Centraal-Amerika en in het Amazonegebied", weet Van Damme. "Ze staan in een bijzonder ecologisch gebied dat teeltmatig amper is na te bootsen. Het ergste wat ermee kan gebeuren, is dat de vruchten te veel geoogst worden. Elders een bos platgooien om met de grootschalige kweek van camu camu en açai te beginnen, is nutteloos."

Camu camu en açai zijn een hype in de Verenigde Staten, waar ze als supergezond en medicinaal geboekstaafd staan. In Europa loopt het zo'n vaart niet. "Vijf jaar geleden hebben wij onderzocht hoe de consument zou reageren als açai hier op de markt werd gebracht. Zouden ze het kopen als ze wisten hoe gezond het was? De nuchterheid van de Belg primeerde: wie ziek is, neemt zijn toevlucht tot medicijnen, niet tot sapjes met een mogelijk medicinale werking. Een vrucht moet voor ons in de eerste plaats een vrucht zijn, geen geneesmiddel."

"Trouwens", zegt Van Damme, "een tropische vrucht roept associaties op met felle kleuren. Een açaisapje is iets vuils, het heeft een purperen, bijna bruine kleur - het ziet er niet uit. Amerikanen mogen het een superfood vinden, wij zouden het alleen kopen als het in een brikje in de winkel lag."

En zo is het met alle superfoods, denkt Van Damme. "Het is branding, showing off. Met normale voeding heeft het niets te maken. Ik hoop dat mensen beseffen dat er dringend andere landbouwmethodes gebruikt moeten worden - duurzamer, minder grootschalig, minder belastend. En de doorsneeconsument moet af van de fixatie enkel goedkoop voedsel te willen kopen, zodat de boeren in Michoacán meer kunnen vragen voor hun avocado's die wij zo graag lusten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden