Maandag 25/01/2021

Hoe ggo's de wereld helpen redden

Met deze opiniebijdrage haalt een groep wetenschappers de argumenten onderuit waarmee het Field Liberation Movement optrok naar het Wetterse aardappelveld. 'Geen slogans maar feiten, graag.'

Blijkbaar zijn er mensen (inclusief wetenschappers) die vinden dat het vernietigen van andermans wetenschappelijk werk een uitdrukking is van de vrijheid van meningsuiting. Sympathisanten van het Field Liberation Movement (FLM) argumenteren dat "biotechnologie past binnen het huidige, grootschalige, industriële landbouwmodel dat ecologisch onhoudbaar en sociaal onaanvaardbaar is" (DM 3/6). Vandaar hun verzet tegen onderzoek naar ggo's. Zij prijzen zichzelf "dat ze het debat geopend hebben".

De argumenten zijn even fout als simplistisch.

1. Het debat geopend?

De argumenten van de actievoerders dateren van de jaren 80 en intussen is er jaren onderzoek naar biotechnologie en ggo's gebeurd. In de EU geldt ondertussen een strikte ggo-regulering, met een belangrijke rol voor het Europees voedselveiligheidsagentschap (EFSA). Elke aanvraag om een ggo te produceren of in te voeren leidt tot een erg intens en complex debat tussen de bevoegde wetenschappelijke en wetgevende instanties, met veel aandacht voor het voorzorgprincipe. De ingewikkelde besluitvormingsprocedures en de uiteenlopende meningen in de verschillende EU-lidstaten leiden tot een blokkering van de ggo-dossiers. Bijna geen ggo-producten kunnen geteeld worden en onderzoek raakt moeilijk goedgekeurd. Het idee dat het debat nu pas gelanceerd werd, staat haaks op de werkelijkheid.

2. Een duurzame voedselvoorziening heeft nood aan verschillende productiesystemen en technologieën.

Er is een belangrijke rol voor biologische landbouw en lokale voedselteams, maar ook voor nieuwe technologieën als ggo's. Dit is consistent met een streven naar een meer duurzame wereld (ecologisch, sociaal en economisch). Gaan ggo's alle problemen in de wereld oplossen? Neen. De meeste voedsel- en armoedeproblemen hebben fundamentele oorzaken die weinig met voedselproductie te maken hebben. Kunnen ggo's bijdragen aan het terugdringen van armoede en honger, en aan een duurzamer en ecologischer voedselproductie? Ja. Bijvoorbeeld in droogtegevoelige gebieden, of om het gebruik van pesticiden te verminderen, of waar productiviteitsgroei door klassieke methodes afneemt.

3. Er is een gebrek aan nuance.

'Ggo's' betreffen een veelheid van technologische veranderingen die allen op een specifieke manier ingrijpen op het DNA. Economische en ecologische effecten kunnen zeer verschillend zijn naargelang de toepassingen. Bijvoorbeeld of ggo-planten resistent gemaakt worden voor pesticiden dan wel voor ziektes of natuurlijke vijanden maakt een enorm verschil. Het veld in Wetteren had ggo-aardappelplanten die veel minder (giftige) pesticiden vereisen dan traditionele aardappelen. Veelvuldig pesticidegebruik is nog steeds een groot probleem in de aardappelproductie.

4. Het argument dat de FLM-sympathisanten verdedigers zijn van 'de kleine boeren' tegen 'de machtige agribusinessconcerns' is een fabel.

Vooreerst zijn veel kleine boeren voorstander. Neem het voorbeeld van ggo-katoen in China, India en Afrikaanse landen waar honderden miljoenen armen leven op het platteland. Ggo-katoen is daar snel verspreid omdat boeren veel minder pesticiden moeten sproeien. Gevolg: daling van kosten, stijging van inkomens, beter voor het milieu, stijging van biodiversiteit (insecten en plantensoorten die vroeger dood werden gespoten leven weer op) en goed voor de gezondheid. Ggo-katoenproductie heeft zich verspreid, niet onder druk van multinationals, maar omdat arme boeren er om vroegen.

Ten tweede zijn niet alle agribusinessconcerns voor ggo's. Het verschil inzake ggo-reglementering tussen de EU en de VS bestaat deels omdat de agribusiness in de VS veel minder vasthing aan traditionele pesticiden en voordelen zag in ggo's. In Europa waren veel chemische concerns ofwel neutraal ofwel tegen: zij vreesden dat ggo's hun markt van pesticiden (en hun winst) zouden ondermijnen. De belangen van deze agro-chemische concerns werden dus gediend door anti-ggo-acties. Het vernielen van publieke testvelden en potentiële nieuwe producten ondersteunt multinationals die profiteren van een gebrek aan alternatieven voor hun pesticiden of die een ggo-monopoliepositie hebben.

Het argument dat commerciële doeleinden van bedrijven een bedreiging vormen voor de voedselvoorziening staat haaks op alle empirische evidentie. (Ter illustratie: het grootste aandeel biologische producten wordt nu verhandeld via supercommerciële bedrijven als Delhaize en Colruyt.)

Het is inderdaad zo dat ggo-toepassingen die sneller geld zullen opbrengen voor commerciële bedrijven niet noodzakelijk ook maatschappelijk prioritair zijn. Dat is een belangrijk argument voor complementair publiek onderzoek naar ggo's. Verschillende internationale organisaties investeren daarom in ggo's die niet direct commercieel interessant zijn, zoals maniok.

5. Het is 2011, tijd voor een genuanceerd debat gebaseerd op feiten in plaats van oude slogans.

Recente gebeurtenissen stemmen niet meteen hoopvol. Er is meer aan de hand dan uit de hand gelopen demonstraties. Het gaat om een georkestreerde campagne om wetenschappelijke veldproeven onmogelijk te maken, onafgezien de uitkomst van de studies. Velen lijken de systematiek en de ernst hiervan niet te beseffen.

Ondertekenaars: Jo Swinnen, president-elect van de Internationale Vereniging van Landbouweconomen (IAAE) en professor ontwikkelingseconomie (KU Leuven); Eric Tollens, professor voedselbeleid en -economie in ontwikkelingslanden, KU Leuven, en voorzitter Board World Agroforestry Center (ICRAF)); Gerard Govers, voorzitter Leuven Sustainable Earth Research Center (LSUE); Miet Maertens, professor landbouw- en ontwikkelingseconomie KU Leuven; Liesbet Vranken, professor maatschappij-milieu interacties KU Leuven; Eddy Decuypere, Centrum voor Wetenschap, Ethiek en Techniek KU Leuven; Johan De Tavernier, Centrum voor Wetenschap, Ethiek en Techniek KU Leuven; Rony Swennen, hoofd afdeling Plantenbiotechniek faculteit Bio-ingenieurswetenschappen KU Leuven; Gert Verstraeten, professor geografie KU Leuven; Roel Merckx, afdeling Bodem- en waterbeheer; KU Leuven; Jan Diels, afdeling Bodem- en waterbeheer KU Leuven; Kevin Verstrepen, KU Leuven, Laboratorium voor Genetica en Genomica en VIB Laboratorium voor Systeembiologie; Marijke Verpoorten, ontwikkelingseconoom, FWO & KU Leuven; Justus Wesseler hoofd afdeling landbouw- en voedseleconomie, Technische Universität München; Matty Demont, senior agricultural economist, International Consortium on Applied Bioeconomy Research (ICABR) & Africa Rice Center (AfricaRice), Senegal; Bjorn Van Campenhout, International Food Policy Research Institute, Kampala, Oeganda; Bart Minten, International Food Policy Research Institute, India & Ethiopië. Voor de integrale bijdrage: zie www.econ.kuleuven.be/licos/opinieggo.htm.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234