Dinsdag 29/11/2022

InterviewVoorbij het verlies

Hoe ga je met verlies om? ‘Mensen hebben een heel verkeerd beeld van rouwen’

Sofie Verschueren: ‘Dat ontslag heeft me nog het persoonlijkst geraakt. Je kunt dat niet anders interpreteren als: wij vinden jou niet tof. Jij voldoet niet.’ Beeld Aurélie Geurts
Sofie Verschueren: ‘Dat ontslag heeft me nog het persoonlijkst geraakt. Je kunt dat niet anders interpreteren als: wij vinden jou niet tof. Jij voldoet niet.’Beeld Aurélie Geurts

Voor Sofie Verschueren (38) was 2018 een jaar vol verlies: een zwangerschap liep mis, ze werd ontslagen, verloor haar broer en haar dochter kwam prematuur ter wereld. Over rouw en verlies maakt ze de podcast WEG. ‘‘Innige deelneming’, op wat slaat dat nu?’

Lotte Beckers

‘Ik was, na lang onderhandelen met mijn man, net zwanger van onze derde, maar dat ging vrij snel fout. Na een paar weken verloor ik het kindje. Ook dat liep verkeerd: het vruchtje kwam maar niet, na zes weken heb ik een curettage gekregen. Terwijl dat zwangerschapsverlies bezig was, werden bij radio Nostalgie de presentatieplekken voor het nieuwe seizoen verdeeld. Ik ging ervan uit dat ik, zoals de tien jaar daarvoor, mijn plekje in het dagblok zou krijgen, maar in plaats daarvan kreeg ik mijn C4.

“Dat ontslag kwam helemaal uit het niets, er was geen waarschuwing of gesprek vooraf. Alles had ik gegeven voor die job: om zeven uur ’s ochtends op nieuwjaarsdag stond ik daar, en tijdens het weekend ook. Mijn werk was mijn leven, ik deed dat zo graag. Maar opeens mocht ik niet meer terug naar mijn bureau: ik paste niet meer in het profiel van de zender, zeiden ze. Een collega pakte mijn spullen in en ik stond op straat. Van alles wat dat jaar is gebeurd, heeft dat ontslag me het persoonlijkst geraakt. Je kunt dat niet anders interpreteren als: wij vinden jou niet tof. Jij voldoet niet.

“Na die miskraam voelde ik dat er iets niet klopte. Ik ben bij heel veel dokters geweest die me niet geloofden, maar na een half jaar aandringen bleek dat mijn baarmoeder aan elkaar was gegroeid. De specialist wilde me opereren om me te verlossen van mijn pijn, maar was ook duidelijk: de kans dat ik nog zwanger zou worden, was zo goed als onbestaand. Dat vond ik heel moeilijk, maar als je al twee kinderen hebt, mag je daar precies niet over rouwen. De operatie was gepland op 14 december. Op 25 november stapte mijn broer uit het leven.

“Mijn mama had me die namiddag gebeld: ‘onze Thomas is vermist en ik heb er geen goed oog in.’ Op zijn keukentafel had de politie een afscheidsbrief gevonden, dan weet je het wel. Een paar uur later belde ze terug, ze moest eigenlijk niets meer zeggen. Ik was hier, in de zetel. Ik denk dat ik heel hard heb geroepen en geschreeuwd.

“Van bij ons is het een uur rijden naar mijn ouders: je zit in de auto en je hebt zo veel vragen. Maar wat er is gebeurd, gaat eigenlijk je bevattingsvermogen te boven. We waren een paar dagen daarvoor nog in de Ardennen op familieweekend geweest, ze hebben hem een paar kilometer daarvandaan gevonden. Het was al bijna nacht toen ik bij mijn ouders aankwam, maar de keuken zat vol mensen. Ik moest even diep inademen voor ik daar naar binnen kon gaan: je stapt honderdduizend kilo verdriet in. Je voelt dat gewicht echt op je vallen.”

Ruïnes

“Zijn zelfdoding was totaal onverwacht. Thomas zag af van een liefdesbreuk, maar wie heeft dat nog niet meegemaakt? Niemand wist hoe moeilijk hij het had. Hij was geen prater; als je iets tegen hem zei dat maar een beetje confronterend was, stapte hij vaak in de auto en was hij weg. Echt naar de diepte gaan was moeilijk. Dus nee, we hadden dat helemaal niet zien aankomen. Er stonden zo veel mensen voor hem klaar, maar op een of andere manier moet hij zich voor alles en iedereen hebben afgesloten.

Nood aan een gesprek?

Praten helpt, dat kan bij Tele-Onthaal: bel 106 of ga naar de website tele-onthaal.be.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

“Ik versta dat nog altijd niet. Ik kan begrijpen dat hij misschien zo ongelukkig was dat hij dacht dat dat de beste oplossing was. Maar je moet het ook nog wel dóén, hè. Zonder te denken aan je ouders, je zussen, je vrienden. Hoe the fuck? Ik heb me al zo vaak afgevraagd hoe hij zich gevoeld moet hebben, op dat moment.

“Maar het pijnlijkste is het verdriet van anderen, zoals mijn ouders. Ik probeer te aanvaarden dat Thomas een volwassen man was die een bepaalde keuze heeft gemaakt. Maar ik ben ook heel boos op hem voor wat hij ons heeft aangedaan. Hij is weg, maar wij zitten voor altijd met de ruïnes die hij heeft achtergelaten. Een sterfgeval slaat altijd in als een bom , maar als iemand daar zélf voor kiest: daar komt zo veel schuldgevoel bij, zo veel vragen. Zijn dood was niet onvermijdelijk, hij had hier nog kunnen rondlopen, hè.

'Ik moest even diep inademen voor ik bij mijn ouders naar binnen kon gaan: je stapt honderdduizend kilo verdriet in.’ Beeld Aurélie Geurts
'Ik moest even diep inademen voor ik bij mijn ouders naar binnen kon gaan: je stapt honderdduizend kilo verdriet in.’Beeld Aurélie Geurts

“Mijn moeder en zus gaan naar de lotgenotenvereniging Werkgroep Verder, ze halen daar troost uit. Ik zoek eerder troost in het maken van WEG, maar vind de confrontatie met ‘overlevers’ wel best heftig. Mensen die vertellen dat ze ooit heel ongelukkig waren en een poging hebben ondernomen, maar het hebben overleefd en daar nu heel blij om zijn. Dan denk ik: dus als Thomas het had overleefd, was hij nu misschien heel blij dat hij nog leefde? Het versterkt de ‘wat als’ wel heel erg.

“Het goede aan zo’n gebeurtenis is dat we als familie dichter bij elkaar zijn gekomen en heel goed beseffen dat we moeten koesteren wat we hebben. Mijn ouders zijn nog meer dan vroeger betrokken bij de kleinkinderen, en ook bij mijn leven. Maar het is nooit meer echt oké. In november zal het vier jaar zijn sinds Thomas gestorven is en voor mensen is dat al lang geleden. Maar voor ons is dat helemaal niet zo, het is onze dagelijkse realiteit. Er zijn dagen die oké zijn, maar er zijn heel veel dagen waarop het niet gaat.

“Op Thomas zijn verjaardag komen we samen met vrienden en familie en maken we een vuur. Mijn moeder zei daarover: ik weet dat het mooi gaat zijn en dat ik er deugd van zal hebben, maar ik zie er ook gigantisch tegen op. En zo is het altijd.

“Weet je waaraan ik me wel kapot heb geërgerd? Aan het beeld dat mensen hebben over rouwen. Mijn moeder is na de dood van Thomas lang thuis gebleven, want werken lukte niet. Uiteraard lukte dat niet. Maar ze was panisch dat iemand haar zou zien lachen. Soms heeft ze dat nog. Dan denk ik: nee, het is juist belangrijk om dat cliché te doorbreken. Rouw is geen diepe put waarin je zit te blèten tot het voorbij is. En dan die zogenaamde fasen waar mensen over beginnen: echt waar, steek ze in je gat.

“Het verdriet komt en gaat, in golven. Er zijn goede en slechte dagen, zelfs in die eerste crazy heftige week zijn er momenten geweest waarop we de slappe lach hadden omdat er iets grappigs gebeurde. En dat is oké, dat wil niet zeggen dat we geen verdriet meer hebben. Rouw is echt niet zo zwart-wit, dat idee wil ik de wereld uit.

“Het klopt ook niet dat als de vier seizoenen gepasseerd zijn, het moeilijkste voorbij is. Mijn broer had een heel druk leven, vaak was hij te laat of kwam hij niet naar familiebijeenkomsten. Dus in het begin vindt je lijf het nog niet raar dat hij er niet is. Maar na een tijd besef je: hij gaat hier nooit meer binnenwandelen. Dat dringt echt pas later door. En ik ben sowieso geen fan van de herfst, maar november, de maand waarin hij gestorven is, die moet ik elk jaar doorspartelen. Die maand is zo lastig, en zo onzichtbaar ook.

“Mensen hebben daar geen boodschap aan, hè. Er zijn heel lieve en empathische mensen, maar de boodschap is vaak toch: get over it. Toen ik mijn collega’s mailde dat mijn broer uit het leven was gestapt en dat ik de volgende dag niet zou komen werken, antwoordde mijn baas: maar woensdag ben je terug? Dat was niet eens slecht bedoeld, ze dacht dat echt.”

Lichtpunt

“Van de begrafenis ging ik bijna rechtstreeks naar het operatiekwartier. Hoewel de kansen bijna onbestaand waren, wilde de gynaecoloog me met medicatie helpen om zwanger te worden. Bij de eerste controle bleek ik al in verwachting. Ik geloof helemaal niet in het hiernamaals, maar op zo’n moment kun je bijna niet anders dan denken: Thomas, heb jij dat geregeld? Die baby was een lichtpunt voor de hele familie: nieuw leven, tegen alle verwachtingen in. De eerste weken waren heel precair, maar dan ben je die onzekere weken voorbij en begin je erin te geloven.

“Ik was dus ook niet echt ongerust toen ik een beetje bloed verloor. Maar goed, ik ging toch even op controle, en voor ik het wist lag ik in de ambulance richting het UZ Gent, waar mijn water brak. Ik was 25 weken zwanger, dan weet je dat het echt niet goed is.

“De verwachting was dat ik binnen de 24 uur zou bevallen, waarna de overlevingskans van de baby miniem was. Om het even technisch te maken: als een baby voor 24 weken geboren wordt, doen de artsen niets. Na 26 weken zetten ze alles op alles. Maar in die twee weken daartussen is het aan de ouders. Zij moeten kiezen of ze al het mogelijke willen doen om de baby in leven te houden, of dat ze het kind laten sterven. En het ergste is: ik wilde graag na de bevalling zien hoe ze eraan toe was en dan beslissen, maar dat kan dus niet. Je moet nog voor het kind geboren wordt een keuze maken.

Sofie verloor haar broer Thomas. Dochtertje Rosalie was een lichtpunt voor de familie.    Beeld Aurélie Geurts
Sofie verloor haar broer Thomas. Dochtertje Rosalie was een lichtpunt voor de familie.Beeld Aurélie Geurts

“Om een lang verhaal kort te maken: we hebben de hele nacht in de verloskamer gewacht op weeën, zodat onze dochter geboren zou worden en zou sterven, maar ik ben die nacht niet bevallen waardoor we in een ander scenario belandden. Ik werd opgenomen in het ziekenhuis en zou proberen de baby zo lang mogelijk te houden.

“Acht dagen later voelde ik me onwel. Bij controle zei de dokter: mevrouw, haar voeten hangen eruit. Zeven minuten later is Rosalie geboren, en in de tussentijd zijn ze nog met mijn bed naar het verloskwartier gelopen. Ik had niet eens weeën, maar ik heb geperst voor mijn leven. Voor haar leven.

“Ik herinner me dat ik mijn ogen weer opendeed en ze was al weg, naar een andere kamer. Je ziet niets, je hoort niets, alles is een waas: dat is een verschrikkelijk trauma. En een paar dagen later moet je naar huis en je kind daar achterlaten. Dat Rosalie daar 82 dagen alleen in een bed heeft gelegen, zal ik mezelf nooit vergeven, ook al kon ik daar niets aan doen.

“Elke dag reed ik naar het ziekenhuis, en ’s avonds zorgde ik voor de andere kinderen terwijl mijn man Tom bij Rosalie was – 82 dagen op rij. Wij zaten in lockdown al lang voor corona kwam. Kregen we een uitnodiging voor een trouwfeest of communie, dan wisten we nooit of we zouden kunnen gaan. We wisten niet of Rosalie naar huis zou komen, wanneer en hoe. We konden niet meer vooruitkijken, en dat op een moment dat we nog heel erg diep zaten.

“Vandaag is Rosalie een gezonde, vrolijke kleuter. Ik zeg vaak dat er geen weegschaal is voor verdriet, maar mensen vinden vaak dat ik geen recht heb om te treuren om wat er toen is gebeurd, want extreme prematuurtjes als zij overleven het vaak niet. Mijn man lijkt daar ook gewoon door te wandelen: de situatie was toen heel heftig, maar dat is voorbij en we gaan door. Maar voor mij is dat trauma en verdriet niet weg. Ik kan hem ook niet goed uitleggen hoe erg ik het vind dat ik drie maanden te weinig zwanger ben geweest. Ik heb geen echt dikke buik gehad en ik heb haar amper voelen stampen. Ik weet dat dat niet rationeel is, maar voor mij is dat een gemis.

“We zijn nu vier jaar later. Wat maakt dat ik nog recht sta? Ventileren, dat kan ik heel goed. Maar verder vraag ik het mij ook af. Het is vaak niet gemakkelijk, dat mag je aan Tom vragen. (lacht) Hij is ons baken van rust, de man die het schip recht houdt als het moeilijk is. Ik kan mij voorstellen dat partners in zo’n situatie met hun verdriet elk een andere weg inslaan en elkaar kwijtraken, maar dat jaar heeft ons dichter bij elkaar gebracht: we zijn samen door het verdriet gegaan, maar we zijn ook altijd samen mopjes blijven maken. Tom wilde nooit trouwen, maar hij heeft mij toch ten huwelijk gevraagd. Hij zei: we hebben zo veel meegemaakt en we staan hier nog. Dan is het voor altijd.”

Kom soep

“Maar wat overheerst, is het gevoel dat ik nooit de tijd heb gehad om te bekomen van wat er destijds, in amper zeven maanden tijd, gebeurd is. Rouwen vreet energie, ik denk niet dat je dat kunt begrijpen als je het zelf niet hebt meegemaakt. Maar ik had twee kleine kinderen en een nieuwe job als lector aan een hogeschool. We zaten ook midden in verbouwingen, waardoor we maandenlang met vier in de living woonden en sliepen, en toen werd Rosalie geboren.

“Ik ben te diep moeten gaan dat jaar. Ik ben die put nog steeds aan het dempen, maar dat lukt niet. Er waren – en zijn – veel dagen waarop ik van geen hout pijlen wist te maken en zo graag in bed wilde blijven liggen, maar dat ging niet. Als alles dan even stilvalt, tijdens een vakantie, kletst het verdriet me in mijn gezicht.

“Ik kan soms jaloers zijn op mensen die thuis mogen blijven. Ik heb het idee dat ik dat niet mag, dat ik dan alles kwijt ga zijn. Ik heb nog altijd het gevoel dat ik de radio ben verloren en ik heb geen zin om nog eens een nieuwe carrière op te bouwen. Mensen zeiden ook, goedbedoeld: je krijgt Thomas niet terug door thuis te zitten. Nee, natuurlijk niet. Maar er bleef niets meer over: ik kwam ’s avonds thuis en alle energie was op.

“Ik heb het gevoel dat ik minder aankan. Vroeger kon je me bellen met de vraag of ik je kinderen even kon opvangen. Dan liepen hier plots tien kinderen rond en dat was geen probleem. Nu vind ik mijn drie kinderen al echt heftig. En ik doe mijn werk graag, maar het is veel. Ik probeer goed mijn grenzen te bewaken en zeg vaker nee, maar ik ben nog steeds heel bang dat ik al dat verdriet en die uitputting op een dag als een boemerang terug in mijn gezicht krijg.

“Waarom ik, dat heb ik me nooit afgevraagd, daar word je volgens mij alleen maar zot van. Ik heb heel veel vragen over mijn broer, en ook wel over mijn ontslag, maar ik probeer daar niet te veel energie aan te verspillen, want ik krijg daar toch geen antwoorden op. We hebben gewoon super­veel pech gehad.

“Voor mijn podcast heb ik inmiddels dertig mensen geïnterviewd over rouw. Wat daarvan is blijven hangen, is hoe universeel verlies is en hoezeer het verborgen blijft. Veel mensen weten niet hoe ze daarmee moeten omgaan. Bijna iedereen die meedeed, vertelde achteraf hoeveel deugd het deed dat ze het gevoel hadden dat hun verdriet er even mocht zijn. Ze stuurden achteraf bloemen, of namen heel persoonlijke cadeautjes mee. Dat zegt toch ook iets?

“En dan de stroom aan berichten en mails van luisteraars: mensen maken zo veel erge dingen mee en daar is zo weinig ruimte voor. Wij zijn zo bang van verdriet: oei, die gaat toch niet wenen? Je moet dat binnenskamers houden. Terwijl er niets zo bij het leven hoort als de dood. Dat we ooit dood gaan, dat is onze enige zekerheid: waarom kunnen we dat dan geen plaats geven?

“Ik ben daar heel gefrustreerd over, ja. Wie rouwt, botst op zo veel dingen die het onnodig moeilijker maken. Er zijn mensen die niet weten hoe ze met je moeten omgaan en je ontlopen, terwijl ik zo veel heb gehad aan vrienden en kenissen die een kom soep kwamen brengen, ervoor zorgden dat ons huishouden bleef draaien of een kaartje met een persoonlijke boodschap stuurden. Ik zou echt alle kaartjes met ‘sterkte’ of ‘innige deelneming’ uit de rekken willen halen. Want je móét helemaal niet sterk zijn. En ‘innige deelneming’, op wat slaat dat nu? Weet iemand wat dat eigenlijk betekent? Het gaat niet om de grote, mooie woorden, maar om iets echt. Deel een herinnering of een onnozele anekdote, zeg ‘liefs’ of ‘dikke knuffel’. Zeg desnoods dat je niet weet wat je moet zeggen.

“En met alle respect voor begrafenisondernemers, maar begrafenissen zijn zo vaak koude, zakelijke gebeurtenissen waarover zo weinig wordt nagedacht. En dan die standaardbrieven, opgesteld in een archaïsche taal die niemand gebruikt. Het was soms echt vechten om het op onze manier te doen. Wij hadden geen zin om voor de dienst in een rij te gaan staan zodat mensen ons konden condoleren. ‘Ja, mensen doen dat zo.’ Tja, wij niet.

“Mijn ouders wilden Thomas ook begraven in ons ouderlijk dorp. Dat is voor hen heel belangrijk, mijn vader begint elke dag met een bezoek aan het kerkhof. Maar omdat Thomas elders was gedomicilieerd, hebben mijn ouders daarvoor een paar duizend euro moeten betalen. Echt waar.

“Mensen hebben op zo’n moment vaak niet de kracht of energie om daar tegenin te gaan, terwijl een begrafenis zo’n mooi ritueel kan zijn om op je eigen manier afscheid te nemen. Zulke momenten kunnen heel verbindend zijn, dat is het gouden randje van rouw en verdriet. Je huilt tot je denkt dat je kop gaat ontploffen, maar tegelijk hangt daar een liefde en warmte die ook heel veel kracht geeft. Dat merk ik ook bij de podcast: mensen hebben daar iets aan. Daar heb ik wel iets mee bereikt, denk ik. En dat doet dan toch wel deugd.”

Denk je aan zelfmoord en wil je met iemand praten, dan kun je terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813, via www.zelfmoord1813.be of via de chatdienst.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234