Dinsdag 21/01/2020
Groepen als deze Baba Zula symboliseren het moderne, seculiere Turkije dat ‘sultan’ Erdogan het liefst van al zou zien verdwijnen.

Cultuur

Hoe Erdogans AKP het culturele leven in Turkije ontwricht

Groepen als deze Baba Zula symboliseren het moderne, seculiere Turkije dat ‘sultan’ Erdogan het liefst van al zou zien verdwijnen. Beeld RV Rudy Carlier

Valt er in het Turkije van autocraat Recep Tayyip Erdogan nog wat anders te horen dan koranverzen? Het festival Istanbul Ekspres, dat deze week in Gent zijn tiende editie viert, bewijst van wel, ook al blijven artiesten in de stad aan de Bosporus vaak de kop van Jut. ‘De regering doet er alles aan om ons collectieve geheugen uit te wissen.’

Istanbul, half oktober. Sinds de president zijn troepen de opdracht gaf Noord-Syrië binnen te vallen, is Turkije een land in oorlog. In Beyoglu, met zijn statige art nouveauhuizen een van de meest kosmopolitische wijken in het Europese stadsdeel, gaat het leven echter zijn gewone gang. Op Istiklal Avenue, een drukke winkelstraat waar internationale ketens als Mango en Burger King worden afgewisseld met cafés, patisserieën, boekhandels en bioscopen, flaneren Turkse gezinnen en buitenlandse toeristen schijnbaar zorgeloos in de najaarszon.

Maar hoe dichter je het Taksimplein nadert, hoe nadrukkelijker gewapende politiemannen het straatbeeld domineren. Overal staan gepantserde wagens en waterkanonnen klaar om de geringste vorm van protest snel en doeltreffend in de kiem te smoren. Niet dat iemand aanstalten maakt om spontaan te rebelleren: nu Erdogan het opneemt tegen de Koerdische strijders (lees ‘PKK-terroristen’), die naar zijn zeggen een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid, houdt zelfs de oppositie zich gedeisd – in een opwelling van nationalisme worden de rangen gesloten. Op alle officiële gebouwen hangen gevelbedekkende Turkse vlaggen en in de voetgangerstunnel vlak bij de Galatabrug stuit je op propaganda-affiches waarop een strijdvaardige militair in een tank staat afgebeeld, met als opschrift: ‘Helden offeren hun leven op om hun land te laten voortbestaan’.

Een stad die nooit slaapt

Die heroïsche retoriek moet de aandacht afleiden van de zware economische crisis waar Turkije onder gebukt gaat. De staatsschuld is torenhoog en de waarde van de Turkse lira daalde het afgelopen jaar met 20 procent. Daarbij komt dat Erdogans islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP), die het land al sinds 2003 onafgebroken regeert, bij de gemeenteraadsverkiezingen in juni zware klappen kreeg. De Republikeinse Volkspartij (CHP) won in Istanbul met een verschil van 800.000 stemmen, waarna de centrumlinkse kandidaat Ekrem Imamoglu de nieuwe burgemeester werd. “Wie Istanbul verliest, verliest ook Turkije”, stelde Erdogan ooit. Zo ver is het nog niet – de AKP blijft voorlopig de grootste politieke formatie van het land. Maar voor Turken die naar meer democratie snakken, is het besef dat de president niet langer onklopbaar is, een bron van hoop.

Istanbul, waar zestien miljoen inwoners samenklitten, is een stad die nooit slaapt. Op de plaatselijke podia vinden hier iedere avond evenveel concerten plaats als in Londen. In Salon, een gezellig zaaltje op enkele stappen van de Gouden Hoorn, maak ik kennis met Pitohui, een band die prikkelende, instrumentale mathrock speelt, verwant aan die van Amerikaanse geestgenoten als Battles of Tortoise. En in het Zorlu Center, een futuristisch complex in het financiële district Şişli, dat, naast winkels en restaurants ook een cultureel centrum met veertien zalen huisvest, treedt de Antwerps-Egyptische Tamino op. Tussen de tweeduizend toeschouwers, vooral studenten in jeans, T-shirt en sneakers, spot ik hooguit twee meisjes met een hoofddoek. Dit zijn dezelfde jongeren die regelmatig los gaan op de muziek van Turkse groepen als Baba Zula, Elektro Hafiz, Jakuzi of Adamlar. Zij symboliseren het moderne, seculiere Turkije dat ‘sultan’ Erdogan het liefst van al zou zien verdwijnen.

Alle artiesten die ik in Istanbul ontmoet, zijn het erover eens: van vrije meningsuiting is in Turkije geen sprake meer. Nergens zitten meer journalisten achter de tralies dan hier. “Alle onafhankelijke stemmen in de media zijn het zwijgen opgelegd”, zegt Ulaş Şalgam, manager van diverse undergroundbands en eigenares van een klein platenlabel. “Sinds het begin van deze eeuw is het onderwijssysteem drastisch hervormd en is het publiek aanzienlijk conservatiever geworden. Door de taalbarrière kennen de meeste mensen enkel Turkse muziek, wat verklaart waarom de markt helemaal op zichzelf is gericht. Vooral hiphop en Anatolische pop zijn hier razend populair.”

Doorn in het oog

Serhat Sezen van de groep Deli Müjgan, die toegankelijke popdeuntjes vermengt met een scheut reggae: “De jongste jaren zijn heel wat radiostations waar rock werd gedraaid opgekocht door islamitische organisaties. Ze zenden alleen nog religieuze programma’s uit. De ideologische strategie van de AKP is duidelijk: wat hen een doorn in het oog is, wordt gewoon uit de lucht gehaald.

“Babylon, de bekendste club in de stad, wordt bestierd door een conservatieve mediagroep. Toen we er onlangs zouden spelen, werd ons concert te elfder ure afgelast. Een van de managers vond onze muziek ‘te politiek’. Waarom? We hadden een Koerdisch lied op ons repertoire staan.”

“Tja, zo werkt het staatsmechanisme nu eenmaal”, bevestigt Derya Köroglu, al sinds 1977 de voorman en enige constante van de legendarische folkrockband Yeni Türkü. “Ook ons concert op de nationale feestdag werd, zonder verdere uitleg, geannuleerd. Al zeventien jaar heeft de AKP een ingrijpende invloed op het culturele leven in dit land. Het is geen geheim dat Erdogan van Turkije een islamitische republiek wil maken.”

Köroglu, architect van opleiding, wierp zich tijdens zijn studentenjaren al op als leider van een politieke beweging die zich afzette tegen het establishment. “We spiegelden ons aan The Beatles en westerse rock-’n-roll en leenden onze teksten bij Turkse dichters van linkse signatuur. Niet dat we onze muziek ooit als agitatiemiddel hebben gebruikt. Kunst die puur politiek is, heeft geen ziel. Vandaag loop je als artiest echter voortdurend het gevaar te worden vervolgd. Alles wat je zegt in je songs wordt gecontroleerd en uitgepluisd. Stroken je opinies niet met die van Erdogan, dan moet je je voor de rechtbank komen verantwoorden. We leven in een angstklimaat, ook al omdat de grote media de AKP in alles nablaten. Alleen via Facebook of Twitter kun je nog gelijkgezinden bereiken, maar zelfs dát is niet zonder risico. Of het voor mij gevaarlijk is met buitenlandse journalisten te praten? Pff, ik schreeuw mijn ideeën niet van de daken, maar als iemand ernaar vraagt, vind ik het mijn morele plicht mijn mening te zeggen.”

Derya Köroglu van folkrockband Yeni Türkü: ‘Al zeventien jaar heeft de AKP een ingrijpende invloed op het culturele leven in dit land.’ Beeld RV Geert Vandepoele

Ook Luxus, een wilde feestband die Turkse rock, blues, chanson en balkanmuziek in één blender gooit en zich laat inspireren door Manu Chao, brengt protestsongs. “We spelen muziek van de straat,” vertelt spilfiguur Alper Bekiner, “want daar voel je pas echt wat er leeft onder de mensen. We hebben lak aan autoriteit, maar willen tegelijk dat het publiek zich amuseert. Luxus staat dus voor anarchie met een knipoog. Politiek is niet ons uitgangspunt, al valt niet uit te sluiten dat onze muziek een politiek effect sorteert.”

In het voorjaar van 2013 behoorde Bekiner tot de voortrekkers van de – aanvankelijk vreedzame – protesten in het Gezipark. Aanleiding was het autoritaire beleid van de toenmalige premier (en huidige president) Recep Tayyip Erdogan. De manifestaties werden door de oproerpolitie met buitensporig geweld neergeslagen. Er vielen 22 doden en ruim achtduizend gewonden, maar de protesten werden door de Turkse media of genegeerd of gebagatelliseerd.

“Bij het mobiliseren van de actievoerders speelde muziek een cruciale rol”, aldus Bekiner. “Eerst waren we met vijftig demonstranten. Vijf dagen later stonden er twee miljoen.” Is hij niet bang vervolgd te worden? “Luxus behoort tot de kleine garnalen”, grijnst hij. “De overheid gaat er wellicht van uit dat onze impact te verwaarlozen valt. Populaire bands komen veel sneller in de problemen, omdat die meer volk bereiken.”

Sixties en seventies

In Kadiköy, het meest seculiere stadsdeel van Aziatisch Istanbul en vandaag een drukke uitgaansbuurt, ontmoet ik journalist Murat Meriç. Hij is de auteur van Liederen uit het land dat naar anijs geurt, een standaardwerk over de Turkse populaire muziek.

“Sinds de mislukte coup van 2016 doet de regering er alles aan om ons collectieve geheugen uit te wissen”, verzucht hij. “Ze wil ons vooral de sixties en seventies, toen we relatief vrij waren, doen vergeten. In 1964 begon de bloeiperiode van de Anatolische rock, een mix van onze traditionele folk en psychedelische muziek, gespeeld op westerse, elektrische instrumenten. Die bracht niet alleen een nieuwe, vitale sound, maar ook een liberalisering van de samenleving mee.”

Van Derya Köruglu vernamen we al dat jongeren in Turkije dezer dagen weer volop teruggrijpen op het werk van oudere generaties. Ze hebben het gevoel dat de muziek die ze via de officiële kanalen krijgen aangereikt, authenticiteit ontbeert. Meriç knikt, al maakt hij er meteen een bedenking bij: “Hoewel officieel geen enkele plaat verboden is, maakt de overheid het zo goed als onmogelijk oude opnamen weer uit te brengen. In sommige gevallen worden ze zelfs stiekem vernietigd. Het is een subtiele vorm van censuur. De manier waarop de regering met het verleden omgaat, is: doen alsof het niet bestaat.”

Toch is er hoop. Alle vijftigplussers in Turkije kennen de liederen van Selda Bagcan, de inmiddels 71-jarige folkzangeres en linkse activiste met de indringende stem, die tijdens de jaren 70 in het brandpunt stond van Anatolische prog, blues en psychedelia. In haar muziek klaagde ze onrecht en armoede aan en verklaarde ze zich solidair met de arbeidersklasse, maar na de militaire coup van Kenan Evren in 1980 gold ze als een gevaar voor de stabiliteit in Turkije. Omdat ze soms in de taal van de Koerdische minderheid zong en gedichten van gebannen dichters op muziek zette, kwam ze tussen 1981 en ’84 drie keer in de gevangenis terecht. Daarna werd drie jaar haar paspoort ingehouden, zodat ze niet meer naar het buitenland kon reizen. Pure intimidatie, want Selda werd nooit veroordeeld. In 1993 schreef ze nog een ode aan onderzoeksjournalist Ugur Mumcu, die bij een aanslag om het leven was gekomen.

2manydj’s

Fragmenten uit Selda’s nummer ‘Ince ince’ uit 1976 werden inmiddels gesampled door Amerikaanse rapsterren als Mos Def en Dr Dre. Ook 2manydj’s, Florence Welch en St. Vincent outten zich als fans. “Dankzij haar succes bij de westerse incrowd is Selda vandaag te zien op grote internationale festivals en zijn haar platen ook in Turkije weer vlot verkrijgbaar”, zegt Murat Meriç. “Al neemt dat niet weg dat tegen andere lokale artiesten zeer repressief wordt opgetreden. De minste kritische opmerking die je maakt op het podium, wordt uitvergroot en zodra iemand je bij de autoriteiten gaat verklikken, gaan de poppen aan het dansen. Er volgt dan een onderzoek en mogelijk een arrestatie. Niemand wordt ontzien. Onlangs werd een tachtigjarige zanger door de rechtbank veroordeeld omdat hij tijdens een concert twee foto’s had getoond: een van een zestienjarige jongen die stierf tijdens de Gezi-protesten en een van een oude revolutionair die werd geëxecuteerd. Artiesten worden dermate geterroriseerd dat ze aan zelfcensuur gaan doen.”

Meriç vermeldt ook Yorum, een collectief dat ooit het podium deelde met Joan Baez en met zijn traditionele instrumentarium en protestliederen in Turkije enorm populair werd. Het verzette zich onder meer tegen de ontruiming van volksbuurten om er prestigieuze wolkenkrabbers neer te poten. In april vorig jaar werd zijn oefenruimte door de politie bestormd en zijn materiaal kapot geslagen. Erdogan en zijn AKP beschouwen Yorum, dat ‘de stemlozen een stem wil geven’, als een terroristische groepering. Een prima alibi om de leden monddood te maken en achter de tralies te gooien. Alle platen van Yorum zijn intussen uit de handel genomen en hun clips van YouTube verwijderd.

Folkzangeres en linkse activiste Selda Bagcan gold lange tijd als een gevaar voor de stabiliteit in Turkije. Beeld Damon De Backer

“De aanklachten tegen mondige schrijvers of muzikanten zijn meestal gefabriceerd”, benadrukt Murat Meriç. “Kritiek op de AKP wordt algauw vertaald als ‘belediging van het staatshoofd’ en daar staan zware straffen op. Zo ontstond een ware heksenjacht, waarbij Erdogan ruim 10.000 opposanten uit de academische wereld, leraren, journalisten, rechters of ambtenaren kon ontslaan of opsluiten.”

Toch zijn er ook anno 2019 nog manieren om de censuur in Turkije te omzeilen. “Dat doe je door een soort codetaal te ontwikkelen”, legt Derya Köroglu uit. “Je drukt je uit in onschuldig lijkende metaforen of gebruikt ironie, een stijlfiguur waarmee je precies het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt.” Alper Bakiner sluit zich daarbij aan: “Als je je boodschap in humor verpakt, kun je nog altijd veel gezegd krijgen. Van een nar wordt gewoon iets meer getolereerd.”

Dat dissidenten almaar meer durf aan de dag leggen, bleek begin september uit ‘Susamam’ (‘Ik kan niet meer zwijgen’), een nummer waarvoor achttien bekende Turkse rappers de handen in elkaar sloegen. Het is een striemende aanklacht tegen corruptie, ongelijkheid in het onderwijs, geweld jegens vrouwen en de vernietiging van het milieu. De vijftien minuten durende clip sloeg in als een bom en werd in de eerste week ruim 21 miljoen keer bekeken. “Kunst mag nooit misbruikt worden voor provocatie of politieke manipulatie”, reageerde Numan Kurtulmuş, de ondervoorzitter van de AKP. Maar de rappers waren niet onder de indruk: “Willen we onze kinderen een toekomst geven, dan moeten we onze angst overwinnen, vrijuit spreken en naar oplossingen zoeken voor de problemen in de samenleving. Beschouw ‘Susamam’ als een aanmoediging om op iedere vorm van onrecht te reageren en niet langer passief aan de zijlijn te blijven staan.”

Het Istanbul Ekspres-festival in Gent, een coproductie van De Centrale en De Handelsbeurs, loopt van 13 tot 17 november. Info: www.handelsbeurs.be/nl/festival/istanbul-ekspres

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234