Zondag 17/11/2019

Analyse

Hoe eerlijk is het proces dat de twaalf Catalaanse leiders krijgen?

Een konvooi van de Guardia Civil rijdt de Catalaanse politici naar een andere gevangenis, door een zee van Catalaanse vlaggen. Beeld Getty Images

Krijgen de Catalaanse leiders die vanaf vandaag in Madrid voor rebellie terechtstaan een eerlijk proces? Correspondent Maartje Bakker komt tot een ontnuchterende conclusie.

Wat is het verwijt van de Catalanen?

Voor de twaalf Catalanen die vanaf dinsdag terechtstaan, staat het vast: de rechters in Madrid zijn vooringenomen en zullen er alles aan doen om hen te veroordelen tot lange gevangenisstraffen. “We gaan ervan uit dat we geen eerlijk proces krijgen”, somberde Oriol Junqueras, voormalig ­vicepresident van Catalonië, in een brief aan de Spaanse media.

Sinds ze zich, al geruime tijd geleden, uit eigen beweging bij de rechtbank meldden, zit het merendeel van de twaalf politieke kopstukken in voorlopige hechtenis. Junqueras en zijn kompanen noemen zichzelf ‘politieke gevangenen’. Het is een kreet die in Catalonië volop weerklank vindt. LLibertat Presos Polítics staat er overal op de muren geklad. En nogal wat Catalanen dragen een geel lintje op hun jas: een symbool van solidariteit.

De Catalaanse politici en activisten worden berecht voor de demonstraties die ze organiseerden, het verboden verklaarde referendum op 1 oktober 2017 en voor het uitroepen van een onafhankelijk Catalonië.

Iedere keer als de Catalanen het afgelopen jaar voor de rechter verschenen – meestal om te vragen hun gevangenschap op te heffen – deden ze hun beklag. “Dit is een politiek proces. We staan hier alleen maar vanwege het uitspreken van onze ideeën”, zei bijvoorbeeld Josep Rull, een van de bewindslieden onder voormalig president Carles Puigdemont.

Voor Puigdemont was de vermeende vooringenomenheid van de Spaanse rechters een belangrijke ­reden om uit te wijken naar België. Zijn opvolger, Quim Torra, noemt de rechtszaak nu al een ‘farce’.

De voorstanders van de Catalaanse republiek worden gesterkt in hun wantrouwen door het ongekend zware misdrijf dat hen ten laste is gelegd: rebellie, oftewel het leiden van een gewelddadige opstand. De Catalanen worden zo op één lijn geplaatst met de staatsgreepplegers van 1981. Destijds werd het Spaanse parlement urenlang onder schot gehouden en reden de tanks door de straten.

Van de andere kant doet de regering van Pedro Sánchez haar uiterste best de rest van Europa ervan te overtuigen dat Spanje een perfecte scheiding der machten kent. De premier reisde begin februari af naar het Europees Hof in Straatsburg, om daar duidelijk te maken dat de beschuldigingen van het onafhankelijkheidskamp niet meer zijn dan ‘fake news’. Buitenlandse journalisten in Madrid worden ondertussen onderworpen aan een charmeoffensief: zelfs de minister van Justitie werd ingezet om te verklaren hoe onafhankelijk de Spaanse justitie is.

De vraag is dus: wie heeft er gelijk?

Hoe groot is de greep van de politiek op de Spaanse rechtspraak?

“En bovendien controleren we de Strafkamer (van het Hooggerechtshof, red.) via de achterkant. Het is een geweldige zet.” Ignacio Cosidó, de fractieleider van de conservatieve Volkspartij (PP) in de senaat, wreef zich afgelopen november flink in de handen in een appje aan zijn partij­genoten. De Volkspartij had juist een akkoord bereikt met de Socialistische Partij over de nieuwe samenstelling van de Raad voor de Rechtspraak. ­Cosidó was blij dat de Raad in de persoon van Manuel Marchena een conservatieve voorzitter zou krijgen.

De Raad voor de Rechtspraak is een machtige speler in Spanje. Hij benoemt de rechters van alle hogere ­tribunalen, waaronder die van het Hooggerechtshof. De Raad wordt op zijn beurt benoemd door het parlement. Volgens de Spaanse wet moeten ‘verdiensten en kundigheid’ de doorslag geven. Maar in de praktijk geven de parlementariërs simpelweg hun zegen aan de kandidaten die de partijtop aanwijst.

Door het uitgelekte berichtje van senaatsleider Cosidó hoefde niemand in Spanje meer te twijfelen aan die politieke bemoeienis. “Het is als met het sprookje over de nieuwe kleren van de keizer. De keizer is naakt, iedereen heeft het nu gezien”, oordeelt Joaquín Giménez, een man met een grote witte snor, die onlangs met pensioen is gegaan als rechter van het Hoog­gerechtshof. “Jij krijgt er zoveel en ik krijg er zoveel. Zo werkt het. Maar is dat een democratische verkiezing, of een karikatuur?”

De Raad voor de Rechtspraak is ‘gekoloniseerd door de politieke macht’, zegt de afgezwaaide rechter. “Want de politiek wil zijn eigen rechters hebben. De realiteit is dat de beschermelingen – de leden van de Raad dus – volledig handelen in harmonie met hun beschermheren – in dit geval de politici. Het komt voor dat de stemverhoudingen in de Raad precies die in het parlement weerspiegelen.”

Is dat zo? Manuel Almenar, voorzitter van de conservatieve vereniging van rechters, denkt daar anders over. “Toen ik in de Raad zat, keken we naar staat van dienst, ervaring met bepaalde materie, publicaties. Je gaat op zoek naar briljante rechters. Misschien dat een enkeling in de Raad denkt aan de volgende dag – aan een politieke functie in de toekomst – maar voor de overgrote meerderheid geldt dat niet.”

Juist de Raad voor de Rechtspraak vormt volgens Almenar, een man gehuld in een nevel van herenparfum, de garantie voor onafhankelijkheid. “Vroeger was de bemoeienis van de politiek veel sterker: toen werden de magistraten rechtstreeks door het ministerie van Justitie aangewezen.”

Toch onderschrijft maar liefst 78 procent van de Spaanse rechters de stelling dat promoties niet plaatsvinden op basis van kundigheid en ervaring. Nergens in Europa ligt dat percentage zo hoog, blijkt uit een onderzoek van het Europese Netwerk van Raden voor de Rechtspraak.

“Dat komt doordat het systeem niet transparant is”, denkt Almenar. “Er wordt niet goed uitgelegd waarom de ene rechter opstoomt en de andere niet. Maar geloof me: normaal gezien worden de besten benoemd.”

Ignacio Sánchez-Cuenca, socioloog en politicoloog aan de Universiteit Carlos III in Madrid, spreekt dat tegen. Onlangs verscheen van hem het boek La confusión nacional. La democracia Española ante la crisis Catalana, waarin hij de onvolmaaktheden van de Spaanse democratie uiteenzet. “Die promoties gebeuren op basis van banden met de politiek”, zegt hij. “Het probleem in Spanje is niet dat van rechters wordt verwacht dat ze gehoorzamen aan politici. Geen enkele politicus zal naar het Hooggerechtshof bellen om te zeggen wat ze daar moeten doen. Het grote probleem is dat de meest voorspelbare rechters worden geselecteerd voor de hogere tribunalen.”

Ongeveer de helft van de Spaanse rechters is lid van een van de beroepsverenigingen, die ieder een duidelijke politieke denktrant hebben. “Dáár kijken de politieke partijen naar om banden te smeden met de rechters”, aldus Sánchez-Cuenca.

Toen rechter Giménez de Straf­kamer van het Hooggerechtshof verliet vanwege zijn pensioen, werd hij opgevolgd door Pablo Llarena: de voormalige voorzitter van de conservatieve vereniging van rechters. En, raad eens: Llarena is de man die nu optreedt als onderzoeksrechter in het proces tegen de Catalanen. Hij spitste zijn onderzoek helemaal toe op rebellie, de zwaarst denkbare aanklacht.

Wat als Giménez nog op die stoel had gezeten? “Ik had niet voor rebellie gekozen”, zegt de gepensioneerde rechter beslist. “Er is niet genoeg geweld gebruikt om van rebellie te kunnen spreken. Geweld, dat is iets anders dan twee afvalcontainers in brand steken.”

Van de Spanjaarden zegt 49 procent dat het met de onafhankelijkheid van de rechtspraak in hun land ‘slecht’ of ‘zeer slecht’ gesteld is (zie Eurobarometer). Dat is meer dan in landen als Polen en Roemenië. Maar volgens Manuel Almenar, de conservatieve voorman, klopt de indruk die de Spaanse burgers hebben niet. Talloze politici zijn veroordeeld, dikwijls voor corruptie, dat is volgens hem al bewijs genoeg. “Spanje is bij mijn weten het enige land dat een vicepremier heeft veroordeeld: Rodriguo Rato, de latere IMF-voorzitter, vanwege zelfverrijking in zijn tijd als ­directeur bij Bankia. Zelfs een prinses en haar echtgenote zijn schuldig bevonden van corruptie.”

Het wantrouwen van de burger, denkt Almenar, wordt gevoed doordat het soms jaren duurt voordat deze hoge functionarissen achter de tralies belanden. Bovendien krijgen Spaanse politici meestal een speciale behandeling in het rechtssysteem. Bij wet is geregeld dat zij worden berecht door de hogere gerechtshoven. Almenar: “Dat geeft het idee dat niet iedereen gelijk is.”

Voor voormalig regiopresident Carles Puigdemont was de ‘voor­ingenomen­heid’ van de Spaanse rechters een belangrijke ­reden om uit te wijken naar België. Beeld AFP

Toch bestaat ook onder rechters het idee dat er balletje-balletje wordt gespeeld met rechtszaken. In geen ­enkel Europees land zijn er zo veel rechters (18 procent) die menen dat zaken in strijd met de regels worden toegewezen, met als doel de uitkomst in de betreffende zaak te beïnvloeden.

“Dat is heel ernstig”, vaart socioloog Sánchez-Cuenca uit. “Er wordt druk uitgeoefend zodat zaken helemaal bovenaan eindigen, bij het Hoog­gerechtshof, waar de politieke invloed op de benoemingen groter is. Als een zaak door een willekeurige rechtbank wordt behandeld, is de uitkomst veel onvoorspelbaarder. De ­lagere rechtbanken krijgen bijna nooit de kans een belangrijke zaak te doen. Dat is in de Verenigde Staten bijvoorbeeld heel anders.”

De Catalaanse leiders vochten aan dat hun zaak direct door het Hooggerechtshof wordt behandeld. Zij wilden eerst in Catalonië worden berecht. Dáár heeft zich het hele onafhankelijkheidsproces immers afgespeeld. Het Hof wees hun verzoek af: hun rebellie zou het hele land hebben getroffen.

Het betekent dat de rechtszaak wordt geleid door Manuel Marchena. Inderdaad: de man die de Strafkamer ‘via de achterkant’ moest gaan controleren, als nieuwe voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak én president van het Hooggerechtshof. Hij weigerde uiteindelijk zijn benoeming, beschadigd als hij was na de appjes van senator Cosidó. In plaats daarvan bleef de conservatieve rechter zitten waar hij zat: op de voorzittersstoel van het tribunaal dat de Catalaanse politici berecht.

Kan zo’n man nog optreden als een onafhankelijk rechter? Oriol Junqueras, de leider van de Catalaanse republikeinen, vindt van niet. Samen met zeven van zijn medeverdachten ging hij over tot wraking van de rechtbank na het uitgelekte berichtje van Cosidó. Tevergeefs. Er was geen sprake van ‘schijn van partijdigheid’, oordeelde het Hooggerechtshof. Marchena kon niet verantwoordelijk worden gehouden voor uitspraken van derden.

Maar volgens rechter Giménez is het ‘legitiem’ dat Junqueras denkt dat hij geen eerlijk proces krijgt. “Die wraking is te snel afgewezen. Het is fout geweest om Cosidó niet eens te ­horen. Cosidó is niet een derde die zomaar langs kwam lopen. Hij is de fractieleider in de senaat namens de Volkspartij. En hij stuurt een Whats­app, een absoluut schaamteloze, maar verhelderende Whatsapp. Is het legitiem dat daardoor twijfels opkomen? Totaal legitiem.”

Hebben de Catalanen dan gelijk?

Is het met de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Spanje net zo bar gesteld als in Polen, zoals ex-regiopresident Carles Puigdemont stelt? Dat land werd door de Europese Commissie aangeklaagd bij het Europees Hof. Het leidde ertoe dat de Poolse regering moest kiezen: een forse geldboete of het terugdraaien van de omstreden pensioenwet voor opperrechters.

“Nee, zo erg is het in Spanje niet”, denkt politicoloog Sánchez-Cuenca. “In Polen wordt geprobeerd de spel­regels te veranderen, zodat de regering zijn greep op de rechtspraak kan versterken. Het probleem bij ons is de politieke cultuur. Dat is in zekere zin een minder groot probleem.”

De rechters zelf denken er ook zo over: terwijl in Polen 74 procent van de rechters aangeeft dat de regering hun onafhankelijkheid niet respecteert, is dat in Spanje 28 procent – minder dan in een lange rij Oost-­Europese landen. Ook krijgen Oost-Europese rechters veel vaker te maken met omkoping dan hun Spaanse collega’s.

Toch lijken de Catalaanse zorgen over de onafhankelijkheid van de Spaanse rechtspraak niet helemaal onterecht. In Spanje werkt het alleen wat subtieler. De politiek laat zich niet gelden bij de behandeling van een zaak, maar al eerder.

Het zevenkoppige tribunaal dat zal oordelen over de Catalaanse leiders bestaat zodoende uit drie progressieve, één gematigde en drie conservatieve rechters, onder wie voorzitter Marchena. Dat had op het eerste gezicht slechter kunnen uitpakken voor de Catalanen, gezien de ruime conservatieve meerderheid in de gehele Strafkamer van het Hooggerechtshof. “Maar je moet bedenken”, zegt Sánchez-Cuenca, “dat de progressieve rechters in de Catalaanse kwestie niet per se andere standpunten innemen dat hun conservatieve collega’s. Ze zitten vaak op één lijn.”

Deze rechters kunnen zich volgens de socioloog “meer dan ooit de luxe veroorloven hun ideologische vooroordelen te laten meespelen”. Immers: ze hebben nauwelijks te maken met tegenspraak vanuit de Spaanse maatschappij – Catalonië daargelaten.

Sánchez-Cuenca: “De maatschappij is als een monoliet. Een heel groot deel van de Spanjaarden wil het de ­Catalaanse leiders betaald zetten wat ze hebben gedaan. Dat is een sociaal fenomeen dat zich zelfs niet voordeed in de tijd dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA de ene na de andere aanslag pleegde in Spanje.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234