Zaterdag 19/10/2019

reizen

Hoe een paar dagen Sicilië kunnen volstaan om stapelverliefd te worden

De dorpsoudsten overschouwen de ‘passeggiata’, het Italiaanse ritueel waarbij iedereen ’s avonds buitenkomt en langs de centrale piazza flaneert.  Beeld Dieter Moeyaert

Sicilië bezoeken doe je op eigen risico. De kans dat je nadien nog ergens anders naartoe wilt, wordt gevoelig kleiner als je de piazza’s en de ­palazzo’s van het eiland hebt leren kennen. Om van de pizza’s nog maar te zwijgen.

Toen generaal Patton en zijn beroemde zevende leger in 1944 op Sicilië landden, troffen ze er een heet en stoffig berglandschap aan. Patton was niet onder de indruk. “De Sicilianen zijn het meest godvergeten volk dat ik ooit gezien heb”, schreef hij in zijn dagboek.

Vierenzeventig jaar later nemen we de proef op de som. Hoewel Sicilië op een bepaald punt slechts zeven kilometer ­verwijderd is van het Italiaanse vasteland, is het een plek met een compleet andere geschiedenis, cultuur en volksaard.

De Sicilianen hebben, naast Patton, bezoek gekregen van zowat iedereen: Grieken, Romeinen, Feniciërs, Arabieren, Noormannen... Sommigen bleven langer dan anderen, maar iedereen liet een stukje cultuur achter. De architecturale schatten van bijvoorbeeld hoofdstad Palermo zijn op z’n zachtst gezegd eclectisch te noemen, met strenge Noorse robuustheid, elegante Griekse elementen en barokke tierlantijntjes.

Ook de gastronomie is een bonte smeltkroes van ingrediënten en bereidingen. En die volksaard die Patton ‘godvergeten’ noemde, vonden wij net verfrissend: de Sicilianen hebben het hart op de tong en doen de dingen graag op hun eigen manier, maar ze zijn ook authentiek, diep religieus en heel gastvrij.

Knallende beats

Wanneer we de luchthaven in Palermo verlaten, is de zon net onder gegaan. Een paarsblauwe gloed verlicht de hemel, en de zwoele en zilte lucht geurt naar mediterrane kruiden. We hebben zin om de stad in te trekken en de bloemetjes buiten te zetten, maar voorlopig moeten we de Byzantijnse mozaïeken, bruisende straatmarkten en gevarieerde gastronomie van Palermo links laten liggen. Een busje brengt ons recht naar Cefalù, naast Palermo en Taormina een must see op Sicilië.

Club Med opende er een nieuw dorp, en nodigde ons uit om poolshoogte te nemen. Onderweg naar Cefalù zien we meteen duidelijk wie de plak zwaait op de Siciliaanse wegen: motorini razen links en rechts voorbij, niet gehinderd door enige bescherming als een jas of zelfs maar een helm, vaker wel dan niet met een fleurig geklede en giechelende ragazza achterop.

Zelfs op dit late uur geraken we maar moeilijk weg uit Palermo. Zoals we ook de volgende dagen zullen ondervinden, menen de meeste weggebruikers op dit eiland dat files zichzelf oplossen door non-stop te toeteren. Hier is chaos nooit ver weg, maar het is wel charmante chaos.

Uiteindelijk doemt Cefalù op door de voorruit, badend in een zee van glimmende lichtjes. Het is een prachtig kuststadje, met een imposante kathedraal, die de huisjes errond in het niets doet verzinken. Net voor Cefalù draaien we af van de hoofdweg, en ­rijden we een lange, met palmbomen afgezoomde laan op. Dit was ooit, in de jaren 50, een van de eerste villages van Club Med, maar in de voorbije twee jaar kreeg de plek een grondige make-over.

Club Med Cefalú is het eerste vijfsterrenresort van de groep in Europa.

Nu is Cefalù het eerste Europese vijfsterrenresort van Club Med. We krijgen een van de villetta’s op de heuvel toegewezen, op wandelafstand van het centrale zwembad. Daar is een poolparty aan de gang. Een dj zweept het publiek op met knallende beats. De reis naar Sicilië is in onze kleren gekropen, dus we vinden het prima om gewoon een negroni te bestellen aan de bar, en het feestgedruis vanop afstand te bekijken. In deze stijlvolle setting wanen we ons op de set van een Paolo Sorrentino-film.

Italiaanse touch

Voor dag en dauw nemen we een frisse duik in de zee. Er staat een rondrit op het programma. Iedereen krijgt een Fiat 500 onder de kont geschoven, met vage aanwijzingen om eerst naar de kathedraal van Cefalù te rijden, en dan het Madoniegebergte in te trekken, richting Castelbuono. “Ciao bambini”, roept de gids vrolijk. “Tot straks!” Hij geeft plankgas, en verdwijnt om de hoek.

Wij kijken elkaar aarzelend aan. Uiteindelijk wagen we ons ook de weg op. Het duurt maar even voor we helemaal de draad van de route – en het spoor van de rest van de groep – kwijtraken. Voor West-Europeanen, vertrouwd met een strakke organisatie, is de lichte Italiaanse touch even wennen. Mijn reisgenoten laten het gelukkig niet aan hun hart komen.

Beeld Dieter Moeyaert

Op goed geluk – want onze Fiat is noch van een kaart, noch van een gps voorzien – rijden we de kronkelende straatjes van het centrum van Cefalù in. Dat gaat prima, tot het nauwer en nauwer wordt, en we op een gegeven moment nog maar net tussen twee muren passen. Al die tijd duwen motorini een deuk in onze achterbumper, als vervelende muggen die we maar niet kunnen afschudden.

In de duomo, de dom, vergapen we ons aan een gigantische, prachtig bewaarde mozaïek van Christus-Pantocrator uit de 12de eeuw. Opmerkelijk toch, hoe je in Sicilië op eender welk moment en welke plaats plots op een stukje Werelderfgoed kunt stoten.

Zeven lagen chocolade

Wat later rijden we de bergen in, richting Castelbuono – of toch in de vage richting ervan. Castelbuono is een kunstzinnig stadje met goeie restaurants, prachtige kunstgalerijen en sfeerrijke piazza’s. Ook hier zijn de steegjes supersmal, en bovendien lopen ze vaak steil omhoog. “Leun alstublieft voorover,” vraag ik aan mijn passagiers, op een zo normaal mogelijk klinkende toon, “wie weet tuimelt dit bolletje achterover.” Ik heb elke gram rijkunst nodig om de auto door het stadscentrum te wurmen.

De rest van de groep is intussen aangekomen. Er zitten enkele bleke en vertrokken gezichten tussen – misschien vloeide er hier en daar zelfs een traantje. De gids is zich van geen kwaad bewust, en blijft kamerbreed grijnzen en honderduit babbelen in het Italiaans.

Eenmaal we onze neus kunnen begraven in een gelato (ijsje), krijgt iedereen weer kleur. Sicilië is vermaard om zijn overheerlijke patisserie en desserts. In het dorpje Noto, in het zuiden van Sicilië, heeft een pasticceria zelfs een eigen Chef’s Table-aflevering gekregen: banketbakker Corrado Assenza. Probeer eens de torta setteveli; een heerlijke cake met niet minder dan zeven lagen chocolade en hazelnoot. Na de gelati doen we ons te goed aan de fresco’s van de 14de-eeuwse Matrice Vecchia-kerk.

‘s Avonds, terug in Cefalù, speelt het resort al zijn troeven uit. Aan de rand van het zwembad worden antipasti opgediend, en vloeien de champagne, wijn en cocktails rijkelijk. Zwaluwen tollen door het zwerk, nieuwsgierig naar wat er zich onder hen afspeelt. In de verte glimmen de lichtjes van Cefalù. We bestellen weer een negroni, ons favoriete drankje in Italië. Aan het zwembad staat een podium dat er gisteren nog niet was. Het wordt later en later, aan de hemel priemt het ene sterretje na het andere aan het firmament.

Een typisch Siciliaans steegje, met balkonnetjes die wandelaars tegen de zon beschermen. Beeld Dieter Moeyaert

En dan kijkt iedereen plots reikhalzend naar het podium, waar een man met lang haar en een baard plaatsneemt aan een draaitafel. Het is de wereldberoemde dj Bob Sinclar. Het publiek wordt gek. Samen met de decibels gaan gsm’s de lucht in. Sinclar vuurt de ene hit na de andere op ons af vanuit zijn usb-stick, en krijgt het hitsige publiek moeiteloos op zijn hand.

Carricantedruif

Onze laatste dag op Sicilië dient zich prachtig aan. Na een deugddoende duik in het aquamarijne water van de baai, haasten we ons naar de receptie, waar een huurwagen klaarstaat. Vandaag willen we de oostkust verkennen. Vooral Taormina en Siracusa staan ­aangekruist op onze kaart.

Laat je niet afschrikken door de tol op de autosnelwegen van Sicilië – je betaalt amper 30 euro per duizend kilometer – want de rit over de gewestwegen zou veel langer duren. Onderweg naar Taormina passeren we de 5.580 meter hoge Etna, op de Stromboli na de meest actieve vulkaan van Europa. Als je naar Rifugio Sapienza rijdt, op 1.800 meter hoogte, en daar de kabelbaan neemt naar 2.580 meter, kun je bijna over de rand van de vulkaan gluren.

Het Griekse theater in Taormina, langs de oostkust van Sicilië. Beeld Dieter Moeyaert

De vulkanische grond is de ideale voedingsbodem voor druivenplanten, en Siciliaanse wijnbouwers produceren sinds enkele jaren dan ook een keur aan succulente wijnen. Waar Sicilië vroeger bekend was om zijn krachtige druiven, die vooral gebruikt werden in kartonwijn, is er nu de carricante, die groeit op de flanken van de Etna. De druif geeft de Etna Bianco – een fruitige witte wijn – zijn kenmerkende hartige en licht-ziltige toets. Aarzel niet om een onooglijk uitziend winkeltje binnen te stappen op Sicilië, en daar een fles te kopen: voor een prikje vind je er overheerlijke wijnen die je bij ons niet kunt krijgen.

Taormina

Terwijl we naar een parkeerplaats zoeken, worden we in Taormina getrakteerd op de gebruikelijke verkeerschaos. Pas als het vermaarde Griekse theater zich wat later aan onze voeten uitstrekt, glijdt de stress van ons af. Taormina ligt op een kaap, met aan beide kanten bergflanken met kleurrijke bloesems, die aflopen in een baai met azuurblauw water. Taormina dankt zijn mondaine status aan de Europese adel van de 19de eeuw, die hier op vakantie kwam. Later volgden schrijvers als Oscar Wilde en D.H. Lawrence, en filmsterren als Cary Grant en Greta Garbo. Veel vergane glorie, met andere woorden, maar Taormina blijft een schitterende plek.

We stappen onze auto in, en wonder boven wonder geraken we het stadje zonder blikschade uit. Siracusa is onze volgende bestemming; een honderdtal kilometer onder Taormina. Ortigia, om precies te zijn; de
città vecchia (oude stad) van Siracusa, een schiereilandje van amper een vierkante kilometer groot dat middels drie bruggen met de rest van de stad verbonden is.

De zon gaat al onder wanneer we de flitsende Corso Vittorio Emanuele III-boulevard op wandelen, net op tijd voor het dagelijkse passeggiata-ritueel dat zich in alle Siciliaanse dorpjes ontspint: ‘s avonds gaan alle dorpelingen wandelen op de centrale boulevard, om te zien en gezien te worden.

We nemen plaats op een terrasje, en bestellen een laatste Negroni. Later op de avond staan we voor een verscheurende keuze in de taverne: bestellen we arancini (gefrituurde rijstballetjes), stigghiola (lamsingewanden op de barbecue), pasta con le sarde (pasta met sardines) of sfincione (Siciliaanse pizza met vederlicht deeg, afgetopt met olijfolie en ansjovis)? Het wordt een pasta ai ricci (met zee-egel). Voldaan wandelen we terug naar de auto, via de boulevard. De
bambini zitten elkaar lachend achterna. Ragazzi en ragazze flaneren flirtend langs het water.

Zonsondergang op de centrale boulevard van Ortigia, de oude stad van Siracusa. Beeld Dieter Moeyaert

Sicilië: een eiland met grande bellezza.

Praktisch: 

• We vlogen met Alitalia van Brussel naar Palermo, via Rome. Vanaf 174 euro in economy, alitalia.com

• Een andere manier om Sicilië te bereiken, is met de trein vanuit Rome. In Villa San Giovanni wordt de trein op de ferry geladen, om zeven kilometer verder aan te komen in Messina. Van daaruit zet je de reis verder richting Palermo. Vanaf 50 euro pp enkele reis, goeuro.com

• Verblijf in Club Med Cefalù, op een halfuur rijden van Palermo, vanaf 1.122 euro pp/nacht, all-in. Er is keuze uit vijf restaurants, waaronder een strandrestaurant en een sterrenzaak onder leiding van topchef Berton. Overdag kun je kiezen tussen verschillende watersporten, yoga, sauna, wellness of fitness, of je kunt eropuit trekken met een Fiat 500, een boot of zelfs met een helikopter. Clubmed.be/cefalu

• De makkelijkste manier om Sicilië te verkennen is per huurwagen. Vermijd de gewestwegen als je langere afstanden wil overbruggen, en kies dan voor de tolwegen, ca. 30 euro/1.000 km

Deze reportage kwam tot stand op uitnodiging van Club Med. Meer informatie op clubmed.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234