Zondag 25/09/2022

Hoe een koe het landschap kan redden

Het landschap staat onder druk. De open ruimte wordt steeds kleiner, hagen en sloten zijn verdwenen, en dus ook meerdere dieren- en plantensoorten. Is de boer daar mee de oorzaak van, dan hij is tegenwoordig ook de redder van dat landschap. Sofie Mulders

'de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord'

(uit 'Herinnering aan Holland', Hendrik Marsman, 1936)

Olmen, populieren, brede rivieren, boerderijen verspreid over het land: dat is wat Hendrik Marsman in 1936 voor zich zag als hij aan het Hollands landschap dacht. Een beeld dat nog niets aan kracht verloren heeft, maar wel aan werkelijkheid.

Het landschap in de Lage Landen heeft de laatste jaren drastische veranderingen ondergaan. De gestage uitbreiding van steden, wegen en dorpen heeft dat karakteristieke landschap doen verdwijnen. "Sloten zijn gedempt, heggen zijn verdwenen, steenwallen zijn gesloopt", zegt Nederlander Jaap Dirkmaat. Hij maakt zich ernstige zorgen over de toekomst van het Europese cultuurlandschap, schreef er het boek Mooi Europaover, en bezorgde dat boek en zijn pleidooi eind vorig jaar aan het Europees Parlement en de Europese Commissie.

"Dat netwerk van groene en blauwe aderen doorheen het landschap is niet alleen van grote esthetische waarde, het heeft ook een enorm ecologisch belang", legt Dirkmaat uit. "Vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten hebben dat typische landschap nodig om te overleven. Maar verkaveling, kunstmest, pesticiden en prikkeldraad zorgden ervoor dat het hedendaagse landschap een ware aderlating is geworden voor de biodiversiteit op het platteland." De boer heeft het land altijd naar zijn hand gezet, gaat Dirkmaat verder, maar vroeger werkte de landbouw samen met de natuur. Hij vernietigde het niet.

Toch komt vroeger soms weer wat dichterbij. In Vlaanderen werkt Vereniging Natuurpunt intensief samen met meer dan 800 landbouwers, die mee zorgen voor 7.000 hectare natuur in natuurgebieden. Ze laten er hun koeien grazen, of ze maaien graslanden. Zo leveren ze een belangrijke bijdrage aan het platteland, dat nog steeds erg onder druk staat, zegt Natuurpunt.

'De lijven plooiden naar de hooivork
En stonken naar het zweet
Het graan was rijp en binnen
De boer z'n hoogste wens'

(uit 'Tim' van Wim De Craene, 1975)

Dieter Dijckmans (28) is een van die boeren die samenwerkt met Natuurpunt, in natuurgebied De Liereman in Oud-Turnhout. Naast zijn eigen bedrijf - een vleesveebedrijf in koeien - beheert hij een stuk landschap waar hij geen kunstmest gebruikt, noch pesticiden of herbiciden. "Het is voor ons beiden een win-winsituatie", legt hij uit in het vogelweidegebied dat hij beheert. "Ik heb meer land om mijn koeien te laten grazen, waardoor ik een grotere kudde kan houden. En het gras dat ik hier vanaf 15 juni mag maaien is voedsel voor mijn koeien. Het voordeel voor Natuurpunt is dat weidevogels hier weer stilaan hun weg vinden."

De grutto, de wulp, de tureluur. Namen die de leek doen denken dat hij in de exotiek van Rio de Janeiro is beland. Maar dit is Rio niet, dit zijn de nuchtere Kempen. "Het hoge gras, waar de koeien gemest hebben, is goed voor de nesten van de vogels", gaat Dijckmans dus verder. "Het lage gras is goed voor de kuikens als die uit hun nesten kruipen en hun weg beginnen te zoeken."

Nochtans is de relatie tussen landbouw en natuur vaak moeilijk. Omdat beide op zoek zijn naar hun plaats in open ruimte die steeds schaarser wordt, en een landschap dat steeds meer versteent. Maar ook omdat het intensifiëren van de landbouw tot ernstige gevolgen heeft geleid voor de soorten, zegt Annelore Nys van Natuurpunt. "Neem nu de veldleeuwerik. Hét symbool van het Vlaamse platteland. Ooit zelfs nog bezongen in het oorlogsgedicht In Flanders Fields van John McCrae. Door het verdwijnen van die kleine landschapselementen als hagen, poelen en walletjes is de populatie ondertussen echter met liefst 95 procent gezakt. Ook de steenuil en de patrijs zijn zo goed als verdwenen."

Toch zijn de boeren een zeer belangrijke partner, legt Nysuit. "Ecologische doelstellingen blijven onze kerntaak, en als die samen met hen gerealiseerd kunnen worden, kunnen we daar alleen maar blij mee zijn."

Uitgesteld maaien

Ook de Vlaamse overheid ondersteunt landbouwers bij agrarisch natuurbeheer. Boeren kunnen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) bijvoorbeeld een beheersovereenkomst sluiten: in ruil voor het vrijwillig uitvoeren van maatregelen die het milieu, de natuur of het landschap behouden of verbeteren, krijgen ze subsidies. Dat kan gaan over maaien, het onderhouden van bestaande hagen, of het aanleggen van nieuwe hagen.

Zo zou Dieter Dijckmans een overeenkomst over uitgesteld maaien kunnen afsluiten met de VLM. Dan mag hij pas vanaf 1 juni een eerste keer zijn weiland maaien, maar eigenlijk doet hij dat nu al. "Hoe later je maait, hoe houteriger het gras wordt. Voor melkvee is dat niet goed, maar voor mijn koeien kan dat geen kwaad. Bovendien zitten er eendennesten in het gras, ik wil die niet in gevaar brengen."

Toch heeft Dijckmans die overeenkomst niet afgesloten. Hij moet zich dan voor vijf jaar engageren, en hij wacht liever tot 2015. Dan wil Europa namelijk 7 procent van de landbouwgrond per bedrijf reserveren voor ecologisch beheer. "Als ik nu die overeenkomst sluit met de VLM, telt dat niet meer mee voor die 7 procent. Dus wacht ik liever wat."

Beheersovereenkomsten zijn een goede zaak, vindt Natuurpunt, maar het is slechts een peulenschil van wat er moet gebeuren. "De VLM heeft bijvoorbeeld ook een overeenkomst om weide- en akkervogels zoals de geelgors en de kievit te beschermen, maar dat gaat over amper 1.000 hectare, uitgespreid over heel Vlaanderen. Dat is veel te kleinschalig om daadwerkelijk iets aan de situatie te kunnen veranderen."

Zijn ook bezorgd over het omgaan met het Vlaamse landschap: de Regionale Landschappen in Vlaanderen. Zij bestaan uit zeventien streekgebonden organisaties en worden gesteund door de provincies. "We staan voor een serieuze uitdaging", zegt voorzitter Dirk Cuvelier. "De cultuurlandschappen die Europa - en dus ook België en Vlaanderen - tekenen, zijn aan het vervlakken. De verscheidenheid verdwijnt. Op dit moment schieten de verschillende overheden tekort om daar een afdoend antwoord op te vinden.

"Vlaanderen zou een serieuze investering moeten doen in het landschapsbeleid, zoals dat bij de grootsteden wel gebeurt. Die vragen en krijgen steeds meer verantwoordelijkheid en financiële middelen, en dat loont. Mobiliteit, wonen, werken, groen, cultuur en recreatie raken steeds beter op elkaar afgestemd in de stadscentra. Maar als het over het platteland gaat, is er nog geen beleid dat ontwikkeling koppelt aan een boeiend landschap, is er te veel betutteling van Vlaanderen en te weinig oog voor de lokale leefbaarheid. De lokale overheden krijgen te weinig middelen, vertrouwen en zelfstandigheid. Het gevolg: er is te weinig visie op waar het met het Vlaamse landschap naartoe moet."

Fosfaat uit de grond

Boer Dieter Dijckmans doet ondertussen alvast zijn best om een bescheiden bijdrage te leveren. "Mijn grootouders, van wie ik dit bedrijf op mijn 21ste overnam, hadden het in het begin misschien wat moeilijk met die andere manier van landbeheer, maar ondertussen snappen ze het wel. Ook omdat het voor ons voordelig is, daar moeten we niet flauw over doen. Mocht ik er geld aan beginnen te verliezen, dan zou ik er misschien anders over denken. Een boer moet ook overleven.

"Als ik in mijn eigen bedrijf de productie hoog wil houden, kan ik niet volledig volgens de methode van Natuurpunt werken. Maar ik heb respect voor de natuur, en ik wil er zoveel mogelijk mijn steentje aan bijdragen. En nee, ik ben geen uitzondering. Meer en meer jonge boeren staan ervoor open om op deze manier mee voor de natuur en het landschap te zorgen."

Waarop de Turnhoutse boer ons meetroont naar een stuk landbouwgrond waarop hij samen met twee andere boeren en de universiteit van Gent een experiment uitvoert. De grond zit vol fosfaat en dat probeert men er nu uit te krijgen door middel van gewassen als klaver en maïs, zonder dat de grond moet worden afgegraven. "De onderzoekers nemen geregeld stalen, ze houden ons daarvan op de hoogte, en ze berekenen zelfs de rendabiliteit van de gewassen, die uiteraard voor ons zijn. Het kan vijftien tot twintig jaar duren voor het fosfaat volledig verdwenen is, maar ik vind het een heel boeiend experiment. "

Hoog tijd voor Dijckmans dan om zijn koeienstal weer op te zoeken. Zijn kudde is volop aan het kalven, vandaar. Grootvader Medard De Witte (79) is al aan het werk bij de beesten. "Je bent een boer of je bent het niet", klinkt het kordaat, terwijl zijn vinnige ogen trots zijn kleinzoon gadeslaan.

'Aan 't werk nondedju, totdat ik erbij creveer'

(uit 'Het gezin Van Paemel' van Cyriel Buysse, 1903)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234