Zondag 31/05/2020

Reportage

Hoe duurzaam shoppen tieners?

Middelbare-schoolleerlingen krijgen les over duurzame mode.Beeld Joris Casaer

Ze stappen mee in klimaatmarsen en ballen hun vuisten naar politici. Maar hoe ecologisch zijn tieners zelf, wanneer ze kleren kopen? Smelt hun ideologie weg in het pashokje? Of shoppen ze bewust eerlijk? Het Antwerpse ModeMuseum ontwikkelde speciaal voor hen een lessenpakket rond duurzame mode. Wij gingen onze broek nog eens slijten op de schoolbanken. 

Fast fashion. Waar doet dat jullie aan denken?”

- “Aan iets wat heel snel gemaakt wordt.”

“En wat zou duurzame mode dan kunnen zijn?

- “Kleren die superduur zijn?”

We zijn te gast bij het Heilig Hart van Maria, een middelbare school in Berlaar. Voor ons zitten twintig zestienjarigen, vijfde economie. Die gaan we in de komende twee uur bijpraten over – inderdaad – fast fashion en duurzame mode. Want we leren onze kinderen wel hoe ze geld moeten verdienen, maar niet hoe ze het moeten uitgeven. En dat is een serieus risico. Want ons consumptiegedrag bepaalt hoe de wereld eruitziet. Met dit koopniveau hebben we meer dan vier wereldbollen nodig. 

Nel en Charlotte. ‘Wat ik na de les weet, gaat me niet tegenhouden om iets te kopen, Maar ik ga er wel bewuster naar kijken’, zegt Nel (15). ‘Ik koop veel in tweedehandswinkels, omdat ik daar leukere dingen vind en omdat het goedkoper is’, meent Charlotte (14). Beeld Joris Casaer

“Nu jong zijn, is moeilijk. Jongeren zetten net hun eerste stappen als consument en voelen de druk om betere keuzes te maken dan eerdere generaties. En dat terwijl het aanbod goedkope kleding immens is en iedereen verwacht dat je er goed uitziet”, analyseert Kaat Debo, directrice van het Antwerpse Mode­Museum (MoMu). “Duurzaamheid is overal een hot topic, maar zeker in de mode. Er is te veel van alles. ‘Hoe ga je daarmee om?’, vragen veel mensen zich af. Ik vind het als museum onze taak om het publiek te informeren. Omdat leerlingen uit het middelbaar de consumenten van de toekomst zijn, maakten we op maat van hen een lessenpakket. Leerkrachten kunnen dat gratis downloaden om een les op te baseren.”

Shocktherapie

De afgelopen weken namen we de proef op de som. Naast het college in Berlaar trokken we naar het Pius X in Antwerpen. Lesuren economie, Frans en geschiedenis maakten uitzonderlijk plaats voor een spoedcursus duurzame mode. Voor de klas stonden dit keer even geen leerkrachten, maar Klaartje Patteet en Elisabeth Claes van het MoMu. Als aftrap lanceerden ze wat korte vragen. Al kan je het ook shocktherapie noemen. 

Jerom (14): ‘Ik draag mijn kleren tot ze versleten zijn. Dat is helaas meestal snel, De kwaliteit valt vaak dik tegen.’Beeld Joris Casaer

“Hoeveel kleding denken jullie dat er per seconde wordt verbrand?” peilt Elisabeth. Ongeveer de helft van de klas gokt juist: het volume van een volle vrachtwagen. “Hoeveel procent van alle kleding wordt gerecycleerd?” Niemand antwoordt correct en de oren flapperen als dat slechts 1 procent blijkt. Wanneer we na de les bij de leerlingen polsen wat ze vanavond thuis gaan vertellen, komen deze cijfers naar boven. “Ik kan het bijna niet geloven: slechts 1 procent wordt hergebruikt, de rest is wegwerp”, zegt Yanis (14).

Maar zelf blijken ze ook geen recyclagekampioenen. Sommigen gebruiken kledingcontainers. Maar niemand heeft ooit al iets binnengebracht bij de kringloopwinkel of tweedehandszaak. Wel geven sommigen hun kleren door aan familie. Laura (16) stuurt ze op naar haar familie in Brazilië. 

Laura en Elize. ‘Mijn broek kostte 60 euro. Ik zou het dubbele willen geven mocht ik zeker weten dat hij eerlijk gemaakt is’, belooft Laura (16). Elize (16): ‘Ik koop Liever duurdere stukken die langer meegaan, maar toch is mode voor mij een wegwerpproduct.’ Beeld Joris Casaer

En in het gezin van Nele (16) geven ze oude kleren mee aan hun poetsvrouw, die ze inzamelt voor een project in Afrika. Bij Jerom (14) staat er in de kelder een zak vol oude kleren die dienen als poetsdoeken. Er groeien wel prompt goede voornemens om minder weg te gooien. “Als ik nu oude foto’s zie van mijn moeder, zou ik willen dat ze niet al haar kleren had weggegooid. Ik koop nu juist dezelfde dingen als zij toen.”

Tijdens de eerste helft van de les praat Elisabeth de leerlingen bij over de verpletterende impact van fast fashion op mens en planeet. “Dat is kleding als wegwerpproduct. Het is heel veel goedkope kleding die heel snel wordt ontworpen en geproduceerd. Een bloesje kost soms evenveel als een belegd broodje. En in bepaalde winkels hangt elke twee weken een nieuwe collectie.” De tieners leren over giftige kleuringsprocessen en hoe een kledingstuk vele landen doorkruist voor het in je kast belandt. Over het feit dat we steeds meer kleren kopen en die steeds minder vaak dragen. En over hoe vreselijk veel water er wordt vervuild bij de productie van denim. 

Danaï (16): ‘Na deze les wil ik minder impulsief gaan kopen. ik ga vanaf nu zeker het etiket bekijken en nadenken of ik het vaak genoeg ga aandoen.’ Beeld Joris Casaer

Danaï (16) geeft met schaamrood op haar wangen toe: “Ik heb zeker twintig jeansbroeken in mijn kast hangen.” Maar Klaartje Patteet, die werkt als publiekswerker bij MoMu, stelt haar gerust. “We komen niet met een opgestoken vinger. Iedereen mag bij Zara en aanver­wanten blijven shoppen. Dat doen we zelf ook. Maar we hopen wel dat jullie na onze les niet meer hersen­­­loos iets kopen, maar een paar tellen nadenken. Ons doel is om jullie handvaten te geven om betere keuzes te kunnen maken.”

Tijd voor de volgende proef op de som. Elisabeth toont een foto van Rana Plaza in Bangladesh. De meesten herkennen de ingestorte sweatshop, ook al waren sommigen toen pas zeven jaar oud. “En zoek nu eens in jullie kleren naar het ‘made in’-label”, vraagt Elisabeth. Charlotte (14) steekt haar vinger op: “Mijn Zara-truitje is gemaakt in Bangladesh, maar ik kocht het wel tweedehands.” 

‘Dat er aan de andere kant van de wereld kinderen in slechte omstandigheden werken , mogen we niet accepteren’, vindt Mohammed (14).Beeld Joris Casaer

Ze is niet de enige van de klas die al probeert bewust om te gaan met kleding. “Ik draag mijn kleren tot ze versleten zijn”, zegt Jerom. Nele: “Ik geef mijn kleren door aan mijn nichtje.” Laura vertelt: “Toen ik een gat in mijn broek had, maakte ik er een short van.” Van de duurzame merken die Elisabeth als voorbeeld geeft, kennen ze er weinig. De recyclage van Maison Martin Margiela en de veganistische benadering van Mats Rombaut... ze doen geen belletje rinkelen. Eén iemand kent Filippa K, het Zweedse merk dat onder meer een eigen tweedehands­winkel heeft en onlangs hun duurzaamheidsambities ferm opschroefde.

Gebrek aan kennis

Voor wat cijfermateriaal bellen we naar Soraya Candido uit Brussel, die na haar studies Biologie koos voor een master Human Ecology aan de VUB. Ze geeft regelmatig lezingen rond duurzaamheid en deed onderzoek voor Antwerp Manage­ment School in hun Sustainable Trans­formation Lab. 

Dina (17): ‘vorig weekend ben ik nog gaan shoppen, maar heel goedkope kleding koop ik bewust niet.’ Beeld Joris Casaer

“Wetenschap­pelijk onderzoek naar het al dan niet duurzame koopgedrag van tieners is schaars”, geeft ze toe. “Er is een interessante Britse studie uit 2009 die peilt naar de wegwerp­attitude van jonge shoppers. En naar de bereidheid om duurzamer te gaan kopen. Toen bleek dat de shoppers zich helemaal niet bewust waren van de negatieve bijwerkingen van hun koop- ­­g­e­drag. De kennis ontbrak. Naar mijn aanvoelen is dat de afgelopen tien jaar echt veranderd. Op het Mooi-festival (een event rond eerlijke mode in De Studio in Antwerpen, red.) gaf ik een interactieve lezing aan leerlingen van het aso, tso en bso. Zij verbluften me echt met hun kennis. Al is er geen wetenschappelijk onderzoek waarmee ik dat kan staven. Jongeren kennen nu wel de problemen en ze beseffen dat ze anders moeten kopen. Maar hóé, dat is nog een struikelblok. Ze vragen zich af: wat zijn goede winkels en wat slechte? Is de Conscious-collectie van H&M een teken dat het bedrijf duurzaam is? Of is het gewoon green­washing? Om van hen goede consumenten te maken, moeten we ze leren kritisch te zijn, zodat ze zelf marketingpraatjes kunnen doorprikken.”

Dries (16): ‘Op Netflix zag ik een docu over de mode-industrie. Sindsdien ben ik wel bezig met duurzame kleding.’Beeld Joris Casaer

Ook de tieners in de klassen van Berlaar en Antwerpen weten best wat over fast fashion. Maar de hamvraag is natuurlijk: heeft die kennis invloed op hun koopgedrag? “Ik geef eerlijk toe dat ik kleren zie als wegwerpproduct. Ook al koop ik nooit bij Primark”, vertelt Elize (16). Haar vriendin Laura knikt. “Ik shop minstens één keer per maand. Jammer genoeg doe ik regelmatig miskopen. Dan ben ik in het pashokje echt overtuigd, maar eenmaal thuis vind ik het toch niet mooi. Soms breng ik het terug, maar vaak ligt het ongedragen in mijn kast. Al koop ik ook tweedehands. Deze cardigan van Lacoste vond ik voor maar 3 euro bij Think Twice.” Zouden ze meer willen betalen voor een duurzaam product? “Zeker, afhankelijk van de prijs natuurlijk”, klinkt het in koor. “We hebben toevallig allebei dezelfde broek aan, van Subdued. Die kostte zestig euro. Als die helemaal eerlijk wordt gemaakt voor het dubbele van de prijs, zou ik hem ook nog kopen. Maar niet als het 600 euro is. Zulke duren kleren mag ik niet kopen van mijn moeder. Ook omdat ik nog groei.”

Modekater

Jonge consumenten zijn trendgevoeliger dan oudere én ze hebben een dunnere portefeuille. Dat maakt ze dubbel ontvankelijk voor fast fashion. Maar wat is eigenlijk de reden waarom we iets kopen? Waarom koop je een vijftiende paar schoenen of jeans nummer veertien? Greenpeace deed in 2016 onderzoek onder jonge modeconsumenten (20-45 jaar) in China, Hongkong, Taiwan, Italië en Duitsland over de gewoonte om meer te kopen dan nodig. Dat fenomeen is extreem in Hongkong en China waar 40 procent zichzelf shopverslaafd noemt: meermaals per week compulsief kopen. 

Nele (16): ‘Mijn broek was niet goedkoop, maar ik kocht hem omdat ik wist dat ik hem veel ging dragen.’Beeld Joris Casaer

Maar ook in Europa is het fenomeen wijdverbreid: 60 procent van de Duitse ondervraagden geeft toe dat ze meer kleding bezitten dan ze nodig hebben. De centrale vraag: als je niet winkelt omdat je iets nieuws nodig hebt, waarom dan wel? Omdat het een spannend en voldaan gevoel geeft. Het is een manier om te ontsnappen aan stress, een tijdverdrijf of een middel tegen verveling. Maar die kick is van korte duur; 50 procent zegt dat het minder dan een dag duurt. Een op de drie voelt zich achteraf zelfs leeg en ongelukkiger. Noem het een shoppingkater. En wat doe je om erbovenop te komen? Juist!

Zulke heftige gevallen melden zich zeker niet in Berlaar en Antwerpen. Maar shoppen is wél een vriendschapsvehikel, een vrijetijdsbesteding. Een moment dat ze delen met vrienden en associëren met gezelligheid. Lesgeefster Elisabeth Claes pikt daar­op in: “Er zijn vast ook andere dingen die jullie samen kunnen doen en die even leuk zijn.” Onderzoekster Soraya Candido oppert een kledingruil. “Er worden regelmatig evenementen ge­organiseerd, zoals Antwerp Fashion Exchange. Maar het kan ook kleinschaliger, gewoon met een paar vriendinnen. Op een namiddag heb je óók nieuwe schatten voor je garderobe, maar dan zónder geld uit te geven.”

Nieuwe tijdelijke eigenaar

In Berlaar doen we een klein experiment: elke leerling nam twee kledingstukken mee. Eén dat ze wekelijks dragen en één dat ze al een jaar niet hebben aangehad. Iedereen mag grasduinen in de ongedragen stukken. Vind je iets tofs, dan mag je het twee weken houden. De jongens kijken de kat uit de boom. Maar de meisjes slaan meteen aan het passen. “Zo’n mooie trui. Waarom draag je die niet?” Twee minuten later heeft het gros van de stukken een nieuwe tijdelijke eigenaar. “Wij ruilen regelmatig eens kleren met elkaar”, aldus Dina. “Doordat iemand het op een andere manier draagt, kan je geïnspireerd worden.” Daarna laten we een paar leerlingen zeven verschillende outfits maken met tien kledingstukken. De boodschap is simpel maar doeltreffend: je hebt niet veel kleren nodig om elke dag in een andere tenue op school te verschijnen.

Seppe (14): ‘Ik wist dat er een probleem was, maar niet dat de situatie zo erg was. Er moet meer gedaan worden vanuit de politiek.'Beeld Joris Casaer

Naast ruilen en combineren zijn huren en herstellen nog tools die Elisabeth aanreikt. “Koop alleen kleren die je dertig dagen gaat dragen. Voor speciale gelegenheden – skireis of een chic feest – kan je ook iets huren”, tipt ze. Niemand van de twee klassen blijkt de weg te kennen naar de schoenmaker of het retouche­atelier. Dus ook daar valt nog duurzame winst te maken. “Misschien moeten we opnieuw verplicht naailes geven, zodat iedereen zelf kleine herstellingen kan uitvoeren”, oppert economieleerkracht Kathleen in Berlaar. “YouTube staat vol eenvoudige tutorials om zelf je kleren te fixen”, weet Elisabeth.

Een van de grote valkuilen van fast fashion is dat de emotionele band met onze kleren volledig verloren is gegaan, waardoor we ze gemakkelijker in de vuilbak kieperen. Soraya: “Daarom is het zo belangrijk om jongeren meer knowhow bij te brengen over craftsmanship. Als je weet hoeveel tijd, energie, grondstof en liefde er nodig is om een kledingstuk te maken, kijk je anders naar je T-shirt.” Dat vindt ook MoMu-directrice Kaat Debo. “Ik groeide op met een mama die alle kleren zelf naaide en breide. Mijn kinderen zien mij dat niet doen. Ik leerde op school nog breien. Zij niet meer”, analyseert ze. “Dus wat verwachten we eigenlijk van onze kinderen? Het is normaal dat zij niet meer zien of iets goed gemaakt is. We zouden hen ook moeten leren om kwalitatieve stoffen te herkennen. Wie dat kan, maakt betere keuzes.”

19de-eeuws ondergoed

Debo noemt ook de geschiedenis een belangrijke leraar. “Als je weet dat het vroeger anders was, aanvaard je de huidige situatie minder gemakkelijk. Als het niet altijd zo is geweest, waarom moet het dan zo blijven? Daarom vind ik het als museum belangrijk om het historisch kader te tonen. Want fast fashion is een heel recent fenomeen, iets van de laatste 20, 30 jaar.” Vroeger werden onze kleren op maat gemaakt door een kleermaker. Ze waren kostbaar en schaars en dus werden ze gerepareerd en gedragen tot ze volledig versleten waren. “In het museum wil ik graag eens de evolutie van onze kleerkast tonen. Vroeger hadden mensen een kist waarin ze hun paar kleren opborgen. Daarna werd het een kast en nu zijn er walk-in closets. Een hele kamer vol kleren: is dat echt nog normaal?”

‘Ik heb heel veel geleerd. Thuis ga ik zeker vertellen over waar onze kleren vandaan komen en hoe weinig er hergebruikt wordt’, aldus Yanis (14). Beeld Joris Casaer

Ondoorzichtig

Het MoMu is momenteel gesloten voor renovaties. Via tentoonstellingen op locatie en initiatieven zoals dit lessenpakket blijft het museum wel zijn publiek bedienen. De map is sinds december al bijna 150 keer gedown­load: een teken dat er vraag naar is. Als het museum heropent, zullen ze daar nog verder op inzetten. “We legden een studiecollectie aan van 2.000 objecten. Daarin zitten bijvoorbeeld kleren die je gewoon mag aanraken. Om jongeren te enthousiasmeren is een ander soort onderwijs nodig dat draait rond beleving. Zelf een 19de-eeuws korset vastnemen en mani­puleren, is toch een stuk spannender dan een lesje modegeschiedenis met prentjes?”

Net voor we vertrekken, legt een leerling nog de vinger op de zere plek: “Ik vind het echt niet oké dat er mensen in Bangladesh sterven voor onze kleren. En ik ben bereid om meer geld neer te leggen voor een eerlijk stuk. Maar hoe kan ik weten of de mensen die mijn kleren maken goed betaald worden en in goede omstandigheden werken?” Elisabeth: “Een duur kledingstuk is niet per se heel duurzaam. Zo gemakkelijk is het jammer genoeg niet. De modewereld is weinig transparant. Máár: een supergoedkoop kledingstuk is 99 procent zeker níét duurzaam. Een goeie tip voor iedereen: vraag in de winkel waar je kleren gemaakt worden. En in welke omstandigheden. Misschien hebben ze helemaal geen antwoord klaar, maar zo beseffen de merken wel dat het hun klanten echt bezighoudt en zullen ze erin investeren.”

Het lessenpakket ‘Duurzame mode voor de klas’ is gratis te downloaden in het Nederlands, Frans en Engels via momu.be. Tijdens de vakanties organiseert het MoMu workshops waarin duurzaamheid altijd verwerkt wordt.

Tien duurzame shopping-tips

• Denk na voor je iets koopt. Ben je zeker dat je het vaak zal dragen? Livia Firth (de vrouw van acteur Colin Firth) bedacht de 30 Wear Rule. Ze koopt enkel kleren waarvan ze vermoedt dat ze die minstens dertig keer gaat aandoen. Ter vergelijking: gemiddeld danken we kleren af na zeven draagbeurten!

• Ooit gehoord van cost per wear? Dat is de aankooprijs van een kledingstuk gedeeld door het aantal draagbeurten. Een slimme manier om de ware prijs van een kledingstuk te berekenen. Want zo is een winterjas van 200 euro die je elke dag draagt, goedkoper dan een T-shirt van 10 euro dat je maar twee keer aantrekt. Dus draag je kleren zo vaak mogelijk.

• Sommige kleren draag je niet vaak. Denk maar aan een skipak of een feesttenue. Overweeg om die te huren in plaats van aan te schaffen.

• Ga eens naar een kledingruilevent of snuister gewoon eens in de kleerkast van je vrienden en vriendinnen. Wil je het niet definitief kwijt, wissel het dan uit voor een paar weken.

• Shoppen is een gezellig uitje met vrienden. Maar misschien zijn er wel andere activiteiten te bedenken die jullie óók leuk vinden om samen te doen en waar je geen kleren koopt.

• Repareer je kleren als de naad losraakt, een knoop ontbreekt of de rits sneuvelt. Zo verleng je hun leven gevoelig... Zelf niet handig? Check de vele tutorials op YouTube of breng ze binnen bij een retoucheatelier. Gun kapotte schoenen een tweede leven na een bezoek aan de schoenmaker.

• Koop tweedehands.

• Met een duur kledingstuk heb je niet de garantie dat het volledig eerlijk is geproduceerd. Maar een heel goedkoop stuk is 99% níet eerlijk gemaakt.

• Vraag in de winkels waar je shopt of ze weten waar de kleren gemaakt worden en in welke omstandigheden.

• Een kledingstuk echt beu? Recycleer het via de kringloopwinkel, een tweedehandswinkel of kledingcontainer. Daar mogen ook kapotte dingen in, want die hergebruiken ze tot poetsvodden. Terwijl ze in de gele vuilniszak gewoon verbrand worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234