Woensdag 19/06/2019

Radicalisering

Hoe drugscrimineel Benjamin Herman de gevangenis kon verlaten als jihadi

De gevangenis van Marche. Beeld Eric de Mildt

‘De terreurdreiging in onze gevangenissen staat al een hele tijd roodgloeiend op niveau 5.’ Experts zijn stellig: wat deze week in Luik is gebeurd, is geen toeval. Wie in een Belgische gevangenis zit, komt er gegarandeerd slechter uit.

"Luik was an accident waiting to happen”. Ilyas Zarhoni van het Antwerpse deradicaliseringscentrum Ceapire praat met grote frustratie over Benjamin Herman, de man die deze week in Luik twee agenten en een student vermoordde en de avond daarvoor wellicht ook een vroegere drugskompaan doodsloeg. “Wij zeggen al een hele tijd dat de terreurdreiging in onze gevangenis roodgloeiend op niveau 5 staat. In onze gevangenissen zitten 450 geradicaliseerde gedetineerden en 237 mensen die door de Cel Extremisme (CelEX) worden opgevolgd.

“Sinds de val van Islamitische Staat in Syrië en Irak keerden verschillende IS-strijders terug die ook in de gevangenis belandden. Al die geradicaliseerde elementen hebben contacten met gedetineerden van allerlei leeftijden en alle mogelijke achtergronden. Dat zij hun medegevangenen proberen te indoctrineren, is overduidelijk. Het besmettingsgevaar is enorm en de ocharme 27 islamconsulenten en twee deradicaliseringsconsulenten van de Vlaamse gemeenschap voeren een ongelijke strijd. Dat deze cocktail vroeg of laat tot ontploffing ging komen, mag niet verbazen.”

Met enkele scherpe zinnen schetst Zarhoni het explosieve klimaat dat al een hele tijd in onze gevangenissen heerst. Detentiecentra lijken meer op kweekscholen voor zware criminaliteit en terreur dan op instellingen waar misdadigers tot inkeer kunnen komen en zich kunnen voorbereiden op een geslaagde terugkeer in de maatschappij.

Zarhoni is lang niet de enige die er zo over denkt. Hij wordt bijgetreden door advocaten, gevangenisdirecteurs en vele andere experts. “Ik vrees dat we onze gevangenissen als een soort vuilnisbak moeten omschrijven”, zegt strafrechtadvocate Anne Marie De Clerck. “Alle soorten gevangenen zitten er op een hoop: geradicaliseerde elementen en doorwinterde criminelen ontmoeten er jonge mensen die weliswaar enkele zware misstappen begingen maar die je mits goede begeleiding snel weer op het goede pad kunt brengen. Je moet met die jongeren vanaf de eerste dag een detentietraject op maat uitwerken zodat die persoon zo snel mogelijk een toekomst ziet. Maar dat gebeurt niet. Integendeel: veel jonge gedetineerden komen in de invloedssfeer van geradicaliseerden en zware criminelen.

“Op die manier zijn onze gevangenissen verworden tot criminele opleidingscentra: in korte tijd krijgen jonge gedetineerden een hele hoop kennis over wapens en criminele technieken aangeleerd én ze bouwen een netwerk in de misdaadwereld uit.”

Huis van wantrouwen

Ook de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte (sp.a), die in zijn stad met radicalisering en behoorlijk wat Syrië-gangers werd geconfronteerd, omschrijft de Belgische gevangenissen als crime schools. “Onze gevangenissen vormen de ideale omgeving voor criminaliteit en radicalisme. De ellendige levensomstandigheden, overbevolking en 19de-eeuwse infrastructuur maken de gevangenen alleen maar kwader op de maatschappij. Het jaarlijks rapport van Amnesty International over de mensenrechtenschendingen in de Belgische strafinrichtingen is dus geen linkse quatsch. Het leven is er echt erbarmelijk. Ik herinner me nog een bezoek aan een gevangenis. Bij het binnengaan waarschuwde de directeur me: ‘Als je hier binnengaat, kom je er gegarandeerd slechter buiten.’ Dat vat het hele probleem van de Belgische gevangenissen perfect samen.”

‘Huizen van wantrouwen’, dat is een bewoording die je ook steeds meer hoort als het over Belgische gevangenissen gaat. Het is een omschrijving die werd gelanceerd door Hans Claus, een van de belangrijkste experts ter zake en onder andere secretaris van vzw De Huizen, een organisatie die streeft naar kleinschalige detentievormen en een persoonlijke aanpak van gedetineerden. “Een misdaad is in feite een vertrouwensbreuk tussen de misdadiger en de samenleving en het is net in de gevangenissen dat die vertrouwensbreuk hersteld moet worden. Maar omdat alle gedetineerden op een hoop terechtkomen, kan die verwachting natuurlijk niet ingelost worden.

“Mensen komen terecht in een omgeving waar wantrouwen heerst. Bij sommige gedetineerden neemt dat wantrouwen extreme vormen aan en komt het tot een radicale breuk waarbij die persoon zich tegen het samenlevingssysteem keert. De breuklijn waarop iemand radicaliseert, verschilt in de loop van de geschiedenis. Vroeger sloten gedetineerden zich aan bij gewelddadige extreemlinkse bewegingen, tegenwoordig loopt die breuk tussen de westerse wereld en de jihadisten. De strijd tegen het systeem is tegenwoordig een keuze voor moslimextremisme.”

Kleinschalig werken

Benjamin Herman is lang niet de enige die in Belgische gevangenissen een opleiding tot terrorist kreeg. Ook Mehdi Nemmouche (aanslag op het Joods Museum van België), Ibrahim El Bakraoui (aanslag Zaventem), Khalid El Bakraoui (aanslag Maalbeek) en Salah Abdeslam (aanslagen van Parijs) radicaliseerden in de cel en konden voor de voorbereidingen van hun aanslagen terugvallen op een efficiënt netwerk van wapentrafikanten en onderduikadressen dat ze in de gevangenis hadden opgebouwd. “Dat maakt het nog erger”, zegt advocate Anne Marie De Clerck: “We hebben al een aantal jaren ervaring met radicalisering en Syrië-strijders en we weten al een hele tijd dat radicalisering vaak binnen gevangenismuren plaatsvindt. Maar de overheid liet na om het probleem aan te pakken. Zo verloren we kostbare jaren en daarvoor betaalden we deze week opnieuw een hoge prijs.”

De evidente oplossing om de radicalisering in gevangenissen te stoppen, is om de radicaliseringsgoeroes te scheiden van de andere gedetineerden. “Maar dat werkt niet”, zegt Ilyas Zarhoni. “In de gevangenissen van Hasselt en Ittre zijn er zogenoemde Deradex-vleugels voor gevaarlijke- en invloedrijke terreurverdachten. Maar het probleem is dat die terreurverdachten op die manier nog meer aanzien krijgen dan voordien, waardoor ze nog meer mensen met hun gedachtegoed kunnen besmetten.

In deze gevangenissen zitten de 237 extremisten die door de Cel Extremisme (CelEX) worden opgevolgd. Beeld HLN

“Een situatie die doet denken aan de vroegere Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar:

hij kreeg een maximale-veiligheidsgevangenis, wat hem een heldenstatus verleende, waardoor veel Colombiaanse jongeren ook Pablo Escobar wilden worden. We zien dat nu ook met terreurverdachten die een speciaal gevangenisregime krijgen en zich daardoor als martelaars beginnen te gedragen.

“Iemand als Salah Abdeslam heeft in de gevangenis een soort heldenstatus. En ook Sharia4 Belgium-leider Fouad Belkacem is vanuit de cel nog altijd bijzonder invloedrijk: zowel binnen als buiten de gevangenis. Op Facebook heeft hij een echte fanpagina en zijn videofilms circuleren nog altijd. Heel recent werd ik nog gecontacteerd voor gesprekken met een meisje uit het Nederlandse Zwolle dat door het bekijken van Belkacems filmpjes helemaal geïndocrtrineerd was geraakt.”

De Gentse advocaat Abderrahim Lahlali die al twaalf geradicaliseerden bijstond, waarschuwt net als Zarhoni voor de quick fix van Deradex-afdelingen. “Dat werkt totaal averechts. Afzonderen versterkt de personencultus van die gedetineerden. Zij gaan tot de Champions League van de gevangenen behoren. Wanneer zij bijvoorbeeld op wandeling gaan, wordt de hele gevangenis stilgelegd. Er is geen sluitende oplossing. Maar groepstherapie helpt niet voor jihadisten. Je moet ze individueel aanpakken. En er intussen over waken dat ze anderen niet besmetten. Nog een nadeel is dat wie in Deradex-afdelingen terechtkomt nog gefrustreerder raakt omwille van het uiterst rigide regime. In Frankrijk is dit idee al uitgeprobeerd. In 2015 werden daar meerdere Deradex-afdelingen opgericht voor 500 gevangenen. Maar twee jaar later werden die al gesloten omdat resultaten uitbleven.”

Ilyas Zarhoni begrijpt niet waarom Belgische beleidsmakers blijven werken met mislukte instrumenten en niet zwaarder inzetten op radicaliseringsexperts die in de gevangenissen zelf gedetineerden op andere gedachten brengen. “We hadden hierover gesprekken met het kabinet van justitieminister Koen Geens maar ze houden ons daar nu al een hele tijd aan het lijntje. Jammer, want wij weten dat cipiers en gevangenisdirecteurs vragende partij zijn om veel meer expertise over radicalisering in huis te nemen. Volgens mij hebben ze op Justitie lange tijd niet doorgehad hoe ernstig de situatie is. Bij Binnenlandse Zaken zag men het gevaar blijkbaar wel komen; verschillende grote politiekorpsen nodigen wél deradicaliseringsexperts uit op hun opleidingen.”

Maar Hans Claus zegt dat islamconsulenten en deradicaliseringsexperts alleen niet voldoende zijn op het tij te keren. “Wat we nodig hebben, is een echte omwenteling naar kleinschaligheid. Als iemand in de gevangenis belandt, moet je zo snel mogelijk te weten komen waarom die persoon in de criminaliteit verzeild is geraakt en ook welke toekomstdromen die persoon heeft. Ongeacht wat die man of vrouw misdaan heeft: je zit bijna altijd met iemand die de droom koestert om opnieuw een leven op te bouwen, vrienden te maken, een job te vinden, vader of moeder te worden. Die menselijke drijfveren zijn ook de drijfveren om iemand uit de criminaliteit te halen.”

Luc Stas, voormalig directeur van de gevangenis in Gent, zegt dat een persoonsgerichte aanpak de enige aanpak van het gezond verstand is. “We moeten de trajecten van gedetineerden beter ondersteunen. Dertig procent van de gevangenen heeft drugsproblemen en 50 procent gebruikte al drugs. Dan moet je er toch voor zorgen dat die mensen therapeutische hulp krijgen om van hun drugsprobleem af te raken. Op dit moment zijn er bijna alleen repressieve maatregelen tegen drugs: controles met drugshonden. Maar zo los je een verslaving niet op.

“Hetzelfde met agressie: 40 procent van de gedetineerden zit in de gevangenis wegens geweldmisdrijven. Dan moet je die mensen programma’s laten volgen om hun agressie onder controle te krijgen. Als je dat doet, zullen gedetineerden sneller, veiliger en kwaliteitsvoller opnieuw hun weg vinden in de samenleving en vermijd je recidive. Als je weet dat een gevangene gemiddeld 50.000 euro per jaar kost, weet je dat je met zo’n beleid ook veel geld kunt besparen en middelen kunt heroriënteren naar programma’s die crimineel gedrag voorkomen.”

Veel te laat 

Wat je vooral niet moet doen, zeggen de meeste experts, is wat partijen als N-VA en Open Vld na de aanslag in Luik van plan zijn: het beperken van penitentiaire verloven. “Dat zou een zware vergissing zijn”, zegt advocate Anne Marie De Clerck: “Mijn ervaring is dat die penitentiaire verloven voor gedetineerden een bijzonder belangrijke motivatie zijn om zich in de gevangenis correct te gedragen en zich gedegen voor te bereiden op re-integratie. In mijn contacten met cliënten gebruik ik de verloven als een argument om uit de invloedssferen van geradicaliseerde elementen en zware criminelen te blijven. Als je dat afpakt, maken we het probleem enkel maar groter.

“Wat je wel kunt doen, is ervoor zorgen dat we veel vroeger het sociale en psychologische beeld van een gedetineerde in kaart brengen. Momenteel gebeurt dat op het einde van een straf wanneer iemand in aanmerking komt voor penitentiair verlof. Dat is veel te laat. We zouden die informatie veel vroeger moeten hebben, liefst al tijdens het proces. Alleen op die manier kun je iemand van in het begin op het juiste spoor helpen.”

Voormalig gevangenisdirecteur Luc Stas zegt dat een paniekerige herziening van het penitentiaire verlof en een overdreven focus op veiligheid uiteindelijk voor meer onveiligheid zal zorgen. “Door een aantal incidenten zijn veel gevangenissen in een situatie gekomen waar het personeel zich bijna uitsluitend moet bezighouden met veiligheid. Veel maatregelen zijn afstandscheppende maatregelen die maken dat zowel cipiers als de buitenwereld zo weinig mogelijk contact hebben met gedetineerden. Maar net dat zorgt voor gevaarlijke situaties.

“Als een cipier een gedetineerde van nabij kan opvolgen en er op een spontane manier mee in interactie treedt, dan zal die gevangene niet alleen op een gepersonaliseerde manier geholpen kunnen worden, maar kan ook sneller gedetecteerd worden of er zich problemen van radicalisering stellen. Hetzelfde geldt voor het contact met de samenleving. Zeker naar het einde van de straf is het cruciaal dat een gedetineerde terug in relatie gaat met de buitenwereld. Ook dat moet goed begeleid worden. Maar het is net door die nabijheid van cipiers en de buitenwereld dat er meer veiligheid ontstaat. Als we onze gevangenissen louter als een stockageplaats voor criminelen blijven zien, zal er nooit iets veranderen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden