Woensdag 18/05/2022

Hoe dramatisch is een slecht rapport?

Voor de vakantie begint, moeten eerst nog examens worden afgelegd, punten gegeven, rapporten uitgedeeld en, eventueel, standjes getrotseerd. Een 11-jarig knaapje pleegde het voorbije weekend zelfmoord na een fikse ruzie met zijn ouders over zijn aanhoudende slechte schoolresultaten. Eisen we te veel van onze kinderen, leggen we de lat te hoog? En wanneer is een slecht rapport ook echt een slecht rapport? 'Ook kinderen staan in deze prestatiemaatschappij zwaar onder druk', vindt psychotherapeut Bob Vansant, auteur van het boek Depressie is geen ziekte. 'Ouders, leerkrachten en andere begeleiders luisteren nog steeds te weinig naar hun noden.'

In 1998 pleegden minstens tien kinderen onder de 8 jaar zelfmoord. Het gaat hier om een voorzichtige schatting van kinderpsychiaters, want de echte cijfers achterhalen, is bijzonder moeilijk. De parketten die dood van het kind moeten vaststellen, respecteren meestal de wens van de ouders om de zelfmoord stil te houden. Het werkelijke aantal kan dus best nog een pak hoger liggen. Volgens psychotherapeut Bob Vansant spelen prestatiedruk en stress vaak een cruciale rol in het beslissingsproces van die kinderen.

"Die hoge druk vertrekt bij de ouders. Ik zou het wellicht niet luidop mogen zeggen, maar je krijgt uiteindelijk de kinderen die je verdient. Ouders hechten nu eenmaal ontzettend veel belang aan goeie schoolresultaten. Vaak zijn ze even of zelfs nog meer gestrest tijdens de examenperiodes van hun kinderen. Sommige ouders schroeven in die periode hun sociale activiteiten bijna helemaal terug en komen niet meer buiten. Ze proberen hun kind op alle mogelijke manieren te stimuleren om goede punten te halen. Op die manier is de druk op het kind wel bijzonder hoog. Het moet behalve de leerstof ook nog eens de verwachtingen van zijn ouders de baas kunnen."

Willen ouders dan niet gewoon het beste voor hun kinderen? Vansant: "Uiteraard, alleen is dat beste niet altijd even goed. Heel wat ouders van nu zijn opgevoed met de gedachte dat je het enkel ver kan brengen door goed te studeren en een goed diploma te halen. Ouders willen nu vooral dat hun kinderen het materieel beter hebben dan zijzelf of hun ouders het ooit gehad hebben, maar vergeten daardoor weleens de emotionele kant.

"Het is uiterst belangrijk dat een kind gewaardeerd wordt voor zijn kunnen. Niet alle kinderen zijn bollebozen. En niet elk kind kan dokter of advocaat worden. Een kind dat heel handvaardig is en het niet zo op grote pakken leerstof begrepen heeft, is zeker niet minderwaardig en moet ook zijn talenten kunnen ontplooien. Nu wordt het nog al te vaak gedwongen om een richting te gaan volgen die als 'hoger' aangeschreven staat."

Dom van de ouders, vindt de psychotherapeut. Want de maatschappij is ondertussen al grondig veranderd. Een goed diploma is helemaal geen garantie meer voor een goedbetaalde job. "Als je er de jobadvertenties op na slaat, merk je dat het vooral sociale vaardigheden, stressbestendigheid en ervaring zijn die je nodig hebt voor een goeie job. Bovendien verdient een goeie stielman heel goed zijn boterham. Heel wat bedrijven smeken bovendien om technisch geschoolde en handvaardige mensen."

Een kind dat in een richting belandt die het niet aankan en boven zijn kunnen moet presteren, loopt veel kans een depressie te krijgen. "De druk op dat kind is gewoon te hoog. Telkens opnieuw geconfronteerd worden met iets wat het niet kan, terwijl het ziet dat de andere kinderen het wel kunnen. Zich telkens opnieuw schuldig moeten voelen omdat het zijn ouders, die vaak hun hele hoop in zijn schoolresultaten hebben gesteld, teleurstelt.

"Bovendien hebben kinderen van nu een bijzonder jachtig leven en worden ze ook meegesleept in een vaak gestreste thuissituatie, waar ouders door hun drukke beroepsbezigheden geen tijd hebben om echt met de problemen bezig te houden.

"Dat kinderen soms afhaken is dus niet zo verwonderlijk. De wachtlijsten bij de kinderpsychiaters zijn enorm. Uit recent onderzoek is gebleken dat 6 procent van de kinderen depressief is. Sommige haken ook letterlijk af en plegen zelfmoord."

De ouders hebben hierin een grote rol te spelen. Ze kunnen om te beginnen hun appreciatie voor de schoolresultaten van hun kinderen bijschaven. "De termen goed rapport en slecht rapport moeten gezien worden in functie van de mogelijkheden van het kind. Als ouder hoor je je kind en zijn mogelijkheden te kennen. Als je weet dat je kind gemiddeld een zes hoort te hebben, dan is die zes of misschien wel zeven absoluut een proficiat waard. Het heeft weinig zin om het onder druk te zetten een hoger cijfer te halen. Ook de leerkrachten zelf en de Centra voor Leerlingenbegeleiding hebben hier een rol te spelen. Zij voeren de druk om goeie punten te halen vaak nog op."

Als ouder wil je je kind ook zo goed mogelijk begeleiden. Helpen met huiswerk maken bijvoorbeeld. Maar dat doe je beter niet, meent Vansant. "Het bevestigt bij het kind enkel maar het minderwaardigheidsgevoel. Een kind moet zelfstandig leren werken en zijn eigen mogelijkheden ontdekken. Krijgen ze daar niet de kans toe, dan kan dat zware gevolgen hebben op latere leeftijd. Zo kreeg ik laatst een tiener over de vloer wiens moeder meegaat naar school, telkens wanneer zoonlief een examen moet afleggen. Enkel met het besef dat zijn ma in de buurt is, voelt die jongen zich zeker genoeg om aan het examen te beginnen."

Daarmee wil Vansant niet gezegd hebben dat een kind soms niet wat stimulatie nodig heeft om het huiswerk tot een goed einde te brengen. Vraag is wel hoe dat het best gebeurt. "Zeker niet ondoordacht", stelt de therapeut.

"Een slecht rapport kan een reactie zijn op omgevingsfactoren. Als een kind dat normaal gezien een hoger cijfer kan halen, voortdurend met vijven en zessen naar huis komt, dan is er iets aan de hand. Het heeft dan ook weinig zin om daarover ruzie te maken of het een luierik te noemen. Beter is proberen te achterhalen wat er aan de hand is. Misschien voelt het zich niet goed, wordt het gepest op school of is er een andere onderliggende reden. De situatie thuis speelt uiteraard een grote rol. Spanningen in relaties zullen zich gegarandeerd vertalen in slechtere schoolresultaten."

Kinderen zijn maar zelden echte luieriken die het vertikken om hun schoolboeken open te doen. Vansant: "Kinderen zijn veel minder doortrapt dan volwassenen. Als een kind niet wil leren, dan heeft het daar een reden voor. Kinderen zijn bijvoorbeeld zeer gevoelig aan het 'erbij horen'. Als het kind in een klas terechtkomt waar het in is om lage punten te halen, dan zal het zich vaak ook niet echt inspannen. Dan is het aan de leerkracht om zoiets op te merken en in te grijpen."

En je kunt het kind ook nog stimuleren op een 'zachte' manier. "Elk kind heeft wel een bepaald thema waar het erg gevoelig voor is. De één dweept met basketbal, de ander verslindt graag boeken. Door het kind duidelijk te maken dat het bij slechte punten minder met zijn hobby bezig zal mogen zijn, stimuleer je het ook. Meestal is even lichtjes dreigen al voldoende. Lukt dat niet, dat is er duidelijk iets anders aan de hand."

Bob Vansant: 'De termen goed rapport en slecht rapport moeten gezien worden in functie van de mogelijkheden van het kind'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234