Woensdag 23/09/2020

#metoo

Hoe doe je aan waarheidsvinding in zaken waar geen getuigen zijn?

Schrijver en tv-maker Jelle Brandt Corstius.Beeld anp

De beschuldiging door de Nederlandse televisiemaker Jelle Brandt Corstius en het weerwoord door tv-producent Gijs van Dam zet de schijnwerper op het feit dat er in een zedenzaak veel diffuus blijft. "Soms is aangifte niet het beste."

"Het is zijn woord tegen het mijne", schreef televisiemaker Jelle Brandt Corstius vorige week in Trouw over zijn ervaring met een verkrachting. Precies dat is wat het politieonderzoek naar zedenzaken zo ingewikkeld maakt: er zijn meestal geen getuigen en fysiek bewijs ontbreekt doorgaans - zeker als het slachtoffer zich pas lange tijd later bij justitie meldt.

Brandt Corstius beschreef in Trouw hoe hij 'in het prille begin' van zijn televisiecarrière tijdens zijn werk werd gedrogeerd en gedwongen tot orale seks. "Toen hij mij ook anaal wilde verkrachten nam een overlevingsinstinct het over en ben ik naar buiten gevlucht."

Al snel werd in de publiciteit duidelijk dat Brandt Corstius het had over de periode dat hij werkzaam was als stagiair voor Villa BvD, de zomertak van het populaire RTL-programma Barend en Van Dorp. Dat was vijftien jaar geleden. Maandagavond zat de veronderstelde dader aan tafel bij talkshow Pauw, vergezeld door zijn advocaat Peter Plasman. Tv-producent Gijs van Dam erkende daar dat hij destijds inderdaad met Brandt Corstius op een hotelkamer belandde in het Scheveningse Kurhaus. Van Dam was toen 25, Brandt Corstius 24. Het zou volgens Van Dam zijn gegaan om seks in een dronken bui, met wederzijdse instemming. Hij zegt niemand te hebben gedrogeerd of verkracht.

Van Dam kondigde een aangifte aan wegens laster en smaad. Omgekeerd liet Brandt Corstius dinsdag weten alsnog aangifte te doen van verkrachting. In deze zaak staan de veronderstelde dader en het veronderstelde slachtoffer diametraal tegenover elkaar. Dat is in zedenzaken niet ongebruikelijk. Hoe kan justitie in een dergelijke kwestie toch aan waarheidsvinding doen?  

"Het lastige van zedenzaken is dat er tussen gezellige seks en een brute verkrachting een hele range aan grijstinten zit", zegt Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Er zijn gevallen waarbij iemand eerst zegt: ik ga mee, en vervolgens achteraf spijt krijgt. En seks die begint met instemming kan overgaan in onaangename en ongewenste seks. Vergelijk je het met een bankoverval of een moord, dan zijn zedenzaken vaak veel diffuser."

Uit onderzoek van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het merendeel van de mensen die zeggen slachtoffer te zijn van een zedendelict niet naar de politie stapt. Wie dat wel doet, krijgt van het Centrum Seksueel Geweld bij een acute zaak (minder dan zeven dagen geleden) het advies niet te douchen, geen tanden te poetsen, kleding in een papieren zak te bewaren en de kwestie linea recta te melden. Op die manier kunnen belangrijke sporen worden veiliggesteld, wat de kans op succesvolle berechting vergroot.

In de praktijk gaat het zelden zo: slachtoffers schamen zich, voelen zich vies en durven er vaak niet meteen over te praten, zo bleek ook afgelopen weken uit de verklaringen onder de noemer #MeToo.  

Mochten ze wel zover zijn, dan krijgen potentiële aangevers van zedendelicten volgens het beleid van de Nationale Politie eerst een informerend gesprek aangeboden, waarin de voor- en nadelen van een aangifte worden besproken.

Adempauze

Daarna wordt doorgaans een bedenktijd ingebouwd waarin de potentiële aangever zelf een afweging kan maken. Op die adempauze is in het verleden kritiek geweest, omdat de politie daarmee het doen van aangifte zou ontmoedigen. "In het geval van een onbekende dader is die bedenktijd inderdaad niet logisch", zegt Van Koppen. Maar in de meeste zedendelicten kennen de veronderstelde dader en het slachtoffer elkaar. 

"Als er een andere mogelijkheid is om de zaak op te lossen dan via de strafrechtelijke weg, dan is dat vaak te prefereren. Bij misbruik door een stiefvader is het soms voor alle partijen beter dat stiefvader in therapie gaat dan dat er een strafzaak komt die de hele familie uit elkaar drijft en het slachtoffer isoleert. Mensen realiseren zich bovendien niet altijd in wat voor circus ze terechtkomen na een aangifte. Dat is een proces dat vaak twee jaar duurt, waarbij zaken worden uitgesteld en iemand keer op keer zijn verhaal moet doen."

De Amsterdamse advocaat Gabi van Driem drukt slachtoffers van seksueel geweld zelfs regelmatig op het hart dat ze het niet eens moeten willen, een strafrechtelijke zaak beginnen. "Dat pad heeft zo veel valkuilen voor een slachtoffer. In een civielrechtelijke zaak ben je tenminste de eisende partij. Dan kun je proberen een straatverbod of een schadevergoeding af te dwingen. In het strafrecht moet je maar afwachten of de officier van justitie überhaupt beslist of hij iemand vervolgt." 

Bewijs

Als er wel aangifte wordt gedaan, gaat de politie op zoek naar mogelijk bewijs. Een zedenrechercheur zal eerst 'vriendelijk maar kritisch' moeten doorvragen bij de aangever, zegt Van Koppen. "Daarmee kan vaak veel worden achterhaald over de geloofwaardigheid van de verklaring."

Zo blijkt uit recent onderzoek van de VU dat verzonnen verklaringen over verkrachtingen stelselmatig verschillen van verklaringen van echte slachtoffers, omdat mensen die dergelijk geweld niet zelf hebben meegemaakt zich een verkeerde voorstelling maken van hoe een verkrachting doorgaans verloopt. Ze rapporteren meer fysiek geweld dan in werkelijkheid meestal wordt gebruikt. Ook zeiden 'liegende' aangevers bijna nooit dat de dader 'pseudo-intiem' gedrag vertoonde, zoals zoenen, knuffelen en complimenten geven. Volgens het onderzoek bleek zulk gedrag in 70 procent van de onderzochte bewezen verkrachtingen wel voor te komen.

Ook bestaan verzonnen verkrachtingsverhalen veel vaker uit 'eenvoudige' geslachtsgemeenschap, terwijl in werkelijkheid verkrachting vaker gepaard gaat met meerdere gedwongen seksuele handelingen en posities.  

Als het verhaal geloofwaardig wordt geacht, is de bewijsvoering in zedenzaken vaak alsnog een stroef proces. "Als twee mensen seks met elkaar hebben, staat daar vaak geen camera op", zegt de Amersfoortse advocaat Hetty Dijkstra. "En doorgaans is er ook niemand anders bij."

Aangifte

Zijn er geen directe getuigen, dan kunnen er andere zaken zijn die de aangifte ondersteunen, ook als de zaak van lang geleden dateert. Heeft het veronderstelde slachtoffer bijvoorbeeld anderen in vertrouwen genomen over de gebeurtenis, dan kunnen zij als getuigen worden gehoord - dat kan een hulpverlener zijn, maar ook een partner of een vriend. Wellicht is er een dagboek waarin hij of zij beschrijft wat er jaren geleden is gebeurd? Het kan allemaal van belang zijn, zegt Dijkstra. "Al geldt wel: hoe langer geleden het feit is waarvan aangifte wordt gedaan, hoe ingewikkelder het wordt."

Niet voor niets is het 'uitvalpercentage' van zedenzaken relatief hoog. Dat wil zeggen dat maar een klein deel van de gevallen uiteindelijk in de rechtszaal wordt behandeld. Het juridische systeem werkt als een soort trechter: de meeste zaken worden niet bij de politie gemeld, de wel gemelde zaken veranderen niet altijd in een aangifte. Vervolgens worden onderzochte aangiftes door de politie niet altijd doorgeleid naar het Openbaar Ministerie.

Uit onderzoek van het Nederlandse Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum uit 2005 bleek dat van de ongeveer 2.700 zedenzaken die het OM jaarlijks wél behandelt 63 procent daadwerkelijk aan de rechter wordt voorgelegd. Dat betekent dus dat ruim een derde van de kwesties wordt geseponeerd - bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs - of met een transactie wordt afgedaan.

Hoewel de cijfers uit dat onderzoek enigszins gedateerd zijn, vermoedt hoogleraar Van Koppen dat de aantallen tegenwoordig niet fundamenteel anders liggen. "Dat komt door het soepige karakter van zedenzaken, het probleem met bewijs, daarin is niets veranderd." Advocaten Van Driem en Dijkstra zijn er op basis van hun praktijkervaring van overtuigd dat slachtoffers in zedenzaken vaak aan het kortste eind trekken. "Als je iets wilt doen, wacht dan in elk geval niet af", raadt Dijkstra aan. "Dat maakt het alleen maar moeilijker. Ga je verhaal doen bij de politie, de huisarts. Je kunt altijd nog terug."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234