Zondag 22/09/2019

Hoe dieper je in oude muziek graaft, hoe meer er op je afkomt

Het Italiaanse ensemble La Reverdie, dat al meer dan twintig jaar bezig is met middeleeuwse muziek, heeft een nieuwe cd uit. Het ensemble ontstond uit twee zusterparen. De enen kwamen uit een gezin waarin oude muziek centraal stond, de anderen uit een familie van wagnerianen. Later kwam er nog een kornetspeler bij. Komende vrijdag doen ze het Antwerpse AMUZ aan.

La Reverdie was een van de pijlers van het legendarische platenlabel Arcana. Na de dood van producer Michel Bernstein kwamen echter jarenlang geen cd’s meer op de markt. Nu het label opnieuw is opgestart door het Italiaanse 551 Media staat La Reverdie er weer: met een nieuwe cd rond de Carmina burana én een concert in Laus Polyphoniae. De cd werd vorig jaar opgenomen in het klooster van Sacro Monte di Orta, een plek waar het niet mis kan gaan. Het klooster ligt als een arendsnest boven Lago di Orta, het kleinste en misschien wel mooiste Noord-Italiaanse meer. Bij goed weer reikt de blik tot aan Monte Rosa. En het is goed weer tijdens die herfstdagen van 2008. De berg geurt naar kastanjes en het strijklicht zorgt voor onverwachte schaduwen op de kruisweg. Vanuit de kerk weerklinken onbekende instrumenten en hoge stemmen, weifelend tussen angeliek en schel. Het klinkt heel middeleeuws, heel echt. Toch is dit muziek van bijna duizend jaar geleden. Hoe kom je dan tot zo’n resultaat? De vier dames van het ensemble, Ella en Elisabetta de Mircovich en Claudia en Livia Caffagni, proberen die vraag samen te beantwoorden. La Reverdie: “Als je het genoom van een organisme kent, ken je nog niet het echte organisme. Wij kennen een groot gedeelte van het genoom van de middeleeuwse muziek, maar verder zo goed als niets. Dat geldt natuurlijk voor alle muziek, maar hoe later je in de geschiedenis komt, hoe meer beschrijvingen je hebt van anderen die de muziek hoorden en er commentaar bij hadden. Je kunt zelfs dingen lezen over de emoties die de muziek uitlokte. Voor de middeleeuwen zijn er maar weinig van die getuigenissen.”

Hoe komen jullie dan tot een resultaat?

La Reverdie: “Het eerste wat je doet, is uitzoeken welke bronnen er zijn voor een bepaald repertoire. Dan probeer je uit die bron, meestal een soort partituur, zoveel mogelijk informatie te halen. Je gaat ook op zoek naar alle mogelijke andere bronnen rond de partituur: historische documenten, esthetische informatie, schilderijen. Je probeert te begrijpen in welke context de partituur is ontstaan en werd gebruikt. Door al die bronnen krijg je een idee over dat tijdperk. Uiteraard is dat gefilterd door onze eigen gevoeligheden, onze kennis en emoties. Daarom zijn we er helemaal niet zeker van dat wat wij doen, lijkt op wat een middeleeuwse muzikant deed. Wij zijn vrouwen van de 21ste eeuw.”

Waarom hebben jullie voor het middeleeuwse repertoire gekozen?

Livia: “Precies omwille van de research. Ik hou van onderzoek en avontuur. Ik groeide op met barokmuziek, maar de achttiende eeuw begon me te vervelen. Iedereen deed hetzelfde op dezelfde manier.”Ella: “Mijn grootmoeder was een fan van Wagner. Ik groeide met hem op. Dat waren middeleeuwse verhalen, gefilterd voor gebruik. Gaandeweg kwam ik te weten dat er ook neergeschreven muziek bestond uit die tijd, zodat je die verhalen kon zingen. Toen ik twaalf à dertien jaar was, kocht ik een paar cd’s met Andrea von Ramm, bij wie ik later in de leer ging. Hoe ouder ik werd, hoe belangrijker het mij leek om veel materiaal te verzamelen, om er vervolgens emoties uit te zuigen, ze te proeven en aan anderen te geven.” Claudia: “Mijn vader was al in de jaren vijftig een luitspeler. Oude muziek was onze omgeving. In de jaren tachtig was ik hard bezig met het luitrepertoire uit de renaissance en de vroegbarok. Maar de zusjes De Mircovich vroegen ons voor middeleeuwse muziek. Waarom niet, dacht ik. In het begin had ik niet het gevoel dat het echte muziek was. Het was niet moeilijk of virtuoos, alles was zo simpel. Ik had het gevoel dat ik alles wat ik tevoren had gedaan aan het verliezen was. Zelfs het instrument dat ik moest bespelen, leek me geen echt instrument: geen akkoorden, één noot tegelijk. In de loop der jaren werd ik me ervan bewust dat ook dit enorm rijke muziek is, maar op een heel andere manier. Hoe dieper je gaat, hoe meer er op je afkomt. Telkens als we een repertoire hebben verkend, ligt er nog een ander voor je. Dat idee houdt me jong van geest.”Elisabetta: “Mijn zus heeft me leren zingen. We zongen samen ‘Deo gratias anglia’. Later heb ik klassieke muziek gestudeerd en een conservatoriumdiploma cello behaald. Door tijdsgebrek kwam de middeleeuwse muziek op de achtergrond te staan. Maar iets wat je zo jong hebt geleerd, blijft veel meer bij. Toen La Reverdie ontstond, werd dat weer verdiept. Maar zelf zou ik niet willen kiezen voor één soort muziek. Ik blijf ook cello spelen.”

Hoeveel kennis en persoonlijke creativiteit zit er in jullie werk?

La Reverdie: “Kennis en persoonlijke smaak hoeven geen tegenstellingen te zijn. Hoe meer je weet, hoe bewuster je kunt kiezen. Sommigen zeggen dat ze lesgeven in middeleeuwse zang of dat ze spelen zoals de muzikanten toen. Dat is onzin. We hebben veel elementen waarop we onze keuze kunnen steunen, maar de keuze blijft hypothetisch. “Om een instrumentatie te kiezen voor een stuk, spelen we het verschillende keren in diverse combinaties. Uiteindelijk kiezen we datgene waarvoor de meesten van ons vallen. Dat is teamwerk. Voor elk programma repeteren we een tot twee jaar, proberen we ideeën uit, veranderen we en schaven we bij. We zoeken naar een klank, we willen die niet fabriceren. “Voor de instrumenten moet je ook vertrouwen op de bouwers. Sommige bouwers met wie we samenwerken, zijn grote kenners die zelf wetenschappelijk onderzoek doen. We kunnen bij hen ook terecht met onze specifieke vragen en zij experimenteren voor ons. Die studie is niet eenvoudig, want er zijn zo goed als geen voorbeelden. De bronnen zijn vooral geschreven en iconografisch. De beste instrumenten vind je bij echte specialisten.”

Hoe komen jullie tot dat heel herkenbare stemgebruik?

La Reverdie: “Er zijn enkele principes. Ten eerste blijkt uit alle bronnen dat de tekst verstaanbaar moet zijn. Een tweede punt is de relatie tot de instrumenten. Uit de iconografie en uit latere bronnen weten we dat stemmen vooral gebruikt werden met de bassa capella, de snaarinstrumenten. Stemmen waren dus wellicht niet zo luid. Die twee elementen waren zeer belangrijk voor ons. Een verdere bron is de muziek zelf. De melisma’s van het gregoriaans vragen een sterk legato, een eerder zachte vocaliteit. In de ars nova moet je dan weer bepaalde versieringen erg snel uitvoeren. Dat kan niet met een stemgebruik dat volledig vanuit het middenrif vertrekt. De techniek die je voor je stem ontwikkelt, moet telkens aangepast zijn aan die eisen.”

Sommige ensembles laten zich inspireren door klanken en stijlen uit de volksmuziek.

La Reverdie: “Wij niet. Die benadering was modieus in de archeologie in de jaren veertig. Men keek naar hedendaagse archaïsche samenlevingen om vast te stellen hoe onze samenleving er vroeger uitzag. Maar al in de jaren vijftig en zestig ontdekten archeologen dat archaïsche samenlevingen eerder levende doden zijn. Het zijn niet de voorvaderen van grote beschavingen. “Wat de orale tradities betreft: eigenlijk vind je daar enkel sporen van terug tot het einde van de achttiende eeuw. Heel wat musici die de weg van de orale traditie kiezen, denken dat ze de waarheid hebben gevonden. Wij denken dat helemaal niet. Wij zijn geen fundamentalisten. Voor ons is er geen grote gelijk. Er zijn enkel goede methodes om tot een resultaat te komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234