Woensdag 17/07/2019

6 vragen Opvoeding

Hoe de Vlaming zijn kinderen opvangt

Foto ter illustratie. Beeld photonews

Hoe worden kinderen tussen de 3 maanden en 3 jaar oud in Vlaanderen opgevangen? Kind en Gezin heeft die vraag na een half decennium nog eens beantwoord door de ervaringen van 6.500 gezinnen op te tekenen. Crèches en onthaalouders blijken nog meer in trek, maar dan in veel gevallen wel aangevuld met oma en opa als oppas.

1. Hoe worden Vlaamse nul- tot driejarigen opgevangen?

87 procent van de niet-schoolgaande kinderen onder de drie jaar werd volgens Kind en Gezin in 2018 opgevangen. Met opgevangen bedoelt de organisatie dat de kinderen ofwel bij een crèche of onthaalouder (formele opvang) werden ondergebracht ofwel bij grootouders, andere familieleden of vrienden (informele opvang). Het rapport spreekt over “een duidelijke stijging” in het opvanggebruik. In een eerdere maar anders opgestelde bevraging uit 2013 ging het nog om 69,7 procent. 

De meeste ouders blijken de formele en informele opvangvorm te combineren. Gemiddeld gaan hun zonen en dochters 3,6 dagen per week naar een crèche of onthaalouder (meestal op dinsdag en donderdag), oma’s en opa’s fungeren gemiddeld 1,7 dagen per week als oppas (meestal op woensdag en vrijdag). “Die combinatie heeft verschillende oorzaken”, zegt woordvoerster Leen Du Bois. “Sommige ouders willen graag dat hun kind een goede band met de grootouders opbouwt of willen via hen de formele opvangkosten drukken.”

In de bevraging geven de meeste ouders aan dat ze de opvang gebruiken omdat ze willen blijven werken, als tweede reden wordt aangehaald dat het hen beter lijkt voor de ontwikkeling van hun kind. De werksituatie is trouwens erg bepalend voor de mate waarin oppassers worden ingeschakeld. “Het regelmatig gebruik van opvang is hoger als de moeder werkt”, zo leest het rapport. Maken minder regelmatig gebruik van opvang: kansarme gezinnen en gezinnen met een moeder van niet-Belgische origine.

2. Wat kost dat allemaal?

Eind 2018 waren er 93.363 vergunde plaatsen voor baby’s en peuters en bij drie kwart daarvan gold een zogenaamd inkomenstarief. Dat wil zeggen dat ouders betalen op basis van hun inkomen. Gemiddeld ging het om een bedrag van 14,16 euro per dag. De groep die een standaardminimumtarief van 5,15 euro of minder per dag betaalt, bedroeg 19 procent. Iets meer ouders (21,8 procent) betaalden een bedrag van minstens 20 euro per dag – met als absolute bovengrens 28,59 euro. 

Du Bois stelt dat die bedragen aan de lage kant zijn. “Zeker als je weet dat de werkelijke kostprijs van een dag opvang tussen de 35 en 55 euro ligt.” De gemiddelde prijzen verschillen per provincie: Vlaams-Brabant zit bovenaan met 15,07 euro per dag, Antwerpen zit onderaan het lijstje met 13,21 euro. 

3. Is er bij de crèches en onthaalouders voldoende plaats?

Er zijn de afgelopen jaren heel wat investeringen in de kinderopvang geweest, waardoor er sinds 2015 jaar na jaar duizenden plaatsen zijn bij gekomen. Maar op de vraag of hun behoefte aan formele opvang vervuld was, gaven heel wat ouders ‘nee’ als antwoord. Ze zouden hun kinderen liever vaker naar de crèche of onthaalouder brengen, maar dat lukt hen naar eigen zeggen niet door de beperkte openingsuren, de hoge kosten of de beperkte plaats. 

“In totaal bleken 14.831 kinderen midden 2018 niet genoeg opvang te hebben”, concludeert Kind en Gezin. Dat berekende ook dat de Vlaamse gemeenschap tegen 2024 bijkomend 7.070 plaatsen zou moeten creëren. “Het gaat om plaatsen die wellicht vooral in de groepsopvang georganiseerd moeten worden”, vult professor gezinspedagogiek Michel Vandenbroeck (Universiteit Gent) aan, wijzend naar de steeds kleiner wordende groep mensen die nog bereid is om onthaalouder te worden. 

4. Wat weten we over de baby’s en peuters die thuisblijven?

13 procent van de kinderen die nog niet naar school gaan, maakt helemaal geen gebruik van opvang. Dat wil zeggen dat deze jongens en meisjes niet ingeschreven zijn bij een crèche of onthaalmoeder, maar dat ze evenmin door vrienden of familie van de ouders worden opgevangen. 

“Sommige ouders vinden dat hun kind hiervoor niet klaar is, omdat het bijvoorbeeld prematuur geboren is en nog veel zorg nodig heeft. Maar evengoed horen hier kinderen bij van wie de ouders niet weten welke opvangmogelijkheden er bestaan in Vlaanderen of verkeerdelijk denken dat het onbetaalbaar is voor wie werkloos of ziek is”, zegt Leen Du Bois. Zij stelt dat ouders nog beter geïnformeerd moeten worden, bijvoorbeeld over de extra korting die gezinnen kunnen krijgen via het OCMW. “Al moet het natuurlijk wel een vrije keuze blijven om je kind al dan niet door een ander te laten opvangen.”

5. Hoe zit het met de sociale ongelijkheid?

Kind en Gezin hamert erop dat de kinderopvang de afgelopen jaren veel inspanningen heeft gedaan om kansengroepen te bereiken, bijvoorbeeld via de verschillende KOALA-projecten die moeten zorgen voor extra plaatsen en kind- en ouderactiviteiten voor kansarme gezinnen. Ook heeft de overheid geïnvesteerd in meer plaatsen met een inkomenstarief, wat wil zeggen dat meer gezinnen een dagprijs betalen die gebaseerd is op hun inkomen. 

Toch stelt professor Vandenbroeck vast dat de kloof in de opvang tussen gezinnen met een laag en hoog inkomen nog steeds zo groot is als tien jaar geleden. “Er zijn in die twee groepen telkens meer mensen die de weg naar de opvang vinden, maar het verschil tussen beide blijft even groot.” Om een idee te krijgen van dat verschil: van de kinderen die opgroeien in kansarmoede, ging vorig jaar 43,5 procent naar een crèche of onthaalmoeder. Bij kinderen die niet opgroeien in kansarmoede, was dat 81,1 procent. 

“We moeten de drempels voor deze kwetsbare gezinnen nog beter in kaart brengen”, stelt de academicus. Hij gelooft alvast dat de administratieve rompslomp gezinnen parten speelt. “Voor bepaalde sociale compensaties moet je nu via het OCMW gaan en dat zal sommigen zeker tegenhouden. Dat OCMW’s allemaal andere procedures hanteren, maakt het nog lastiger.”

6. Is Vlaanderen nu goed of slecht bezig?

Professor Vandenbroeck vindt dat de jongste bevraging goed en slecht nieuws met zich mee brengt. Hij noemt het een goede zaak dat het gebruik van de opvang is toegenomen ten opzichte van 2013. Hetzelfde geldt voor de vergunde opvangplaatsen, die opklommen tot 93.363 en waarvan 75 procent nu een inkomenstarief geldt. “De Vlaamse regering heeft verdienstelijk werk geleverd de afgelopen legislatuur”, vindt hij. 

Maar er is ook een duidelijk keerzijde. Vandenbroeck wijst naar de grote onvervulde behoefte aan opvang. “Wat die behoefte betreft, zien we bovendien opnieuw een grote ongelijkheid. Het zijn vooral kwetsbare gezinnen die de grootste nood aan extra opvang in crèches en bij onthaalouders hebben.” 

Maar besluit hij, de Vlaamse kinderopvang doet het in vergelijking met onze buurlanden niet slecht. “We zitten vooraan in het Europese peloton. In Vlaanderen worden gemiddeld gezien meer nul- tot driejarigen opgevangen dan in Europa. De ongelijkheid is hier ook niet groter dan in de buurlanden.” Dat is goed, maar nog niet genoeg. “We moeten op de kopgroep mikken, waar ook de Scandinavische landen zitten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden