Dinsdag 07/07/2020

Verkiezingen VS

Hoe de toekomst van fake news in de VS zelf ligt

Tijdens Trumps State of the Union-speech begin februari verscheurde de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi zijn tekst. Op het web circuleerde een filmpje dat zo gemonteerd dat het leek alsof ze de speech verscheurde op het moment dat Trump hulde bracht aan militairen. Trump deelde de misleidende video op zijn eigen Twitter-account. Beeld AFP

In 2016 zetten Russische trollenlegers de verkiezingen naar hun hand. Nadat de techreuzen miljarden hebben uitgegeven om een herhaling daarvan te voorkomen, sukkelen ze van crisis in crisis. Hun vijanden zijn dan ook van tactiek gewijzigd.

Een dag na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari liquideerde een veiligheidsteam van Facebook een netwerk van nepaccounts gebaseerd in Iran dat zich bezighield met het verspreiden van verdeeldheid scheppende politieke boodschappen in Facebook-groepen.

Een paar uur later kwam het sociale netwerk erachter dat de campagne van Michael Bloomberg, de miljardair en voormalige burgemeester van New York, verzaakte aan de traditionele politieke adverteerwijze via Facebook en rechtstreeks meme-accounts op Instagram betaalde om steun voor zijn presidentiële ambities te werven.

Nog dezelfde dag bleek dat de Trump-gezinde groep Committee to Defend the President, die eerder al misleidende Facebook-advertenties had verspreid, een foto pushte die valselijk beweerde aan te tonen dat aanhangers van Bernie Sanders borden met verdeeldheid creëren slogans zoals “Illegal Aliens Deserve the Same as Our Veterans” omhoog hielden.

Facebook, Twitter, Google en andere bigtechbedrijven doen al drie jaar hun best om een herhaling van 2016 te voorkomen, toen hun platformen onder de voet werden gelopen door Russische trollen en gebruikt werden om de politieke verdeeldheid in de VS aan te wakkeren. Sindsdien hebben de internetreuzen collectief miljarden dollars uitgegeven om personeel in de dienst te nemen, hun systemen te versterken en nieuw beleid te ontwikkelen om bemoeienissen met de verkiezingen tegen te gaan.

Maar de gebeurtenissen tijdens amper één dag – 12 februari – bij Facebook tonen aan dat de bedrijven, ook al zijn ze beter gewapend om een antwoord te formuleren op het soort inmenging dat ze in 2016 ondergingen, nog altijd moeite hebben om de nieuwe uitdagingen die 2020 stelt aan te gaan.

Die problemen geven aan hoeveel online bedreigingen zich sinds de verkiezingen van 2016 ontwikkeld hebben. Ooit deden Rusland en andere mogendheden hun beïnvloedingsoperaties via cyberspace in het volle zicht. Ze kochten hun advertenties op Facebook met roebels, tweetten in slecht Engels. Nu zetten ze meer gesofisticeerde middelen in, zoals bots die nagenoeg onmogelijk te onderscheiden zijn van Amerikaanse partijsoldaten.

Problematischer is dat partijgebonden groeperingen in de Verenigde Staten gebruikmaken van het Russische handboek uit 2016 om hun eigen propaganda en desinformatiecampagnes te voeren. Techbedrijven worden zo gedwongen moeilijke keuzes te maken, omdat ze in sommige gevallen de vrije meningsuiting van Amerikanen moeten beknotten. Zelfs rijkelijk gefinancierde presidentiële campagnes schurken tegen de limieten aan van wat de platformen toelaten.

Verwarrend en onnauwkeurig

“De grote techbedrijven hebben een verdedigingsmuur gebouwd voor gevechten uit het verleden, maar zijn ze klaar voor de volgende oorlog?”, vraagt Laura Rosenberger zich af. Zij is directeur van Alliance for Securing Democracy, een denktank die zich inzet tegen buitenlandse inmenging bij verkiezingen. “Als je te maken krijgt met geavanceerde actoren, dan weet je dat ze hun tactiek zullen aanpassen aan de verdediging die jij ontwikkelt.”

De grote techbedrijven zijn beter geworden in het afstoppen van bepaalde vormen van inmenging in de verkiezingen, zoals het gebruik van trollen door vreemde mogendheden en posts met onjuiste informatie over de stemming. Maar als het gaat over andere vormen van beïnvloeding via de sociale media, zijn ze terughoudender, uit angst om de uitslag in een bepaalde richting te sturen. En het beleid dat ze in allerijl en onder zware druk ontwikkelen, is vaak verwarrend en onnauwkeurig.

Wat het nog moeilijker maakt voor de bedrijven is de coronapandemie. Die belast hun technische infrastructuur, brengt een nieuwe desinformatiegolf op gang en dwingt hun personeel om een enorme verkiezingsoperatie van thuis uit te coördineren.

Tijdens gesprekken met een 25-tal leidinggevenden en werknemers bij Facebook, Google en Twitter in de voorbije paar maanden beschreven velen een gespannen sfeer waarbij ze van crisis in crisis sukkelen om een antwoord te bieden aan de nieuwe tactieken die ingezet worden om onenigheid te creëren en de resultaten te beïnvloeden. Velen wilden alleen anoniem getuigen, omdat het hen niet is toegelaten deze gevoelige interne kwesties publiekelijk te bespreken.

Sommige werknemers van Facebook en Google zeiden dat ze bang waren dat Democraten hen de schuld zouden geven voor een herverkiezing van Trump. Anderen zeiden dat ze niet de schijn wilden wekken dat ze op de hand van de Democraten waren. Sommigen zeiden dat voor hen het beste scenario is dat een van de partijen een afgetekende overwinning haalt in november, waarbij de marge te groot is om de schuld bij de techplatformen te leggen.

Google wilde geen officiële commentaar geven voor dit artikel. Facebook zei bij monde van Nathaniel Gleicher, die verantwoordelijk is voor het beleid inzake cybersecurity, dat de dreigingen van 2016 momenteel minder effectief zijn, maar dat “we ook zien dat de actoren waarvan de dreiging uitgaat evolueren en beter worden”. Twitter stelde dat de dreigingen een spel van “kat en muis” zijn. “We proberen ze altijd een stap voor te zijn”, zegt Carlos Monje Jr., directeur publieksbeleid bij Twitter.

Lockdown

Mark Zuckerberg, de CEO van Facebook, beval eind vorig jaar een ‘lockdown’ voor honderden werknemers. Een lockdown is Facebook-jargon voor een periode van intense, opperste focus op een project dat de hoogste prioriteit heeft. De werknemers, onder wie ingenieurs en beleidspersoneel, moesten al hun ander werk laten vallen en tools bouwen om inmenging in de verkiezingen van 2020 te verhinderen, zeggen twee mensen die op de hoogte zijn van de instructies.

Voor Zuckerberg, die de smerige business van de politiek ooit aan zijn luitenants overliet, zijn de verkiezingen van november uitgegroeid tot een persoonlijke obsessie. In 2017, nadat de omvang van de Russische manipulatie van het sociale netwerk duidelijk was geworden, zwoer hij dat hij persoonlijk zou verhinderen dat het ooit nog zou gebeuren. “We zullen niet iedereen onmiddellijk bij de lurven vatten, maar we kunnen het wel een stuk moeilijker maken om te manipuleren”, zei hij.

Mark Zuckerberg, Facebook-CEO. Zijn laissez-faire-aanpak wordt bejubeld door sommige Republikeinen, onder wie president Donald Trump, maar maakt Facebook behoorlijk onpopulair bij Democraten en burgerrechtenorganisaties. Beeld AFP

Facebook vraagt mensen die een politieke advertentie willen plaatsen sindsdien om als bewijs een Amerikaans postadres op te geven, en neemt de advertenties op in een door iedereen raadpleegbare database. Het heeft miljarden geïnvesteerd om content te controleren, het heeft nieuwe richtlijnen uitgeschreven voor desinformatie en gemanipuleerde media, en het heeft tienduizenden beveiligingsmedewerkers in dienst genomen.

Bij de tussentijdse verkiezingen van 2018 resulteerden die inspanningen in een relatief schandaalvrije Election Day. Maar 2020 presenteert heel andere uitdagingen.

Vorig jaar kreeg Zuckerberg de wind van voren van parlementsleden omdat hij weigerde posts op Facebook te controleren op hun waarheidsgehalte en valse advertentie geplaatst door politieke kandidaten te verwijderen; volgens hem zou dat een schending zijn van de vrijheid van meningsuiting. Die laissez-faire-aanpak wordt bejubeld door sommige Republikeinen, onder wie president Donald Trump, maar maakt Facebook behoorlijk onpopulair bij Democraten en burgerrechtenorganisaties.

Toch is het Facebook-personeel voorzichtig optimistisch. Eind januari, net voor de voorverkiezingen in Iowa, kwam een groep werknemers samen in het hoofdkwartier om het einde van de lockdown te vieren. Ze aten, dronken en keken toe terwijl werknemers hun talenten als musicalster of improvisatie-comedian toonden. Aan de muur hing de vlag van Iowa.

Op een bepaald moment, zeggen twee mensen die erbij waren, kwam een verrassingsgast binnen: Zuckerberg. Hij wilde het team persoonlijk bedanken.

Nultolerantie

Kort na de middag op 30 oktober vorig jaar kondigde Jack Dorsey, de CEO van Twitter, met elf tweets aan dat hij voortaan alle politieke advertenties zou verbieden. “Betalen om de reikwijdte van politieke boodschappen te vergroten heeft aanzienlijke vertakkingen die de huidige democratische infrastructuur misschien niet bereid is te controleren”, schreef hij.

Die nultolerantie was één actie die Twitter en bedrijven zoals Google namen om een nieuwe verkiezingscrisis af te weren – of althans om zich te distantiëren van de partijpolitieke mêlee.

In het voorbije jaar heeft Twitter automatische systemen opgezet om botactiviteit op het spoor te komen, en heeft het Russische, Chinese, Venezolaanse en Saudische bots onklaar gemaakt. Het bedrijf verbood gebruikers ook om via beveiligingsovertredingen illegaal verkregen informatie te posten.

Vorige maand vaardigde Twitter nieuwe richtlijnen uit om misleidend gemonteerde video’s te labelen of van zijn site te verwijderen. “We manoeuvreren weg van een model waarbij je wacht op een aangifte, naar een model waarbij je op zoek gaat naar gedragingspatronen, waardoor je op tijd brandjes kunt blussen”, zegt Monje.

Google, dat eigenaar is van YouTube, wijzigde zijn beleid om buitenlandse desinformatiecampagnes te weren en vaardigde transparantieregels voor politieke reclame uit.

Foute locaties 

De verandering is af te lezen aan het feit dat de notoire rechtse complotverspreider Alex Jones en het met het Kremlin verbonden nieuwsmedium RT – twee van de populairste politieke YouTube-kanalen in 2016 – sterk aan invloed ingeboet hebben. Toen YouTube zijn beleid inzake haatboodschappen verstrengde, bande het onmiddellijk Jones en andere overtreders. Het perfectioneerde ook zijn aanbevelingsalgoritme om nieuws met meer gezag en minder complottheorieën aan te prijzen.

Beveiligingsmensen van Google zeggen dat ze ingezet werden in elke uithoek van het bedrijf om op zoek te gaan naar typisch Russische beïnvloedingscampagnes. Ze bezorgen leidinggevenden dagelijks overzichten van bedreigingen en organiseren oefensessies om adequaat te reageren op hypothetische scenario’s van verkiezingsbeïnvloeding, zoals hackers die Google Maps manipuleren om mensen op verkiezingsdag foute locaties van de stemlokalen voor te schotelen.

Gaten in het harnas

Toch zitten er nog gaten in het harnas van de platformen.

Volgens overheidsfunctionarissen en voormalige werknemers zijn de algoritmes van Twitter niet betrouwbaar als het erom gaat een onderscheid te maken tussen bots en mensen die gewoon tweeten als bots. Zijn pogingen om gemanipuleerde media te labelen zijn niet bijster indrukwekkend, zeggen kiescampagneteams. En sommige medewerkers van Twitter die de kiescampagnes opvolgden, zijn daar weggehaald om foutieve informatie over het coronavirus eruit te filteren, zoals valse beweringen over mirakelremedies.

Bedreigingen zijn ook opgedoken op onverwachte plekken. In december vorig jaar bracht The New York Times aan het licht dat buitenlandse spionnen open en bloot hun ding deden in appstores van Google en Apple. Miljoenen gebruikers wereldwijd downloadden de populaire app ToTok, die audio, foto’s, teksten en contacten naar inlichtingendiensten in de Verenigde Staten lekte via een netwerk van onderaannemers.

Apple verwijderde ToTok, maar Google bood de app twee weken later opnieuw aan. Nog zes weken langer bleven spionnen van de Verenigde Arabische Emiraten data van Google-gebruikers aftappen, zeggen beveiligingsexperts en medewerkers van de Amerikaanse inlichtingendiensten.

Uiteindelijk verwijderde Google, dat geen commentaar wilde geven over ToTok, de app vorige week uit zijn winkel.

Inmengingspogingen terugvoeren tot Rusland of andere buitenlandse mogendheden is extreem moeilijk geworden. Voor Facebook, Google en Twitter werden die complicaties duidelijk naarmate de tactieken van het Russische Internet Research Agency, de trollenfabriek die in 2016 de verkiezingen beïnvloedde, evolueerden. Ooit deden de trollen amper moeite om zich te verbergen, met onlineposts die uitblonken door spellingsfouten en povere grammatica.

De Russische groepering vermomt zich tegenwoordig een stuk beter, door verdeeldheid scheppende berichten te posten die ze steelt van Amerikaanse sites en publicaties. De trollen betalen misschien ook Amerikanen om informatie namens hen te posten, om zo hun digitale sporen uit te wissen.

Boosdoener: Witte Huis

Bij een beïnvloedingscampagne in Afrika vorig jaar leek de groepering lokale mensen te betalen om bijeenkomsten bij te wonen en lovende artikels te schrijven over haar uitverkoren kandidaten. “Erachter komen wie achter die campagnes zit, kan maanden, zo niet jaren in beslag nemen”, zegt Yoel Roth, hoofd website-integriteit van Twitter.

Om de stippen met elkaar te verbinden, zeggen beveiligingsmensen van Twitter, Google, Facebook, Yahoo en andere bedrijven, vergaderen ze regelmatig met het Department of Homeland Security, de FBI en het kantoor van de Director of National Intelligence. Ze wisselen ook informatie uit en bespreken bedreigingen voor versleutelde boodschappen met elkaar. “Ik praat meer met hen dan met mijn man”, zegt Roth over zijn collega’s bij Facebook, Google en andere bedrijven.

De Democratische presidentskandidaat Joe Biden. Ook van hem circuleert een selectief gemonteerd filmpje waarin hij lijkt te zeggen: 'We kunnen Donald Trump alleen maar herverkiezen.' Dan Scavino, directeur sociale media van het Witte Huis, deelde de video. Beeld AP

De content die dit jaar nog het meest verdeeldheid creëert, komt misschien niet eens van Russische trollen of Macedonische tieners die fake news verspreiden, maar van Amerikaanse politici die veel van hun tactieken gebruiken om hun eigen agenda vooruit te helpen.

Een grote boosdoener? Het Witte Huis.

In februari deelden Trump en andere Republikeinen een filmpje van Nancy Pelosi, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, dat was opgenomen tijdens de State of the Union-rede van de president. Pelosi had aan het einde van de toespraak een kopie van de speech van Trump verscheurd. Maar de video was zo gemonteerd dat het leek alsof ze de speech verscheurde op het moment dat hij hulde bracht aan een Tuskegee Airman (militairen van Afro-Amerikaanse en Caribische origine die vochten in de Tweede Wereldoorlog) en de families van militairen.

Een woordvoerder van Pelosi riep Facebook en Twitter op het filmpje te verwijderen, omdat het “er bewust op gericht was het Amerikaanse volk te misleiden en voor te liegen”. De bedrijven reageerden echter dat het filmpje niet in strijd was met hun beleid omtrent gemanipuleerde media.

Vorige maand deelde Dan Scavino, de directeur sociale media van het Witte Huis, een andere selectief gemonteerde video. Daarin leek voormalig vicepresident Joe Biden te zeggen: “We kunnen Donald Trump alleen maar herverkiezen.” In de volledige video klinkt het anders, en zegt Biden dat Trump alleen herkozen kan worden als de Democraten hun toevlucht zoeken tot negatieve campagnevoering.

Facebook verwijderde de video niet. Toen Twitter het eindelijk het label ‘gemanipuleerd’ gaf, was het filmpje al meer dan 5 miljoen keer bekeken. “Het Biden-filmpje was niet gemanipuleerd, en als Nancy Pelosi liever niet had gezien dat ze de speech verscheurde, dan had ze de speech niet moeten verscheuren”, zei Tim Murtaugh, een woordvoerder voor de herverkiezingscampagne van Trump. Hij suggereerde dat Twitter vooringenomen was door de video het label ‘gemanipuleerd’ te geven.

Blauwdruk

Ook sommige Democraten gingen ver om hun boodschap op de sociale media te krijgen. De campagne van Bloomberg, die hij vorige maand voor bekeken hield, bezorgde de techplatformen hoofdpijn, ook al verdienden ze miljoenen aan zijn advertenties.

Een van de innovaties van zijn campagne was dat zijn team gesponsorde posts van invloedrijke meme-accounts op Instagram kocht en ‘digital organizers’ 2.500 dollar per maand betaalde om Bloomberg-gezinde boodschappen op hun socialemedia-accounts te posten. De campagne postte ook een video van Bloombergs inbreng tijdens het presidentiële debat, die zo gemonteerd was dat het leek alsof zijn opponenten lange, ongemakkelijke stiltes lieten vallen.

Sommige van de tactieken leken gevaarlijk dicht te komen bij een schending van de regels van de bedrijven omtrent verdoken politieke advertenties, gemanipuleerde media en ‘gecoördineerd inauthentiek gedrag’, een term voor netwerken van nep- of verdachte accounts die gezamenlijk optreden.

Facebook en Twitter hadden moeite met een reactie. Ze gingen voor ad-hocoplossingen, zoals de vraag meer openheid te bieden, of deden helemaal niets.

Het campagneteam van Bloomberg, dat geen commentaar wenst te geven, had toen al de blauwdruk geleverd voor komende campagnes. “We kunnen Rusland niet de schuld geven van al onze problemen”, zegt Alex Stamos, het voormalige hoofd veiligheid van Facebook, die tegenwoordig desinformatie bestudeert aan Stanford University. “De toekomst van de desinformatie ligt in het binnenland.”

© THE NEW YORK TIMES

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234