Vrijdag 15/11/2019

Hoe de rondzendbrief-Peeters

Ooit waren de Franstaligen de ergste tegenstanders van de faciliteiten

een Vlaams symbool werd

De faciliteiten: van beton of caoutchouc?

Waarom zijn de Franstaligen zo gebrand op die faciliteiten in de rand? Waarom moeten die zo nodig 'gebetonneerd' worden? Een kleine terugblik op een geschiedenis van wisselende standpunten.

Brussel

Eigen berichtgeving

Filip Rogiers

Er is een tijd geweest dat Franstaligen absoluut niet voor faciliteiten in dit landje waren. In de jaren dertig bijvoorbeeld. Toen kwam het op een congres van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) tot een hoog oplopende discussie toen Vlaamse socialisten 'faciliteiten' vroegen voor de ruim 30.000 Vlaamse 'gastarbeiders' in de regio van Charleroi. En dit was het antwoord van de Waalse socialisten: "Als die stelling zegevierde, zouden de Vlaamse onderpastoorkens bij ons de taalgeschillen komen aanstoken tot groot nadeel van de arbeidersstrijd." Zoals Elio Di Rupo (PS) en co. vandaag achter elke Vlaamse eis een vlooi van de hond van Philip Dewinter vermoeden, zo vonden zijn voorgangers vaak dat het allemaal stokerij van kaloten was.

Om de discussie te beëindigen nam dat BWP-congres volgende stelling aan: "Het Frans is de taal van Wallonië. Het Nederlands is de taal van Vlaanderen." En daarom moest de immer vloeibare taalgrens maar eens onwrikbaar worden vastgelegd. Ook de (betwiste) talentelling van 1947 gaf de Franstaligen een reden om niet happig te zijn op faciliteiten. In 1947 meldden zich heel wat 'Fransonkundigen', Vlamingen dus, in gemeenten die toch ondubbelzinnig tot het Waalse landsgedeelte behoorden: Waterloo (20,55 procent), Ohain (17,75 procent), Braine-le-Château (20,96 procent).

En toch kwamen er in 1963, toen de taalgrens werd vastgelegd, faciliteiten. Een tikkeltje voor de Vlamingen in Komen, en een pak meer voor de Franstaligen van Ronse/Renaix tot Voeren/Fourons. Er kwamen er curieus genoeg geen in wat later bekend werd als de 'zes faciliteitengemeenten' of de 'rand': Kraainem, Wezembeek-Oppem, Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos en Wemmel.

"Faciliteiten voor de zes? Dat was om te lachen", zei Jan Verroken (CVP) in 2000 in Knack. "Ik noemde dat de dunne faciliteiten. Dat was het spreken niet waard. Het land krioelde van steden en gemeenten waar je, zoals in Ronse, dikke faciliteiten had. Maar in Linkebeek, Wezembeek-Oppem, Wemmel, Drogenbos of Kraainem stelde dat niets voor. Het was niet nodig."

De zes vormden in de wet van 1963 "een afzonderlijk administratief arrondissement". Versta: men wist er geen blijf mee. Pas in 1970, bij de gewestvorming, kwamen ze terecht in Vlaanderen en kregen de Franstalige inwoners er faciliteiten, die overigens pas in 1988 (een beetje) gebetonneerd werden nadat er door een zoveelste draai aan de Voerense carroussel wederom een en ander gepacificeerd moest worden.

Zo komt het dat de Franstaligen een beetje gelijk hebben, als ze zeggen dat de faciliteiten verworven zijn. En zo komt het dat de Vlamingen een beetje gelijk hebben, als ze zeggen dat de faciliteiten nooit bedoeld waren om een feitelijke tweetaligheid te verkrijgen. En zo komt het dat de Raad van State zich jarenlang het hoofd heeft moeten breken over wie nu een beetje meer of minder gelijk heeft.

De Vlaamse regering-Van den Brande 'besloot' dat de faciliteiten moesten uitdoven. De rondzendbrieven-Peeters-Martens waren bedoeld als een eerste ademstoot. Tot 1997 hoefde een Franstalige maar één keer te melden dat hij zijn gemeentelijke paperassen - van het betalingsformulier voor kijk- en luistergeld tot de oproepingsbrief voor verkiezingen - in het Frans wilde. Sinds de rondzendbrief moet die vraag keer op keer herhaald worden. Ook voor alle paperassen van het OCMW, waar het cliënteel tegenwoordig hoofdzakelijk Franstalig is, wat meteen de mythe over de Franstalige bourgeoisie in de rand ontkracht.

De Franstaligen noemen het 'pesterijen'. En ook Vlaamse liberalen en socialisten hebben dat de voorbije jaren meer dan eens gezegd, of toch gefluisterd. Een 'afzwakking' van de rondzendbrief, indien geen intrekking, werd al omstreeks 1999 beschouwd als een mogelijke pasmunt bij de onderhandelingen over het Lambermont-akkoord. Toen was het niet nodig, vandaag daarentegen...

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234