Zaterdag 14/12/2019

Reconstructie 9/11

Hoe de passagiers van vlucht 93 van United Airlines in opstand kwamen tegen hun kapers

'We gaan met een paar passagiers actie ondernemen. Ik denk dat we de man met de bom gaan aanvallen!’

Op 11 september 2001 kon vlucht United 93 pas na 42 minuten vertraging opstijgen vanuit New York richting San Francisco. Toen de kapers toesloegen, wisten de passagiers en de bemanning al wat er in de rest van het land gaande was. In deze laatste voorpublicatie uit ‘Ondergang en opkomst’ beschrijft Mitchell Zuckoff hoe ze in actie kwamen tegen de terroristen.

Lees ook deel 1: ‘We vliegen heel, heel laag. O god! We vliegen echt veel te laag’ en deel 2: Binnenin de WTC-torens: ‘Je kunt niet naar beneden! Het brandt daar overal!’

Zesenveertig minuten nadat vlucht United 93 was opgestegen, vloog het toestel met kruissnelheid op 35.000 voet boven het oosten van Ohio. Plotseling daalde het 685 voet en elf seconden later, om 9.28 uur, schreeuwde gezagvoerder Jason Dahl of copiloot LeRoy Homer in de cockpitradio: “Mayday! Mayday! Mayday!” Vlak daarna was te horen: ‘Hé, wegwezen hier!’ Terwijl de terroristen hun plaatsen probeerden in te nemen, moet ten minste één van beide piloten de spraakknop van de radiomicrofoon ingedrukt hebben gehouden, want verkeersleiders en piloten van vliegtuigen die op dezelfde radiofrequentie zaten, konden het gevecht in de cockpit horen. 35 seconden na het noodsignaal schreeuwde Homer of Dahl nogmaals: “Hé, weg hier, jij, ga weg!”

De berichten kwamen binnen bij de verkeersleider van vlucht 93, John Werth van de luchtverkeersleiding in Cleveland. Die moest al een groot aantal ballen in de lucht houden, veel meer dan de zestien vluchten op zijn radarscherm. Hij had van de eerste twee kapingen gehoord en nam met piloten die door zijn sector vlogen contact op om te vragen of ze een vermist toestel hadden gezien: vlucht 77 van American Airlines (het vliegtuig dat in het Pentagon is gevlogen, red.). Sommige piloten hadden het één en ander gehoord over het WTC en wilden daar meer over vernemen. Werth wist niet goed wat hij moest antwoorden, want hij was bang paniek te veroorzaken. Hij zei tegen de piloten dat ze hun luchtvaartmaatschappij moesten bellen en vermeed heel bewust woorden als ‘kaping’. Intussen bleef hij op zijn radar naar American 77 zoeken.

In deze chaos wist Werth niet onmiddellijk waar de mayday die hij had gehoord vandaan kwam, en hij hoorde alleen wat hij ‘keelklanken’ noemde. Hij antwoordde in zijn microfoon: ‘Heeft iemand Cleveland opgeroepen?’ Toen merkte hij de plotselinge daling van vlucht 93 op en hoorde hij het geschreeuw in de cockpit en de tweede paniekerige uitroep: “Hé, weg hier, jij, ga weg!” “Volgens mij hebben we er weer één!", riep hij naar zijn supervisor, Mark Barnik. Om te bepalen welke vlucht precies was gekaapt, nam Werth contact op met alle vliegtuigen die op dezelfde frequentie zaten. Die reageerden allemaal, behalve vlucht 93. Hij riep Dahl en Homer binnen twee minuten zeven keer op, maar kreeg geen antwoord. Collega-verkeersleiders begonnen andere vluchten om te leiden en Barnik waarschuwde het hoofdkantoor van United Airlines in Chicago, waar een medewerker zei wat iedereen dacht: “O, God, niet nog één.”

Drie minuten nadat Dahl of Homer voor het laatst “Ga weg!” had geroepen, hoorde Werth een andere mannenstem, die gebrekkig Engels sprak met een Arabisch accent. De man hijgde, blijkbaar van inspanning, misschien van het gevecht met de piloten, of omdat hij ze de cockpit uit had gesleept. Hij zei: “Dames en heren: hier de captain. Ga zitten, blijf zitten. We hebben een bom aan boord. Zitten dus.” De stem was vrijwel zeker die van Ziad Jarrah, de enige kaper van vlucht 93 met een vliegopleiding. Net als de andere kapers die de besturing overnamen, bleek Jarrah niet goed bekend met de cockpitradio, zodat zijn dreigement, dat voor de passagiers was bedoeld en via de intercom had moeten worden geuit, bij de verkeersleiding terechtkwam. Werth probeerde de kaper aan de praat te houden: “Eh ... Cleveland hier ... Je bent onverstaanbaar. Zeg dat nog eens, langzaam.” Jarrah antwoordde niet.

Vanaf 9.32 uur heeft de voicerecorder in de cockpit 31 minuten lang de woorden van Jarrah en ten minste één andere kaper, waarschijnlijk copiloot Saeed al-Ghamdi, opgenomen. In die tijd werden er ook opmerkingen en smeekbeden vastgelegd van anderen aan boord, nietkapers met Engels als moedertaal. Nadat Jarrah had gezegd dat er een bom aan boord was, richtte hij zijn aandacht op een gijzelaar die blijkbaar weigerde te doen wat de kapers zeiden. Jarrah gaf een hele reeks bevelen. “Stil zitten. Niet praten.” “Kom op, kom.” “Kop dicht!” “Zit stil!” “Hou op!”

Dan klinkt het geluid van een stoel die werd versteld. Iemand in de cockpit weigerde blijkbaar nog steeds te doen wat Jarrah zei. Hij zette zijn tirade voort: “Zitten, ga zitten, zitten!” “Ga zitten!”

Het geschreeuw werd onderbroken door verkeersleider John Werth, die door de radio vroeg: “We hebben dat, eh... niet helemaal goed doorgekregen... Is dit United 93?” Om 9.34 uur registreerde de voicerecorder de stem van een vrouw met Engels als moedertaal, mogelijk een stewardess van de eerste klas. Ze smeekte de mannen die haar mishandelden: “Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft...” Een kaper riep: “Liggen!”

Ze kreunde: “Doe me alsjeblieft geen pijn!” “Kop dicht!” zei een andere kaper.

Er volgden meer bevelen en ook het waarschuwende geluid van een bel die aangaf dat Jarrah de automatische piloot probeerde uit te schakelen, zodat hij de bestemming van het vliegtuig kon veranderen. De aanslag was bijna vier minuten bezig en de vrouw smeekte om haar leven: “Ik wil niet dood!” Een knappend geluid echode door de cockpit en werd door de voicerecorder opgepikt.

De vrouw schreeuwde het uit. “Nee!” Ze bleef roepen. Er gingen tien seconden voorbij, twintig, dertig. Na haar uitroep verstreek er ruim een minuut zonder dat iemand in de cockpit iets zei – de langste stilte. Daarna meldde een kaper in het Arabisch: “Alles in orde. Ik ben klaar.” De vrouwenstem was niet meer te horen.

Laatste telefoontjes

Terwijl in de cockpit zo te horen een vrouw werd vermoord, trok Ziad Jarrah het stuurwiel naar achteren en liet het toestel naar 40.700 voet klimmen. Hij zette een bocht naar links in, en draaide naar het zuiden en verder naar het zuidoosten. Binnen een paar minuten had hij een draai van 180 graden gemaakt: als hij rechtdoor vloog, zou hij ten noorden van Washington D.C. uitkomen. Jarrah had de transponder niet uitgeschakeld en John Werth kon de draai volgen op zijn radarscherm. Die was zo abrupt dat alle mensen in de staart van het vliegtuig die geen gordels om hadden gehad, als lappenpoppen door het toestel gevlogen moesten zijn. Hij probeerde steeds opnieuw contact te krijgen met vlucht 93. Jarrah negeerde hem.

Anders dan de passagiers en bemanning van de andere gekaapte vliegtuigen begrepen die van vlucht 93 vrijwel meteen dat ze met de airfone in de rugleuning van hun stoel een vitale verbindingslijn in handen hadden waarmee ze om hulp en raad konden vragen. Veel mensen begrepen ook dat deze telefoons troost konden bieden, aan henzelf en hun geliefden. Gedurende ruim een halfuur probeerden passagiers en bemanningsleden minstens 37 keer te telefoneren met United Airlines, de autoriteiten en hun familie en vrienden, zonder dat de kapers ingrepen. Voor twee gesprekken werden mobiele telefoons gebruikt, de rest ging via de airfones die in de achterste twaalf rijen van het toestel waren ingebouwd. Deze technologie kon maar acht uitgaande gesprekken tegelijk verwerken, en door de slechte ontvangst vielen twintig airfonegesprekken meteen of binnen een paar seconden weg.

Deena Burnett was bezig in haar huis in San Ramon, Californië. Het was een uur of zes ’s ochtends, negen uur aan de oostkust. Ze had de kamerjas aan van haar man Tom, directeur bij een bedrijf dat hartpompen maakte. Ze droeg die altijd als hij voor zijn werk onderweg was. Ze bakte kaneelwafels voor hun vijf jaar oude tweelingdochters, Halley en Madison, en de drie jaar oude Anna Clare, en keek ondertussen naar de tv. Toen daarop beelden verschenen van een tweede vliegtuig dat het WTC in vloog, moest ze meteen aan Tom denken. Ze dacht dat die nog steeds voor zaken in Manhattan was en vroeg zich af: in welk hotel zit hij ook weer? Het Marriott op Times Square dit keer? En hoe ver is Times Square eigenlijk van het World Trade Center? Toen herinnerde ze zich dat Tom had gezegd dat hij een eerdere vlucht naar huis zou nemen als dat ging, zodat hij tegen de middag thuis zou zijn. De telefoon ging.

“Hallo?”

“Deena.”

“Tom, is alles in orde?”

“Nee. Het vliegtuig waar ik in zit is gekaapt.”

Tom vroeg haar de nooddiensten te bellen en hing op. Deena belde meteen 911. Een paar minuten later belde Tom terug. Het nieuws dat vlucht 93 niet het enige gekaapte toestel was, was blijkbaar uit andere gesprekken tot de cabine doorgedrongen. Tom vroeg Deena of ze iets wist van andere gekaapte vliegtuigen. Ze antwoordde dat er twee vliegtuigen in het WTC waren gevlogen. Ze zei dat er nog geen details bekend waren.

In de heuvels aan de voet van het Santa Cruz-gebergte in Californië werd Alice Hoglan gewekt door telefoongerinkel. Ze verbleef in het huis van haar broer en schoonzus, voor wie ze net als draagmoeder had gefungeerd en een drieling had gebaard. Haar schoonzus kwam met de telefoon naar haar kamer gerend. Alice hoorde luid en duidelijk de stem van haar zoon, een voormalig sterspeler van het universiteitsrugbyteam.

“Mam, je spreekt met Mark Bingham.” Hij noemde zijn voor- en achternaam. “Ik wilde je zeggen dat ik van je hou. Van jullie allemaal.” Hij vertelde dat drie mannen zijn toestel hadden gekaapt.

“Wie zijn het, Mark?” vroeg Alice, die jarenlang stewardess bij United was geweest. Mark gaf geen antwoord. Een paar seconden later zei hij: “Geloof me maar, want het is zo.”

“Ik geloof je, Mark. Wie zijn het?”

Het was weer even stil en toen hoorde Alice stemmen en gemompel op de achtergrond. De verbinding werd verbroken.

Alice belde 911 en werd doorverbonden met de FBI. Intussen zette haar broer Vaughn de tv aan, waar beelden van het vliegtuig dat zich in de zuidelijke toren boorde non-stop werden herhaald. Nieuws over de aanslag op het Pentagon volgde al snel. Vaughn zei tegen Alice dat ze Mark op zijn mobiel moest bellen om hem te laten weten wat er aan de hand was. Mark nam niet op, zodat Alice een bericht insprak: “Mark, met je moeder... Op het nieuws wordt gezegd dat het vliegtuig door terroristen is gekaapt. Ze willen het waarschijnlijk gebruiken om iets op de grond te raken. Jullie moeten als het enigszins kan, proberen ze te overmeesteren.” Ze zei dat ze van hem hield en nam afscheid. Mark heeft het voicemailbericht van zijn moeder nooit beluisterd.

Terwijl Mark Bingham met zijn moeder sprak, belde voormalig universitair judokampioen Jeremy Glick naar de witgeschilderde houten boerderij in de staat New York waar zijn schoonouders woonden en waar ook zijn vrouw Lyz en hun peuterdochter Emerson verbleven. Lyz en haar ouders zaten naar de brandende WTC-torens op tv te kijken toen er werd gebeld. Zijn schoonmoeder JoAnne Makely nam op. “Jeremy, goddank. We waren zo ongerust.” “Ik heb slecht nieuws”, zei hij en vroeg of hij Lyz kon spreken. “Luister, er zitten een paar heel foute mannen in dit vliegtuig.” Toen hij verder vertelde, begon Lyz te huilen. “Ik denk niet dat ik hier levend uit ga komen. Ik wil niet dood. Eén van de andere passagiers zei dat er opzettelijk vliegtuigen in het WTC gevlogen zijn. Is dat zo?”

Botermesjes halen

Net als Mark Bingham en diverse andere bellers had Jeremy maar drie kapers gezien. Het is niet bekend waarom ze niet alle vier de kapers hebben geteld, maar het is mogelijk dat Ziad Jarrah niet aan de eerste aanval meedeed om te voorkomen dat hij gewond zou raken en het vliegtuig niet zou kunnen besturen. In dat geval is hij mogelijk ongemerkt in de stoel van de piloot gekropen nadat de drie andere kapers de cockpit hadden overgenomen, de rest van de bemanning en de passagiers naar de staart van het toestel hadden gedirigeerd en het gordijn bij de eerste klas hadden dichtgetrokken.

Terwijl JoAnne met 911 sprak, keek ze met één oog naar CNN: “O, nee", flapte ze eruit tegen Lyz. “Zet de tv uit... Ze hebben er net één in het Pentagon laten crashen.” Lyz stond naast haar en gaf het nieuws over het derde gecrashte toestel door aan Jeremy. Ze hoorde de verwarring in zijn stem. De geluidsband van 911 pikte al snel de stem van Lyz op, die JoAnne de woorden van Jeremy doorgaf: “Er verzamelen zich nu een paar man en ze willen met alle mannen samen een aanval doen op die...” Lyz vroeg Jeremy of de kapers vuurwapens hadden. Hij zei van niet en probeerde toen haar angst wat weg te nemen. Gekscherend zei hij dat hij met vier andere mannen “botermesjes ging halen”. Lyz zei: “Ik vind dat jullie het moeten doen. Je bent sterk en dapper. Ik hou van je.” Jeremy zei dat hij ook van haar hield. “Je moet me beloven dat je gelukkig wordt", zei hij, en hij vroeg haar om aan de lijn te blijven.

Om 9.43 uur probeerde softwareverkoper Todd Beamer zijn vrouw te bellen, maar hij kreeg geen verbinding. Hij toetste 0 in op een airfone in rij 32 en kreeg een telefoniste aan de lijn. Hij vertelde wat er aan de hand was en vroeg haar aan zijn vrouw door te geven dat hij van haar hield. De telefoniste raakte overstuur en riep haar leidinggevende, die toevallig ook Lisa heette, net als Todds vrouw. “Ik handel dit gesprek wel af”, zei Lisa Jefferson tegen de telefoniste. Todd vertelde dat er in de eerste klas twee doden of zwaargewonden op de grond lagen. Ze hoorde een stewardess tegen Todd zeggen dat dat de gezagvoerder en de copiloot waren. Hij zei dat twee kapers met messen de cockpit waren binnengegaan en de deur achter zich dicht hadden gedaan. Tijdens het gesprek maakte het toestel een steile duik. “O, God, we storten neer!” riep Todd. “We storten neer. God sta ons bij.” Een vrouw gilde. Todd riep nogmaals: “O, nee! Nee! O, God, nee!” Toen begon het toestel weer horizontaal te vliegen en Todd kalmeerde: “Wacht, we komen weer omhoog.” Lisa bood aan Todd met zijn vrouw door te verbinden, maar dat sloeg hij af. “Ik wil haar niet onnodig van streek maken. Ze verwacht in januari ons derde kind en ik wil haar liever geen slecht nieuws brengen als het niet hoeft.”

Er waren ook passagiers die belden, maar geen verbinding konden krijgen, en anderen kregen een antwoordapparaat. Reclamemanager Lauren Grandcolas, in verwachting van haar eerste kind, sprak een boodschap in voor haar man Jack: “Hallo, ja, ik wilde je alleen even vertellen dat ik van je hou. Er is een probleempje hier in het vliegtuig... Ik zit hier prima en voorlopig is er niks aan de hand. Maar ik... Het stelt verder niet veel voor, hoor. Ik hou van je. Wil je ook tegen mijn familie zeggen dat ik van ze hou? Dag, lief.”

Stewardess CeeCee Lyles probeerde haar man Lorne, een politieman, te bereiken via een airfone. Lorne had de hele nacht gewerkt en werd wakker. Hij zag bij de naam van de beller ‘privénummer’ staan en draaide zich weer om. CeeCee sprak een bericht in: “Hoi, liefje. Je moet goed naar me luisteren. Ik zit in een gekaapt vliegtuig. Ik zit in het vliegtuig, ik bel vanuit het vliegtuig. Ik wilde zeggen dat ik van je hou. Wil je ook tegen de kinderen zeggen dat ik heel veel van ze hou. Het spijt me zo, schatje. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Drie mannen hebben het vliegtuig gekaapt. Ik probeer kalm te blijven. We zijn omgedraaid en ik heb gehoord dat er vliegtuigen – dat er vliegtuigen in het World Trade Center zijn gevlogen.” Haar tot dan toe kalme stem brak. “Ik hoop dat ik ooit je gezicht weer zal zien. Heel veel liefs. Dag.”

Nadat het vliegtuig een duik had genomen, vloog het zo laag dat CeeCee bereik had met haar mobiel en ze probeerde nog eens haar man te bellen. Dit keer zag Lorne haar naam op het scherm verschijnen en nam hij op. Hij sliep nog half. “Schatje, je moet naar me luisteren”, zei ze. “Mijn vliegtuig is gekaapt.”

Hij hoorde gegil op de achtergrond en dacht dat hij een nachtmerrie had, maar de stem van CeeCee was maar al te echt. Ze vertelde dat het toestel was omgedraaid en dat ze niet wist wat er ging gebeuren. Ze vroeg hem haar zoontjes te zeggen dat ze van hen hield: “Ik hou van je, schatje, ik hou van je. Zorg goed voor de kinderen.”

Voordat de verbinding verbroken werd, zei ze nog: “We hebben een plan.”

De laatste woorden van passagier Todd Beamer die hoorbaar waren door de telefoon: ‘Zijn jullie er klaar voor? Oké, jongens. Actie!’


Hechte groep

Terwijl de passagiers en de bemanning hun strategie bepaalden en telefoontjes pleegden, vloog Ziad Jarrah naar het oosten en deed hij zijn best om het grote vliegtuig, dat hij steeds verder liet dalen, onder controle te houden. Rond 9.46 uur was Jarrah blijkbaar bang dat ze te veel hoogte verloren, want hij trok de neus van het toestel omhoog. Maar daarna liet hij het weer een duikvlucht maken, zodat het wel een rit in een achtbaan leek. Om 9.48 uur vloog hij op 19.000 voet, twee minuten later op 16.000 voet. Om 9.53 uur hoorden of voelden de terroristen dat hun gijzelaars in opstand dreigden te komen. Eén van de kapers, waarschijnlijk Al-Ghamdi, stelde in het Arabisch voor dat de kapers zich in de cockpit zouden verzamelen en de brandweerbijl zouden gebruiken om de passagiers buiten de deur te houden. Na enige verwarring onder zijn collegakapers legde hij uit dat ze de bijl omhoog moesten houden voor het raampje in de cockpitdeur: “Laat ze maar door het raampje kijken.”

Kort daarna deed Jarrah iets waaruit met zekerheid bleek dat het doelwit van het vierde gekaapte toestel zich in Washington bevond. Hij voerde in de boordcomputer de navigatiecode voor Reagan National Airport in, dat op minder dan 8 kilometer van beroemde gebouwen als het Capitool en het Witte Huis ligt. Beide gebouwen waren op verschillende momenten in de aanloop naar de aanslagen door leiders en agenten van Al Qaida als mogelijk doelwit genoemd. Osama bin Laden gaf naar verluidt de voorkeur aan het Witte Huis, maar Mohammed Atta dacht dat de ambtswoning van de Amerikaanse president te moeilijk te raken zou zijn en concentreerde zich daarom op het Capitool, dat op een heuvel ligt en op de koepel een bronzen Beeld van de Vrijheid draagt.

Todd Beamer was vijftien minuten met Lisa Jefferson in gesprek toen hij zei: “We gaan met een paar passagiers actie ondernemen. Ik denk dat we de man met de bom gaan aanvallen!” “Weet je het zeker?” vroeg Lisa. Hij antwoordde dat hij niet veel keus had. Lisa kreeg de indruk dat Todd dacht dat één van de passagiers of bemanningsleden het toestel zou kunnen besturen. Tenminste, als de bom die vermoedelijk aan boord was niet afging en als ze de met messen bewapende terroristen konden overmeesteren en de cockpit heroveren.

De mannen en vrouwen aan boord van vlucht 93 waren een paar minuten daarvoor nog vreemden voor elkaar geweest. Ze waren als bemanningslid of gewone reiziger aan boord gegaan. Ze waren op weg naar huis, een zakelijke bijeenkomst, een herdenkingsdienst of op vakantie. Maar op het aambeeld van angst en terreur werden ze omgesmeed tot een hechte groep strijders. Ze waren duidelijk in het nadeel, maar ze waren met meer, ze waren samen, ze waren met hun hart bij al hun geliefden op de grond en ze werden verenigd door een wilskracht die de kapers dom genoeg onderschatten. Als ze neerstortten, dan gebeurde dat op hún voorwaarden. Hun vlucht zou niet het rampzalige voorbeeld van New York en Washington volgen, waarover ze hadden gehoord. Hoe hoog de prijs ook was die ze zouden betalen, hun bestemming zou niet door de kapers worden bepaald. Een paar minuten voor tien nam Todd Beamer de telefoon van zijn oor. Lisa hoorde hem vragen: “Zijn jullie er klaar voor?” Ze hoorde het antwoord niet, maar wel drie woorden die daarop volgden: “Oké, jongens. Actie!”

De kapers in de cockpit merkten de herrie op. “Gebeurt daar iets?” vroeg één van hen. “Een vechtpartij?” vroeg een ander.

“Ja?” vroeg de eerste weer. In eerste klas stond een kaper op de deur van de cockpit te bonken: hij wilde naar binnen vluchten. Het geluid van een gevecht en het geschreeuw van een man weerkaatsten tegen de cabinewanden. Jarrah, de man aan de knoppen, wist dat hij meer tijd nodig had om hun doel te bereiken en probeerde zijn medefanatici aan te moedigen. “Kom op, mannen!” riep hij in het Arabisch. “Allahoe akbar, Allahoe akbar. Kom op! Allahoe akbar!” Om de opstandige gijzelaars uit hun evenwicht te brengen, bewoog Jarrah de stuurkolom, zodat het vliegtuig begon te slingeren: naar links en naar rechts, en nog eens. Buiten de cockpit werd nog steeds gevochten, gegromd en geroepen. Een passagier of bemanningslid met Engels als moedertaal riep: “Naar de cockpit! Naar binnen!”

Het vliegtuig, dat door de kapers naar Washington was gestuurd, stortte om 10.03 uur neer in de buurt van het piepkleine dorpje Shanksville in Pennsylvania, op een kwartiertje vliegen van de Amerikaanse hoofdstad.

Strijd om de cockpit

Om 9.59 uur zei Jarrah in het Arabisch: “Ze proberen binnen te komen. Hou de deur dicht. Hou de deur vanbinnen dicht.” Hij liet het vliegtuig nog heftiger heen en weer gaan. In de cockpit was duidelijk het knappen van metaal te horen. “Ah!” gilde een kaper. Luid gerinkel van brekend glas of servies. Toen was het stil. Waarschuwende geluiden in de cockpit; dan weer leek er van alles te breken. Voor de derde keer riep iemand: “Ah!” Om tien uur, op een hoogte van 5.000 voet, drong het tot de terroristen door dat ze de cockpit niet eindeloos konden verdedigen, maar ze wisten niet goed wat ze moesten doen. Een kaper zei in het Arabisch: “Er is niets.” Een andere, hoogstwaarschijnlijk Jarrah, vroeg: “Is het zover? Maken we er een eind aan?” “Nee. Nog niet.” De ander luisterde of hij nog geluiden van buiten de cockpit hoorde: “Er gebeurt niets.” Misschien hadden ze toch nog genoeg tijd om Washington te halen. Jarrah trok het stuur naar zich toe en het toestel steeg weer. Maar het gevecht voor de deur van de cockpit werd hervat. De opstandige passagiers en bemanningsleden maakten zich op voor een volgende aanval. Eén van hun leiders riep: “Naar de cockpit! Als we niet binnenkomen, zijn we er geweest!”

Toen probeerde Jarrah iets nieuws. Hij duwde en trok aan de stuurkolom, waardoor de neus van het vliegtuig omhoog en weer omlaag ging. Maar daarmee hielden de kapers de passagiers en de bemanning niet tegen. Ze gebruikten nu een trolley als stormram. “Naar voren!” riep een mannelijke passagier. Wild bewegend en met het landingsgestel neergelaten, scherp naar links en dan weer naar rechts hellend, scheerde de 757 schokkend over akkers en gesloten kolenmijnen ten zuidoosten van Pittsburgh. De cockpitrecorder van vlucht 93 registreerde een harde klap. Mogelijk hadden de passagiers en bemanningsleden de trolley keihard tegen de deur geramd. “Allahoe Akbar! Allahoe Akbar!” riep Jarrah. Hij stopte met zijn vliegcapriolen en stabiliseerde het toestel.

Uit een gesprek tussen twee kapers om 10.01 uur blijkt dat ze beseften dat de tijd drong. Ze konden de cockpit niet lang genoeg verdedigen om hun missie te voltooien. De gekaapte vlucht 93 van United zou Washington, zo’n 200 kilometer verderop, nooit halen. Jarrah zou de 757 nooit in één van de twee meest waarschijnlijke doelwitten rammen, het Capitool of het Witte Huis. In plaats daarvan stapte Jarrah over op het door Mohammed Atta bedachte plan B: een kaper die zijn doel niet kon bereiken, moest het toestel laten neerstorten. “Is het zover?” vroeg Jarrah in het Arabisch. “Ik bedoel, gaan we neer?” “Ja", antwoordde Al-Ghamdi. “Laten we dat maar doen.”

Jarrah probeerde snel te handelen, voordat de cockpitdeur werd ingeramd. De passagiers gaven niet op: “Vooruit! Vooruit! Go! Go!” moedigde een rebel zijn kameraden aan. Een Engelssprekende man riep: “Harder!” Eerst klonk een Arabisch bevel: “Omlaag, omlaag... Naar beneden trekken! Trek hem naar beneden! Naar beneden!” Toen zei iemand in het Engels: “Naar beneden duwen. Duwen, duwen, duwen... duwen.” Vlucht 93 dook steil naar beneden, op de heuvels en rivieren van het platteland van Zuidwest-Pennsylvania af. Terwijl ze op de grond afschoten, deden de passagiers en de bemanning blijkbaar nog een allerlaatste poging om bij Jarrah en Al-Ghamdi in de cockpitstoelen te komen. Hoewel enkele luchtvaartdeskundigen betwijfelen of die poging gelukt is, laat de cockpitrecorder horen dat er in de laatste seconden nog gevochten werd. Het is mogelijk dat een passagier of een bemanningslid het stuur van de piloot of de copiloot heeft vastgegrepen en wanhopig heeft geprobeerd het toestel weer omhoog te brengen. Eén van de kapers, hoogstwaarschijnlijk Al-Ghamdi, riep in het Arabisch: “Hé, hé! Af blijven, geef hier!”

Iemand trok het stuurwiel vol naar rechts. Het vliegtuig scheerde opzij, maakte toen een volledige wenteling en daalde met de buik naar de blauwe lucht verder. Gegrom en lawaai mengden zich met de stem van een kaper, die riep: “Allahoe akbar!” Er werd nog steeds gevochten. Een mannelijke passagier riep: “Néé!” Met geschreeuw, kabaal en vele malen “Allahoe akbar” eindigt de opname van de voicerecorder in de cockpit. De Boeing 757 die op het allerlaatste moment vrijwel ondersteboven was gedraaid, naar schatting 906 kilometer per uur vloog, 19.000 liter kerosine aan boord had en met de neus in een hoek van 40 graden naar beneden wees, sneed door een bovengrondse elektriciteitsleiding heen en bereikte zijn eindpunt. Het toestel dat oorspronkelijk naar San Francisco had moeten vliegen en door de kapers naar Washington was gestuurd, stortte om 10.03 uur neer in de buurt van het 245 inwoners tellende Shanksville in Pennsylvania, ongeveer een kwartiertje vliegen van de hoofdstad.

Om 10.14 uur belde sergeant Shelley Watson van het Amerikaanse leger naar de luchtvaartautoriteit in Washington voor een update.

Watson: “United 93, hebben jullie daar al informatie over?”

Washington: “Ja, die is gevonden.”

Watson: “Hij is terecht?”

Washington: “Ja.”

Watson dacht dat ze eindelijk een meevaller hadden, dat een gekaapt vliegtuig veilig was geland. Ze vroeg opgewonden: “Hij is geland? Wanneer dan, want we hebben bevestiging...”

De medewerker zei geagiteerd: “Hij is níét geland.”

Het kwartje viel en Watson zei mismoedig: “O nee, hij is niet geland: hij is gecrasht.”

‘Ondergang en opkomst’ van Mitchel Zuckoff is verschenen bij De Geus.

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234