Maandag 12/04/2021

Reconstructie

Hoe de massavaccinatiecampagne zonder blauwdruk van start ging

En plots kon ook het personeel van de woon-zorgcentra al een spuitje krijgen.  Beeld Bob Van Mol
En plots kon ook het personeel van de woon-zorgcentra al een spuitje krijgen.Beeld Bob Van Mol

Terwijl andere landen een vliegende start namen, komt er bij ons nu pas enige duidelijkheid over de vaccinatiecampagne voor het brede publiek. Waarom neemt Vlaanderen zo’n slome start? ‘Aan de organisatie van Rock Werchter begin je ook niet tien dagen op voorhand.’

Tegen eind juni moet elke Vlaming zijn eerste prikje hebben gekregen, kondigde Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) halfweg deze week op een persconferentie aan. Vorige week bleek al dat het personeel in de woon-zorgcentra sneller mee ingeënt kan worden, vanaf maandag komen ook de mensen die in onze ziekenhuizen werken aan de beurt. En terwijl oorspronkelijk de vaccinatiecentra voor het brede publiek pas half april zouden starten, zullen ze nu al vanaf begin februari de deuren openzwaaien om te beginnen proefdraaien.

Maar is de aangekondigde versnelling in Vlaanderen meer dan een goednieuwsshow? Zijn de ambities haalbaar? En vooral: zijn we er klaar voor? De realiteit is: er lag geen draaiboek klaar voor grootschalige vaccinatie. Vaccinologe Corinne Vandermeulen (KU Leuven) had in april 2020 intern al benadrukt dat het dringend tijd was om onze strategie uit te denken. “Maar het duurde tot november tot er een taskforce kwam”, zei ze in deze krant (DM 15/1). “Andere landen stonden toen al veel verder met hun voorbereidingen. In een pandemie heb je geen tijd te verliezen.”

Zo wordt het nu pas duidelijk hoe de vaccinatiecentra er zullen uitzien, dat het er 94 zullen zijn, en waar ze juist zullen komen. Intussen zoeken de lokale besturen volop naar personeel, en vlooien ze uit hoe die mensen betaald kunnen worden.

Op het Antwerpse Park Spoor Oost verrijst een heus vaccinatie­dorp.  Beeld BOB VAN MOL
Op het Antwerpse Park Spoor Oost verrijst een heus vaccinatie­dorp.Beeld BOB VAN MOL

De ‘backoffice’ is nog niet klaar. Pas deze week werd er een aanbesteding uitgeschreven om het IT-systeem op te zetten waar de burger zich kan aanmelden voor zijn vaccinatieafspraak. Lukt het om dat klaar te krijgen tegen 1 februari?

Ook wordt er nog altijd gewerkt aan een eenduidig registratiesysteem, voor heel België. Vaccinnet, dat nu al de inentingen van alle Vlamingen verzamelt, wordt uitgebreid naar Brussel en Wallonië. De bedoeling is dat Sciensano op basis van die gegevens dagelijks kan communiceren hoeveel spuitjes er in ons land al gezet zijn. Zo’n officiële teller is er ook nog altijd niet. Meer nog, Vlaanderen gaat er zelf nog een lanceren, met een andere telmethode en dus andere cijfers. Met een beetje meer voorbereiding was deze ‘Belgenmop’ perfect te vermijden.

Wie krijgt voorrang?

Toch is het niet zo dat er in ons land nog niet is nagedacht over vaccinaties. Al begin mei krijgt de Hoge Gezondheidsraad, het wetenschappelijk adviesorgaan van de FOD Volksgezondheid, de opdracht na te gaan in welke volgorde de Belgen een vaccin moeten krijgen. Op dat moment is wereldwijd iedere beschikbare wetenschapper nog op zoek naar die heilige graal. De vraag 'wie eerst’ is uiterst relevant. Elf miljoen Belgen tegelijk een spuitje geven lukt nooit.

Op 16 juli luidt het advies dat drie groepen voorrang moeten krijgen: het zorgpersoneel, de 65-plussers en de 45- tot 65-jarigen met aandoeningen die het risico op een ernstige vorm van Covid-19 vergroten. In het advies van 24 pagina’s staat overigens nergens dat woon-zorgcentra voorrang moeten krijgen.

Begin september kondigt afscheidnemend minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) aan dat we allicht vanaf maart kunnen beginnen prikken. Alle hoop is gericht op het vaccin van AstraZeneca, maar ook dan wordt er nog niet gerept over praktische scenario’s over hoe de vaccins toe te dienen.

En dan, op 9 november, komt er onverwacht goed nieuws. Terwijl de halve wereld met een tweede golf worstelt, knallen de champagnekurken bij Pfizer/BioNTech. De farmareus kan testresultaten voorleggen waaruit blijkt dat zijn vaccins voor meer dan 90 procent beschermen tegen Covid-19. Een pak beter dan wat experten hadden durven dromen. Kort daarna volgt Moderna met gelijkaardig nieuws. De wereld slaakt een zucht van verlichting.

Een week later wordt in ons land een 'taskforce vaccinaties’ opgericht, een groep specialisten die de inentingsstrategie op poten moet zetten. Dirk Ramaekers, de medisch directeur van het Jessa Ziekenhuis in Hasselt, krijgt de leiding. Ook vaccinoloog Pierre Van Damme (UAntwerpen) speelt een sleutelrol. Op 3 december kan een zichtbaar opgeluchte premier Alexander De Croo (Open Vld) aankondigen dat ons land al op 5 januari kan beginnen vaccineren, twee maanden vroeger dan verwacht. Maar hoe gaan we dat in godsnaam uitvoeren?

In een eerste advies van de taskforce op diezelfde 3 december wordt nog steeds vooral ingezoomd op welke groepen prioriteit moeten krijgen. De vaccinatie zal starten bij de bewoners van de woon-zorgcentra. Die beslissing komt op dat moment als een verrassing. Eerder hadden Van Damme en Ramaekers in kranteninterviews gezegd dat het zorgpersoneel voorrang moest krijgen.

Maar wat nog opvalt: aan de praktische organisatie van de massavaccinatie worden in het document weinig woorden vuil gemaakt. In de eerste plaats zou er een beroep worden gedaan op de triageposten voor covidpatiënten aan de ziekenhuizen en de bestaande testcentra. “Zij beschikken vaak over de nodige infrastructuur en passen consequent de veiligheidsmaatregelen toe”, klinkt het. Aanvullend daarop kunnen, in grotere steden, massavaccinatiecentra opgezet worden.

Van die strategie blijft nu nog weinig over. Al snel bleek dat de test- en triagecentra geen optie zijn, met de dreiging van een derde golf die steeds duidelijker in de lucht hangt. Die centra zijn simpelweg nodig om de pandemie zelf te bekampen. Ook het document van 3 december wijst op dat gevaar, maar voorziet geen alternatieven.

Intussen is er op Vlaams niveau een tweede 'taskforce vaccinaties’ opgericht, met verschillende werkgroepen. Er wordt veel vergaderd, veel gepraat, maar weinig beslist. Pas op 18 december komt de organisatie van grote vaccinatiecentra er aan bod, op een vergadering met onder meer de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Op 24 december volgt een eerste grote digitale meeting, georganiseerd door het agentschap Zorg en Gezondheid. Alle burgemeesters kunnen meevolgen.

Het idee is dat elke eerstelijnszone, een samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten op het vlak van gezondheidszorg, één centrum krijgt. Op die manier heb je zestig punten in Vlaanderen waar de brede bevolking een spuit kan gaan halen. Een aantal burgemeesters vraagt om dat aantal op te trekken, om de afstand met de inwoners zo klein mogelijk te houden. Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open Vld) beslist later om naar ‘maximaal' twee centra per zone te gaan. Dit voorbeeld bewijst: op dat moment moet eigenlijk alles nog uitgeklaard worden. Half januari komt er een nieuwe webinar met meer gedetailleerde info, zo wordt afgesproken.

Probleem: als u dit artikel leest, zijn we intussen half januari en heeft de Vlaamse regering aangekondigd de vaccinatiecampagne danig te versnellen. Voor de lokale besturen komt de deadline voor de vaccinatiecentra plots erg nabij. In plaats van zes à acht weken, hebben ze nu nog een dikke twee weken om klaar te zijn om te beginnen proefdraaien. Sinds vorige week draaien de voorbereidingen plots op volle toeren, tot dan had Vlaanderen allerminst een knalstart genomen in de campagne.

Vlaamse voorzichtigheid

Na een eerste symbolische inspuiting van Jos Hermans en enkele andere rusthuisbewoners op 28 december gebeurt die week nauwelijks iets. Pas op 4 januari gaat ons land echt van start met een testweek. In Vlaanderen gaat het om zowat 7.000 dosissen, terwijl in Duitsland en Denemarken op dat moment al enkele tienduizenden spuitjes worden geplaatst.

De belangrijkste reden: ons land, en meer in het bijzonder Vlaanderen, is er als de dood voor om fouten te maken. De voornaamste focus van de taskforce is om iedereen mee te krijgen. Als geen 70 procent van de bevolking ingeënt raakt, is de hele operatie voor niets geweest. Steken laten vallen bij de opstart zou de vaccintwijfel alleen maar voeden. Toen dit voorjaar de contacttracing in de soep liep, was het vertrouwen bij de bevolking helemaal weg.

Tegelijk speelt het trauma van de eerste golf, toen de coronapandemie helemaal uit de klauwen liep in de woon-zorgcentra. We kregen er een vermaning voor van de Wereldgezondheidsorganisatie, een blamage. Eén bejaarde die het vaccin verkeerd ingespoten zou krijgen en er zou bikkelharde kritiek volgen. Dat weet de Vlaamse administratie en bevoegd minister Wouter Beke (CD&V) maar al te goed.

Mede daarom werd ook beslist om de woon-zorgcentra in extremis voorrang te geven op het zorgpersoneel. “Daar zijn epidemiologische redenen voor”, zegt professor huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer (UGent), zelf lid van de taskforce. De bewoners zijn het meest vatbaar voor de ziekte, waardoor zij ook potentieel de ziekenhuizen het meest belasten. “Maar dat de woon-zorgcentra in de eerste golf wellicht onvoldoende aandacht kregen, weegt zeker ook door.”

Het gevolg is verdere vertraging: vaccins zetten in rusthuizen is complexer dan op enkele centrale plekken het zorgpersoneel inenten. Daardoor is het opnieuw moeilijk om meteen tempo te maken. Wat ook meespeelt: het aantal vaccins dat we op dat moment van Pfizer/BioNTech geleverd krijgen, is eerder beperkt. “Het is met die wetenschap dat we het ons konden permitteren iets trager van start te gaan”, zei Van Damme daarover (DM 6/1). “Onze achterstand lopen we straks wel in.”

Kwaliteit primeert bij aanvang op kwantiteit en snelheid. Toch weerklinkt op het terrein kritiek op de Vlaamse reglementitis die elk miniem risico wil uitsluiten. “Sommige woon-zorgcentra kunnen autonoom werken, dat klopt”, zegt welzijnsminster Beke. “Andere smeken er net om tot in de puntjes geholpen te worden.”

Rock Werchter

Vlaanderen schiet dan toch in actie. De publieke druk neemt vanaf begin januari enorm toe, zeker als er beelden verschijnen uit het Verenigd Koninkrijk en Israël, waar ze tegen dan al aan bijna een miljoen inspuitingen zitten. Waarom kan het bij ons niet sneller?

Net op dat moment volgen de positieve nieuwsberichten elkaar op. Pfizer/BioNTech bevestigt de leveringen van eind januari, bij het toedienen van de vaccins blijken er zes en geen vijf dosissen uit een flesje te kunnen, het Moderna-vaccin krijgt Europese goedkeuring en als klap op de vuurpijl kan ons land tussen april en juni rekenen op 4,4 miljoen extra Pfizer/BioNTech-vaccins. Van zo’n toevloed hadden we zelfs eind vorig jaar niet durven dromen.

Tegelijk wordt de dreiging van een derde golf steeds reëler, zeker nu de meer besmettelijke Britse en Zuid-Afrikaanse virusvarianten ook in ons land zijn gesignaleerd. Het besef groeit: als we nog langer treuzelen met vaccineren, kan het mensenlevens kosten. Het is hét sein om te versnellen.

Zowel op het terrein als in de politiek wordt toegegeven dat de voorbereiding beter kon. “Aan de organisatie van Rock Werchter begin je ook niet tien dagen op voorhand”, zegt Margot Cloet, topvrouw van koepelorganisatie Zorgnet-Icuro. “Nu horen we grote beloftes, maar kunnen die straks ook waargemaakt worden? Waakzaamheid blijft dus geboden om niet alles in het honderd te laten lopen.”

“Het moet allemaal zeer snel gaan. Na een jaar van crisis zijn we dit hele plan opnieuw in crisismodus aan het uitwerken”, zegt Roel Van Giel, die als voorzitter van huisartsenvereniging Domus Medica mee betrokken wordt in de uitbouw van de vaccinatiestrategie.

De omstandigheden zijn inderdaad niet eenvoudig. Niet enkel voor het zorgpersoneel, maar ook voor de topambtenaren en experts is het een slopend jaar geweest. Was er wel tijd om aan een uitgebreid plan te werken? Na de eerste golf worstelde Vlaanderen in de maanden juni en juli met het op het juiste spoor krijgen van de contacttracing. Intussen leken de besmettingen in Antwerpen weer op te flakkeren, waarna de tweede golf ons land genadeloos hard trof in het najaar. “Enige clementie is op zijn plaats”, zegt Van Giel.

Tegelijk opereren de beleidsmakers in grote onzekerheid. Hoe evolueert de epidemie verder? En vooral: hoe zit het met de leveringen? Wanneer kunnen we op hoeveel van welke vaccins rekenen? Pfizer kondigde intussen aan dat de leveringen de komende weken trager zouden arriveren. Elk vaccin heeft bovendien zijn specifieke eigenschappen en daar moet je heel je logistieke keten en organisatie op afstemmen.

Vlaams minister Bart Somers (Open Vld) verzekert dat alles in orde komt en heeft het over de “enorme slagkracht van de lokale besturen”. Beke wijst op de wendbaarheid van de sector. “De omstandigheden zijn erg onvoorspelbaar. Bij de oprichting van de testcentra hebben we bewezen binnen de 24 uur te kunnen schakelen. Ook nu moet dat mogelijk zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234