Zaterdag 17/04/2021

Opinie

Hoe de Holocaust Oost-Europa blijft achtervolgen

Lev Golinkin.  Beeld RV
Lev Golinkin.Beeld RV

Lev Golinkin is een Amerikaanse schrijver, geboren in Oekraïne. Hij is de auteur van het autobiografische A Backpack, a Bear and Eight Crates of Vodka.

Toen ik in de jaren 80 uit Oekraïne in Amerika belandde, leerde ik dat de Verenigde Staten musea hadden om de Holocaust te herdenken. Dat was een grote schok.

Wij Sovjet-Joden maakten namelijk geen uitgemeten tentoonstellingen – we liepen langs de nazislagvelden, onderweg om boodschappen te doen. Oost-Europa wordt doorkruist door ravijnen met beenderen van miljoenen, die in plaats van gedeporteerd naar de concentratiekampen ter plaatse werden afgeslacht.

De dode Joden van het oude communistische blok zijn inmiddels driemaal vervloekt. Eerst werden ze door de nazi's vermoord, dan door de Sovjet-Unie genegeerd. Nu worden hun moordenaars verheerlijkt, door de nationalistische regeringen van Oost-Europa.

Herinnering aan de Holocaust vormde een bedreiging voor de atheïstische dictatuur in het Kremlin. Monumenten, gebedsoorden of andere potentiële broeihaarden van etnische of religieuze gevoelens werden niet geduld. Een erkenning van de etnische achtergrond van de genocide had onvermijdelijk de aandacht gevestigd op het eigen antisemitisme van de Sovjet-Unie. De sites van de Holocaust bestonden dus niet.

De ravijnen waar schoolkinderen overdag speelden en dronkenlappen 's nachts hun roes uitsliepen, waren een doorn in het oog van de Sovjet-Joden. Ze herinnerden ons aan onze onmacht onder het communistische bewind. 'Von tam' ('daarginds') fluisterden Joodse vaders in het Russisch tegen hun zonen, terwijl ze naar de overwoekerde kuilen van Babi Jar in Kiev wezen en van Drobitski Jar in Kharkiv, mijn geboortestad. 'Von tam' was een overgangsrite, als een bar mitswa in het land waar de rabbijnen in de goelags verdwenen en de synagogen tot jeugdhuizen van de Komsomol werden verbouwd.

Pas in 1991 een monument

Zelfs na de publicatie van Jevgeni Jevtoesjenko's gedicht Babi Jar in 1961, weigerde het Kremlin om de Holocaust echt te erkennen. Moskou negeerde de dode Joden niet langer maar lijfde hen in bij de helden van de Grote Patriottische Oorlog. Enkele belangrijke sites kregen een onopvallende gedenkplaat. De KGB bleef de ravijnen in de gaten houden, speurend naar sporen van georganiseerd gebed. En de Sovjet-Joden bleven fluisteren.

Pas in de late jaren 80, toen Michail Gorbatjsovs glasnost meer vrijheid bracht, leek de Sovjet-pers de Holocaust te ontdekken. Op 4 oktober 1991, twee maanden voor de val van de Sovjet-Unie, werd in Kiev een monument voor de Joodse slachtoffers ingehuldigd. "In Babi Jar kunnen de geesten nu rusten", schreef The New York Times. Dat was waar. Maar lang zou het niet duren.

De nazi's handelden niet alleen. Vooral in Oost-Europa werd de Holocaust mogelijk gemaakt met de hulp van plaatselijke regeringen en paramilitairen die Joden oppakten en vermoordden, soms in dienst van de nazi's, soms om hun eigen redenen.

Vandaag worden die collaborateurs – groepen en individuen met het bloed van honderdduizenden Joden aan hun handen – gehuldigd en gerehabiliteerd in het ultranationalistische klimaat dat Oost-Europa overspoelt. De nationalisten huldigen mannen die de onafhankelijkheid van hun land tegen zowel Rusland als Duitsland verdedigden. Helaas deden ze dat door Joden af te slachten.

In 1947 werd Jozef Tiso, een Slowaakse priester en nazicollaborateur, opgehangen wegens misdaden tegen de mensheid. Hij had enthousiast Slowaakse Joden gedeporteerd. Vandaag wordt Tiso overal in Slowakije met marsen en gedenktekens gevierd. Herdenkingsmarsen voor lokale SS-eenheden trekken door de Baltische hoofdsteden. Oekraïne verheerlijkt paramilitaire groepen die duizenden Joden hebben vermoord met feesten, marsen en straatnamen. Hongarije en Kroatië vergoelijken hun regeringen die in de Tweede Wereldoorlog met de nazi's samenspanden. Litouwen heeft het zelfs aangedurfd om Joodse partizanen die tegen nazicollaborateurs vochten te vervolgen.

De Oost-Europese staten van vandaag gaan op hun eigen manier het Kremlin achterna door nazicollaborateurs als 'medeslachtoffers' en 'vrijheidsstrijders' voor te stellen en hun antisemitisme en medeplichtigheid aan de Holocaust te verbloemen.

Sinds 2015 is het in Oekraïne bij wet verboden het heroïsche karakter van de milities van de Tweede Wereldoorlog te ontkennen. Begin januari kwam Kiev in het nieuws door Stalingrad, een bekroond boek van de bekende Britse historicus Antony Beevor, te verbieden omdat één paragraaf over een Oekraïense eenheid gaat die Joodse kinderen doodde. In Polen wil de regerende partij Wet en Rechtvaardigheid het illegaal maken om Polen van medeplichtigheid aan de Holocaust te beschuldigen. Eens te meer dreigen de Joden van Oost-Europa vervolgd en gecensureerd te worden omdat zij hun doden eren.

Geschiedvervalsing

Een van mijn pakkendste ontdekkingen toen ik in 1982 in de Verenigde Staten aankwam, was dat de Amerikanen in Denver een gedenkpark voor Babi Jar hadden gebouwd, terwijl in Babi Jar zelf niets aan de moord op de Joden herinnerde. Maar vandaag zwijgt de Amerikaanse Joodse gemeenschap over de geschiedvervalsing van de Holocaust door onze Oost-Europese bondgenoten.

Ze mag niet langer zwijgen, zeker nu het antisemitisme overal in opmars is. De Amerikaanse Joden mogen niet blind blijven voor de knekelvelden van het nazisme in Oost-Europa, waar oude veldslagen nog steeds worden gevochten en de doden geen rust vinden.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234