Zondag 24/10/2021

Hoe de flandriens bikers werden

Ach en wee wordt er geroepen omdat onze flandriens zowel in de Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne-Brussel-Kuurne als nu zelfs in Dwars door Vlaanderen door de knieën gingen. Maar eigenlijk verrast het nog dat ‘onze sterkhouders’ nu pas bezwijken. Het zat er al jaren aan te komen.

Het Angelsaksische model heeft het peloton in 25 jaar tijd een totaal ander gezicht gegeven

Ineens komt het allemaal samen. Team RadioShack, de nieuwe ploeg van Lance Armstrong en Johan Bruyneel, laat weten dat het niet geïnteresseerd is in de Ronde van Italië. De Ronde van Californië lijkt hen veel interessanter.

Nu is Armstrong nooit echt een man van de Giro geweest (al legde hij er vorig jaar wel de conditionele basis voor zijn podiumplaats in de Tour de France), maar de ploeg-Bruyneel heeft er in het recente verleden nog aardige successen geboekt. In 2005 loodste hij zijn Discoverykopman Paolo Salvoldelli nog naar een redelijk onverwachte eindzege. Maar 2005 is blijkbaar al heel lang geleden.

De povere resultaten van onze jongens in het vroege ‘Vlaamse’ voorjaar doen schrikken, maar de auguren oogden al jarenlang steeds slechter. Gent-Wevelgem bijvoorbeeld is géén ‘Vlaamse’ koers meer. Sinds 2001 wonnen ‘de onzen’ er slechts twee keer: de jonge Tom Boonen in 2004, nadat hij het jaar voordien zijn zenuwen nog niet de baas was en zich in de sprint van de kopgroep liet ringeloren door Andreas Klier, en in 2005 Nico Mattan, toen die in extremis en in bepaald merkwaardige omstandigheden bij en over Flecha raakte.

De E3-Prijs Harelbeke werd ooit omgedoopt in ‘E4-Prijs’, nadat Tom Boonen er vier jaar op rij had gezegevierd, maar de twee laatste jaren was Harelbeke voor een Noor (Kurt-Asle Arvesen) en een Italiaan (‘Pippo’ Pozzato). Dat heeft deels met de vorm van de dag te maken, met het toeval ook. Want tegelijk verdeelden in de afgelopen lentes Tom Boonen en Stijn Devolder al twee jaar op rij de echte hoofdprijzen onder elkaar, Devolder in Vlaanderen en Boonen in Roubaix.

En toch. Het peloton wordt elk seizoen weer een stuk internationaler. In de Tour de France zag je Boonen op officiële persconferenties op vragen van Vlaamse en Nederlandse journalisten antwoorden in het Engels. Zelfs in de Tour de France is dat de nieuwe lingua franca geworden - met het Frans voor het publiek en voor hen die geen Engels spreken: de Fransen dus, al verstaan die het inmiddels ook. Omdat ze niet anders kunnen.

In de klassieke jaren van het naoorlogse wielrennen had je een herkenbaar overzicht. Het peloton werd gedomineerd door Franse, Italiaanse, Belgische en ook Spaanse en Nederlandse ploegen, allemaal met hun eigenaardigheden. Natuurlijk reden er ook andere rennners mee. Peugeot, het vlaggenschip van het Franse peloton, was bijvoorbeeld vermaard omdat in dat team alle veelbelovende jonge Engelstaligen reden, van de betreurde Brit Tom Simpson in de jaren zestig tot de Australiër Phil Anderson en de Ier Stephen Roche in de vroege jaren tachtig. De Italianen van Bianchi waren dan weer gespecialiseerd in de betere Scandinaviërs, zoals de Noor Knut Knudsen of de Zweed Tommy Prim. En bij hoge uitzondering was er een sponsor die een écht internationaal topteam bijeen kocht. Bic verkocht zijn stylo’s niet alleen in Frankrijk maar over heel Europa, en om Eddy Merckx te verslaan of minstens het vuur aan de schenen te leggen zorgde Maurice Demuer ervoor dat zijn Spaanse kopman Luis Ocaña geholpen werd door een Deen (Leif Mortensen), een Luxemburger (vader Schleck), een Belg (Roger Rosiers), een Portugees (Joaquin Agostinho) en warempel hier en daar een Fransman (Alain en Sylvain Vasseur).

Maar als binnen een halve eeuw of zo nog eens een geschiedenis van het moderne wielrennen geschreven wordt, duiden ze misschien 1985 als pivot aan. Omdat dat jaar 7-Eleven in het peloton verscheen. Het eerste Amerikaanse team, met toen nog als bekende naam Eric Heiden, als schaatser vijfvoudig gouden medaillewinnaar op de Olympische Spelen van Lake Placid in 1980. Als fietser was hij veel beperkter, maar dat kon de pret niet drukken. Vooral omdat die ploeg alle bevestigde waarheden op zijn kop zette. Internationalisering was hun handelsmerk. Eigenlijk was het de eerste niet-Europese topploeg (de kortstondige opgang van de Colombiaanse teams vanaf 1983 even niet meegerekend) die een lange staat van dienst zou uitbouwen: van 7-Eleven werd dat Motorola, om in quasi-continuïteit US Postal te zijn, en nadien Discovery. En, via de Kazachse omweg van Astana, is dat nu dus RadioShack. Er zitten wat hiaten in die geschiedenis, maar veel zijn het er niet. Het team introduceerde een stijl zonder complexen, buiten en in de koers. In de eerste lichting 7-Elevenrijders zat ook Jack Boyer, een vegetariër. Was dat in het peloton not done? So what?

Er waren geen buitenlanders, alleen maar collega’s en die spraken allemaal Engels, en die lieten zich allemaal verzorgen door, jawel, de allereerste vrouwelijke verzorgster van het peloton.

Natuurlijk stond dat team niet alleen. Het Nederlandse PDM (multinational Philips probeerde via dat merk zijn toen zo hippe ‘magnetocasettes’ te slijten) of het Franse La Vie Claire (wonderboy Tapie) waren ook al oneindig minder 'nationaal' dan toen de gewoonte was. Maar vreemd genoeg maakten zij geen school: er kwam in Nederland geen nieuwe PDM, in Frankrijk geen moderne La Vie Claire. Met het afhaken van de sponsors desintegreerde ook de ploeg, en de vernieuwende ‘cultuur’ die men had willen propageren. Als zich een vernieuwing bleef doorzetten, dan was dat via de meest authentieke dragers ervan: de branies uit The States.

En dat aanvankelijk in een peloton dat zéér Italiaans en ook wel wat Spaans georganiseerd was. In de Tour van 1996 deden er bijvoorbeeld drie Spaanse teams mee (Banesto, Once en Kelme) maar niet minder dan tién Italiaanse: Mapei, MG, Gewiss, Saeco, Polti, Panaria, Carrera, Roslotto, Refin en Brescialat.

Maar opeenvolgende dopingschandalen joegen eerst de Italiaanse sponsors en masse weg, nadien ook de Spanjaarden. Er zijn nog goede Spaanse en Italiaanse renners, maar die rijden dan bij Russische teams, zoals Filippo Pozzato. Het Spaanse peloton bestaat uit één ploeg met (een Franse) sponsor - Caisse d’Epargne - en één regionalistisch liefdadigheidsproject: Euskaltel. Er zijn niet meer Nederlandse of Belgische ploegen in de plaats gekomen. En na de dopingzaken waarin Jan Ullrich het Duitse wielrennen meezoog, zal het ook daar wel even duren voordat er nog eens een hausse komt.

In plaats daarvan overheerst het Angelsaksische model: resoluut international georiënteerd, met Brits of Amerikaans kapitaal - Team Columbia, Team RadioShack, Garmin - maar evengoed is de officiële nationaliteit Deens (Saxo) of Zwitsers (Cervélo) of Russisch-Kazachs (Katusha, Astana). En bijna overal spreekt men Engels.

Net zoals de toeleveranciers van materiaal ‘Engels spreken’. Oude Europese gloriën als Colnago of Campagnolo zijn al lang niet meer de dominante spelers. Nationale ‘fietsfabrikantjes’, met een beperkte markt leggen het af tegen multinationals die overal fietsen verkopen. En dus overal willen rijden, van Europa tot de VS (en steeds meer daar, wegens een potentieel zo grote markt) tot het Midden-Oosten en Australië en Zuid-Oost-Azië. En ze willen dat doen met renners van overal. En met budgetten die deze ambitie onderstrepen en moeten waarmaken.

Het maakt het wielrennen de laatste jaren boeiend en hoogstaand. Met nog altijd plaats voor Belgische toppers - Tom Boonen, Philippe Gilbert - maar waar de Vlaamse tweede rij steeds nadrukkelijker blijft steken in de Vlaamse klei.

Waarom er dus zo weinig flandriens nog grote koersen winnen, nu ook in Vlaanderen, komt dus ook door de macht van het getal - en zelfs dat kun je een Amerikaans principe noemen: nooit waren er zoveel buitenlandse toprenners. Het temmen van kasseien of het bedwingen van cobblestones: veel maakt het echt niet uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234