Dinsdag 04/08/2020

Interview

Hoe de familie Crevits het coronavirus uitzweette: ‘Plots zit je daar. Allemaal samen in je kot. En denk je: ‘Wat als?’’

Deze foto dateert uit 2015, toen er niet aan 'social distancing' moest gedaan worden. Beeld Photo News

Het gevaar is geweken, de rust weergekeerd. Huize Devolder-Crevits in Torhout haalt opgelucht adem na een gezinsquarantaine van tien dagen. Met al die tijd geen twee, geen drie maar viér generaties onder één dak. Van Estée, drie weken, tot Roger, drieëntachtig jaar. Dan dringen de grote levensvragen zich op. “Wat laten we meebrengen? Fondant of melkchocolade?” Hilde Crevits over een familiepak isolement.

Allemaal ziek

“Tegenwoordig leven we in onze kangoeroewoning met zijn zessen: onze ouders en schoonouders op de benedenverdieping, Kris en ik erboven. Vijf jaar geleden, toen we dit huis bouwden, woonden ook onze zoon en onze dochter hier nog. Intussen zijn Bram en Soetkin allebei afgestudeerd en aan het werk, hij als doctorandus-jurist in Leuven, zij als ingenieur-architecte in Parijs. Half februari ben ik oma geworden: Estée, mijn eerste kleindochter. Samen met haar hebben Bram en zijn vrouw Eveline het weekend van 14 en 15 maart bij ons doorgebracht, hier in Torhout. Dat was heel gezellig en intens, maar zondagavond voelde niemand van ons zich nog helemaal gezond en maandag waren we allemaal ziek. Alle vijf. Niet — en gelukkig maar — mijn ouders en mijn schoonouders. Met hen hadden we dat weekend elk contact vermeden, hoe hard dat voor hen ook was, want zij waren overgrootouders geworden.”

Lees ook onze liveblog

Diagnose: corona

“Op aanraden van de arts heeft één van ons zich toen laten testen. Diagnose: corona. Dat was niet ik. Heb ik het ook gehad? Dat ik het niet weet. Mijn symptomen waren mild: koppijn, keelpijn en doodmoe. Ik ben vier dagen van de kaart geweest. Dat ik amper mijn bed uitkwam. Vreemd hoor, vijf mensen van wie er op elk moment van de dag wel eentje of twee of zelfs drie slapen, terwijl ook Estee ziekjes was. Ziek zijn is niet van mijn gewoonte. Pas dit jaar heb ik voor het eerst een griepprik gehaald. Als je hoort dat één van ons vijf het virus te pakken heeft, is je reflex: we laten ons allemaal testen. Maar dat zou van weinig burgerzin getuigen. Laat die tests over aan wie het grootste risico loopt. Ook al ben je minister in de Vlaamse regering. Maakt niet uit.”

Kangoeroe-quarantaine

“Corona dus. Slik. Van dan af geef je de regie over je eigen leven — waar ga ik, waar sta ik, wat doe ik — uit handen. Je zit plots met zijn vijven van iedereen afgesloten, voor een dag of tien. Je frigo is leeg, je voorraadplank ook. En je weet dat er onder jou vier late zeventigers en prille tachtigers wonen die af en toe op jouw hulp rekenen, maar waar je nu even niet over de vloer mag komen. Allemaal zijn ze al behandeld voor kanker. Dan weet je: elk risico is taboe. En dus trek je je terug in isolement. ’t Is te zeggen, je bent aangewezen op je buren, je vrienden en op de zus van Eveline, die apotheker is. Of ze voor ons wat kunnen meebrengen. Ja, drie repen chocolade. Fondant is goed. Néé, blijkt nadien: de kinderen lusten liever melk. Toiletpapier? (lacht) Ja, ook. Twee laagjes dik? Extra zacht? Maakt niet uit. Het zijn onnozele voorbeelden, maar ze maken duidelijk hoe je samen met je zelfstandigheid ongewild ook een stukje privacy prijsgeeft.”

“Als je ziek bent, doe je spontaan aan ‘social distancing’. Ook vroeger al, zelfs al hadden we nog nooit van dat begrip gehoord. Zere keel? Hoesten en kuchen? Je houdt afstand. Je gaat elkaar uit de weg. Aan onze lange tafel in de leefruimte gingen we nu met zijn drieën of zijn vieren vanzelf anderhalve meter uit elkaar zitten. Twee zelfs. Terwijl we zulke sociale dieren zijn, wij Vlamingen. We kruipen graag dicht samen. Wij ook als gezin. Maar nu dus even niet.”

Lees ook: Dit doet Covid-19 met uw longen: een stand van zaken

Eerst is er de angst

“Daar zit je dan. Plots allemaal samen in uw kot. En dan denk je: ‘Wat als?’ Ik ben geen piekeraar. Maar toch: ‘Wat als het fout loopt met één van ons?’ Gelukkig is het goed uitgedraaid. Maar achteraf bekeken is het raar dat ik mezelf nog hoor zeggen: ‘Goed dat Estee borstvoeding krijgt, dat zal haar weerstand verhogen.’ Terwijl ik geen arts ben en dat dus eigenlijk niet zeker weet. Je helpt het jezelf hopen.”

“Paniek is een groot woord. Dat heb ik niet gevoeld. Maar je zoekt wel bevestiging. Geruststelling. En dat doe je in zulke omstandigheden niet bij Dokter Google. Die volstaat dan niet. Ingeval van corona — een dodelijk virus voor wie kwetsbaar is — wil je de expertise horen van een arts van vlees en bloed. Ik denk dat ik in die tien dagen geen seconde heb gemist van wat onze virologen, onze epidemiologen, onze spoedartsen, onze intensivisten hebben gezegd. Je drinkt hun woorden, je hangt aan hun lippen. Eigenlijk wil je horen: jullie zijn veilig.”

“Al die dagen had ik een dubbel gevoel. Ik zat thuis met maar één grote zorg: de gezondheid van mijn gezin, boven en onder. Maar tegelijk bleef ik ook Vlaams minister van Werk en Economie en moest ik in al mijn kwetsbaarheid sterk blijven voor onze ondernemers en onze werknemers. En niet alleen voor hen. Dan denk je aan al die artsen, verpleegsters en zorgkundigen, in ziekenhuizen, in woonzorgcentra en in de thuiszorg. Dan denk je: als het van mij al zo veel vergt, wat moet het dan niet zijn voor hén? Want ook zij voelen wel eens een pijntje, ook zij zijn doodop, ook zij lopen elke dag het risico om besmet of ziek te worden. Toch gaan ze door. Angst is een slechte raadgever. Maar evident is dat toch niet.”

Crevits nam tijdens haar quarantaine, net als Bart Somers, via Skype deel aan de Vlaamse ministerraad.Beeld Photo News

Dan komt de schuldvraag

“Als iemand in je gezin positief test op corona, volgt onvermijdelijk de schuldvraag. Wie was eerst? Wie heeft het virus opgepikt, waar en wanneer? En wie heeft de huisgenoten besmet? Misschien was ik dat. Misschien ook niet. De week ervoor ben ik nog naar de uitreiking van de Womed Award geweest, de prijs voor de vrouwelijke ondernemer van het jaar. Drukke receptie. Handjes schudden. Kussen alom. Tot ik Françoise Chombar tegen het lijf liep, CEO van Melexis en vrouw van de wereld, de hele wereld. ‘Wat doe je nu, Hilde?’, zei ze toen ze me zo ongeveer de hele zaal zag aanraken. ‘Niet doen. Niet slim. Stop ermee.’ Vandaag klinkt dat vanzelfsprekend. Maar ons besef evolueert snel. Drie, vier weken geleden had je nog believers en non-believers, ook bij toppolitici. Zij die corona wegwuifden als een griepje en de anderen die toen nog als paniekzaaiers werden weggezet. Onterecht natuurlijk, maar achteraf is het makkelijk uitleggen.”

Lees ook: Goede hoop op coronavaccin begin 2021

‘Doe mo geweune’

“Als gezin hebben wij al veel beleefd en overleefd. Bram heeft lymfeklierkanker overwonnen. Mijn ouders en mijn schoonouders: alle vier. Dan heb je geleerd om te praten met elkaar. Om bezorgder te zijn om de ander dan om jezelf. Het is raar, maar zelfs toen we met zijn vijven ziek zaten te zijn, daar op de eerste verdieping, maakten we ons allemaal meer zorgen om die vier ouderen ónder ons. Ik kon niet zomaar bij hen binnenlopen, dus stond ik daar elke dag aan hun raam te roepen. Ik buiten, zij binnen. Of alles goed met hen was. ‘Ja hoor, kind.’  Mijn papa liet broodjes leveren op zondagmorgen. Mijn schoonmama kookte elke dag verse soep en zette die dan aan mijn deur. De zorgrollen tien dagen omgedraaid. Zelf kregen ze in die periode nog altijd thuisverzorging en poetshulp. Dan besef je: het is echt geen cliché om die mensen helden te noemen.”

“Tussen het appartement van mijn ouders en dat van mijn schoonouders zit een deur waarlangs ze bij elkaar over de vloer kunnen komen. Drie weken geleden deden ze dat nog. Nu niet meer. De ernst is volledig tot hen doorgedrongen. In het begin, toen wij zeiden dat we niet zouden langskomen, zeiden ze nog: ‘Mo allez. Doe mo geweune.’ Dat zeggen ze nu niet meer. Ik merk wel een verschil tussen generaties. Onze kinderen, de twintigers, leven de regels na tot in detail. Die zijn superprincipieel. Dat bewonder ik.”

Olifant in de kamer

“Waar ik mezelf op betrapt heb, ook professioneel, tijdens die quarantaine: ik mis het fysieke samenzijn, het directe oogcontact. De Vlaamse regering vergaderde, en ik was er niet bij. Ik moest digitaal tussenkomen. Ik voelde me als de olifant in de kamer. Niet leuk. Je voelt van thuis niet wat de sfeer daar is, je ziet geen gezichten, geen lichaamstaal. Kleine ergernissen en aarzelingen ontsnappen je. Echt waar, ik ben blij als een kind dat ik weer naar Brussel mocht. En ik voel me weer top.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234