Woensdag 14/04/2021

1 jaar later

Hoe de coup Turkije heeft veranderd

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Een jaar geleden rolden de tanks door Ankara en vielen er bommen op het Turkse parlement. Hoe staat het land ervoor twaalf maanden na de mislukte staatsgreep?

Alle ogen zijn dit weekend gericht op Recep Tayyip Erdogan. De president van de Republiek Turkije vormt het middelpunt van de herdenking van de staatsgreeppoging een jaar geleden, toen opstandige militairen in het duister van de nacht hun tanks over straat lieten rollen en hun jachtvliegtuigen afstuurden op het hart van de Turkse democratie, het parlementsgebouw in Ankara.

Erdogan zal vandaag een toespraak houden op de plek in Istanbul die het beeld van de coup bepaalde: militairen die de brug over de Bosporus hebben afgesloten en burgers die zich, slechts gewapend met de Turkse vlag, tegenover hen hebben opgesteld. 'Brug van de Martelaren van 15 juli' heet de voormalige Bosporusbrug inmiddels, naar de bijna 250 burgers die die nacht het leven lieten.

Zondagochtend houdt de president een redevoering in de hal van de Grote Nationale Assemblee van Turkije, zoals de volksvertegenwoordiging voluit heet. Verslaggevers wereldwijd werden door Turkse ambassades uitgenodigd de ceremonie bij te wonen. Om 02.32 uur betreedt de president het spreekgestoelte, het tijdstip waarop de parlementariërs een jaar geleden werden opgeschrikt door explosies.

De Turkse president Erdogan. Beeld EPA
De Turkse president Erdogan.Beeld EPA

Wellicht zal Erdogan de woorden herhalen die hij donderdag al sprak, toen hij een 'wake voor de democratie' aankondigde. "In de geschiedenis van naties zijn er belangrijke keerpunten. 15 juli was zo'n datum voor de Turkse Republiek. Niets zal meer zijn zoals het voor die dag was."

'Niets' is uiteraard overdreven, maar de president heeft een punt. Het land is ingrijpend veranderd. Om te beginnen is het nuttig vast te stellen dat Turkije beter af is dan het geval zou zijn geweest als de coup níét was mislukt. De democratie in Turkije werd vorig jaar serieus bedreigd. Het waren echte tanks die de Bosporusbrug bezetten, het ware echte bommen die werden afgeworpen boven het parlement. In het Westen, vonden de Turken, bestond te weinig aandacht voor het gevaar waaraan Turkije was ontsnapt.

Er leek wel degelijk iets als nationale eenheid te bestaan, in de eerste weken na wat nu de 'Dag van Democratie en Nationale Eenheid' heet. Ook de oppositiepartij CHP prees het nieuwe klimaat van 'dialoog' dat zou kunnen leiden tot een 'gezonde democratie', weg van polarisatie.

Repressie

Een jaar later moet worden vastgesteld dat daarvan geen sprake meer is. De natie is er op 15 juli 2017 in veel opzichten beroerder aan toe dan op 14 juli 2016.

Een ongekende golf van repressie volgde op de staatsgreeppoging. Justitie en politie, leger en onderwijs werden grootscheeps gezuiverd. Echte en vermeende aanhangers van het veronderstelde brein achter de coup, de prediker Fethullah Gülen, werden ontslagen en/of gearresteerd. In één moeite door werden anderen aangepakt die de regering al langer in het vizier had: linkse activisten, sympathisanten van de Koerdische zaak, kritische journalisten.

Meer dan 150.000 mensen werden uit overheidsdienst ontslagen, onder wie een kwart van alle rechters en aanklagers. Ruim 2.000 onderwijsinstellingen werden gesloten, 149 mediabedrijven. Ruim 51.000 mensen zitten nog gevangen, onder wie zo'n 160 journalisten. Een paar kranten proberen, als Galliërs in dat ene dorpje, moedig stand te houden als bastions van de persvrijheid.

Allemaal onzin, die snode verhalen over de gülenisten? De beweging was wel degelijk delen van het staatsapparaat geïnfiltreerd. En hoewel de ware toedracht nog altijd niet vaststaat, lijdt het geen twijfel dat gülenisten betrokken waren bij de couppoging. "In het Westen sluit men daarvoor a priori de ogen", zegt Dries Lesage van de Universiteit Gent. "De houding is: 'we zullen het nooit weten'."

De jacht op putschisten ontaardde echter al snel in een heksenjacht. Massahysterie kreeg Turkije in zijn greep. Eigenaars van auto's met 'FG' in het kenteken (de initialen van Fethullah Gülen) werden opgepakt. Mensen met een 1 dollar-biljet op zak kwamen in de problemen, omdat de Gülenbeweging die zou hebben gebruikt voor onderlinge contacten.

Mensenrechten zijn niet de enige schadepost. De ontslaggolf sloeg gaten in het overheidsapparaat. De internationale positie van Turkije liep averij op - ook al lijkt een echte breuk met de VS en de Europese Unie niet aan de orde. De Turkse economie beleefde een dip - ook al bleef een echte crisis uit.

De maatschappelijke tegenstellingen zijn verscherpt. Meer dan ooit is Turkije een verdeelde natie. "Turkije was al een gepolariseerd land, maar de polarisatie heeft nu een gevaarlijk niveau bereikt", zegt Turkije-expert Paul Levin van de Universiteit van Stockholm. Geloofsgroepen en maatschappelijke stromingen die niet passen in het AKP-straatje voelen de hitte.

Koerdische militanten worden met Gülenisten en Islamitische Staat op één terroristische hoop gegooid. Als Erdogan de volksvertegenwoordiging toespreekt, zal hij aankijken tegen de lege stoelen van elf parlementariërs van de Koerdisch gezinde HDP die gevangen zitten, onder wie de partijleiders Selahattin Demirtas en Figen Yukdesdag.

Is Turkije een dictatuur geworden? Nee. Nog niet. Maar dat de democratie in Turkije ernstig gevaar loopt, zullen alleen aanhangers van de AKP betwisten. De couppoging stelde Erdogan in staat vaart te zetten achter zijn project van jaren: het versterken van zijn greep op staat en samenleving.

De crisis bood 'de nieuwe sultan' de gelegenheid een referendum uit te schrijven - en te winnen - over een presidentieel systeem. Dankzij de noodtoestand beschikt Erdogan nu al over alle machtsmiddelen die hij nodig heeft. "Meer dan ooit vallen in Turkije partij, staat en presidentschap samen", zegt Howard Eissenstat, hoogleraar aan de St. Lawrence University in de VS.

Optimisme

Maar er is ook reden tot optimisme. Of laten we zeggen: reden om niet volslagen wanhopig te zijn over de toekomst van de Turkse democratie.

Turkije blijft een verdeeld land. De helft van de bevolking steunt de charismatische Erdogan, de andere helft moet niets hebben van zijn autoritaire stijl, strapatsen of religieus getint conservatisme. Bij verkiezingen krijgt de AKP op zijn best 49 procent. "De Turkse samenleving is veel veerkrachtiger dan het leiderschap lijkt te denken", stelt Marc Pierini van de European Council on Foreign Relations (ECFR).

Het grondwetsreferendum weerspiegelde de tweedeling. Erdogan kreeg 51,4 procent van de kiezers achter zich. Strikt genomen een overwinning, in zekere zin ook een nederlaag. Ondanks het muilkorven van kritische media wist de gehaaide raspoliticus nauwelijks de drempel te passeren. Erdogan is (nog) geen Poetin. Turkije heeft, anders dan Rusland, een serieuze oppositie.

Dat bleek ook tijdens de Mars voor Gerechtigheid van Kemal Kiliçdaroglu, leider van de kemalistische CHP. Als een eigentijdse Gandhi wandelde hij 430 kilometer van Ankara naar de Maltepe-gevangenis in Istanbul, waar zijn partijgenoot Enis Berberoglu een celstraf van vijfentwintig jaar uitzit.

Kiliçdaroglu wist onmiskenbaar nieuw elan te genereren. Meer dan een miljoen mensen verwelkomden de oppositieleider aan het slot van diens voettocht. De mars heeft "de 50 procent die zich vertrapt en genegeerd voelen", zo schrijft Gülse Birsel in de krant Hurriyet, "een stoot energie" gegeven.

Vooralsnog zal dat weinig zoden aan de dijk zetten. Erdogan zit dankzij het referendum steviger dan ooit in het zadel en de noodtoestand zal niet snel worden opgeheven, zo liet hij woensdag weten. Maar op termijn zijn er kansen voor de oppositie. In 2019 worden op één dag verkiezingen gehouden voor het parlement en het presidentschap. Erdogan lijkt sterk te staan, zegt Lesage, maar in werkelijkheid zou hij weleens verweesd kunnen achterblijven.

Als alles wat niet AKP is elkaar voor de gelegenheid opzoekt, kan dat interessante gevolgen hebben. De Mars voor Gerechtigheid gaf een voorproefje. De tocht werd gesteund door de HDP en door dissidenten van de rechts-nationalistische MHP. Een nieuw alternatief op rechts kan Erdogan een voetje lichten bij zijn eigen mars naar de 51 procent. Kán.

In het andere geval zal Erdogan voor Turkije nog vele jaren blijven wat hij dit weekend tijdens de herdenking van de coup is: het middelpunt.

Het jaar na de coup:

15 juli 2016: Turkse militairen doen machtsgreep, maar na oproep president Erdogan slaan zijn aanhangers de coup neer.

23 juli 2016: Met eerste decreet onder de noodtoestand begint zuivering: 1.043 privéscholen, 1.229 liefdadigheidsinstellingen, 19 vakbonden, 15 universiteiten en 35 medische instellingen gesloten.

23 augustus 2016: De Amerikaanse overheid ontvangt uitleveringsverzoek voor moslimgeestelijke Fetullah Gülen, die volgens Turkije achter de coup zou zitten. VS gaan er niet op in.

4 november 2016: Leiders van de Koerdische partij HDP opgepakt, waarmee zuiveringsacties zich verbreden. Tegen hen wordt tot 142 jaar cel geëist.

16 april 2017: Turkse kiezers beslissen in een referendum tot een grote grondwetsherziening die president Erdogan veel meer macht geeft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234