Zondag 26/01/2020

Hoe Dassault aan justitie wilde ontsnappen

Tot tweemaal toe heeft de Franse vliegtuigbouwer Serge Dassault in 1995 en 1996 getracht om met de hulp van advocaat Alfons Puelinckx, een van de betichten in de zaak Agusta/Dassault, de betaling door Dassault van smeergelden aan de PSC voor de Belgische justitie verborgen te houden. Het proces-verbaal met de verklaringen daarover van Puelinckx werd door de justitie wel degelijk ernstig genomen. Er volgden al diverse verhoren en ook rogatoire commissies naar Parijs, Lausanne en elders die dat aantonen.

WALTER DE BOCK

Uit Puelinckx' verklaring blijkt dat Dassault alles ondernam om obstructie te kunnen plegen tegen het strafonderzoek naar de smeergelden. Puelinckx legde zijn erg gedetailleerde verklaring, die twaalf pagina's telt, af op 5 maart van dit jaar. Hij heeft ze nadien ook nog gestaafd met een resem documenten die bewijzen dat de dubbele poging tot zijn omkoping wel degelijk heeft plaatsgevonden. Puelinckx leverde de justitie ook het bewijs dat hij die voorstellen van Dassault om het gerechtelijk onderzoek te saboteren destijds ook resoluut heeft afgewezen.

Het Hof van Cassatie neemt de zware beschuldigingen van Puelinckx aan het adres van Serge Dassault ernstig. De verklaring van Puelinckx bevestigt overigens wat begin vorig jaar ook al door twee vertrouwensmensen van Spitaels, de PS-intimi Merry Hermanus en Fernand Detaille, was verklaard over het bestaan van commissiegelden voor de PSC. Maar ditmaal verstrekte Puelinckx veel meer details: namen, bankrekeningen, afspraken, enzovoort.

Puelinckx' verklaringen over PSC-smeergeld spitsen zich toe op de voormalige kabinetschef van defensieminister Vanden Boeynants, luitenant-generaal van de luchtmacht Jack Lefebvre. Die pleegde op 8 maart 1995 zelfmoord in een Brussels hotel, kort na een huiszoeking bij hem thuis in het kader van het Agusta-onderzoek. Procureur-generaal bij het Hof van Cassatie Eliane Liekendael zal bij de lectuur van het jongste verhoor van Puelinckx vast en zeker even naar adem gehapt hebben. Zij verklaarde namelijk na die zelfmoord zonder omwegen maar met veel naïviteit dat de media voor de dood van de generaal verantwoordelijk waren.

Wat behelzen nu die verklaringen van advocaat Puelinckx? Ze draaien in hoofdzaak rond twee contacten die een van de meest vermaarde Belgische advocaten, ex-stafhouder Emile Verbruggen, met hem had in opdracht van Serge Dassault. De eerste keer gebeurde dat op 15 juni 1995, dus amper enkele weken na de voorlopige invrijheidstelling van Puelinckx in het Agusta-onderzoek. Meester Verbruggen nodigde hem die dag uit voor een gesprek in het bekende Brusselse hotel Amigo om 10.00 uur in de ochtend. Puelinckx kreeg er van hem te horen dat Serge Dassault boos op hem was omdat hij tijdens zijn verhoor diens naam had vermeld in de smeergeldaffaire. Men moet weten dat Puelinckx natuurlijk lang niet de enige was die dat had gedaan. Daarop stelde Verbruggen zonder omwegen voor dat Puelinckx voortaan met Dassault goed zou samenwerken om die fout te herstellen en het gerechtelijk onderzoek om te buigen "en te beïnvloeden" in een richting die voor de Franse vliegtuigbouwer gunstig was. Verbruggen vertrouwde hem vervolgens toe dat "er ook andere partijen (dan de SP) in de zaak betrokken waren" en dat Serge Dassault zich in dat verband vooral ongerust maakte over de rol van luitenant-generaal Lefebvre.

"Wist Puelinckx soms of er in de brieven die de generaal bij zijn zelfmoord had achtergelaten ook voor Dassault bezwarende gegevens voorkwamen?", zo vroeg Verbruggen aan betichte Puelinckx. Hij was daarbij wel degelijk aan het goede adres, want Puelinckx was op dat moment zowat de enige die als gedetineerde inzage had gekregen in die stukken. Daarop maakte Verbruggen een nogal mysterieuze opmerking over zijn andere klant in het dossier, namelijk Guy Spitaels. Hij was, zo zei hij, ongerust omdat er in een appartement van Spitaels aan de Brusselse Louisalaan ook een huiszoeking was verricht. En dat terwijl niemand buiten Spitaels en Verbruggen afwist van het bestaan van dat appartement. Verbruggen leidde daaruit af dat men dat appartement van Spitaels alleen via telefoontap ontdekt kon hebben. Tot slot zei Verbruggen ook al zonder omwegen "dat Dassault Puelinckx erg erkentelijk zou zijn voor zijn medewerking".

Een tweede afspraak tussen de twee advocaten volgde een jaar later. Tijdens hun gesprek van 12 mei 1996 ging Verbruggen duidelijk veel verder dan de eerste keer. Inmiddels zagen de zaken er voor de Franse vliegtuigbouwer ook al veel slechter uit. Dassault stelde dit keer bij monde van Verbruggen doodgewoon aan Puelinckx voor dat hij de betaling van het Franse smeergeld voor de PSC persoonlijk op zich zou nemen om de Franse vliegtuigbouwer volledig uit de wind te zetten. Daarbij werd, volgens Puelinckx, duidelijk te verstaan gegeven dat Dassault hem en zijn familie voor de extra gevangenisstraf die daaraan verbonden kon zijn ruimschoots zou vergoeden. Puelinckx gaf meteen te kennen dat hij er niet aan dacht om daar op in te gaan. Hij maakte voor zijn eigen advocaten meteen ook een twee pagina's tellend verslag op over zijn contacten met stafhouder Verbruggen.

De gevolgen van de weigering tot 'samenwerking' bleven voor Puelinckx niet lang uit. Volgens hem begon Serge Dassault vanaf dan in zijn verklaringen Puelinckx af te schilderen als de centrale figuur over de hele lijn in de smeergeldaffaire.

Dat een vooraanstaand advocaat en ex-stafhouder als Verbruggen zich er op een dergelijke wijze toe zou hebben geleend om namens een cliënt (of zelfs twee?) obstructie te bevorderen in een strafonderzoek inzake politieke corruptie doet natuurlijk vragen rijzen. Verbruggen is vooral in Brusselse PSC-kringen rond Paul Vanden Boeynants sinds jaar en dag vooral bekend als voorzitter van de prestigieuze 'Grandes Conférences Catholiques'. Tot dat milieu behoorde ook luitenant-generaal Lefebvre als kabinetschef van VdB op Defensie in de jaren zeventig, en ook na zijn pensionering als waardevolle internationale troubleshooter van de Franse luchtvaartindustrie en de firma Dassault in het bijzonder. Puelinckx vermeldt trouwens in zijn jongste verhoor terloops eveneens dat Lefebvre ook voor de CVP zou zijn opgetreden via zijn nauwe relatie met Armand Dupont, jarenlang kabinetschef van de Vlaamse premier Gaston Geens en nadien als een zakelijke partner bij Europavia.

Overigens begrijpt men beter waarom Dassault hoopte om Puelinckx te kunnen bewegen tot "nauwe samenwerking om het onderzoek om te buigen" als men weet dat Puelinckx zelf al in 1983 Lefebvre leerde kennen via de firma Dassault. In '84 was hij er zelfs getuige van hoe Dassault 2 miljoen Franse frank liet uitbetalen aan Jack Lefebvre (toen nog generaal in actieve dienst). Een som die volgens Puelinckx' verklaring door Dassault-directeur Pierre François toen nog als peanuts werd bestempeld vergeleken bij andere commissiegelden die de Franse vliegtuigbouwer neertelde in ruil voor een contract. Puelinckx verstrekte voor alle zekerheid aan het Hof van Cassatie ook het nummer van de bankrekening van Lefebvre bij de UBS-bank in Lausanne (nr° 8.38695). Volgens hem kan die rekening door Dassault ook nog in '89 gebruikt zijn om smeergeld aan de PSC te betalen in ruil voor de Belgische defensiecontracten (EMC en/of Mirsip).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234