Maandag 13/07/2020

Interview

Hoe corona het leven in de gevangenis compleet veranderde: ‘Ik heb de jongens hier nog nooit zo depressief gezien’

Beeld Lieve Blancquaert.

De plek waar je de afgelopen maanden het veiligst was voor corona, was de gevangenis. Tot nu toe hebben in België maar 19 gevangenen en 68 personeelsleden positief getest op het virus. Maar hoewel de gevreesde golf van besmettingen uitbleef, veranderde het leven achter de gevangenismuren compleet. Justitie stuurde honderden gedetineerden naar huis met ‘coronaverlof’ en de gevangenispopulatie kromp met 11 procent. Pas sinds deze week is bezoek weer beperkt mogelijk, veel gevangenen zitten 23 uur per dag in hun cel, en drugs raken veel moeilijker binnen.

‘We hebben geen feestje gegeven toen mijn zoon vrijkwam’, vertelt Sara, moeder van een jonge ex-gedetineerde in de gevangenis van Turnhout. Haar zoon, we noemen hem Arthur, werd op 7 april uit voorhechtenis vrijgelaten in het kader van de coronamaatregelen.

Sara: “Het was een vrijdagavond, 18 uur. Ik wist het pas een uur voordien, zijn advocate had me een sms gestuurd: ‘Uw zoon komt vanavond vrij.’ Ik ben onmiddellijk in mijn auto gesprongen om hem op te halen. Ik was zo zenuwachtig dat ik niet meer aan eten heb gedacht. Het was een blij weerzien. Hij had vooral honger, maar we konden nergens frietjes of McDonald’s halen, want alles was gesloten. Hij wilde recht naar huis en heeft alle restjes uit de koelkast opgegeten.”

De 25-jarige Arthur was één van de honderden gevangenen die sinds het begin van de coronacrisis werden vrijgelaten. Justitie wilde koste wat het kost voorkomen dat de epidemie binnen de muren van de overbevolkte gevangenissen zou geraken – social distancing zou er totaal onmogelijk zijn. Op 13 maart zaten 10.853 mensen opgesloten, vorige week waren het er nog 9.642. Gevangenen die bij de start van de lockdown al op penitentiair verlof waren geweest en zich correct gedroegen, mochten in strafonderbreking. Dat waren er 407. Zij moeten later terugkomen om hun straf verder uit te zitten. Nog eens 180 gevangenen die op zes maanden van het einde van hun straf zaten, kregen gratie en moeten, als ze zich aan de voorwaarden houden, niet meer terugkomen. Daarnaast worden ook minder mensen opgesloten in voorhechtenis. Onderzoeksrechters plaatsen verdachten zo vaak mogelijk thuis met een enkelband onder voorarrest – nog eens goed voor 624 vrije plaatsen in de gevangenissen. In totaal zitten ruim 1.200 mensen minder achter de tralies.

Arthur hoeft geen enkelband om, maar kreeg wel de voorwaarde opgelegd om tussen zeven uur ’s avonds en zeven uur ’s morgens thuis te blijven. ‘Niemand controleert dat, maar hij houdt zich daar scrupuleus aan’, zegt zijn moeder.

Sara: “Sinds hij thuis is, heeft hij amper een voet buiten gezet. Hij is echt bang van het coronavirus. Die angst heeft hij opgepikt in de gevangenis. In zijn laatste week in Turnhout waren al vier gevangenen besmet, ook op zijn gang. Ze kregen geen ontsmettingsmiddel of mondmaskers, alleen hun temperatuur werd gemeten. ‘Voor de rest doen ze hier juist niks voor ons, en wij kunnen ons niet verdedigen’, schreef hij in zijn laatste brief. Hij voelde zich vreselijk machteloos.

“Enfin, hij is in de drie maanden dat hij er zat wel afgekickt, hoewel je binnen de gevangenis makkelijker aan drugs geraakt dan erbuiten – in normale tijden toch. Ik hoop dat hij nu ook bij zijn verkeerde vrienden wegblijft en niet opnieuw begint te dealen. Maar ik voel dat hij wil breken met dat milieu, en ik denk dat hij het coronavirus ook gebruikt als een smoes om zijn drugsvrienden van vroeger niet te moeten zien.”

In de Belgische gevangenissen richtte het coronavirus geen grote ravage aan. Negentien gedetineerden – op een bevolking van zo’n tienduizend – werden ziek en in het medisch centrum van de gevangenis van Brugge verzorgd, op een speciaal ingerichte corona-afdeling. Een deel van hen is intussen genezen en naar de cel teruggekeerd. Eén werd na zijn genezing vrijgelaten. Op dit ogenblik liggen nog negen coronapatiënten in Brugge. Van het personeel werden zestig mensen ziek. Er vielen geen doden. Cijfers die schril afsteken bij de dramatische taferelen in woon-zorgcentra, waar de bewoners ook achter slot en grendel werden gezet en geen bezoek meer mochten ontvangen.

Hans Claus, directeur van de gevangenis van Oudenaarde: “Ik stond er zelf ook een beetje van te kijken. We hadden het eigenlijk erger verwacht, maar we zijn er tot nu toe goed uitgekomen. We zijn natuurlijk experts in isolatie en dat heeft in deze crisis in ons voordeel gespeeld. We konden de deuren heel makkelijk sluiten. Het gevangeniswezen werkt zeer hiërarisch, zoals het leger, en heeft van bovenaf alles aangestuurd. En in crisissituaties werkt autoritair leiderschap veel beter dan basisdemocratie. Er werd dan ook weinig gepalaverd.”

Voor de gedetineerden beginnen de maatregelen erg zwaar door te wegen, vertelt Freddy C. ons vanuit de gevangenis van Brugge, waar hij een straf van vier jaar uitzit wegens drugsfeiten.

Freddy C.: “Ik heb de jongens hier nog nooit zo depressief gezien. We krijgen al twee maanden geen bezoek meer en we zitten het grootste deel van de dag in onze cel. De mensen missen hun familie. Ik heb mijn partner en mijn dochtertje van 10, Amber, al acht weken niet meer gezien. Ik probeer haar elke dag aan de telefoon wat te helpen met haar schoolwerk, maar dat is heel beperkt. Schrijf maar op dat papa haar mist en haar de groetjes doet.

“In de gevangenis is het doodstil. Het enige wat je hoort, is de kar met eten die komt aangerold en de cipier die de celdeuren opent. Normaal is de gevangenis een levendige wereld, met sportactiviteiten, computerlessen, kooklessen, eens een filmvoorstelling... Maar dat is allemaal weggevallen. Iedereen wordt lusteloos. En het eten wordt alsmaar slechter. Dat wordt nu in plastic bakjes in de gevangenis geleverd, om op te warmen in de microgolf. We eten vijf keer per week kip: kippenbouten, kipnuggets, kippenvleugels, kipkroketten... We beginnen al pluimen te krijgen.

“Eén uurtje per dag mogen we naar buiten, in kleine groepjes. De mannen lopen er als zombies rond. In het begin hielden ze er de moed nog in en werd er wat minivoetbal gespeeld. Nu ligt die bal daar, en de mensen zitten op een bankje wat voor zich uit te staren. Er wordt niet meer gelachen, er wordt niet meer gepraat. Het enige wat telt, is: wanneer houdt dit op? Wanneer kan ik mijn kinderen zien? Wanneer kan ik naar buiten om werk te zoeken? Gisteren vertelde een Roemeense mensenhandelaar me over zijn kinderen, met tranen in de ogen. Het is raar om die stoere binken te zien veranderen in zachtgekookte eitjes. Vandaag was mijn celmaat helemaal alleen buiten, de anderen hadden geen zin om uit hun kot te komen.”

Een Antwerpse bewaker: ‘Tegenwoordig doen we de gevangenen altijd een mondmasker om als ze overgebracht worden naar een andere cel. Dan kunnen ze niet naar de cipier spugen.’

BADMUTS VERGETEN

De gevangenis van Turnhout werd het hardst getroffen door het coronavirus, met vijf besmettingen bij de gedetineerden. Er werden ook zeven bewakers ziek; drie van hen belandden in het ziekenhuis. Linda, die onder een schuilnaam getuigt, werkt er als cipier.

Linda: “Als ik nu de gevangenis binnenkom, denk ik altijd dat ik mijn badmuts vergeten ben. Het ruikt er naar een zwembad, zo hard wordt er gepoetst met bleekmidel. Nu voelen we ons veilig, maar dat was in het begin wel anders. Het hele land was al twee weken in lockdown toen wij nog altijd geen mondmaskers, ontsmettingsgel of papieren handdoekjes hadden. Cipiers die zelf een mondmasker hadden, mochten dat van onze directeur niet dragen als ze de cellen gingen openen, om paniek bij de gedetineerden te vermijden! ‘Als je naar de Aldi gaat, kun je ook besmet raken’, was zijn argument. De directeur is later trouwens zelf ziek geworden.

“Intussen moesten we de gevangenen rustig houden. We wisten dat het hard aankwam dat er geen bezoek meer mogelijk was, en het kleinste voorval leidt dan tot relletjes. Toen er in de gang een gele container werd gezet voor het medisch afval, maakten de mannen ontzettend veel stampij. Het was een bizarre situatie: wij waren bang om besmet te raken door de gedetineerden, maar zij waren even bang voor ons. En voor één keer kwam het grootste gevaar inderdaad van ons, want wij waren de enigen die het virus konden binnenbrengen.

“Ook het luchten was een probleem. Normaal worden de gevangenen twee uur per dag gelucht, met zeventig tot honderd tegelijk. Maar hoe moest dat dan met dat samenscholingsverbod? Buiten de muren kreeg je al een boete van 250 euro voor een wandeling met meer dan drie! Het luchten afschaffen was geen optie: dat zou totale anarchie ontketenen. En dus hebben we kortere wandelingen georganiseerd, in kleinere groepjes. Ook daar is veel protest op gekomen.”

In Sint-Gillis kropen dertig gedetineerden op het dak, en in Lantin raakten drie bewakers gewond toen ze door een tiental gevangenen werden aangevallen. Ook in Mechelen, Wortel, Dendermonde en Antwerpen was er in de eerste dagen van de lockdown heibel, vertelt Eddy De Smedt van de liberale vakbond VSOA.

Eddy De Smedt: “In Dendermonde had een gedetineerde een gesprek tussen twee cipiers opgevangen en begrepen dat er een collega ziek was. Dat nieuws ging als een lopend vuurtje rond en maakte de sfeer explosief. Toen het tijd was om na het luchten binnen te komen, barricadeerden de gevangenen de deur om zichzelf buiten te sluiten, ‘want binnen zat het coronavirus’. Er werden kleren en lakens uit de cellen naar beneden gegooid en in brand gestoken. De mannen eisten mondmaskers en bezoek. Burgemeester Piet Buyse (CD&V) werd erbij gehaald om de gemoederen te bedaren. Pas toen er een politiemacht in gevechtskledij arriveerde, gaven de gevangenen het op en druppelden ze één voor één terug binnen.”

‘In Antwerpen hebben we ook zo’n protestactie gehad’, vertelt een bewaker van de gevangenis in de Antwerpse Begijnenstraat.

Bewaker Antwerpen: “Onze directrice heeft de gedetineerden die weigerden om binnen te komen, eens flink haar gedacht gezegd. Nadien ging ze terug naar binnen en liet ze de mannen buiten staan. Ze waren onder de indruk. Toen het frisser werd, zijn ze uiteindelijk zelf terug binnengekomen.

“Veel van die mannen begrepen het eerst gewoon niet. We hebben een heel diverse bevolking met Turken en Marokkanen, Polen, Roemenen, Russen, en onlangs nog twee kerels uit Mongolië. Je moet de maatregelen dan met handen en voeten uitleggen... Dat vreet energie.

“De spanning in de cellen was soms te snijden. Vooral de eerste weken waren er vechtpartijen tussen gedetineerden die al te lang met elkaar op cel zaten. Er werd ook gespuugd: een gedetineerde die van zijn gewone cel naar de strafcel werd overgebracht, mikte een fluim in het gezicht van een bewaakster. Gelukkig droeg die een bril. Spuwen doen ze wel vaker, maar nu krijgt dat toch een andere dimensie. Sindsdien doen we de gevangenen een mondmasker om als ze overgebracht worden naar een andere cel.

“De jongste weken is het rustiger. Ik denk dat de gevangenen het gevaar ook beseffen en blij zijn dat het virus nog niet binnen zit.”

Linda: “Er is van alles gedaan om de gevangenen kalm te houden. Ze hebben in de loop van de quarantaine in totaal voor 70 euro gratis belkrediet gekregen, een maand gratis televisie en we deelden ook tabak uit. Een stormloop op wc-papier was er niet: dat delen we hier elke week uit.”

Freddy C.: “We merken dat sommige bewakers de situatie moeilijk aankunnen en bang zijn van ons. Er zijn er die al zenuwachtig worden als ze ons eten in de cel moeten komen zetten. Als de deur opengaat, moeten we aan de andere kant van de cel gaan staan, tegen het raam. Een stap in hun richting volstaat voor een dreiging met een tuchtsanctie. Het eten wordt snel binnengezet en de deur gaat weer dicht.

“Er was een periode dat er elke dag nieuwe maatregelen kwamen. Handen geven was uiteraard verboden, en wie betrapt werd, moest drie dagen op secreet (eenzame opsluiting, red.) – het equivalent van een GAS-boete buiten, zeker? Maar sommige bewakers overdrijven. Op een bepaald moment kwam er een richtlijn van de directie dat we niet mochten spuwen of rochelen in de douches. En wat gebeurde er? Die cipiers kwamen aan de deur luisteren terwijl we onder de douche stonden! Er zijn toen een tiental tuchtsancties gegeven, ik heb er zelf ook één gehad. Ik kom uit de douche en de bewaker zegt: ‘Je hebt gerocheld in de douche.’ – ‘Ik rochel nooit in de douche’, antwoord ik naar waarheid. ‘Jawel, ik heb de geluiden gehoord.’ En lap, drie dagen op secreet. Het klinkt belachelijk, maar voor ons is dat heel confronterend en vernederend.”

BEZOEK UIT ITALIË

Op dinsdag 23 maart test de eerste gedetineerde in Turnhout positief op Covid-19. Het gaat om Martino T., 60 jaar, veroordeeld voor internationale cocaïnesmokkel en verdachte voor de moord op de Limburgse drugsbaron Silvio Aquino. Hij heeft 39 graden koorts en wordt in afzondering gezet. Even later blijkt dat ook zijn celgenoot positief heeft getest.

Linda: “Toen was er even paniek. Hoe was het virus binnengeraakt? We hadden een vermoeden dat de eerste gedetineerde besmet was geraakt tijdens het laatste bezoekuur voor de lockdown, op 13 maart. Hij had bezoek gekregen van zijn vrouw, die net terug was uit Italië, waar het virus in alle hevigheid woedde. Maar nadien was hij nog een hele dag in het werkhuis geweest met tien andere gevangenen. Wie zou de volgende zijn?

“Er was bovendien beslist dat de twee zieken in de gevangenis van Turnhout moesten blijven, omdat het medisch centrum in Brugge nog niet klaar was om coronapatiënten op te vangen. Maar wij zijn geen verplegers, en we hadden ook geen materiaal om ons te beschermen. We hebben moeten dreigen met een spontane staking, en ze zijn dan toch naar Brugge overgebracht. Pas na twee weken kregen alle cipiers mondmaskers, en later ook de gedetineerden. We hadden het gevoel dat ze ons in Brussel vergeten waren, zoals zo vaak. Nochtans staan wij ook in de eerste linie, zoals de politie en de mensen in de zorg.”

Claus: “In Oudenaarde konden we gelukkig zelf mondmaskers maken. De gevangenen kwamen zelf met het voorstel, ze wilden iets nuttigs doen. Koning Filip heeft zelfs met de gevangenen geskypet om hen te feliciteren toen ze er 15.000 gemaakt hadden. Dat was een opsteker, ze voelden zich erkend. Maar het heeft natuurlijk een tijd geduurd voor iedereen hier een masker droeg. Bij een deel van het personeel was er weerstand, niet iedereen nam het ernstig.”

Het is heel stil in de gevangenissen.

Claus: “Ja, het klinkt hier nu zoals 35 jaar geleden, toen ik pas begon. Gevangenissen waren toen stille kerken. Door de jaren heen kwamen er allerhande activiteiten bij, en meer bezoek. Zo veranderden die stille kerken gaandeweg in levendige bijenkorven. En plots valt die hele molen stil. De mensen van de hulp- en dienstverlening van de Vlaamse Gemeenschap die van buiten komen, bleven van de ene dag op de andere weg. Justitieel welzijnswerk, sport, cultuur, de cursussen: alles werd stopgezet. Eigenlijk vind ik dat not done, net nu de gedetineerden hen het meest nodig hebben.”

Ook advocaten meden de gevangenissen zoveel mogelijk en deden de consultaties met hun cliënten telefonisch. En misschien maar goed ook. Toen Antwerps strafpleiter Omar Souidi toch op glasbezoek ging bij een cliënt in de gevangenis van Turnhout, waande hij zich in Fawlty Towers.

Omar Souidi: “Ik werd binnengeleid in een gang waar ik nog nooit geweest was, het bleek de gang van het ongestoord bezoek. Aan het einde waren twee minuscule kamertjes voor het bezoek achter glas. Normaal zien we onze cliënten in een aparte bezoekruimte waar we in alle discretie over het dossier kunnen praten, maar die ruimtes waren niet ontsmet. Ik was trouwens de enige die een mondmasker droeg in de gevangenis. Mijn cliënt en ik namen in dat hokje plaats aan weerszijden van het glas, waar onderaan een grijs bakje zat: de intercom, die het maar moeizaam deed. Probeer je dan maar eens verstaanbaar te maken, met een mondmasker achter glas. Aan de binnenkant van de deur zat geen klink, waardoor ik de deur moest openlaten. Een cipier zonder mondmasker kwam me vertellen dat ik iets tussen de deur moest steken, zodat ik mezelf kon buitenlaten na het gesprek. Zo zaten we te discussiëren over een vertrouwelijk dossier, roepend via een krakende intercom, met de deur halfopen.”

Advocate Nadia Lorenzetti bleef haar cliënten in verschillende gevangenissen bezoeken.

Nadia Lorenzetti: “Ik vond dat ik hen moest steunen, want ze zijn meer dan ooit afgesloten van de buitenwereld. De mannen met een gezin zijn heel bezorgd om hun vrouw en kinderen. Er is veel frustratie. Uitgangspermissies en verloven zijn opgeschort, dus voor velen ligt het traject naar de voorwaardelijke vrijlating stil: ze gebruiken die dagen buiten de muren om werk te zoeken en hun terugkeer naar de maatschappij voor te bereiden. Dat wordt nu op de lange baan geschoven, terwijl andere gevangenen wél vrijgelaten zijn, omdat die al verder stonden in hun traject. Iedereen wil naar buiten. De wildste verhalen doen de ronde. Op een bepaald moment zaten ze te wachten op een collectieve amnestie, die er natuurlijk niet kwam.

“Ze hebben ook geen drugs meer, daar worden ze helemaal gek van. Normaal komen die mee binnen met het bezoek, maar nu dat al twee maanden wegblijft, zitten de meesten zonder.”

Freddy C.: ‘In de gevangenis is het doodstil. Het enige wat je hoort, is de kar met eten die komt aangerold en de cipier die de celdeuren opent.’ (Foto: Hulpgevangenis Leuven)

EEN NIEUWE DRUG

‘Drugs vinden altijd hun weg’, zegt Clark, een vijftiger in de verouderde gevangenis van Vorst. Hij kan het weten, want buiten de muren was hij zelf drugsimporteur – daarom zit hij nu in de cel, waar niet eens stromend water is. Binnen de muren bekijkt hij alles vanaf een afstandje.

Clark: “In het begin van de lockdown maakte niemand zich zorgen. Eén van de gevangenen zou op 23 maart op penitentiair verlof gaan en een grote voorraad meebrengen. Dat deed hij elke keer, iedereen bestelt bij hem. Ze fouilleren je wel als je terug binnenkomt, maar in de schoenen kijken ze nooit. Maar op het laatste nippertje mocht die man toch niet weg, en mocht ook niemand anders meer op verlof. Dat was een streep door de rekening. Dus moesten bepaalde cipiers het wel overnemen — bij de gevangenen is snel geweten wie van de cheffen iets wil bijverdienen. En het zijn gouden tijden. Drugs zijn binnen uiteraard duurder dan buiten, en voor een telefoon krijgen ze 500 euro. Veel gevangenen hebben een iPhone of een Samsung in hun cel verstopt. Die verberg je niet in je achterste, die komen uit de tassen van de bewakers.”

In het arresthuis in de Antwerpse Begijnenstraat werd begin mei een cipier betrapt die een blokje van 50 gram hasj had binnengesmokkeld. De man liep op een afdeling waar hij niets te zoeken had en maakte zich verdacht door de cel van een gedetineerde binnen te gaan. ‘Blij dat hij betrapt is’, zegt een collega. ‘Niet iedereen is zoals hij.’

‘We zien in alle gevangenissen dat er veel meer pogingen worden ondernomen om drugs binnen te smokkelen over de buitenmuren’, zegt Eddy De Smedt.

De Smedt: “Dat is smokkel op de ouderwetse manier: de drugs worden verstopt in tennisballen, mandarijnen of lege plastic flesjes en over de gevangenismuur gegooid. De politie betrapte al verschillende mannen die hun kans afwachtten om iets over de muur te gooien.”

In de gevangenis van Brugge hebben ze er iets anders op gevonden, vertelt Freddy C.

Freddy C.: “De mannen vragen veel vaker om een doktersbezoek en laten zich kalmeermiddelen voorschrijven. Heel populair is Subutex, een soort vervangmiddel voor heroïne. Het wordt ook vlotjes verhandeld onder de gedetineerden. En morfinepleisters: die halen ze van hun rug en roken ze op. Ze schrapen de verdovende substantie van de pleister en gebruiken die als heroïne. De aalmoezenier zei me vorige week nog: ‘Het lijkt of er een nieuwe drugswolk in de gevangenis is neergedaald.’ Ik denk dat de helft van de bevolking hier aan de Subutex, morfinepleisters of opioïden zit. Ik verwijt het dokters niet, hoor, die doen hun werk. Maar goed, het is ook een manier om mensen kalm te houden.”

‘Bij ons denk ik dat ze paracetamol roken’, zegt een bewaker van de gevangenis in Antwerpen. ‘Er zijn mannen die elke shift tot zes paracetamols vragen.’

STRAF VAN GOD

Freddy C. is één van de gevangenen die zijn voorwaardelijke vrijlating door de neus geboord zag. Hij zit een straf uit van vier jaar en kreeg net voor de lockdown het nieuws dat zijn uitgangspermissie was goedgekeurd. In mei zou hij aan een VDAB-opleiding beginnen als dispatcher. Maar toen kwam corona: de uitgangspermissie werd ingetrokken en de opleiding werd uitgesteld. En dus bleef hij zitten, terwijl hij rond hem de ene na de andere gevangene zag vertrekken.

Freddy C.: “Een week na de lockdown zijn ze mensen naar huis beginnen te sturen. Iedereen met een straf onder de tien jaar die al eerder op verlof was geweest, mocht gaan – behalve de zedenplegers en terroristen. Maar bij die vertrekkers zaten ook zware jongens met straffen van acht of negen jaar. Enorm frustrerend. Zij krijgen een cadeau terwijl ik met een veel lichtere straf moet blijven zitten. Ik denk dat de directie de druk van de ketel wilde halen door de lastigste gedetineerden naar huis te sturen. Ik ken een paar van die kerels: als er relletjes zijn, zijn zij er altijd bij.”

Sinds een paar weken leeft een deel van de gevangenis op het ritme van de ramadan. Het middageten wordt bij de deelnemende moslims na zonsondergang uitgedeeld.

Freddy C.: “Moslims en niet-moslims vormen twee aparte ‘bubbels’ in de gevangenis, dat is altijd zo geweest. Maar sinds de coronacrisis hoor ik bij sommigen een bizar discours. Vorige week stond ik onder de douche en vroeg ik aan mijn buurman of hij ook geen warm water had. ‘Va te faire chier, binnenkort gaan jullie allemaal sterven’, snauwde hij terug. ‘Wat mankeert die?’, vroeg ik aan de gevangenisbewaarder. ‘Trek het je niet aan,’ zei die, ‘hij heeft zich tot de islam bekeerd en praat altijd zo.’ Hij had de indruk dat er sinds de coronacrisis meer extremistische ideeën bij de gevangenen opflakkeren. De ramadan wordt ook erg strikt opgevolgd.

“Later sprak ik een jonge moslim tijdens het luchten. Hij was ervan overtuigd dat het coronavirus een straf van God is voor de ongelovigen. ‘Kijk naar Italië en Spanje, twee landen waar de mensen losbandig leven. Kijk naar België, dat de moslims discrimineert, en naar Amerika, de grootste vijand van IS, die nu het zwaarst getroffen is.’ Islamlanden waren volgens hem gespaard gebleven. Ik merk ook dat moslims ons nog meer mijden dan anders, alsof wij de dragers van het virus zijn.”

Zorgt het coronavirus voor een nieuwe opstoot van radicalisering in de gevangenissen? ‘Daar moeten we waakzaam voor zijn’, zegt Paul Van Tigchelt van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD). ‘We zien dat verschillende extremistische groeperingen op sociale media de pandemie gebruiken om hun discours te versterken. Ook IS gebruikt het in zijn propagandastrijd. Het zou me dus niet verbazen als dat ook in de gevangenis gebeurt.’

Advocate Nadia Lorenzetti: ‘Nu het bezoek wegblijft, hebben de meeste ­gevangenen geen drugs meer. Daar worden ze helemaal gek van.’

BOEMERANG

Eén ding heeft het coronavirus toch maar mooi voor elkaar gekregen: de overbevolking in de gevangenissen werd grotendeels weggewerkt. Alleen in Antwerpen blijft het drummen, met nog altijd ruim 650 gevangenen voor een capaciteit van 413 plaatsen.

Bewaker Antwerpen: “Vóór de lockdown werd in zo’n zeventig cellen nog een extra matras op de grond naast het stapelbed gelegd. Nu liggen er nog zo’n dertig matrassen. We hebben ook meer plaats nodig voor de nieuwkomers, want die worden eerst veertien dagen in quarantaine gezet.”

Claus: “Ook in Oudenaarde waren we met veel te veel. Vóór de coronacrisis zaten we op een bepaald ogenblik zelfs aan 190, terwijl we maar plaats hebben voor 150 gevangenen. Nu hebben we er 156, en vorige week waren er maar 145. Voor het eerst in lange tijd komen er minder mensen binnen omdat ze in voorhechtenis genomen worden. In Oost-Vlaanderen was het altijd een grote uitzondering als iemand met een enkelband thuis geplaatst werd, maar nu zien we dat vaker gebeuren. Crisissen kunnen soms dingen in beweging zetten.

“Maar intussen begint het aantal weer te klimmen. Je voelt dat het gerechtelijk apparaat de rug recht. De politie begint weer haar normale werk te doen. Die had de voorbije maanden natuurlijk andere prioriteiten, met al die coronamaatregelen die moesten worden nageleefd. Zo zie je maar dat de gevangenispopulatie niet zozeer te maken heeft met de criminaliteit, maar met de activiteit van het gerecht en de politie. We zullen moeten opletten, want er zijn ook gedetineerden buiten met strafonderbreking: die moeten op een dag terugkomen.”

Het boemerangeffect.

Claus: “De exitstrategie zal, zoals in de hele maatschappij, moeilijker zijn dan de lockdown. Ook de mensen van de hulp- en dienstverlening die van buiten komen, willen stilaan terugkeren. Iedereen verwacht natuurlijk op een veilige manier te kunnen werken, en dat wordt nog een hele uitdaging.”

Wanneer mag er weer bezoek komen in de gevangenis?

Claus: “We kijken nog even de kat uit de boom. We zijn de afgelopen twee weken met videochats begonnen: gedetineerden kunnen twintig minuten via een scherm met hun familie praten. Maar het loopt geen storm voor die videomeetings: sommige gedetineerden zeggen dat het te veel pijn doet als ze hun kinderen niet in het echt kunnen zien. En er is veel armoede bij de families: niet iedereen heeft thuis een computer.”

Freddy C. heeft morgen de eerste videochat met zijn dochtertje Amber. Hij kijkt ernaar uit, maar met een bang hartje, want hij is hier nog niet weg. De quarantaine drukt. Hij telt af naar de dag dat hij op penitentiair verlof mag en heeft zijn blik nu op half juni gericht.

Martino T. ligt nog steeds op de medische corona-afdeling in de gevangenis van Brugge.

Met Arthur, die nu zes weken thuis is, gaat het goed, laat zijn moeder Sara weten.

Sara: “Hij begon de moed wat te verliezen, maar nu heeft hij bericht gekregen dat hij kan opgenomen worden in een afkickcentrum. Eindelijk, daar wachten we al zo lang op. Hij is nu zijn valies aan het pakken. Zenuwachtig, natuurlijk. Ik hoop dat hij het volhoudt in dat centrum, en dat hij wegblijft uit het drugsmilieu. Ik heb er goede hoop op. Eigenlijk hebben die drie maanden in de gevangenis en de coronacrisis hem wel deugd gedaan.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234