Zaterdag 15/08/2020

Interview

Hoe corona bestrijden? ‘Stress is slecht, vezelrijke voeding en een regelmatige nachtrust zijn goed. En tai chi kan ook helpen’

Daniel Davis.

Nu we om de oren worden geslagen met vaktermen als ‘pathogenen’, ‘eiwituitsteeksels’ en ‘groepsimmuniteit’, lijken het wel hoogdagen voor immunologen. Wij sleepten de Britse professor Daniel Davis, auteur van twee boeken over ons immuunsysteem, van achter zijn microscoop, kregen een rondleiding door het inwendige melkwegstelsel dat ons moet verdedigen tegen het coronavirus én vroegen hem hoe we dat afweersysteem kunnen ombouwen tot een versterkte burcht. ‘We testen maar beter zoveel mogelijk vaccins uit.’

Wie overtuigd wil geraken van het belang van ons afweersysteem, hoeft maar een duik te nemen in de twee boeken die Daniel Davis schreef. In zijn voortreffelijke recentste werk Immuun biedt de professor immunologie aan de universiteit van Manchester een inkijk in de vele wonderen van het immuunysteem en in de belangrijkste ontdekkingen in zijn vakgebied. In het boek Het lichaam van zijn collega-wetenschapsauteur Bill Bryson wordt Davis omschreven als ‘een forse, maar vriendelijke veertiger met een daverende lach en de opgewekte uitstraling van iemand die zijn niche in het leven heeft gevonden’, en daar kunnen we maar weinig aan toevoegen. Wanneer we hem spreken via Skype en – we nemen geen enkel risico – gehuld in een luchtdicht wit pak en vanachter een FFP2-masker, zit de professor opgewekt thuis.

De originele titel van uw boek Immuun is The Beautiful Cure. Wat maakt het immuunsysteem zo mooi voor u?

“Het is één van de meest complexe maar ook één van de meest wonderlijke systemen die we kennen. En het is één van de onderdelen van het menselijk lichaam die we wellicht al het best begrijpen. Van het brein snappen we nog niet heel veel – we weten nog altijd niet waar ons bewustzijn of onze gevoelens vandaan komen – maar van het immuunsysteem weten we intussen zoveel, tot in de allerkleinste details, dat je alleen maar verwonderd kunt zijn over hoe ingenieus sommige dingen werken.”

U noemt het een systeem dat qua complexiteit zijn gelijke niet kent in het heelal.

“Van degene die we begrijpen toch. Er zullen in het universum nog wel systemen bestaan die extreem ingewikkeld zijn, maar het immuunsysteem begrijpen we ondertussen heel goed, omdat we het zeer grondig hebben bestudeerd. Dat heeft zo zijn reden: onze gezondheid en onze geneeskunde hangen volledig af van ons begrip van hoe het lichaam ziektes bestrijdt. De huidige crisis bewijst dat nogmaals.”

Functioneert ons immuunsysteem slechter als we ouder worden? Kan dat verklaren waarom vooral ouderen zwaar worden getroffen door Covid-19?

“De immuuncellen werken nog wel bij ouderen, alleen reageren ze minder goed op ziektekiemen die ze nooit eerder hebben gezien. Waarom dat zo is, weten we niet. Er zijn wel een aantal theorieën. Na elke infectie blijven er cellen achter die infecties die het lichaam al eerder heeft bestreden, te lijf gaan. Het zou kunnen dat bij ouderen, die al veel meer infecties hebben opgelopen dan jongere mensen, te veel afweercellen zich moeten bezighouden met het onthouden van voorgaande infecties, waardoor er minder cellen beschikbaar zijn om nieuwe te bestrijden.

“Een andere hypothese is dat de zwezerik, een orgaan tussen het borstbeen en de luchtpijp waar immuuncellen rijpen, minder goed werkt op latere leeftijd, waardoor zulke cellen gezonde lichaamscellen kunnen aanvallen. Of dat er gewoonweg minder immuuncellen worden aangemaakt.

“Ik heb mijn boek geschreven vóór de uitbraak van deze pandemie, maar ik zei toen al dat veroudering één van de belangrijkste aandachtspunten is voor verder onderzoek. De coronacrisis bevestigt dat alleen maar. Begrijpen wat er met ons lichaam gebeurt wanneer we verouderen, is van vitaal belang – zeker nu we alsmaar ouder worden en dus ook met steeds meer verouderingsziekten te kampen krijgen.”

Volgens sommige immunologen is er een verschil tussen de geslachten en werkt het afweersysteem van vrouwen beter dan dat van mannen. Dat blijkt ook nu: meer mannen dan vrouwen worden ernstig ziek door het coronavirus.

“Met dat soort zwart-witbeweringen moet je altijd uitkijken, meestal zijn ze maar half waar. (lacht) Je kunt niet alle mannen en vrouwen over dezelfde kam scheren. Het immuunsysteem werkt bij iedereen anders, en ongetwijfeld wordt het ook beïnvloed door hormonen. Maar ook door onze opvoeding, onze blootstelling aan bacteriën, ziektekiemen, vervuilende stoffen, pollen en noem maar op.”

Kinderen en jongeren zijn minder vatbaar voor het nieuwe coronavirus. Betekent dat dat hun immuunsysteem er beter tegen gewapend is?

“Waarschijnlijk is het beter in het bestrijden van nieuwe virussen, maar ook dat weten we niet zeker. Dat Covid-19 hen minder hard treft, heeft niet noodzakelijk met een beter functionerend afweersysteem te maken. Het zou ook kunnen dat het longweefsel op jonge leeftijd beter bestand is tegen virussen.”

Mensen die aan het virus overlijden, sterven omdat hun immuunsysteem overreageert. Wat gebeurt er dan juist?

“In zo’n geval worden in korte tijd te veel immuuncellen geactiveerd. Die produceren cytokines, stofjes die er normaal gezien voor zorgen dat het lichaam optimaal reageert op een infectie, en die weer andere immuuncellen aantrekken, waardoor een kettingreactie ontstaat. Dat noemt men een ‘cytokinestorm’. De immuuncellen zijn niet meer onder controle en beginnen ook gezonde lichaamscellen aan te vallen. Dat veroorzaakt ontstekingsreacties in de longen, waar zich vocht kan ophopen, waardoor patiënten in ernstige ademnood kunnen raken en zelfs kunnen stikken. Daarom moeten mensen met ernstige Covid-verschijnselen beademd worden. Zo’n cytokinestorm is heel moeilijk te behandelen. Dan loopt er in korte tijd zo veel fout in het immuunsysteem dat het heel lastig is om nog medicijnen toe te dienen die de reactie kunnen onderdrukken. Als het immuunsysteem zich tegen ons keert, zijn we reddeloos verloren. Dat zegt ook weer iets over de kracht ervan.”

Er is een race gaande om een vaccin tegen het coronavirus te ontwikkelen. Heeft u er goede hoop op?

“Je kunt een vaccin op heel veel manieren maken. Het probleem is alleen dat niemand weet wat zal werken tegen dit virus. We moeten dus zoveel mogelijk vaccins uitproberen, in de hoop dat één ervan werkt. Sommige bieden levenslang bescherming, andere moet je elk jaar opnieuw krijgen. Het is nog te vroeg om te zeggen hoe dit virus zal reageren.”

GENETISCHE PECH

In afwachting van dat vaccin is ons afweersysteem ons beste wapen tegen het virus. Kunnen we zelf iets doen om ons immuunsysteem in vorm te houden of te versterken?

“Daarover is heel weinig geweten, omdat zoiets heel moeilijk te onderzoeken is. Er is bijvoorbeeld een studie die aantoont dat ouderen die drie keer per week aan tai chi doen, beter op een griepvaccin reageren. Maar bij die studie waren amper vijftig mensen betrokken. Je kunt ook moeilijk bewijzen dat de waargenomen effecten echt het gevolg waren van die tai chi.

“Hetzelfde geldt voor de zogenaamd goede invloed van lichaamsbeweging op het immuunsysteem: mensen die veel bewegen, eten waarschijnlijk ook gezonder, slapen wellicht beter en hebben misschien minder stress. Maar de invloed van al die factoren apart bekijken, is heel moeilijk. Je kunt proefpersonen geen dodelijk virus gaan toedienen om te zien hoe ze erop reageren.

“Je zou eigenlijk een studie moeten opzetten met een zeer grote groep proefpersonen en een looptijd van enkele jaren. Dat kost ontzettend veel geld: gemiddeld 40 miljoen euro. Dat is de reden waarom de meeste geneesmiddelen door grote farmaceutische bedrijven worden ontwikkeld.

“Net omdat er zeker sterke aanwijzingen zijn maar harde bewijzen ontbreken, ga je van wetenschappers uiteenlopende antwoorden krijgen op je vraag.”

Heeft ons gedrag dan geen enkele invloed op ons immuunsysteem?

“Het énige waar alle wetenschappers het over eens zijn, is de rol van stress: chronische stress is slecht voor het immuunsysteem. Dat heeft te maken met cortisol, een hormoon dat vrijkomt wanneer we gestresseerd zijn en dat de werking van het immuunsysteem onderdrukt. Duurt dat niet al te lang, dan kan dat geen kwaad. Is de stress langdurig en wordt het immuunsysteem lang onderdrukt, dan kan het definitief verzwakt blijven.

“De effecten van stress zijn al in allerlei studies uitvoerig aangetoond: we weten dat mensen die lang onder stress staan, minder snel genezen van een verwonding, minder goed reageren op een vaccin en zieker worden van een virus. Ouderen die voor een demente partner moeten zorgen, vertonen bijvoorbeeld een verminderde reactie op een griepvaccin.”

Nóg een goede reden om ons wat minder af te beulen op het werk.

“Zo had ik het nog niet bekeken. (lacht) Het beste advies dat ik kan geven om je immuunsysteem gezond te houden, is niet te lang onder stress staan.”

Volgens sommige wetenschappers heeft ook bepaalde voeding een gunstig effect op ons immuunsysteem.

“Er zijn nog niet veel studies die dat zwart op wit bewijzen, maar er wordt steeds meer onderzoek naar gedaan. Er is bewijs dat veel vezelrijke voeding eten de samenstelling van je microbioom (het geheel van micro-organismen in onze darmen, red.) kan veranderen. Dat kan een positief effect hebben op het immuunsysteem. Specifieke voeding aanraden, kunnen we echter nog niet. Maar vezelrijk voedsel heeft sowieso tal van gunstige effecten op het lichaam.”

Heeft slaap een invloed? Voldoende en vooral ook een regelmatige slaap zou het afweersysteem in vorm houden.

“Daar zijn aanwijzingen voor. Wat we weten, is dat ons lichaam op het 24-uursritme van de aarde is afgestemd. Net als andere lichaamssystemen werkt ons immuunsysteem ’s nachts anders dan overdag. Dat merk je aan bepaalde ziektes: dodelijke astma-aanvallen treden het vaakst op rond vier uur ’s nachts, mensen met jicht hebben daar ’s nachts ook meer last van, reumatoïde artritis is dan weer ’s ochtends het ergst.

“De beste gegevens op dat vlak zijn afkomstig van astronauten die aan boord van het Internationaal Ruimtestation (ISS) verbleven. Omdat het ISS in 90 minuten rond de aarde draait, lijken dag en nacht voor de astronauten er maar 45 minuten te duren, waardoor hun lichaamsklok helemaal ontregeld raakt. Uit bloedstalen bleek dat hun immuunsysteem veranderingen had ondergaan: ze waren vatbaarder geworden voor allergieën. Tijdens ruimtemissies werden ook relatief vaak latent aanwezige virussen in het lichaam van astronauten weer actief. Dat kan er allemaal op wijzen dat een verstoord bioritme het immuunsysteem beïnvloedt.”

Conclusie: we hebben zelf niet zoveel invloed op hoe goed ons immuunsysteem werkt. We moeten het doen met het afweersysteem dat we hebben meegekregen.

“Zo zou ik het niet stellen. Je levensstijl, opvoeding en de omgeving waarin je bent opgegroeid, spelen een grote rol. Maar het is niet simpel te ontrafelen hoe belangrijk elk afzonderlijk element is. Iedereen heeft een ander immuunsysteem. Voor een deel is dat genetisch bepaald, voor een groot deel ook niet. In populaire media lees je om de haverklap hoe je je afweer met heel concrete gedragsveranderingen kunt verbeteren – ‘Eet meer sinaasappelen, of kiwi’s!’ – maar vaak zijn die claims helemaal niet bewezen.”

Onze vatbaarheid voor het huidige virus lijkt alvast genetisch bepaald. Dat zou verklaren waarom het hard kan toeslaan bij gezonde mensen met een normaal functionerend immuunsysteem.

“Er zijn genetische variaties die mensen meer of minder vatbaar maken voor dit virus. Welke weten we niet, maar dat zullen we wel achterhalen.

“Het lijkt er in ieder geval op dat genen een belangrijke invloed kunnen hebben op hoe goed onze afweer werkt. Er is bijvoorbeeld een gen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van een eiwit dat de manier waarop het griepvirus een cel binnendringt, kan verstoren. Mensen bij wie dat gen niet werkt, reageren veel sterker op een griepinfectie. Uit onderzoek blijkt dat dat defecte gen opvallend vaak voorkwam bij mensen die na een griepinfectie in het ziekenhuis moesten worden opgenomen. Bij patiënten die op intensieve zorgen belandden, kwam het zelfs zeventien keer vaker voor. In Europa heeft één op de vierhonderd mensen zo’n defect gen, maar in Japan en China ligt dat aantal nog veel hoger. We vermoeden dat Japanners en Chinezen daardoor een groter risico kunnen lopen om ernstig ziek te worden door een griepinfectie.

“Die genetische diversiteit heeft een zeer goede reden: als iedereen op dezelfde manier zou reageren op het coronavirus en er ernstig ziek van zou worden, dan zaten we nu met een onbeheersbare crisis. Het gaat dus simpelweg om de instandhouding van onze soort.”

GOEDE BACTERIEËN

Wat gebeurt er eigenlijk precies wanneer een virus of een andere ziekteverwekker ons lichaam binnendringt?

“Als een virus of een bacterie je lichaam binnendringt, gaan daar meteen een aantal immuuncellen op af. Die zijn gespecialiseerd in het opsporen en neutraliseren van ziektekiemen. Eén van die aanvallers is bijvoorbeeld de natural killer-cel of NK-cel. Die dringt zieke of geïnfecteerde cellen binnen en doodt ze door er een lading giftige eiwitten in te lossen. Maar die eerste reactie is snel uitgewerkt, omdat het aantal NK-cellen beperkt is. Je zou ze kunnen beschouwen als de eerste verdedigingslinie.

“In die eerste fase scheiden sommige cellen ook de cytokines af waarover we het al eerder hadden. Er is een cytokine die cellen in de buurt wapent om zich tegen virussen te verdedigen. Cytokines activeren ook eiwitten die zich vastzetten op het virus, waardoor het zich moeilijker kan verspreiden. Van dat soort stofjes zijn er wel honderden, die een heel gamma aan reacties kunnen uitlokken.

“Soms is de eerste linie genoeg om een infectie te stoppen, maar vaak vinden bacteriën en virussen een manier om die verdedigingsgordel te omzeilen. Dan moet de tweede linie in actie komen.”

Hoe wordt die geactiveerd?

“In al onze organen en weefsels patrouilleren cellen die gespecialiseerd zijn in het opsporen van ziekteverwekkers. Als ze een microbe tegenkomen, gebeurt er iets heel bijzonders: ze slokken de ziektekiem op, vernietigen die, en spoeden zich vervolgens naar de milt of de lymfeklieren. Daar presenteren ze delen van de microbe die ze hebben opgeslokt en in stukken gehakt aan de T-cellen: een ander soort afweercellen. Op T-cellen zitten receptoren. Als er een match is tussen zo’n receptor en de moleculen van de ziektekiem, begint die T-cel zich als een gek te vermenigvuldigen. Ken je dat gezwollen gevoel in je hals bij een infectie? Dat is de lymfeklier die zich met afweercellen vult. Als de T-cellen zich voldoende vermenigvuldigd hebben, reppen ze zich naar de geïnfecteerde cellen om die te doden.

“Eens de infectie is geweken, blijft een groot aantal T-cellen in je lichaam zitten. Valt dezelfde ziekteverwekker je lichaam opnieuw aan, dan staat er meteen een op maat gemaakt afweerleger klaar. Daardoor zal je afweerreactie de tweede keer sneller en efficiënter zijn. Vaccins werken volgens datzelfde principe.”

In uw boek beschrijft u hoe enkele grote ontdekkingen over het immuunsysteem tot stand kwamen. Enkele dateren pas uit de jaren 90 of later.

“Dat is inderdaad verbazingwekkend. Eén van de belangrijkste ontdekkingen is dat er niet één maar twéé immuunsystemen zijn: het aangeboren systeem en het verworven systeem. Lange tijd dachten we dat het immuunsysteem reageert op lichaamsvreemde elementen, maar als je erover nadenkt, kan dat niet de enige trigger voor een afweerreactie zijn. Ons darmsysteem zit bijvoorbeeld vol bacteriën die goed zijn voor ons, en die willen we natuurlijk niet aanvallen. Ook in de puberteit of tijdens een zwangerschap worden er moleculen aangemaakt die nieuw zijn voor het lichaam. Het kan dus niet dat ons lichaam zomaar vanzelf alle bacteriën of onbekende moleculen aanvalt.

“In 1989 bedacht Charles Janeway, een bekende immunoloog van de universiteit van Yale, dat er nog een tweede factor moest zijn om een afweerreactie uit te lokken. Vóór het immuunsysteem in actie treedt, moet het lichaam weten of iets een bedreiging is voor het lichaam of niet. Janeway vermoedde dat immuuncellen receptoren hebben die de aanwezigheid van microben kunnen detecteren, en dat we een belangrijk deel van ons immuunsysteem over het hoofd hadden gezien. Dat deel van het afweersysteem is het aangeboren systeem. Naar schatting gebeurt zo’n 95 procent van de verdediging tegen microben door dat aangeboren systeem. Dat wil zeggen dat we tot 1989 maar 5 procent van het volledige immuunsysteem hadden bestudeerd. Dat is ongelooflijk.”

Ook fascinerend is de vernuftige manier waarop het immuunsysteem ervoor zorgt dat afweercellen onze eigen cellen niet aanvallen.

“Voor mij is dat één van de grootste wonderen van het systeem. De T-en B-cellen (andere immuuncellen, red.) ontstaan in het beenmerg, maar komen tot rijping in de zwezerik. Vóór ze de bloedbaan in mogen, worden ze in de zwezerik eerst grondig gecheckt. Als daar blijkt dat zo’n immuuncel zich ook aan gezonde lichaamscellen kan hechten, wordt ze meteen gedood. Alleen veilige cellen komen in aanmerking om bij de afweer te worden ingeschakeld. Die check zorgt ervoor dat wanneer een T- of B-cel zich aan een molecule bindt, het om een molecule gaat die voor het eerst het lichaam binnendringt. Op die manier weet het immuunsysteem wat lichaamsvreemd is en wat niet. Of beter gezegd: het is één van de manieren. Want de finesses van dat systeem begrijpen we nog niet helemaal. Met een oneindig aantal ingewikkelde mechanismen weegt het lichaam af wat het moet aanvallen en wat niet.”

LEVEN EN DOOD

Nochtans kan het immuunsysteem ook zélf aandoeningen veroorzaken: de auto-immuunziekten. Wat loopt er dan fout?

“Bij die ziekten vallen je immuuncellen per ongeluk je eigen lichaamscellen aan. Soms vallen ze een zeer specifiek type cel in je lichaam aan: bij diabetes type 1 viseren ze cellen in de alvleesklier die insuline produceren, bij MS hebben ze het gemunt op de zenuwcellen.

“Waaróm ons afweersysteem soms gezonde cellen aanvalt, is nog lang niet duidelijk. Als we dat wisten, zouden we betere geneesmiddelen tegen dat soort ziekten kunnen ontwikkelen. Heel veel mensen zouden daar baat bij hebben: er zijn meer dan vijftig auto-immuunziekten en maar liefst 5 procent van de mensen is er slachtoffer van, van wie twee derde vrouwen.

“Een probleem met die ziekten is dat mensen pas naar de dokter gaan als ze ze al een hele tijd hebben, zodat de immuuncellen al maanden of jaren hun verwoestende werk hebben kunnen doen. Auto-immuunziekten onderscheppen voor ze uitbreken, is erg moeilijk, al verwacht ik de komende tien jaar grote doorbraken. Het type therapieën waarmee de laatste jaren zoveel vooruitgang is geboekt in de strijd tegen kanker, wil men nu ook gebruiken tegen auto-immuunziekten.”

Immuuntherapie is één van de succesvolste ontwikkelingen in de strijd tegen kanker. Hoe werkt dat?

“We wisten al langer dat het immuunsysteem kon worden ingezet om kanker te bestrijden, alleen was de vraag: hoe doe je dat het best? Je moet het immuunsysteem zó manipuleren dat alleen de kankercellen worden geviseerd, en niet de gezonde cellen. Lange tijd waren wetenschappers op zoek naar iets waarmee ze een afweerreactie tegen kanker in gang konden zetten, maar Jim Allison, een immunoloog aan de universiteit van Texas, kwam op het idee om te kijken naar hoe het afweerproces stopt. Als T-cellen een kwaadaardige of een geïnfecteerde cel detecteren, zullen ze zich zeer snel beginnen te vermenigvuldigen. Maar dat proces kan niet oneindig doorgaan. Zodra de infectie bezworen is, schakelen de immuuncellen zichzelf uit en stopt de afweerreactie, terwijl de kankercellen blijven voortwoekeren. Allison en zijn team slaagden erin van zeer specifieke cellen de ‘uitknop’ te blokkeren, zodat ze tumoren bleven aanvallen. Het voordeel daarvan is dat niet het volledige immuunsysteem wordt ingeschakeld om kankercellen aan te vallen, maar alleen het type cel waarvan de uitknop is geblokkeerd. Dat werkt veel preciezer.

“Allison kreeg daarvoor in 2018 de Nobelprijs voor Geneeskunde en anderen werkten erop voort. Intussen hebben we al heel wat remmen ontdekt op allerlei cellen van het afweersysteem. Het onderzoek heeft zich ook uitgebreid naar infectieziekten. We gaan daar nog enorme sprongen kunnen maken.”

Er is al een tweede generatie immuuntherapie. Wat is het verschil met de eerste?

“We vermoeden dat de remmers van de eerste generatie het best werken als ze een immuunreactie die al bezig is, kunnen versterken, maar minder goed bij kankers die minder herkenbaar zijn voor het afweersysteem. Bij CAR T-celtherapie, de tweede generatie, haalt men T-cellen uit een patiënt, waarna ze genetisch worden gemanipuleerd zodat ze specifiek de kankercellen van de patiënt aanvallen. Daarna worden die cellen weer ingebracht. Het voordeel van die therapie is dat we zeker weten dat de immuuncellen de kanker zullen aanvallen.

“We gebruiken het immuunsysteem trouwens niet alleen voor de bestrijding van kanker, maar ook steeds meer voor de vroege diagnose ervan: bepaalde niveaus van immuuncellen en -eiwitten in het bloed kunnen een vroeg teken van kanker zijn, of ze kunnen aangeven hoe groot de kans is dat iemand hervalt. Er gebeurt ontzettend veel boeiends op dat gebied.”

Zoveel dat we volgens u op de drempel van een heuse gezondheidsrevolutie staan.

“Daar ben ik van overtuigd, ja. Maar om daar optimaal de vruchten van te plukken, moeten we nog eens goed nadenken over hoe het onderzoek naar nieuwe behandelingen en de productie van nieuwe medicijnen gebeurt. We laten dat nog te veel aan de farmaceutische industrie over, aan multinationals die aan hun winsten en hun aandeelhouders moeten denken. Terwijl het gaat over onze gezondheid, over leven en dood.”

In uw boek beschrijft u niet alleen het werk van de immunologen achter de ontdekkingen in uw vakgebied, u schetst ook telkens een portret van hoe ze als mens waren. Waarom vindt u dat zo belangrijk?

“Ik vind de studie van het immuunsysteem niet alleen interessant omdat het zo mooi in elkaar zit, maar ook om de menselijke inspanningen, de soms grote offers die tot onze inzichten hebben geleid. Als ik je vertel dat er mensen op de maan hebben gestaan, is dat interessant als feit. Pas echt boeiend is hoe we daar zijn geraakt en welke inspanningen er allemaal aan voorafgingen. Het menselijke verhaal is wat ons inspireert: voor mij is het even boeiend als de feiten zelf.”

Daniel Davis – Immuun. Over de rol van ons afweersysteem bij de bestrijding van ziekten, 22,95 euro, Nieuwezijds & EPO distributie.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234