Donderdag 30/06/2022

AchtergrondAmazon

Hoe Chris Smalls de eerste Amazon-vakbond van de grond kreeg: ‘Ze moeten weten dat ze macht hebben’

Bij het Amazon-magazijn in Staten Island verzamelen sym­pa­thi­san­ten van de Amazon Labor Union (ALU) handtekeningen voor de oprichting van de vakbond. Rechts van Chris Smalls (roze trui) staat Julian Mitchell-Israel, die voor Amazon is gaan werken zodat hij zich kon aansluiten bij de ALU. Beeld Chantal Heijnen
Bij het Amazon-magazijn in Staten Island verzamelen sym­pa­thi­san­ten van de Amazon Labor Union (ALU) handtekeningen voor de oprichting van de vakbond. Rechts van Chris Smalls (roze trui) staat Julian Mitchell-Israel, die voor Amazon is gaan werken zodat hij zich kon aansluiten bij de ALU.Beeld Chantal Heijnen

Na een slopende campagne en veel tegenwerking is het Amazon-medewerkers in New York gelukt om een vakbond op te richten. ‘Veel Amerikanen weten nauwelijks nog wat een bond is.’

Maral Noshad Sharifi

Op een industrieterrein in Staten Island is geschiedenis in de maak, maar Jefferson Chavry (26) heeft niets door. Nietsvermoedend komt hij uit een van de vierkante Amazon-pakhuizen gelopen, waar hij – net als ruim een miljoen andere Amerikanen – zijn dagen vult met het sorteren, scannen en inladen van pakketjes. Zijn ogen vallen op een krijtbord naast de bushalte. “Wij zijn Amazon-werkers”, staat er, “wij willen meer loon”.

Dan ziet hij de tafel waarachter een vrouw handtekeningen verzamelt. Het is Madelene Wesley, bestuurslid van een nog op te richten vakbond: de Amazon Labor Union (ALU). Met opgetrokken wenkbrauwen loopt Chavry op haar af. “Kunnen jullie echt mijn salaris verhogen?” vraagt hij. “In je eentje is dat moeilijk,” zegt Wesley, terwijl ze hem pamfletten toestopt, “maar als vakbond kunnen we eisen stellen”.

Als ze genoeg handtekeningen verzamelen, vertelt Wesley, zou de eerste Amazon-vakbond kunnen worden opgericht. Werknemers die zich organiseren bij de tweede werkgever van de Verenigde Staten: het zou een historisch moment zijn. Chavry kijkt bedachtzaam om zich heen. “Misschien een gekke vraag,” zegt hij, “maar wat is een vakbond eigenlijk?”

Afgelopen vrijdag kwam de volgens The New York Times ‘historische’ uitslag: 2.654 werknemers stemden voor en 2.131 stemden tegen. Zo’n 8.000 mensen mochten stemmen. De uitslag kan een domino-effect veroorzaken bij andere Amazon-filialen verspreid over het land, maar ook bij andere grote bedrijven in de dienstensector. Met 1,1 miljoen werknemers is Amazon de tweede grootste werkgever in de Verenigde Staten. Het bedrijf heeft nog niet gereageerd op de uitslag van de stemming.

Terug van weggeweest

De vakbonden in de VS beginnen terug te komen van bijna weggeweest. Sinds het uitbreken van de coronapandemie zijn werknemers van grote bedrijven als Amazon, Starbucks en Walmart, McDonald’s en Chipotle zich meer zorgen gaan maken over hun positie. Van sommigen werd verwacht dat ze besmet door zouden werken, anderen kregen niet betaald als ze lang ziek thuis zaten. Wie kwam er nog op voor hun belangen?

“Veel Amerikanen weten inderdaad nauwelijks nog wat een vakbond is”, zegt ALU-voorzitter Chris Smalls (33) in Staten Island. Met zijn zonnebril op staat hij voor de halte waar aan het einde van de middag Amazon-werkers in alle kleuren, leeftijden en maten op de bus wachten. Uit zijn zwarte Chevrolet klinkt keiharde hiphop. “We doen ons best om zo veel mogelijk collega’s te ontmoeten en een band met ze op te bouwen.”

In de VS is de vakbond de afgelopen decennia steeds verder afgetakeld, zegt Michelle Kaminski, docent arbeidsverhoudingen aan de Michigan State University. Nog maar 14 miljoen mensen, 10 procent van de Amerikaanse werkende bevolking, zijn lid. In staten als Michigan, waar de auto-industrie zat, was dat vroeger 50 procent. “Toen dat soort industrieën langzaam verdwenen vanwege automatisering, bloeiden er nieuwe sectoren op, zoals de dienstensector,” zegt Kaminski, “maar het werd intussen veel moeilijker om daar vakbonden op te richten.”

De samenleving werd individualistischer. Amerikanen wilden liever zelf CEO worden, de Amerikaanse droom leven, dan de CEO tegen zich in het harnas jagen. Ze werden steeds cynischer over het gezamenlijk bevechten van rechten. Bovendien, een vakbond oprichten doe je niet zomaar. De regels zijn door de jaren heen strenger geworden. Om te beginnen heb je volgens de wet handtekeningen nodig van minimaal 30 procent van de collega’s. Dat is hard werken, zeker als het om duizenden mensen gaat.

Chris Smalls, voorzitter van de onafhankelijke Amazon Labor Union (ALU),  de eerste Amazon-vakbond. Beeld Chantal Heijnen
Chris Smalls, voorzitter van de onafhankelijke Amazon Labor Union (ALU), de eerste Amazon-vakbond.Beeld Chantal Heijnen

Als er genoeg handtekeningen van medewerkers zijn, is een bedrijf verplicht om een stemming te houden over de oprichting van een vakbond. Als minimaal de helft van alle mensen die een stem heeft uitgebracht vóór stemt, dan kan de vakbond er komen. Tenzij een van de partijen denkt dat de stemming niet eerlijk is verlopen, dan kunnen er weer nieuwe verkiezingen worden georganiseerd.

Alabama

De eerste poging om een Amazon-vakbond op te richten, aan de andere kant van het land, mislukte. In Alabama wist het bedrijf werknemers af te schrikken met een antivakbondcampagne. Uiteindelijk stemden 738 mensen voor, maar 1.798 mensen tegen.

Smalls reisde af naar Alabama om van hun fouten te leren. “De organisatie daar kreeg veel aandacht en steun”, zegt hij. Acteur Danny Glover en senator Bernie Sanders kwamen naar Alabama, komieken Tina Fey en Seth Meyers lieten een petitie rondgaan. “Maar de organisatoren hadden geen sterke campagne op de werkvloer opgezet. Omdat het distributiecentrum nog vrij nieuw was, kenden mensen elkaar niet. Velen begrepen niet precies wat er aan de hand was.”

Smalls en zijn ‘leger’ van meer dan honderd Amazon-medewerkers pakten het aan de oostkust anders aan. De afgelopen elf maanden knoopten ze met zo veel mogelijk Amazon-medewerkers gesprekken aan, bij de bushalte en voor ingangen, zodat iedereen hen minimaal een keer zou spreken.

“Wil je een muffin?” roept Madeline Wesley vanachter de tafel naar een collega die het pakhuis uitloopt. “Ik heb al getekend, love”, roept de vrouw terug. Ze trekt haar jas open, op haar T-shirt prijkt een plaatje van meerdere vuisten die uit een doos steken en de tekst: ‘Amazon Labor Union’.

Ontslagen

Werkgevers kunnen ver gaan om de oprichting van een vakbond tegen te houden. Dat wordt union busting genoemd, zegt universitair docent Michelle Kaminski. “Bedrijven sturen werknemers die erover beginnen zelfs de laan uit.” Dat mag officieel niet, maar ze kunnen ermee wegkomen door bijvoorbeeld een andere verklaring te geven voor het ontslag.

Dat merkte Chris Smalls ook. Twee jaar geleden werd hij ontslagen als afdelingsmanager bij Amazon nadat hij zijn teamgenoten had gewaarschuwd dat er een besmette collega rondliep in het gebouw. Maar hij moest zijn mond houden van hogerop, geen paniek zaaien, terwijl New York het epicentrum was van het coronavirus. Smalls organiseerde een protest, het bedrijf eiste dat hij in quarantaine ging. Toen hij toch zijn gezicht liet zien werd hij ontslagen omdat hij zich niet aan de quarantaineregels had gehouden.

Smalls had niet gedacht dat er zo weinig werd gegeven om de veiligheid van hem en zijn collega’s. Hij besloot in actie te komen. “Ik had een groot netwerk opgebouwd. Ik dacht: als mensen zien dat ik het belangrijk vind, zonder dat ik daar nog werk, dan moeten zij die er nog zitten het ook belangrijk vinden. Ze moeten weten dat ze macht hebben.”

Republikeinen voerden de afgelopen decennia in 28 staten de zogeheten ‘Right-to-work’-wetten in, waardoor mensen die niet lid zijn van een vakbond dezelfde rechten kregen als mensen die wel lid zijn. De vakbonden werden zo verder in de wurggreep genomen; ze verloren leden en inkomsten. Want waarom betalen voor iets wat je gratis krijgt?

Maar docent Michelle Kaminski ziet nu verandering. “De macht van werkgevers verschuift naar werknemers. De Amerikaanse economie is aan het opkrabbelen en bedrijven moeten meer moeite doen om hun personeel vast te houden.” Dat maakt de positie van werknemers sterker. Ze durven sneller de risico’s te nemen die verbonden zijn aan het oprichten van een vakbond.

Sinds het uitbreken van de coronapandemie maken werknemers van grote bedrijven als Amazon, Starbucks en Walmart zich meer zorgen over hun positie. Beeld Chantal Heijnen
Sinds het uitbreken van de coronapandemie maken werknemers van grote bedrijven als Amazon, Starbucks en Walmart zich meer zorgen over hun positie.Beeld Chantal Heijnen

Starbucks

Dat zie je niet alleen bij Amazon. In augustus werkte Michelle Eisen (38) tien jaar bij Starbucks, in Buffalo, New York. Ze was van plan te stoppen. “Starbucks wilde tijdens de pandemie de plek zijn waar mensen nog wel rustig een kop koffie konden drinken, waar alles nog een beetje zoals vroeger was. Maar ze hielden geen rekening met onze veiligheid. Ons werk werd een stuk zwaarder.”

Eisen en haar klagende collega’s kwamen met het plan een vakbond op te richten. De agressieve tegencampagne van het koffieconcern haalde niets uit. In december stemde een meerderheid van haar team vóór de oprichting van een vakbond. Nu wordt Eisen door collega’s uit het hele land platgebeld voor advies over het oprichten van een vakbond. “Ik zeg dat ze collega’s nooit onder druk moeten zetten, ze moeten vooral naar hun zorgen luisteren.” Nog twee andere Starbucks-filialen hebben nu een vakbond. In zo’n honderd filialen gaan er petities rond.

Wat Eisen opviel, is dat haar collega’s van 25 jaar en jonger, de zogenoemde generatie Z, happiger zijn om zich aan te sluiten bij een bond. Happiger dan de millennials, de generatie waar ze zelf toe behoort. “Generatie Z durft meer eisen te stellen”, zegt ze. “Starbucks kondigde tijdens de pandemie recordwinsten aan, waar wij niks van terugzagen. Die topmannen zijn de schaamte voorbij. Ik ben blij dat generatie Z doorheeft wat ze waard zijn.”

Ook vakbondsonderzoeker Michelle Kaminski ziet veel welwillendheid onder deze groep. “Jonge werknemers hebben geen hypotheek en kinderen. Die durven meer risico’s te nemen. Ze zijn vaak al zo met kwesties rond sociale rechtvaardigheid bezig, dat ze het idee van een vakbond niet vies vinden.”

Generatie Z

Julian Mitchell-Israel (22) is zo’n generatie-Z’er die zich graag met sociale kwesties bezighoudt. Hij sorteert dozen in een Amazon-magazijn in Staten Island. Dat doet hij op verzoek van Smalls, met wie Mitchell-Israel contact zocht. Smalls’ boodschap: we hebben je op de werkvloer nodig, daar kom je in contact met de mensen om wie het uiteindelijk draait.

Als hij niet aan het werk is, dan is Mitchell-Israel aan het actievoeren, met Smalls in Staten Island. “Veel personeel hier heeft helemaal niet door dat ze waarde toevoegen aan een product”, zegt hij. “Ze denken, ik heb een baan, maar denken niet: dankzij mij is de CEO rijk. Dat is wat we mensen proberen uit te leggen.”

Chris Smalls, Madeline Wesley en Julian Mitchell-Israel hebben inderdaad geschiedenis geschreven. “We willen Jeff Bezos graag bedanken voor het feit dat hij de ruimte in ging”, zegt Smalls. “Want terwijl hij daar was, hebben wij een vakbond georganiseerd.” En nu gaat hij even bijslapen. Dat heeft hij de afgelopen twee jaar amper kunnen doen.

Provakbondspresident

De Amerikaanse president Joe Biden wil de geschiedenis ingaan als de president die meer dan zijn voorgangers pro vakbond is. Hij waarschuwde vorig jaar bij de stemming bij Amazon in Alabama: “Er mag geen intimidatie, dwang, bedreiging en geen antivakbondspropaganda plaatsvinden.” Hij houdt het niet alleen bij woorden. Een van de eerste maatregelen na zijn aantreden was het doorvoeren van een machtswisseling bij de National Labour Relations Board, een overheidsagentschap dat toeziet op de naleving van het arbeidsrecht.

Deze maand liet het Witte Huis weten mogelijk voorrang te willen verlenen aan infrastructuurprojecten die worden uitgevoerd door bedrijven die hun personeel aanmoedigen zich te verenigen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234