Zondag 19/09/2021

AchtergrondFrankrijk

Hoe Bordeaux in het reine probeert te komen met zijn slavernijverleden

Schrijver en gids Karfa Diallo knielt voor het beeld van Modeste Testas, geboren als Al Pouessi.  Beeld Aurélie Geurts
Schrijver en gids Karfa Diallo knielt voor het beeld van Modeste Testas, geboren als Al Pouessi.Beeld Aurélie Geurts

Net als elders zoeken ook Franse steden naar de juiste omgang met hun slavernijverleden. In Bordeaux, de tweede Franse haven in de transatlantische slavenhandel, zijn de sporen van die geschiedenis overal zichtbaar, zo toont Karfa Diallo met zijn stadswandeling.

Twee uur lang heeft hij verteld en verteld, maar plotseling zakt Karfa Diallo in stilte op zijn knieën. Hij buigt voor de vrouw die uitkijkt over de rivier de Garonne. Modeste Testas (1765-1870) heet ze, al zouden we haar eigenlijk Al Pouessi moeten noemen. Dat is de naam die ze kreeg bij haar geboorte, veertien jaar voordat ze gevangen werd genomen, van Oost- naar West-Afrika werd gebracht, en tussen 1778 en 1781 werd verkocht aan twee broers uit Bordeaux. Handelaren Pierre en François Testas namen haar mee naar hun suikerplantage op Saint-Domingue, het latere Haïti.

Sinds twee jaar staat Modeste Testas hier, en dat is bijzonder. De vrouw van brons vertelt het verhaal van Bordeaux achter het verhaal van rijkdom, wijn en monumentale achttiende-eeuwse gevels die de stad tot werelderfgoed maakten. Ze is een eerbetoon aan de naar schatting 150.000 tot slaaf gemaakten die vanuit deze haven werden verhandeld. En een symbool van de langzaam veranderende omgang met het koloniale en slavernijverleden in de stad.

Land van afschaffing

Dit jaar viert Frankrijk het twintigjarige jubileum van de wet-Taubira, waarmee het als eerste land ter wereld slavernij veroordeelde als misdaad tegen de menselijkheid. De wet maakte een eind aan de lange stilte over de geschiedenis van de slavernij sinds die in 1848 definitief werd afgeschaft. Maar nog altijd blijft het een zeer gevoelig onderwerp.

Frankrijk zag zichzelf vooral als het land dat de slavernij had afgeschaft, in plaats van de nadruk te leggen op de belangrijke rol die het land speelde in de transatlantische slavenhandel. Voor een idee van de schaal: tussen grofweg 1500 en 1900 werden naar schatting 12 miljoen Afrikaanse slaven door westerse schepen gedeporteerd. Alleen al naar de Franse Antillen werden zo’n 1,6 miljoen slaven gedeporteerd. Frankrijk was, zo concludeerde een Franse parlementaire commissie in de aanloop naar de wet-Taubira, het derde slavenhandelsland ter wereld, na het Verenigd Koninkrijk en Portugal.

De sporen van dat verleden zijn overal in Bordeaux te vinden. De stad was de tweede haven van Frankrijk in de transatlantische slavenhandel, na Nantes. Met zijn organisatie Mémoires et Partages (vrij vertaald: gedeelde herinneringen) brengt schrijver Karfa Diallo die slavernijgeschiedenis tot leven.

“Welkom aan boord!”, begroet Diallo zijn ‘passagiers’ voor de tocht van vandaag, die begint bij het vijftiende-eeuwse Fort du Hâ in het centrum van de stad. De voormalige gevangenis had onder meer een dépôt des noirs, waar slaven werden vastgehouden in afwachting van deportatie. Die depots waren ook bedoeld om te voorkomen dat slavenhandelaren hun slaven langer dan toegestaan in de stad zelf hielden.

Ondanks de verzengende hitte is Diallo onberispelijk gekleed in gebatikte blouse en colbert, over de schouder een linnen tasje van Black History Month. “Vertegenwoordigers uit Amerika, Frankrijk, Nederland, België…”, inventariseert hij de groep belangstellenden. “We zijn met een indrukwekkend team van slavenhandelaren vandaag. We gaan mooie landschappen doorkruisen op onze reis langs de Afrikaanse kust.”

Karfa Diallo tijdens de rondleiding door Bordeaux. Beeld Aurélie Geurts
Karfa Diallo tijdens de rondleiding door Bordeaux.Beeld Aurélie Geurts

Bijbel

Het idee voor de historische stadswandelingen ontstond jaren geleden op de NDSM-werf in Amsterdam, waar Diallo in 2003 de expositie Slavernij Moment Nu bezocht. Daar voerde een tocht langs installaties, dansers en muzikanten die persoonlijke verhalen vertelden over tot slaaf gemaakten, over handelaren en over het werk op de plantages.

Voor Diallo, geboren in Senegal maar sinds 25 jaar woonachtig in Bordeaux, was het slavernijverleden een vanzelfsprekend onderwerp om zich in te verdiepen. “Mijn voorouders waren geen slaven, maar als voormalige kolonie dringt de vraag naar dat verleden zich in Senegal automatisch aan je op. Tegelijkertijd vocht mijn vader in het Franse leger tegen Algerije. Die dubbele geschiedenis maakte dat ik de verhalen wilde onderzoeken.”

De expositie in Amsterdam had hem zo geraakt dat hij ook in Bordeaux iets wilde opzetten. Maar over de slavernijgeschiedenis van de stad was lange tijd maar weinig bekend. Historici hielden zich er nauwelijks mee bezig, zegt Diallo. “Het was nota bene een historicus uit Nantes, Eric Saugera, die als een van de eersten de Bordelaise geschiedenis beschreef. Zijn boek Bordeaux port négrier (haven van slavenhandel) uit 1995 is voor mij als een bijbel.”

De wilden beschaven

Met die bijbel als gids voert Diallo zijn publiek van de gevangenis van Fort du Hâ naar het voormalig klooster Couvent de la Merci. Deze zondagmiddag drinken de Bordelais wijn in de koelte van het gebouw, maar vroeger werd hier onderhandeld over het vrijkopen van blanke slaven die op hun handelsreizen gevangen waren genomen.

“Slavenhandel was geen exclusieve Europese missie”, onderwijst Diallo zijn publiek. “De handel in slaven was al langer praktijk onder Arabieren en tussen Afrikanen onderling. Wat wel nieuw was aan de Europese slavenhandel is constructie van superioriteit tussen rassen.” Dat gebeurde wettelijk, zegt Diallo, via de Franse Code Noir, waarin de regels rond het houden van zwarte slaven werden vastgelegd. Het wetboek regelde de straffen voor opstandige slaven, bepaalde dat kinderen van slaafgemaakten van de eigenaar blijven, en dat slaven niet als partij kunnen optreden in rechtszaken. “Ook de wetenschap droeg aan dat superioriteitsdenken bij, met studies over de fysieke rassenverschillen”, zegt Diallo. “En via religie werd het verhaal verteld van de wilden die we zouden gaan beschaven.”

Even verderop, aan Place de la Bourse, ademen de façades de rijkdom die de transatlantische handel de stad bracht. Aan de rand staat het vroegere beursgebouw, dat nu de kamer van koophandel huisvest. Diallo wijst op de mascarons, de versieringen in de gevels met fantasiegezichten. Hier in Bordeaux hebben ze bolle wangen en dikke lippen, verwijzend naar de Afrikaanse slaven die vanaf dit punt in de stad werden verscheept.

De Place de la Bourse. Beeld Aurélie Geurts
De Place de la Bourse.Beeld Aurélie Geurts

De echte revolutie

“Vergeet de Franse Revolutie, vergeet de Amerikaanse Revolutie. De echte revolutie is de Haïtiaanse”, zegt Diallo met gevoel voor drama. De slavenopstand op Saint-Domingue in 1791 leidde tot de afschaffing van slavernij op het eiland, dat kort daarna zoals voor de kolonisatie weer Haïti zou gaan heten. Ondertussen heeft het publiek van de charismatische verteller Diallo zich langzaam verder uitgebreid. Voorbijgangers blijven stilstaan als hij een Haïtiaans gedicht citeert. “Uw verhaal raakte ons”, verklaart een man die zich met zijn vrouw net bij de groep heeft gevoegd. “Ik ben Oeigoer.”

Audrey, een lerares Frans in het gezelschap, legt uit dat ze worstelt met de beperkte kennis over de geschiedenis van de stad. “Ik heb kinderen in de klas voor wie dit deel uitmaakt van hun wortels. Er is zo weinig over hun verhaal te vinden. Dit is een begin, ik zou ze graag meenemen op deze tocht.”

In de Rue Arnaud-Miqueu. Beeld Aurélie Geurts
In de Rue Arnaud-Miqueu.Beeld Aurélie Geurts

Ook op het gemeentehuis in Bordeaux wordt de missie van Diallo gewaardeerd. “Zonder het werk van Karfa Diallo waren we nooit zover geweest”, zegt Stéphane Gomot, die namens de stad verantwoordelijk is voor het herdenkingsbeleid. De burgemeester van Bordeaux maakte de omgang met het slavernijverleden tot onderdeel van zijn verkiezingscampagne, en wil de herdenkingscultuur die de stad de afgelopen jaren heeft ontwikkeld verder uitbreiden. “Deze geschiedenis is weinig bekend, wordt weinig gedeeld en soms zelf nog ontkend”, zegt Gomot. “Dat werkt door in de sociale problemen van vandaag de dag. Als gemeente zijn we niet verantwoordelijk voor wat er is gebeurd, maar wel voor welke informatie onze inwoners hierover kunnen krijgen. Dat is een kwestie van goed bestuur.”

Deze herfst moeten onder meer nieuwe uitlegbordjes komen bij straten die zijn vernoemd naar slavenhandelaren. Een missie die ook Diallo steunt. Tijdens de stadswandeling wijst hij herhaaldelijk op straatnamen van dubieuze figuren uit de geschiedenis. “Die sporen van slavenhandel moet je niet uitwissen, maar gebruiken om te herdenken en te leren van het verleden. Als we deze geschiedenis onzichtbaar maken, zijn we het over twee generaties vergeten. En dan kunnen we er ook niet van leren.”

Terug bij het beeld van  Modeste Testas. Beeld Aurélie Geurts
Terug bij het beeld van Modeste Testas.Beeld Aurélie Geurts

Bevrijding

Het verhaal van Bordeaux’ slavernijgeschiedenis eindigt met bevrijding, zoals Diallo het zegt, bij het standbeeld van Modeste Testas. Ze komt uiteindelijk vrij, na de dood van haar eigenaar François Testas in 1795, van wie ze een deel van landgoed Testas op Haïti erft. Daar zal ze in 1870 sterven, 22 jaar nadat in Frankrijk de slavernij definitief wordt afgeschaft.

De keten ligt los naast haar bronzen standbeeld aan de kade van Bordeaux. Terwijl jonge Bordelais verkoeling zoeken onder de bomen in het gras, staat Karfa Diallo op uit zijn buiging voor Modeste Testas. “Dit lijkt misschien absurd”, zegt hij. “Maar sinds een jaar doe ik dit iedere keer als ik haar zie. Om recht te doen aan een heel belangrijk monument.”

Rue Arnaud-Miqueu: piraten en hun jacht naar losgeld

Het straatnaambordje buiten het voormalige klooster Couvent de la Merci verhaalt over de schippers van Bordeaux die zich tussen de zeventiende en achttiende eeuw op zee waagden om handel te drijven. Onderweg lagen piraten op de loer die zeelieden en passagiers gevangennamen. De gelovigen van Notre-Dame-de-la-Merci kochten de gevangenen weer vrij en namen ze mee terug naar Bordeaux. Gids Diallo gebruikt het verhaal om te laten zien dat slavenhandel geen exclusieve Europese missie was. Maar, voegt hij eraan toe, het idee van superioriteit tussen rassen was dat wel. “De Bordelais kochten alleen de blanke en christelijke slaven vrij.”

Rue Saige: fortuin verdiend met slavenhandel

François-Armand de Saige was burgemeester van Bordeaux tussen 1790 en 1793 en dankte zijn fortuin aan de erfenis van slavenhandel, waarmee zijn familie van handelaren en reders veel geld verdiende. Zelf zou hij voorvechter van gelijke rechten zijn geweest voor mensen van kleur op de Antillen. Diallo is kritisch over dat mogelijke activisme – naar de échte activisten van destijds zijn nog geen straten vernoemd. Maar, zegt hij: “Sporen van slavenhandel moet je niet uitwissen, maar gebruiken om te herdenken.”

Grand Théâtre: een verhaal van de liefde

In het theater is een fresco te zien van een vrouw met de rijkdommen van Bordeaux: overzeese handel, wijn en slaven. Diallo grijpt de plaats aan om een ander verhaal te vertellen. “Het verhaal over slavernij is er ook een van liefde, zij het een wrede liefde. Door te trouwen met hun meester kregen kinderen van slaven meer kansen. Hoe lichter de huid, hoe hoger je status. Vermenging als vorm van verzet. En culturele vermenging heeft kunststromingen als jazz, reggae en gospel groot gemaakt. Een wrange liefde.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234