Donderdag 13/05/2021

'Hoe boot moeten we gaan om boot te zijn?'

interview

regisseur frank van passel over zijn elsschot-verfilming 'villa des roses'

Frank Van Passel omschrijft zijn fascinatie voor de Elsschot-roman Villa des Roses als een optelsom van allerlei elementen: 'Er zijn die typisch Elsschotiaanse kleine mensen, die op elkaars ziel trappen, elkaar in de weg lopen en over hun eigen benen struikelen. Dan is er die periode voor de oorlog, die mij boeit wegens de fantasie, de magie en het ietwat naïeve, optimistische gevoel van dat moment. En ten slotte is er dat liefdesverhaal.'

Brussel / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

In de film Villa des Roses wordt verteld hoe in het gelijknamige Parijse pension, dat duidelijk betere tijden heeft gekend, de komst van de nieuwe meid Louise voor een welkome afwisseling en dus voor de nodige veranderingen zorgt. Zowat alle mannelijke pensiongasten, een internationaal allegaartje van would-be bourgeois, halve kunstenaars en uitgebluste avonturiers, proberen haar te verleiden. Maar alleen de toenaderingspogingen van de jonge Duitser Richard Grünewald lijken indruk te maken...

De film is gebaseerd op de gelijknamige en deels autobiografische debuutroman die Willem Elsschot in 1910 schreef, maar die pas in 1913 gepubliceerd werd. Bij de filmadaptatie hebben regisseur Frank Van Passel en scenarist Christophe Dirickx het verhaal ook naar die datum verschoven. De nog jonge en dus optimistische, want hoopvolle eeuw heeft op dat moment al een dramatische opdoffer gekregen in de vorm van de Titanic-catastrofe en tegelijk, maar dat weten de protagonisten nog niet, staat de Eerste Wereldoorlog voor de deur. "Het leven is een schipbreuk", zal Louise op een bepaald moment moeten concluderen. Op dat moment roept het vuurwerk boven de lichtstad Parijs inderdaad herinneringen op aan de noodpijlen boven de zinkende Titanic.

De film was klaar om in oktober jongstleden te worden vertoond op het Filmfestival van Vlaanderen-Gent, maar omdat er toen al verschillende Vlaamse films (zoals Olivetti 82, Falling en De Verlossing) stonden te dringen, werd Villa des Roses ingehouden. "De film was volledig af, maar de productie vond toen dat het beter was niet in het najaar uit te komen. Ik heb daar zelf weinig inspraak in, maar ik ben niet ontevreden dat Villa des Roses nu uitkomt, want het is volgens mij inderdaad een goede periode."

Toch moet Villa des Roses, die vanaf vandaag in de Belgische bioscopen draait, het zonder feestelijke 'wereldpremière' stellen.

"Neen, er is geen grote première, wat spijtig is, maar ik laat er mij niet door deprimeren. Zondag komt er in Brugge een feest voor de hele ploeg. Er is beslist om alle geld in de promotie van Villa des Roses te steken en er is nog maar weinig geld over. Alle geld is naar de film gegaan. In een ideale wereld heb je natuurlijk nog veel over voor een marketingcampagne. Er zijn anderzijds al veel avant-premières geweest en daar zijn de lokale televisiestations wel op afgekomen. Omdat het een internationale coproductie was, zal de echte première van Villa des Roses begin maart in Nederland plaatsvinden."

Bij elke boekverflming hoort uiteraard de onvermijdelijke vraag naar de verschillen.

"In het boek is Richard Grünewald zonder meer een smeerlap. Hij maakt Louise zwanger en trekt er zich niets van aan. Wat wij in wezen gedaan hebben, is Louise sterker maken. Ze is niet alleen het slachtoffer, waardoor het personage van Grünewald een klein beetje veranderd is. Op een bepaald moment stuurt Louise hem letterlijk weg; dat staat diametraal tegenover het boek. Daar vraagt Louise hem zelfs nog een beetje te blijven, maar hij zegt dat hij geen tijd heeft en stapt boos naar buiten. We hebben Louise dus een beetje bewuster gemaakt van haar situatie. In het boek komt zij weliswaar naïef over, maar op het moment dat Louise weet dat ze zwanger is, vindt ze het toch leuk dat ze nog eventjes goed kan blijven doorvrijen omdat het toch geen kwaad meer kan. Ik vond dat heel straf zoals Elsschot dat in zijn boek beschreven heeft, maar in de film hebben we dat niet echt kunnen gebruiken. Voor Grünewald hebben we, als hij de villa verlaat, het probleem ook iets groter gemaakt. In het boek is hij plots weg. In de film is er nog een praatscène met Ella, de andere dienstmeid, bijgekomen, waarin hij zijn motivaties tentoonspreidt, ook al is een deel van die redenen sociaal opgedrongen en dus flauwekul. Een van de problemen van Grünewald is dat hij een koele kikker is. Hij zit totaal in de knoop met zichzelf. Eigenlijk zou hij heel graag voor Louise kiezen en voor heel dat passionele van die relatie. Dat meent hij absoluut. Aan de reacties van mensen die Villa des Roses al gezien hebben, merk ik dat de film, zeker wat de eindscène betreft, op twee sporen zit: het is voor of tegen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet weet of dat ik wel zo erg vind. Ik zou natuurlijk liever hebben dat iedereen voor is, maar iedereen had ook tegen kunnen zijn (lacht)."

Het verschil tussen de Richard Grünewald uit het boek en die van de film is inderdaad opvallend. Bij Elsschot eindigt het liefdesverhaal veel brutaler.

"Ja, dat was echt 'verliefd, verloofd, verlaten'. Maar volgens mij zijn er sindsdien twee elementen bijgekomen. Er is het feit dat Willem Elsschot jaren later nog op zoek is gegaan naar zijn 'Louise'. Zonder resultaat. Dat is meer dan zomaar een voetnoot. Dat bewijst dat Elsschot - als dit boek inderdaad autobiografisch is; hij heeft dat weliswaar gezegd, maar met zulke gasten weet je natuurlijk nooit, die maken u wijs wat ze willen (lacht) - toch over een geweten beschikte. Nog belangrijker is dat hij over die liefdesaffaire een boek heeft geschreven. Eigenlijk moet je over een onwaarschijnlijk rechtvaardigheidsgevoel beschikken en eerlijk zijn als je zoiets doet. In het boek behandelt hij zichzelf als de goorste smeerlap die men zich kan voorstellen. Wel, dat geeft hem voor mij een heel groot geweten. Hij beschrijft het als 'verliefd, verloofd, verlaten', maar het is veel meer dan dat. Het is alsof hij afrekent met zichzelf. Maar het is niet omdat Elsschot dat doet, dat wij dat óók moeten doen. Voor ons komt er dus die laag bij: die afrekening met zichzelf maakt hem eigenlijk 'ne schone mens'. Ook een eerlijke man, want voor zijn vrouw was dat toch een soort bekentenis. Dus vond ik dat wij dat element in de verfilming moesten opnemen, op onze manier. En daarom was het belangrijk enkele kleine details toe te voegen aan het personage van Richard Grünewald. Die maken dat hij als mens iets minder ongevoelig overkomt en Louise iets minder als slachtoffer."

De roman van Willem Elsschot situeert zich in het prille begin van de 20ste eeuw, maar in de film werd de datum dus opgeschoven naar 1913. "Ik vond het belangrijk om dichter bij de Eerste Wereldoorlog terecht te komen", legt Van Passel uit. "Vanwege de bijgelovige aspecten in het verhaal is dertien ook een mooi getal. Het is een cruciaal jaar, het laatste jaar van de belle époque."

En in de roman kón er nog geen sprake zijn van de Titanic-ramp.

"Neen, dat is pas in 1912 gebeurd. We hadden natuurlijk wel een andere ramp kunnen vinden. Rampen genoeg in die periode! Toen de film Titanic indertijd uitkwam, had ik iets van: 'Moeten we dat nu niet uit het scenario halen?'. Maar ik dacht: 'Tegen het moment dat Villa des Roses in de zalen draait, zal heel die heisa omtrent die film weggeëbd zijn'. En dat is ook zo. Op die manier kunnen we die ramp puur als symbool gebruiken."

In de film wordt Parijs op bepaalde momenten op een gestileerde manier, onder meer via postkaarten, in beeld gebracht. En terwijl Frank Van Passel daar nog volop mee bezig was, verscheen Moulin Rouge in de bioscopen!

"Ja, dat was inderdaad kut met peren", lacht de regisseur. "Ik heb daarom ook heel lang gewacht om naar Moulin Rouge te gaan kijken, omdat ik wel vermoedde hoe laat het was. Maar we hebben heel extreem voor een andere aanpak gekozen. In plaats van het publiek te overdonderen met driedimensionale maquettes hebben we echt gekozen voor de simpelste vorm, namelijk tweedimensionale postkaarten, waarin we de luchten doen bewegen. Zo moest het wel duidelijk zijn dat we zelfs niet probeerden om Moulin Rouge te imiteren. Niet alleen hadden we daarvoor de middelen niet, maar onze aanpak sluit volgens mij heel nauw aan bij de stijl en de fantasie van Georges Méliès, die we hier en daar in de film wilden steken.

Wat de visuele vormgeving betreft, doet Villa des Roses soms denken aan een kruising van Delicatessen en sommige films van Terry Gilliam. Vindt Van Passel dat vervelende vergelijkingen?

"Nee, in die twee vergelijkingen zit een soort magie die ik altijd heel graag zou terugvinden in mijn films. Een magie die je krijgt door volledig van de realiteit af te stappen, door tegelijk wel een soort emotionele geloofwaardigheid na te streven en door de arena waarin het verhaal zich afspeelt een eigen leven te geven. Het leuke aan die dingen is dat je daar geen geld voor nodig hebt, alleen een paar ideeën. Het gevaar is wel dat je een grote afstand creëert, zoals ik bij voorbeeld bij Delicatessen heb ervaren. Ik hoop dat te vermijden, maar ik weet dat dat niet altijd lukt. In Villa des Roses wilden we dat huis graag een beetje tonen als een boot die langzaam maar zeker wegzakt. Vanuit dat inhoudelijk idee zoek je dan verder: hoe boot moeten we gaan om boot te zijn? Dan kom je uit bij dat idee van een soort periscoop. Op die manier kom je al snel bij een systeem van spiegels terecht en voor je het weet, zit je in de muren van dat huis en kom je in een soort wereld terecht waarin het huis een personage wordt en een beetje begint te doen wat je wilt, namelijk tot leven komen."

Maar in dit geval is het ook een huis dat aan het sterven is.

"Ja, er zit een enorm gevoel van vergankelijkheid in het boek van Elsschot en dat was een laag die ik absoluut wou behouden Er zit een heleboel dood in de roman en wat Elsschot toen niet kon weten, is dat Europa enkele jaren later op een dramatische manier met de dood geconfronteerd zou worden. Om dat gevoel te versterken, vond ik ook dat we het filmverhaal een beetje in de tijd moesten verschuiven. Als je daarmee kunt en mag spelen, is film een speeltuin."

Momenteel is Frank Van Passel samen met zijn vaste scenarist Christophe Dirickx bezig met de adaptatie van twee boeken van de Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa, namelijk Elegio de la Madrastra (In Praise of the Stepmother) uit '88 en Los Cuadernos de Don Rigoberto (The Notebooks of Don Rigoberto) uit '97. Zal het deze keer ook zolang duren voor Van Passel nog eens in de 'speeltuin' van de film zijn gang mag gaan?

"Ik denk het wel, maar je zult mij daar nooit over horen zagen. Ik denk dat elk project zijn lengte nodig heeft. En tussen Manneken Pis en Villa des Roses zat toch ook de televisieserie Terug naar Oosterdonk. Dat was 360 minuten, dus eigenlijk vier langspeelfilms. Dat wil zeggen dat ik in zes jaar tijd zes langspeelfilms heb gedraaid (lacht). Het heeft inderdaad lang geduurd tussen mijn beide films en het zou wel een beetje sneller mogen. Tegelijkertijd is er onze manier van werken: Christophe en ik blijven schrijven zolang het nodige geld er niet is. Er is natuurlijk het gevaar dat je een project zou 'doodschrijven', maar daar leren we ook over bij. Een project mag niet over datum geraken; het moet fris blijven. Inderdaad, een paar jaar minder zou ook wel mogen."

'In 'Villa des Roses' wilden we dat huis graag een beetje tonen als een boot die langzaam maar zeker wegzakt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234