Vrijdag 03/12/2021

Hoe bloedig is de Irak-erfenis van Tony Blair?

Vandaag wordt het langverwachte rapport over de Britse deelname aan de Irak-oorlog openbaar gemaakt. Wat volgt: een verdict over de carrières van Tony Blair en Jeremy Corbyn. Maar gerechtigheid?

Op 15 juni 2009 stelde toenmalig Brits premier Gordon Brown (Labour) een onderzoek in naar de omstandigheden die hadden geleid tot het verloop en de gevolgen van de zesjarige Britse deelname aan de Amerikaanse invasie van Irak in 2003. "Nu de laatste Britse gevechtstroepen terugkeren uit Irak kondig ik een onafhankelijk onderzoek over onze deelname aan deze oorlog aan. Het onderzoek bestrijkt de periode vanaf de zomer van 2001 - voor de militaire operaties begonnen - tot het einde van juli dit jaar. De omvang is nooit gezien. De rapporteur krijgt toegang tot alle regeringsdocumenten en mag iedereen als getuige oproepen."

Brown besefte toen nog niet welke doos van Pandora hij opende. Vandaag, zeven jaar en enkele regeringen later, presenteert topambtenaar Sir John Chilcot (77) na 11,7 miljoen euro aan investeringen in getuigenverhoren en tekstexegese, een 2,6 miljoen woorden tellend rapport dat oude oorlogswonden zal openrijten.

Om te beseffen wat de Irak-oorlog aan menselijk leed heeft aangericht, doet men er goed aan om de macabere statistieken te raadplegen van de website iraqbodycount.org (IBC). Opgericht bij het begin van de oorlog verzamelen deze vrijwilligers uit de VS en het VK sinds het eerste schot van de invasie het aantal gewelddadige doden, op basis van officiële statistieken van overheden, hospitalen, mortuaria en mediaberichten. In tegenstelling tot het Chilcot-rapport van vandaag tellen zij vandaag nog altijd, omdat de oorlog na de terugtrekking van Britse en Amerikaanse strijdkrachten nooit is geëindigd.

De bloedige terreuraanslag in Bagdad van het voorbije weekend inbegrepen, vielen er volgens IBC in de voorbije dertien jaar al 250.000 doden. Een meerderheid, tussen de 160.000 en 179.000 mensen, waren burgerslachtoffers. Voor hun nabestaanden is het Chilcot-rapport vandaag even belangrijk als voor de familieleden van de 179 Britse soldaten die omkwamen tijdens de bezetting.

Toch zal de aandacht vandaag niet gaan naar de mensen die hun geliefden hebben begraven en een opgevouwen Britse, Amerikaanse of Iraakse vlag in de hand kregen gedrukt. Alle ogen zullen zijn gericht op oud-premier Tony Blair, die in maart 2003 de controversiële beslissing nam om samen met toenmalig VS-president George W. Bush de toenmalige Iraakse dictator Saddam Hoessein uit het zadel te lichten door zijn land binnen te vallen met grondtroepen, na een onophoudelijke reeks shock-and-awe-bombardementen.

Blair en zijn regering voeren blind op het September Dossier - een inlichtingenrapport uit de gelijknamige maand in 2002 waarin anonieme spionnen beweerden dat Irak "betekenisvolle hoeveelheden uranium (voor kernwapens) kocht in Afrika". Blair zelf claimde in zijn voorwoord dat "het document aantoont dat Saddams militaire planning voorziet dat sommige van zijn massavernietigingswapens inzetbaar moeten zijn binnen de drie kwartier nadat het bevel komt om ze te gebruiken."

Behalve enkele verroeste voorraden chemische obussen zouden er tijdens de bezetting in Saddams bunkers nooit kernwapens of biologische wapens worden aangetroffen. De hamvraag vandaag is: wist Blair dat de inlichtingen foutief waren?

Blair in beklaagdenbank?

Voor oud-premier Blair staat erg veel op het spel. Vandaag mag Blair dan wel grotendeels afwezig zijn van het politieke schouwtoneel, de sociaal-democraat is nog steeds een graaggeziene gast in het internationale lezingencircuit. Hij verdient jaarlijks tienduizenden euro's met het verkondigen van zijn visie op de wereldpolitiek. Ook zit hij eigen stichtingen voor, zoals de Tony Blair Faith Foundation, die verzoening tussen religies nastreeft. Als Blair nu zou worden geboekstaafd als een leider die, doelbewust of uit onkunde, het parlement voorloog, dan kan dat zijn reputatie een mogelijk fatale klap toebrengen.

Radicaal-linkse Labour-leden, maar ook de Scottish National Party (SNP) zou volgens Britse media in dat geval zelfs overwegen om op basis van een oude wet (die voor het laatst is toegepast in 1806) tegen de oud-premier een vervolgingsprocedure (impeachment) beginnen. Dat kan er in theorie toe leiden dat hij nooit meer een verkozen politiek mandaat zou mogen bekleden of een aanklacht riskeert voor meineed.

Al is hun kans op succes klein. Bovendien hebben deze manoeuvres nog weinig te maken met gerechtigheid voor de Iraakse slachtoffers, maar alles met de brutale machtsstrijd binnen Labour tussen de radicaal-linkse, protectionistische koers van huidig voorzitter Jeremy Corbyn en de globalistische pragmatici onder leiding van buitenlandexpert Hilary Benn, die samen met drievierde van het schaduwkabinet ontslag nam sinds het brexitfiasco.

De positie van Corbyn is al sinds vorige week onhoudbaar, maar in de wandelgangen van het Lagerhuis gaat het hardnekkige gerucht - zelfs verspreid door de openbare omroep BBC - dat hij zich vastklampt aan zijn stoel omdat hij er op staat om vanop de bank van de oppositieleider zijn illustere voorganger te veroordelen. Corbyns aanhangers speculeren dan weer dat de 'coup' tegen de partijleider werd georganiseerd om precies Blairs defenestratie te beletten.

Onder de Labour-parlementsleden die Corbyn in de voorbije week de wacht aanzegden, zitten namelijk nogal wat parlementsleden die op 18 maart 2003 voor de Irak-invasie stemden, omdat ze een 'Blairite' waren of omdat ze toen in het September-rapport geloofden. Als ideologisch pacifist leidde Corbyn in dat jaar het kwart van de fractie dat destijds rebelleerde door tegen de invasie te stemmen.

Voor Labour kunnen op het Chilcot-rapport dan ook twee scenario's volgen: er kan een loutering volgen die de fouten uit 2003 erkent maar ook achter zich laat, of er volgt een zelfkastijding die de partij mogelijk onherstelbaar zal scheuren. Daarom zal de Britse pers vandaag minstens evenveel aandacht hebben voor Corbyn als voor de verguisde Blair.

Lessen voor vandaag

Voor de regerende Conservatieven lijkt de erfenisstrijd binnen Labour een welgekomen bliksemafleider na de brexitkater, ware het niet dat er natuurlijk ook voor de tory's veel op het spel staat. Zij steunden de Irak-invasie destijds op twee stemmen na unaniem vanop de oppositiebanken. Een kritisch Chilcot-rapport over de Irak-oorlog kan ook een generatie inlichtingenfiguren, defensie- en buitenlanddiplomaten met een tory-stempel brandmerken, onder wie generaal Nicholas Houghton, toen hoofd militaire operaties en vandaag als stafchef van Defensie een vertrouweling van Cameron.

Het onderzoek zal volgens de verwachtingen ook historische lessen trekken die kunnen helpen om de huidige anarchie in Irak te bedwingen. Hoewel Chilcot maar de Britse beleidsperiode tot 2009 onderzocht, wordt verwacht dat hij en zijn team wel de redenen analyseerden waarom de bezetting zo snel uitmondde in een burgeroorlog, die uiteindelijk mee het monster baarde dat IS heet.

Zo behoren tot de Iraakse tak van de terreurbeweging nog altijd jihadistische Iraakse soennieten en ex-officieren van Saddams leger die na de Amerikaans-Britse bezetting van de ene op de andere dag met lege handen naar huis werden gestuurd en als landverraders gebrandmerkt. Een echt plan voor regimeverandering hadden Bush en Blair toen niet. Ze grepen ook niet, of te laat, in toen het interimbestuur voluit de sjiitische kaart trok en wraakexpedities tegen soennieten begon, wat de etnische polarisering en het geweld alleen maar vergrootte. Het erkennen van deze kapitale fouten door het rapport zou een kleine, maar betekenisvolle stap kunnen worden in het broodnodige verzoeningsproces tussen de Iraakse bevolkingsgroepen.

Maar critici voeren vandaag aan dat Chilcot ondanks zijn ontzagwekkende productie vandaag te laat zal komen met zijn bevindingen. Lib-Dem-boegbeeld Menzies Campbell noemde de verhoren van Chilcot die hij bijwoonde soms 'amateuristisch'. Door het gebrek aan kruisverhoren, een beproefde techniek van advocaten zoals hijzelf, zou veel kostbare tijd verloren zijn gegaan.

"Nooit, nooit meer, mag er nog een onderzoek volgen dat niet tijdsgebonden is", bezwoer ook Blair-biograaf en politiek analist Anthony Seldon in The Guardian. "Herinneringen vervagen. Veel wordt niet opgeschreven. Dat Chilcot niet eerder rapporteerde heeft de kwaliteit van de huidige beleidsbeslissingen geen goed gedaan en kwam IS alleen maar ten goede."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234