Dinsdag 20/10/2020

'Hoe beter ik haar kende,

John Bayley over zijn leven met Iris Murdoch

hoe minder ik haar begreep'

John Bayley is aardig op weg om na Harold Nicolson en Leonard Woolf de volgende beroemde echtgenoot van een Britse schrijfster te worden, op een ietwat frustrerende manier bekender om wat ze over hun vrouwen na hun dood schreven dan om hun eerdere eigenlijke werk. Bayley (75), emeritus hoogleraar Engelse literatuur aan de universiteit van Oxford, was meer dan veertig jaar getrouwd met Iris Murdoch, filosofe en auteur van zevenentwintig romans. Op 8 februari 1999 stierf ze in een rusthuis waar hij haar drie weken eerder naartoe gebracht had. Vijf jaar lang had hij haar mondjesmaat voedsel ingelepeld, haar uit wandelen genomen, frazelende gesprekken met haar gevoerd. Iris, A Memoir (1998), dat hij nog tijdens haar leven schreef, werd een wereldwijde seller. Het vervolg, Iris and her Friends (1999), tot op zekere hoogte een autobiografie, gaat dezelfde weg op. Innemende relazen van een niet alledaags huwelijk, geschreven met flegma, vrijmoedigheid en melancholische emotionaliteit. John Bayley: 'Ik zou het helemaal opnieuw doen, zeker de laatste vijf jaar.'

door Jos Borré

John Bayley

Uit het Engels vertaald door Hein Groen, De Bezige Bij, Amsterdam, 286 p., 850 frank.

John Bayley: "Naar buiten toe was ze bijzonder intellectueel, ernstig en formeel. Maar als we samen waren, kon ze heel ongedwongen en vrolijk zijn. Het huishouden was het minste van onze zorgen, naar rommel of wanorde zagen we niet om. De paar keren dat we verhuisd zijn raakte het nieuwe huis spoedig in dezelfde hopeloze staat als het oude omdat Iris erop stond al de rommel die ze voortdurend verzamelde mee te nemen, dingen die ze gevonden had, waardeloze dingen waar ze aan hield. Dat was het succes van onze relatie: om uiterlijkheden gaven we helemaal niet.

"Ze was heel bescheiden, ze gaf helemaal niet om wat er over haar boeken geschreven werd. Ze wilde het gewoon niet weten. Ik las het natuurlijk wel, maar we praatten daar nooit over. Ze schreef aan een tafel in haar kamer die vol lag met boeken en stapels papier. Geen tikmachine. Ze schreef alles met de hand en bracht het enige manuscript telkens zelf naar de uitgeverij in Londen omdat ze geen vertrouwen had in de post. Gelukkig had ze een mooi handschrift. Haar redactrice bij Chatto & Windus, Nora Smallwood, ving dat prachtig op. Ze zag dat Iris volkomen onwerelds was en niet om geld gaf en nam alles van haar over. Zo kwam er ook wat meer geld bij Chatto terecht dan bij Iris (lacht). Toen Nora haar opvolgster bezwoer goed voor Iris te zorgen, nam die dat zo ter harte dat er plotseling veel meer op de bank stond. Iris gaf er toen een deel van weg aan liefdadige instellingen.

"Hoe beter ik haar leerde kennen, hoe minder ik haar begreep. Ja, zelfs als je elkaar heel goed kent, blijf je geïntrigeerd door de ander. Ik heb mij nooit kunnen voorstellen wat er in haar omging. Dat wou ik ook niet. Onze relatie was zo omvattend dat ze geen volledig wederzijds begrip van doen had. We blijven allemaal mysterieus voor de ander, wellicht. Je kunt dat de apartness in onze relatie noemen, die we beiden erg waardeerden. Ze zei geregeld tegen me dat we zo met elkaar verbonden waren dat we niet altijd in elkaars buurt hoefden te zijn. Ze was gefascineerd door mensen, maar met niemand intiem - hoewel wij natuurlijk intiem waren. Wel had ze een hele reeks vrienden die ze trouw was en al haar aandacht schonk.

"Mijn wrevel jegens Elias Canetti, ik denk dat dat pure animale jaloezie was. Toen ik haar leerde kennen, was ze heel erg door hem gefascineerd. Ik had de indruk dat hij een demonische invloed op haar had. Hij was heel belangrijk voor haar, een bron van inspiratie, ze kon eigenlijk niet goed zonder hem. Heel haar beginnend werk draait om het thema dat haar toen fascineerde: macht die iemand op iemand anders uitoefent. De notie daarvan is tot in haar laatste boeken blijven voorkomen. In het tweede boek heb ik de nare droom verwerkt die ik over hem had. Ik rijd met Iris naar huis - ze is dan al erg ziek - en plotseling zie ik een landhuis en ik rij de oprijlaan op. Canetti woont daar en hij neemt haar weer van mij af. Een nachtmerrie, meer was het niet.

"Toen ze zich eenmaal van zijn invloed bevrijd had, konden we beter met elkaar opschieten. Wel ontstemde hij me erg toen hij op een bepaald ogenblik letterlijk zei: 'Ik draag Iris over aan jou.' Zo dominerend. Zijn persoonlijkheid stoorde mijn relatie met Iris. Maar hij bedoelde het niet zo slecht, hij had zowel een weldadige als een negatieve kant, hij was zowel een goede als een kwade geest, dat zei iedereen. Onze vriend Peter Conradi schrijft de biografie van Iris - hij zal nu al wel meer dan halfweg zijn. Hij is een prachtige man en ze vertrouwde hem volkomen. Hij heeft een heleboel over de invloed van Canetti gevonden en zal daar interessante dingen over te vertellen hebben.

"Mijn tweede boek over Iris is tot op zekere hoogte ook een autobiografie. Alles komt voort uit een proustiaans herinneringsmoment: als ik op een vroege ochtend zoals steeds een kop thee ga halen en terug naar bed trek, blijf ik met mijn volkomen versleten vest haperen aan een Windsor keukenstoel die we in 1957 bij een bric-à-bracwinkel kochten. Een week lang bewerkte ze hem om de houtworm eruit te halen. Terwijl ze kalm en rustig naast me lag te slapen, bedacht ik dat zij me deze visitatie bezorgd had: door het voorval drongen zich heel oude herinneringen aan me op. De stoel is ondertussen gestolen. Het waren gentlemen-inbrekers, ze stalen alleen wat meubels en wat spullen. Iris zou in alle staten zijn geweest toen ze nog goed was, omdat ze zo hield aan haar spullen. Maar ik geef er geen zier om. Geen zier.

'Hoe meer haar geheugen verdween, hoe meer ik geneigd was herinneringen op te halen. Het is moeilijk te beschrijven, maar toen ze ziek was had ik de indruk dat ik door in mijn herinneringen af te dwalen in contact met haar bleef. Terwijl ik voor haar zorgde en tussendoor over haar schreef, kreeg ik het vreemde gevoel dat ze mijn muze was. Ze inspireerde me doordat ze zelf niet meer kon schrijven. Dat hielp en troostte me. En nu lijkt het of ik niet kan stoppen met over haar te schrijven. Ik ben nu bijna aan het einde van een derde boek, over hoe het voelt een weduwnaar te zijn.

"We hadden een bijna kinderlijke manier om met elkaar om te gaan. We hebben zelf geen kinderen gehad - eigenlijk waren we elkaars kind. We hadden zelfs een soort eigen taal, zoals wel meer mensen die heel lang met elkaar optrekken. Heel grappig. En toen ze al een eind heen was en geen samenhangende zinnen meer kon vormen, bracht ze die hele rare geluiden voort die welhaast op een aparte taal leken. De dokters met wie ik daarover sprak gingen er niet op in. In het boek zeg ik dat ik getrouwd was met de meest intellectuele vrouw van Engeland, maar dat we nooit een serieuze conversatie hadden. Bij manier van spreken natuurlijk. We dachten nooit zo over onze gesprekken. Ze hield er natuurlijk van over filosofie te discussiëren met andere filosofen. Op mijn amateuristische manier durfde ik wel eens te zeggen dat ik niet in vrije wil geloofde of zo, en dan antwoordde ze heel serieus dat daar wel iets voor te zeggen was.

"Het idee om over haar te schrijven kwam van een jonge Amerikaanse uitgever die ons was komen opzoeken. Hij was erg onder de indruk toen bleek dat hij nauwelijks met haar kon communiceren. En hij stelde me voor over Iris te schrijven. Ik vond dat een goed idee, omdat ik zou kunnen tonen hoe bijzonder ze geweest was. Ik ben onmiddellijk beginnen schrijven. Het is zo'n onderneming waar je, als je eenmaal begonnen bent, niet mee kunt stoppen. Ik schreef twee uur per dag, 's ochtends van zes tot acht naast haar in bed, met de tikmachine op de schoot. Ik voelde me dan erg dicht bij haar en ook erg geïnspireerd door haar. En ook voelde ik op een gekke manier hoe ze apprecieerde wat ik deed. Ze wist dat ik over haar schreef en toen het boek uit was en ze haar foto op de omslag zag en wist dat ik het geschreven had, was ze ontroerend blij en ook erg trots. En dat was dan de grote schrijfster die zevenentwintig prachtige romans had geschreven."

"Aanvankelijk was ik niet verontrust toen ze tijdens in dat gesprek met lezers aan de Negev-universiteit van Jeruzalem niet uit haar woorden kwam. Ze sprak toch al niet vloeiend omdat ze voor ze ziek was ook al zorgvuldig haar woorden koos en wikte. Ik merkte niets op omdat als je zo dicht bij iemand leeft, je de laatste bent om zulke zaken op te merken. Terug thuis liet ze zich onderzoeken - beginnend bij de huisdokter die haar vroeg wie de eerste minister was en welke dag van de week het was. Dat het om een vorm van alzheimer ging, kwam niet als een verdict. Ik geloof niet dat ze er heel erg over inzat. Ze legde er zich bij neer. Ook dat ze niet meer kon schrijven bezwaarde haar niet erg. Het is natuurlijk een symptoom van de ziekte dat de patiënt zich niet helemaal of niet altijd bewust is van zijn situatie. Dat doet zich al voor in de eerste fasen.

"Ikzelf zag elke keer met enige ontzetting dat ze een nieuwe fase inzette. Ze had altijd rustig geslapen en toen werd ze bijvoorbeeld 's nachts erg rusteloos en zwierf ze rond in huis, stapelde eindeloos dingen op elkaar, sleepte een bundeltje kleren achter zich aan of wilde de deur uit. Ik moest ervoor zorgen dat ze niet naar buiten kon. Heel lang wilde ze graag overal naartoe gaan en mensen ontmoeten. Maar na de begrafenis van een kennis een heel eind van Oxford wilde ze per se weg en op de terugweg - het was al donker - stapte ze onverhoeds uit de rijdende auto. Haar gedrag werd erg onvoorspelbaar. Uiteindelijk gaat het brein zo slecht functioneren dat het geen opdrachten meer geeft om te eten of te drinken of naar het toilet te gaan. De laatste week voor haar dood wilde ze niets meer eten of drinken. En ik wilde haar niet aan een infuus laten leggen.

"Toen ik haar naar het home moest laten brengen, was ik helemaal van streek. Ik dacht dat ze het ellendig zou vinden, zelfs al had ik me voorgenomen heel de tijd bij haar te zijn. Maar ze werd er hartelijk ontvangen en tot mijn verbazing was ze er erg gelukkig. Ik denk niet dat ze me er ooit gemist heeft of nog aan me gedacht heeft tot net voor ze stierf. Ik mis haar eigenlijk niet, omdat ik weet dat ze tot rust gekomen is. Mijn leven is niet wezenlijk veranderd. Wat wij samen hadden was gewoon uniek en dat is nu afgesloten en niet over te doen.

"Ik ben nu heel gelukkig met Audi Villers, die wij al heel lang kenden, en wij zijn nu aan een heel ander soort leven begonnen. Ik zou het helemaal opnieuw doen, ja, vooral de laatste vijf jaar. Ik reken het niet als een verdienste, maar toen zij volkomen hulpeloos was en ik haar verzorgde, deed ik het beste werk dat ik ooit verrichtte. Ik hield ervan om voor haar te zorgen. Het is natuurlijk. Als je van iemand houdt doe je dat vanzelf. Een prijzenswaardig leven? Denk ik niet. Zij was een echt goed mens. Maar over goedheid dachten we niet na, we waren gewoon wie we waren."

De vertaling van Iris and her Friends (W.W. Norton & Company, 22.95 dollar) verschijnt in het najaar bij de Bezige Bij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234