Donderdag 13/05/2021

AchtergrondMisdaad

Hoe bendeleden in Malmö in sneltempo tot inkeer worden gebracht

In Malmö vonden in 2017 gemiddeld vijf à zes schietpartijen per maand plaats. Beeld Hollandse Hoogte/EPA
In Malmö vonden in 2017 gemiddeld vijf à zes schietpartijen per maand plaats.Beeld Hollandse Hoogte/EPA

Het bendegeweld in Malmö liep de spuigaten uit. Totdat de Zweedse autoriteiten besloten een Amerikaanse tactiek te kopiëren. In een voetbalstadion vol met artsen, agenten, en familie van de slachtoffers worden de bendeleden geconfronteerd met hun daden.

De 16-jarige Ahmed Obaid stond in de winterkou van januari op de bus te wachten toen hij doodgeschoten werd. Het was 12 januari 2017, even voor zeven uur ’s avonds. Hij was net begonnen op het Zweedse ‘gymnasium’, vergelijkbaar met de laatste jaren van het Belgisch secundair, en stond bekend als een vlijtig student. Ahmed wilde altijd al apotheker worden en was met zijn familie een paar jaar eerder uit Irak gevlucht. Hij was nog nooit in aanraking geweest met de politie. Op weg van een sporttraining naar huis werd hij – bij die bushalte in Rosengard – een van de eerste dodelijke slachtoffers van schietgeweld in Malmö dat jaar.

Het Malmöse bendegeweld was in 2017 ongekend. Maandelijks vonden gemiddeld vijf à zes schietpartijen plaats, 65 in totaal. Zowel daders als slachtoffers waren voornamelijk leden van rivaliserende drugsbendes. De autoriteiten moesten zich gewonnen geven; met het gangbare inlichtingen- en politiewerk lukte het ze niet het geweld in de kiem te smoren.

De Zweedse raad voor misdaadpreventie Bra trok naar New York om een kijkje te nemen bij hun Amerikaanse collega’s. Want waar zouden ze meer afweten van vuurwapengeweld onder jongvolwassenen dan in de schietgrage VS?

De politie onderzoekt het lichaam van een man die is neergeschoten in Malmö. Beeld Reuters
De politie onderzoekt het lichaam van een man die is neergeschoten in Malmö.Beeld Reuters

In New York ontwikkelde de hoogleraar David Kennedy de zogenoemde Groepsgeweld Interventie-techniek, of GVI, die sinds de jaren 90 in verschillende steden met notoir bendegeweld werd toegepast. In een stad als Boston zou die methode hebben geleid tot een afname van 63 procent in dodelijk geweld onder jongeren.

De stad Malmö omarmde de strategie als laatste redmiddel. Ze moesten íets. Een jaar later: 47 schietpartijen. Weer een jaar later: 34. In 2020 was het cijfer teruggebracht naar 20. Dit jaar is het eerste schot nog niet gelost. De GVI-strategie, in Malmö bekend onder de naam ‘Sluta Skjut’ (Stop met schieten), werd deze maand wegens succes met drie jaar verlengd.

Bewijs dat het werkt? Jazeker, meent Glen Sjögren, politiechef in Malmö en een coördinator van de GVI-methode. “Tuurlijk zijn er ook andere factoren die mogelijk bijdragen. Door de pandemie zijn de grenscontroles aangescherpt en worden aanzienlijk meer vrachten drugs en wapens onderschept voor ze Malmö bereiken. Een paar van de beruchtste bendeleden zijn naar Spanje vertrokken, waar ze hun moordpartijen hebben voortgezet. Ze zijn opgepakt door de Spaanse autoriteiten. Er hangt ze zware straffen boven het hoofd.”

Glen Sjögren, politiechef in Malmö en een coördinator van de GVI-methode. Beeld
Glen Sjögren, politiechef in Malmö en een coördinator van de GVI-methode.

Hij is een ‘oude politieman’, zegt Sjögren zelf. “Ik heb tijdens mijn carrière veel gezien.” Maar over deze aanpak is hij ronduit enthousiast. De strategie, vindt hij, snijdt hout. Iedereen is erbij betrokken: de gemeente, de misdaadpreventieraad, het politiekorps, de reclassering, de sociale dienst. Zelfs de burgerbevolking heeft een rol.

Het doel is nadrukkelijk de inperking van het schietwapengeweld. De bestrijding van drugsverkeer is geen pijler van de tactiek – een fundamentele verschuiving in de focus van de politie, volgens Sjögren. De aandacht van de politie was de laatste dertig jaar toch vooral gericht op het tegengaan van de narcoticahandel. Nu is dat ‘slechts’ onderdeel van het gangbare politiewerk. “Met het team van Sluta Skjut willen we allereerst dat het moorden stopt, dat de bendeleden hun wapens neerleggen. Al het andere is bijzaak.”

Bij de start van het traject zijn alle leden van de verschillende bendes in kaart gebracht. “Daarvoor hebben we zowat iedere politieagent en officier in Malmö gesproken. We willen heel precies weten: wie zit bij welke bende en wat is hun positie binnen de groep?” Meestal zijn het, naast de inlichtingendiensten, de agenten op straat die daarvan het best op de hoogte zijn.

Het visitekaartje van de strategie is de ‘call-in’: ‘een beetje een show’, volgens Sjögren, en ‘heel Amerikaans’. Dat gaat ongeveer als volgt: een stuk of tien leden van verschillende bendes die allemaal voorwaardelijk vrij zijn en onder toezicht staan worden gemaand op een gegeven tijdstip naar het voetbalstadion te komen (‘iedereen houdt van onze voetbalclub’). Als ze niet komen opdagen, riskeren ze vijftien dagen gevangenisstraf.

Met hun reclasseringsambtenaar en een politieagent worden ze naar een ruimte geleid met een publiek van zo’n vijftig man. In het publiek zitten als het goed is bekende – en nadrukkelijk vriendelijke – gezichten: good cops uit hun wijken, buurtwerkers. Het doel van het publiek is de jongens te laten inzien dat de hele samenleving bij de nieuwe strategie tegen bendegeweld betrokken is. Die informele, sociale controle is een van de grondbeginselen van de GVI.

De jongens zitten met elkaar aan een ronde tafel. Achter hen zit het publiek. Bendeleden noch publiek zijn geoorloofd te praten, te vragen, of te lachen. Hier wordt alleen geluisterd. “Dit is geen dialoog”, benadrukt Sjögren.

In Malmö vonden in 2017 gemiddeld vijf à zes schietpartijen per maand plaats. Beeld Hollandse Hoogte
In Malmö vonden in 2017 gemiddeld vijf à zes schietpartijen per maand plaats.Beeld Hollandse Hoogte

Vervolgens krijgen verschillende sprekers het podium. Ze hebben allemaal vijf minuten, en geen seconde langer. De eerste sprekers zijn een dokter en een verpleegkundige die vertellen over hoe ze een kind opereerden dat zwaar gewond was geraakt bij een verkeersongeluk, toen een jongen binnenkwam met een schotwond in zijn borst. Wat hun prioriteiten op zo’n moment zijn. Hoe het andere patiënten en hun families beïnvloedt.

Daarna volgen politici uit de gemeenteraad (‘die vinden het enorm moeilijk om maar 5 minuten te spreken’), de hoofdcommissaris (‘zelfde probleem’), de hoofdaanklager. Vervolgens is Sjögren zelf aan de beurt. “Ik werk al sinds 1995 met criminele jeugd en ken deze jongens van jongs af aan. Dat maakt het makkelijker ze te bereiken.” Of sommigen hem niet verafschuwen? “Ik heb geen vijanden, alleen vrienden, en heb ze altijd met respect bejegend. Dat is tevens het enige dat werkt.”

De boodschap van deze sprekers is, samengevat, drieledig. Een: we willen niet dat jullie doodgaan. Twee: we willen niet dat jullie iemand doden. En drie: als je dit milieu wilt verlaten, doen wij er alles aan je daarbij te helpen. “We prenten ze bovendien in dat wat zij doen de hele groep beïnvloedt. Als een van hen een granaat laat ontploffen, ligt meteen hun sociale netwerk onder de loep; elke dag, de hele dag. Dat betekent dat ze geen drugs kunnen verkopen en dus geen geld kunnen verdienen.”

Randen van de wet

Het is een centraal maar controversieel onderdeel van de strategie: om individuele bendeleden onder druk te zetten zoekt de politie de randen van de wet op. De leden van bendes waar met geweld wordt gedreigd, worden eindeloos gevolgd, gestopt en ondervraagd. De 30-jarige bendeleider van een van de groepen werd zo vaak gestopt, zijn auto zo vaak doorzocht, dat hij een klacht indiende voor politie-intimidatie.

Een van de laatste sprekers tijdens de call-in is een Somalische vrouw die haar zoon verloor aan een hartafwijking. Hij ligt op dezelfde begraafplaats als veel van de slachtoffers van bendegeweld. Ze vertelt hoe ze de ouders van die slachtoffers daar ontmoet: ze komen ’s avonds, uit schaamte, en staan daar dan in het donker te huilen. Op dit moment van de samenkomst huilen ook alle aanwezigen, vertelt Sjögren. Zowel ‘cliënten’ als publiek.

Nadat de laatste sprekers (een gevangenisimam en -priester) hun verhaal hebben gehouden, is er een borrel met pizza, koffie en koekjes in het voetbalclubmuseum voor zowel toeschouwers, sprekers als cliënten. De jongens moeten door de menigte om buiten te komen. “We hopen dat ze blijven staan om iets te eten en te kletsen. Sommigen lopen meteen naar de deur, anderen moeten we na afloop bijna naar buiten dragen.”

Sociaal werker Rebeca Persson. Beeld
Sociaal werker Rebeca Persson.

Lang niet ieder bendelid heeft al een van de call-ins (gedwongen) bijgewoond. Alleen de jongens met een voorwaardelijke straf krijgen een oproep. Maar: zij nemen vervolgens de boodschap mee terug naar hun netwerk, vertelt Sjögren.

“Daarbij hebben we het middel van de custom notification, de op maat gemaakte melding, wat zoveel inhoudt dat ik en sociaal werker Rebeca Persson op zoek gaan naar de andere leden in de stad. We traceren ze op hun huisadres, op straat, in het ziekenhuis of de gevangenis.” Zij krijgen dezelfde mededeling als de deelnemers aan de call-in, maar dan een op een.

Ze kennen Sjögren, en ze luisteren. “Tachtig procent van die jongens geeft toe: ‘We zijn moe van alle schietpartijen’. Ze zijn moe van het bang-zijn. Veel van hen nemen achteraf contact op met Rebeca.”

Inmiddels hebben 115 bendeleden een dergelijke melding gekregen. “Het afgelopen jaar hoorden we regelmatig: ‘We hebben jullie brief al via via gelezen’.” Steeds vaker komen telefoontjes binnen van jongens die vragen of ze kunnen spreken met iemand van Sluta Skjut omdat ze de criminaliteit willen verlaten. Ook vanuit de gevangenis wordt Sjögren gebeld. ‘Kunnen jullie me helpen opnieuw te beginnen als ik vrijgelaten word?’

Het nummer dat de jongens tijdens de call-ins en bij de huisbezoeken krijgen, is dat van bovengenoemde Rebeca Persson. Zij is de GVI-coördinator aan de kant van Konsultationsteamet, een maatschappelijke organisatie die mensen in Malmö helpt het criminele circuit te verlaten.

De jongens van het GVI-programma krijgen voorrang. Persson: “We weten wie bij de meest gewelddadige groepen horen. Als een van hen contact met ons opneemt, moeten we klaarstaan. De drempel om hulp te zoeken moet zo laag mogelijk zijn. We geven nooit garanties, maar zo’n jongen moet op z’n minst voelen dat hij wordt gehoord en dat we alles doen om hem te helpen.”

Ze probeert niemand te overtuigen, zegt Persson. Verandering moet van binnenuit komen. Maar uit ervaring weet ze ook dat die jongemannen vroeg of laat de voordelen van hun bendeleven niet meer zien. “Het geld, het gevoel van erbij te horen: op den duur weegt dat voor de meesten niet meer op tegen de angst.”

Persson probeert langzaam een band met deze jongens en mannen te scheppen. “Een mens verandert niet van de ene op de andere dag. Als ze zeggen: we willen niet praten, dan respecteer ik dat. Maar ze krijgen mijn naam en nummer, en vaak bellen ze op een later moment terug.”

Soms volstaat het ze te helpen een bezigheid te vinden (een opleiding, baan of stage), ze regelmatig te spreken, ze een therapeut of sociaal werker toe te wijzen, ze te begeleiden in het creëren van een nieuw, niet-crimineel sociaal netwerk.

Een woning in een andere stad

Maar als de dreiging vanuit de bende groot is, kunnen de ex-leden er ook voor kiezen elders helemaal opnieuw te beginnen. Dan helpt de sociale dienst ze aan een woning in een andere stad, een dagbesteding, een plaatselijke hulpverlener.

Persson: “Naar een andere stad verhuizen is moeilijk voor iedereen, maar zeker als je lang buiten het systeem hebt geleefd. Voor hun vertrek ontmoeten we ze een keer of vier en proberen we vast te stellen welke ondersteuning ze nodig hebben. We praten ook over identiteit: wie ben je in Malmö, en wie word je in die nieuwe stad? Wie ben je als je identiteit niet langer leunt op het hebben van geld en macht? Deze mannen moeten een heel nieuw persona ontwikkelen.”

De wens deel uit te maken van de maatschappij is bij de meerderheid van deze jongens sterk, zegt Persson. “Veel van hen ervaren van jongs af aan dat ze geen toegang hebben tot een doorsnee, Zweeds leven. Maar ook zij zeggen: we willen gewoon een appartement, een baan en een gezin. Net als ieder ander. Met het drugsgeld dat ze verdienen, kunnen ze niet eens een telefoonabonnement onder hun eigen naam afsluiten.”

Van de 250-300 jongemannen die tot het GVI-programma worden gerekend, zijn zo’n veertig jongens gevangengezet. In 2019 hebben Persson en haar collega’s vijf ex-bendeleden geholpen te verhuizen en in totaal 39 mannen op een of andere manier geholpen het criminele circuit de rug toe te keren. In 2020 verhuisden ze 14 ex-leden en ondersteunden ze er 49. “Met het jaar krijgen we meer ruchtbaarheid, en met het jaar krijgen we meer aanvragen.”

Al voegt Persson toe dat het daar uiteindelijk niet om draait. “Het is goed als die jongens het milieu willen verlaten”, zegt ze. “Maar je kan niet bij iedereen zo’n ommezwaai verwachten. Als een heel nieuwe levensstijl niet haalbaar is, hopen we toch vooral dat ze hun wapens neerleggen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234