Zaterdag 04/07/2020

'Hitler was paranoïde'

Waarom, wanneer en hoe werd Hitler een rabiate antisemiet? Historici buigen zich al zestig jaar lang over deze kwestie. Tot nu toe met bitter weinig resultaat, vindt Peter den Hertog. De bronnen waren onbetrouwbaar, de conclusies waardeloos. De Nederlandse historicus komt in Hitlers schutkleur met een gloednieuwe these naar voren. Hitler was een paranoïcus die pas in München in de zomer van 1919 tot radicaal antisemitisme werd bekeerd.

Door Joseph Pearce

Peter den Hertog

Hitlers schutkleur. De oorsprong van zijn antisemitisme

De Arbeiderspers, Amsterdam, 264 p., 19,95 euro.

Peter den Hertog dacht aan paranoia toen hij Hitlers Weltanschauung van Eberhard Jäckel had gelezen. Daarin stonden citaten van Hitler die zo extreem antisemitisch zijn dat Den Hertog overtuigd raakte dat de Führer geen gewone jodenhater geweest kon zijn. Het was het begin van vier jaar onderzoek. Tot zijn verbazing constateerde Den Hertog dat niemand voor hem het verband tussen Hitlers antisemitisme en paranoia had gelegd. Bovendien bleken de theorieën van zijn voorgangers de moderne wetenschappelijke kritiek niet te doorstaan. Was Hitler al een overtuigd antisemiet in zijn Weense periode voor de Grote Oorlog? Den Hertog ontkracht die hardnekkige opvatting op compacte maar uitgekiende wijze. Volgens hem werd Hitler pas de intense jodenhater na een cursus over extreem-rechts gedachtegoed in de zomer van 1919 aan de universiteit van München. Daar vond de grote omslag plaats. Daar werden Hitlers 'gewone' antisemitisme en zijn paranoïde instelling tot een samenhangend maar misdadig geheel gesmeed. Niet Hitler kwam naar de politiek, zoals hij in Mein Kampf beweerde, maar de politiek kwam naar Hitler. Den Hertog gebruikt voor zijn these de theorievorming over paranoia van Robert Robins en Jerrold Post. Paranoia, aldus deze auteurs, behoort tot de psychische toerusting van de mens zoals intelligentie of een goed geheugen. Achterdocht is nuttig, maar kan ontaarden in destructief gedrag. Volgens Den Hertog was Hitler een klinische paranoïcus. Het was de schutkleur voor zijn antisemitisme. Een paranoïcus weet niet dat hij paranoïde is. Hitler besefte niet dat zijn paranoia de oorsprong van zijn antisemitisme was. De bewijsvoering van Den Hertog is zorgvuldig uitgewerkt. Met flair en helderheid beschrijft hij de ontwikkeling van een geremde en agressieve jongeman tot een "opvallend extreme, manisch-obsessieve, pathologische antisemiet", iemand die overal complotten en verraad zag en tot aan zijn dood zijn antisemitisme als de kern van zijn gedachteleven en gevoelswereld beleefde. Den Hertog heeft met Hitlers schutkleur een fascinerend en uitdagend boek geschreven.

Waarom dacht u specifiek aan paranoia?

"Sinds mijn vijftiende heb ik, dank zij een docent op school, belangstelling voor de klinische psychologie en ben ik de ontwikkelingen op dat gebied en in de biologische psychiatrie blijven volgen. Toen ik Jäckel had gelezen, ben ik op zoek gegaan naar alles wat over Hitler en paranoia was geschreven. Zo kwam ik terecht bij het onderzoek van Robert Robins en Jerrold Post, die mij op hun beurt naar Richard Hofstadter hebben verwezen. Hun analyse leek mij erg overtuigend."

Hoe hebt uit de overvloed van geschriften over Hitler datgene gekozen dat voor uw onderzoek nuttig was? Er zijn alleen al meer dan honderd biografieën.

"John Lukacz maakte in Hitler en de geschiedenis een zeer representatieve selectie. Hij bood een goed inzicht in de historiografie."

Schonk het u voldoening toen u de theorieën van bekende historici zoals Alan Bullock, Hans Bernd Gisevius, Erich Fromm, Rudolph Binion en Joachim Fest en vele anderen in een pagina van tafel kon vegen?

"Ik realiseerde me alleen dat ik gebruik had kunnen maken van latere kennis. Toen ik Joachim Fest las was ik onder de indruk. Maar hij schreef zijn biografie in 1973. Dertig jaar later weten we veel meer over Hitler. Bovendien besefte ik dat ik ook geluk heb gehad. Toevallig was ik op de hoogte van klinische biologie, toevallig kende ik iets van geschiedenis. Wat ik daarna deed was een uitdaging, geen zoektocht naar mijn grote gelijk."

Erich Fromm meende dat Hitler een necrofiel was die alles wat leefde wilde doodmaken omdat hij een kwaadaardige incestueuze relatie met zijn moeder had gehad. Waarom denken vele historici zoals Fromm dat ze met een enkel puzzelstukje in de hand de hele puzzel kunnen uitleggen?

"Onderzoekers zitten soms gevangen in een paradigma. Neem Rudolph Binion. Hij ging uit van het Freudiaanse gedachtegoed en dacht dat Hitler een rabiate antisemiet werd omdat hij Dr. Bloch, de joodse arts die de moeder van Hitler voor kanker had behandeld, hartsgrondig haatte. Iedere andere interpretatie is dan bij voorbaat onjuist."

U pakt de Freudianen erg hard aan. U laat geen spaander heel van hun psychohistorische theorieën.

"Dat komt omdat de theorie van Freud niet deugt. Zijn opvatting over verdringing en het Freudiaanse onbewuste doorstaat geen enkele moderne wetenschappelijke test. De laatste jaren hebben geheugenonderzoekers geconstateerd dat mensen een traumatische gebeurtenis niet verdringen. Integendeel. Zulke ervaringen blijven uitvergroot rondspoken. Er wordt weliswaar minder gedacht aan onaangename herinneringen, maar ze blijven wel toegankelijk. Een associatie volstaat opdat de persoon weer op het spoor komt van die nare gebeurtenis. Dat neemt niet weg dat ik in Freud een groot mensenkenner zie en dat een aantal van zijn opvattingen wel klopt, zoals het projectiemechanisme."

Waarom doorstaat de paranoiatheorie die u in uw boek gebruikt wél de moderne wetenschappelijke test? Ik zie dat u aarzelt.

"In de geesteswetenschappen, en ook in de natuurwetenschappen trouwens, hebben alle goede theorieën een geloofwaardige hypothese. Tot het tegendeel bewezen wordt, blijft die theorie geldig. De paranoiatheorie stoelt op een zeer uitgebreide empirische basis. Ik heb me ook afgevraagd of ik mijn eigen theorie kon falsifiëren. En ik kijk uit naar reacties. Ik wil graag weten of er zwakheden of onjuistheden in mijn boek voorkomen. Dat is nu zo fijn aan een publicatie. Uit de discussies zal moeten blijken of je overeind blijft of niet."

Uit uw onderzoek blijkt dat Hitler in Wenen een beste kerel was. Opvliegend en geremd, dat wel, maar ook aardig en vriendelijk. De idee dat die rabiate jodenhater ooit een doodgewone man was, staat haaks op wat de meeste historici hebben geopperd. Volgens hen was Hitler al voor de Grote Oorlog duidelijk antisemitisch. Hebt u de knuppel in het hoenderhok willen gooien?

"Natuurlijk niet, maar ik besef wel dat je altijd moet oppassen als je over Hitler schrijft. Je moet je verdedigen, want mensen gaan snel denken dat je weleens een stiekeme bewonderaar van de man zou kunnen zijn. Nee, de meeste historici zijn het er nu wel over eens dat Hitler tot in 1919 geen obsessieve antisemiet is geweest. Hij was weliswaar geen buitengewoon sympathieke man - hij was dominant en agressief - maar niet meer dan dat. Toen hij in 1909 tot bittere armoede verzonk, is hij niet uit stelen gegaan. Hij heeft zich uit die armoede omhooggewerkt door te schilderen. In de oorlog was hij een moedige soldaat. Pas in de zomer van 1919, als hij zijn antisemitisme begint uit te braken, wordt hij lelijk en abject en barbaars. Die omslag is natuurlijk alleen mogelijk geweest omdat hij al goed op de hoogte was van het antisemitische gedachtegoed. Toch was hij in Wenen nog geen antisemiet."

Waarom niet? Wenen, schrijft u, was de meest antisemitische stad in Europa.

"Ik denk dat twee krachten een rol hebben gespeeld. Ten eerste kon hij erg goed opschieten met Dr. Bloch, zijn joodse huisarts. Hij heeft hem later gered. Een Edeljude, zo noemde Hitler hem. Ten tweede is hij tot in 1913 verliefd geweest op Stefanie Izak. Waarschijnlijk heeft Hitler gedacht dat ze van joodse afkomst was. Deze twee joden hebben naar mijn mening een remmend effect gehad op zijn antisemitisme. Daarom geloof ik dat hij in Mein Kampf de waarheid sprak toen hij zei dat hij geschrokken was van de antisemitische pers in Wenen. Hij kon zich niet voorstellen dat wat ze schreven over de joden, waar kon zijn. Hij was ook bang dat hij dat grote, joodse volk onrecht zou aandoen. Dat wijst toch allemaal op een innerlijke strijd, een worsteling."

Wat heeft zijn antisemitisme dan aangezwengeld, versneld misschien?

"De dehumanisering tijdens de Eerste Wereldoorlog, en vooral het verlies van die oorlog. Dat was een gigantische klap. Kort na 9 november 1918 werd overal geroepen dat de nederlaag de schuld van de joden was. Bovendien loerde voor Hitler opnieuw het grote niets, want hij zou uit het leger gezet worden. Toen kwam die cursus van een week aan de universiteit van München waarin alle antisemitische verhalen die hij al vanuit zijn Weense periode kende, nu in extreme vorm naar voren werden gebracht. De tegenkrachten, die zijn antisemitisme tot dan hadden getemperd, hadden uiteindelijk het loodje gelegd. Dat kon alleen - dat is mijn these - omdat hij een paranoïde dispositie had."

Wat had de meest negatieve invloed op Hitler de manicheeër, de man die in de apocalyptische strijd tussen goed en kwaad geloofde? Het katholicisme of het Duitse nationalisme met zijn heils- en onheilsgeschiedenis?

"De grootste invloed op zijn manicheïsme kwam voort uit zijn paranoia. Een paranoïcus denkt nooit genuanceerd. Alles is zwart-wit. Moeilijke constellaties reduceert hij tot een eenvoudige tweedeling: dit zijn de goeden, dat zijn de slechten. Zijn antisemitisme sloot prachtig aan op zijn paranoïde aandriften. En dat was precies zijn schutkleur. Hitler besefte niet dat paranoia ten grondslag aan zijn antisemitisme lag."

Kan iemand paranoïcus worden? Of is dat genetisch bepaald?

"In families waar schizofrenie voorkomt, komt ook vaak paranoia voor. Zo kwamen in de familie van Hitler opvallend veel psychische stoornissen voor, zelfs psychoses."

Maar als Hitler een psychiatrisch geval was, is dat dan geen pleidooi voor vermindering van zijn verantwoordelijkheid? De moord op de joden? Hij wist niet wat hij deed.

"Ten eerste probeer ik de waarheid te achterhalen. Ten tweede zou elke rechter Hitler absoluut toerekeningsvatbaar hebben verklaard. Je bent pas ontoerekeningsvatbaar als je geen contact meer hebt met de realiteit. Dat betekent concreet dat je bizarre gedachten hebt, dat je hallucineert en vanuit zo'n geestestoestand gekke dingen doet. Hitlers mentale functies werkten prima tot in 1945. Wat de joden betreft, had hij ook een keuzevrijheid. Hij heeft een tijd gedacht aan verwijdering van de joden, aan uitwijzen, emigreren. Naar Palestina, naar een reservaat in de buurt van Lublin in Polen, naar Madagaskar. Zijn paranoia reduceerde zijn beleid niet tot genocide. In juli 1941 zei hij trouwens tegen Goebbels dat ze de oorlog tegen Stalin moesten winnen, want ze hadden al zoveel op hun kerfstok dat Duitsland bij een nederlaag helemaal vernietigd zou worden. Hitler besefte maar al te goed wat hij deed."

Is er nooit iemand geweest die zag dat er iets grondig mis was met Hitler, dat hij paranoïcus was?

"Een handvol mensen wist het wel. André François-Poncet, de Franse ambassadeur, gebruikte zelfs het woord paranoïcus. En Ernst Hanfstaengl, die Hitler van 1922 tot 1937 intiem kende, had het over zijn paranoïde haattirades. Maar ik geloof niet dat ze Hitler echt als een psychiatrisch geval beschouwden. Ook vele historici hebben Hitler paranoïde genoemd. Niemand heeft echter tot nu toe het verband gelegd tussen zijn paranoia en zijn antisemitisme."

Staat een paranoïcus een trapje hoger dan de politicus met een paranoid style, de man die beweert dat er een gigantische samenzwering bestaat die tegen de hele natie, de cultuur, de wijze van leven is gericht en die daarom een kruistocht tegen de samenzweerders begint?

"Het ene volgt zeker niet uit het andere. Maar een paranoïcus zal zich altijd aangetrokken voelen tot een paranoid style. Paranoïci voelen zich vaak aangesproken door quasi-politieke groeperingen die een vijandige en straffende boodschap prediken."

Zouden George W. Bush en Osama bin Laden paranoïci kunnen zijn?

"Dat weet ik niet, maar ze zijn zeker aanhangers van de paranoid style."

Het antisemitisme is al meer dan twintig eeuwen oud en ontzettend hardnekkig. Is de wereld paranoïde over de joden?

"Het heeft te maken met de unieke positie die de joden altijd hebben ingenomen. Ze vormden een gesloten groep met hun eigen religie, een volk zonder land ook. Een typische situatie die mensen uitnodigt om lelijke dingen te zeggen of te doen zodra er ergens maatschappelijke problemen opduiken. Joden waren bij uitstek de zondebok, want ze woonden overal en tussen iedereen in. Het huidige antisemitisme vindt natuurlijk zijn oorzaak in het beleid van Israël in het Midden-Oosten. Sharon - en samen met hem Bush die hem steunt - is een ramp."

Kunnen mensen zonder zondebokken leven?

"Als een mens rijp is, en psychisch gezond, dan heeft hij geen zondebok nodig. Het probleem is dat een heleboel mensen psychologisch niet uitgebalanceerd zijn."

Zijn joden paranoïde over het antisemitisme? Zien ze spoken?

"Ik denk dat ze geen spoken zien, nee. Maar ze overdrijven wel. Ze reageren overgevoelig. Begrijpelijk, want de holocaust heeft dat volk vreselijk gestempeld. Daarom begrijp ik niet dat een volk dat zoveel geleden heeft, toch in staat is om onrecht te doen aan de Palestijnen. Dat deugt niet, dat is tragisch."

Wat is uw eindoordeel over Hitler? Mens of monster?

"Hij is honderd procent mens. Je mag hem demoniseren, maar dan alleen als metafoor om je enorme kwaadheid over hem te uiten. Als je hem ontmenselijkt, ontglipt hij je en is hij niet vatbaar voor historische analyse. Neem die film Der Untergang. Men heeft hem als mens neergezet, maar ik denk dat ze de verkeerde mens hebben gekozen. Hitler werd gereduceerd tot een knorrige oude baas die af en toe heel boos werd en nu en dan blijk gaf van wantrouwen. Wat ik miste, was die deviante gloed die hij gehad moet hebben, dat magnetisme van hem."

Hoe zeker van uw stuk bent u? Om Fukuyama te parafraseren: betekent uw paranoiatheorie het einde van het Hitler-onderzoek?

"Fukuyama heeft zijn theorie later herroepen, hoor. Kijk, ik vind dat ik een stevige theorie heb. Ik heb naar eer en geweten mijn onderzoek gedaan. Maar anderen hebben het laatste woord. Als er tegenargumenten komen, wens ik er heel serieus kennis van te nemen. Als er hele goede tegenargumenten komen, zal ik me zonder probleem laten overtuigen."

Joseph Pearce

'Hitler was bang dat hij dat grote, joodse volk onrecht zou aandoen. Dat wijst toch op een innerlijke strijd, een worsteling'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234