Donderdag 17/10/2019

Hitchcocks fatale toevalligheden

Er is al zoveel inkt gevloeid over het werk van Alfred Hitchcock dat je er als gewone sterveling van gaat duizelen. Hoe weet je dat je de juiste laag van de echte Hitchcock af zit te pellen? Waar raak je de kern van een van de merkwaardigste filmmakers uit de geschiedenis? Op deze vragen proberen Dominique Païni en Didier Ottinger, respectievelijk organisator en curator, een antwoord te geven in het Parijse Centre Pompidou.

Parijs / Van onze correspondent

Jan Vanovermeire

Hun tentoonstelling 'Alfred Hitchcock et l'art: coïncidences fatales' bestaat uit ongeveer tweehonderd schilderijen, gravures, tekeningen, boeken en affiches, story-boards, maquettes van decors, schetsen voor toneelkledij, attributen en kostuums en ook een veertigtal scènes uit de films van de master of suspense. Die films manifesteerden zich - zo blijkt meer en meer - als meerlagige kunstwerken zonder ook maar één keer hun ontspanningswaarde te verliezen.

Het parcours in het Centre Pompidou is een zoektocht langs drie krachtlijnen. Het eerste (documentaire) gedeelte draagt bij tot de kennis van het oeuvre van Hitchcock en dat voornamelijk op basis van bootladingen archiefmateriaal. Een smaakmaker voor de kenners, een must voor de leken. Het tweede gedeelte van de tentoonstelling, dat veeleer scenografisch werd opgebouwd, ademt de sfeer van de films zelf uit en draagt bij tot een beter begrip van ontstaansgeschiedenis ervan. Het derde gedeelte behandelt de inspiratiebronnen van Hitchcock. Wie weet bijvoorbeeld dat hij een liefhebber was van Georges Rouault, Milton Avery, Walter Sickert maar ook van Raoul Duffy en Maurice de Vlaminck?

En wat met de uitzonderlijke samenwerking met Salvador Dalí? Coïncidences fatales wijdt een aparte studie op de tentoonstelling aan de samenwerking en kruisbestuiving tussen deze twee grootmeesters. De regisseur van Rebecca en Vertigo gebruikte inderdaad erg vaak geschilderde portretten en gaf hen een centrale, hypnotiserende plaats in zijn films, hierin onder andere beïnvloed door de lectuur van het werk van auteurs als Edgar Poe en Oscar Wilde. In de andere richting vonden vele hedendaagse kunstenaars, van Bob Wilson tot Robert Lepage, op hun beurt een inspiratiebron in het werk van Hitchcock.

In een decor dat de vergelijking met de filmdecors van Hitchcock moeiteloos doorstaat, illustreert deze tentoonstelling hoe de grote stromingen uit de schilderkunsten, van classicisme over symbolisme tot modernisme, door de films van Hitchcock blijken te vloeien. Opmerkelijk is een soort driedelige 'split screen', die filmfans maar ook andere kunstliefhebbers een blik gunt op het werk van de regisseur en op zijn onmetelijke verbeeldingskracht en zijn verborgen connecties met de 19de- en 20ste-eeuwse literatuur.

Het Centre Pompidou is met deze Hitchcock-tentoonstelling niet aan zijn proefstuk toe, wat film betreft. In 2000 organiseerde Beaubourg al een 'Saison anglaise'. Meer dan 200 films (niet alleen van Hitchcock, ook zwarte parels als Performance met Mick Jagger of The Wicker Man) werden toen opnieuw geprojecteerd als gingen ze in première. Het bijzondere aan het initiatief van vorig jaar school overigens niet zozeer in de indrukwekkende massa beeldmateriaal (meer dan 200 films) maar veeleer in de intelligente en doordachte manier waarop die zondvloed van films toen geprogrammeerd werd. Voor het eerst leek Beaubourg zich op een volwaardige manier het metier van de filmprogrammering die naam waardig eigen gemaakt te hebben en dat viel toen al niet in dovemansoren bij de Franse en internationale pers.

Païni, een van de organisatoren van de tentoonstelling die op dit moment loopt, ondernam overigens in tempore non suspecto een poging de tentoonstelling in het Louvre te laten plaatsvinden. Het voorstel werd geweigerd. Waarom? Eerst en vooral omdat de collectie kunst in het Louvre eindigt bij 1850, net de periode waarin het verhaal van de Hitchcock-expositie begint. Ten tweede omdat de galeries onder de piramide te klein zouden geweest zijn. Volgens Païni zou het nooit mogelijk geweest zijn dezelfde eenheid in de tentoonstelling te bereiken buiten het kader van het Centre Pompidou. De curatoren waren bij de opbouw van hun tentoonstelling overigens niet overmatig geïnteresseerd in de werken van kunstenaars die Hitchcock zelf in zijn bezit had. Maar een leuk weetje is het wel. Hij had onder andere een Klee maar ook een Dalí in zijn collectie. En een valse Picasso!

Wat zou de grootste uitvinder van beelden van de twintigste eeuw ten slotte zelf boeiend gevonden hebben aan de expo in het Centre Pompidou? Wellicht zou hij eerst langs de films en de filmbesprekingen lopen, naargelang zijn ingeving en appetijt van het moment. Hij zou beslist ook de archieven napluizen om te zien welke elementen Hitchcock aanzetten tot het maken van zijn films. Wat hij beslist op prijs zou stellen, is het feit dat de expo ook zou overleven indien alle tentoongestelde objecten die iets met film te maken hebben, verwijderd zouden worden. De expo zou dan veeleer 'Van symbolisme tot surrealisme' heten.

Alfred Hitchcock et l'art: coïncidences fatales. Nog tot 24 september in galerie 2 en 3 van het Centre Pompidou, place Georges-Pompidou, 75004 Paris. Open: van 11 tot 21 uur. Donderdag tot 21 uur. Toegang: 30 tot 40 FF (185-245 frank)

De hele zomer lang publiceren wij op onregelmatige tijdstippen artikels over tentoonstellingen in het buitenland. Handig voor wie in de buurt met vakantie is of nog wil gaan. Het schone in den vreemde belicht zowel gloednieuwe tentoonstellingen als expo's die al een tijdje lopen maar tot nu toe aan onze aandacht ontsnapt waren.

(Foto Epa)

Zelfs zonder het vele filmmateriaal zou dit een geslaagde expo 'van symbolisme tot surrealisme' zijn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234