Dinsdag 23/04/2019

Interview

Historicus Richard Rhodes: "Kernenergie wordt cruciaal om het klimaatprobleem op te lossen"

Richard Rhodes. Beeld Nancy Warner

Waar halen we deze eeuw onze energie vandaan? Niet uit zonnepanelen en windparken, meent historicus Richard Rhodes (81), maar uit gas- en kerncentrales.

De klimaatverandering stelt de wereld voor grote uitdagingen. De huidige transitie naar schone energie is volop gaande, met eerste stappen en ambitieuze plannen. Het is nieuw terrein voor de mensheid om fossiele brandstoffen af te zweren en de fossiele uitstoot terug te dringen.

Het goede nieuws is: in de afgelopen paar honderd jaar zijn er wel meer energietransities geweest. Lange tijd verbrandden we hout om op te koken en om ons aan te verwarmen. Daarna haalden we steenkool uit de mijnen, waarmee we ook machines en fabrieken konden laten draaien. Olie pompten we omhoog, waarbij we aardgas ontdekten. Zo konden we ons in voertuigen steeds verder verplaatsen, maakten we plastic voor allerlei producten en wekten we stroom op. In de eerste helft van de 20ste eeuw leerden we atomen te splitsen. Vandaag vangen we wind en zonlicht op om er elektriciteit van te maken.

Mondiaal probleem

Al die transities zijn voortreffelijk geboek­staafd in het boek Energy: A Human History, dat onlangs verscheen. Het is geschreven door Richard Rhodes, een gelauwerde Amerikaanse journalist en historicus met meer dan twintig boeken op zijn naam. Ook op 81-jarige leeftijd, zo blijkt op de Skype, is Rhodes nog altijd haarscherp.

‘We moeten stoppen terug te deinzen voor kernenergie. We moeten de ontwikkeling ervan juist ondersteunen’, zegt historicus Richard Rhodes. Beeld Sven Franzen

Waarom spreekt u in uw boek van de ‘grootste, ultieme transitie’?

Richard Rhodes: “Eerdere energietransities waren het gevolg van lokale behoeften aan economische groei in een paar rijke steden als Londen en New York. Deze keer wordt de transitie gevoed door een mondiaal probleem en zijn de gevolgen mondiaal. Als de temperatuur op aarde met twee graden Celsius stijgt, dan heeft dat immers gevolgen voor iedereen: smeltende ijskappen, terugtrekkende gletsjers, een stijgende zeespiegel.”

Allerlei landen werken daarom aan een klimaatbeleid. België wil in 2020 al 13 procent van alle energie halen uit hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon.

“Hét probleem is dat windmolens en zonnepanelen afhankelijk zijn van het weer. Dan heb je te weinig, dan te veel. Uw land kent geen noemenswaardige mogelijkheden om die energie in stuwmeren op te slaan en er zijn nog geen adequate, betaalbare batterijen ontwikkeld die deze energie langdurig kunnen opslaan.”

Kunnen hernieuwbare bronnen volgens u het klimaatprobleem oplossen?

“Niet op zichzelf, nee. Ze zijn simpelweg te beperkt en duur. Het is een fundamenteel probleem dat de energie er met horten en stoten uitkomt.”

Ontkent u daarmee niet de ernst van de klimaatverandering?

“Deze eeuw krijgen we niet alleen te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Er zijn ook de gevolgen van de economische groei in landen die zich ontworstelen aan schrijnende armoede en zelfvoorzienende landbouw. Dat zien we nu vooral in India en China, maar ook al in Afrika. Voor hen is niets zo belangrijk als energie. Immers, in landen waar de energieconsumptie toeneemt, zien we vrijwel onmiddellijk de levensverwachting toenemen. Tot een jaar of 70 is er een directe correlatie: hoe meer we beschikken over energie, hoe langer we leven.

“In een land als het uwe of het mijne is het zonder meer nuttig om in te zetten op energiebesparing, maar dat is niet de realiteit voor de meeste mensen op deze wereld. Zij zullen hoe dan ook meer energie gaan gebruiken. Zon en wind zullen niet kunnen voorzien in die behoefte, al was het maar omdat al die wind- en zonneparken bij elkaar ongelooflijk veel oppervlakte, grondstoffen en materialen nodig hebben. Laten we ze toepassen waar ze het beste werken. Windmolens zijn prima op plekken waar de wind veel waait, en zonnepanelen zijn prima waar de zon veel schijnt. Maar ik denk dat we álle energiebronnen waarover we beschikken nodig zullen hebben.”

Richard Rhodes won met zijn boek 'The Making of the Atomic Bomb' de Pulitzer Prize. In 'Nuclear Renewal' uit waarom kernenergie de veiligste, schoonste en goedkoopste energiebron is. Beeld Nancy Warner

Zou Afrika niet juist een technologische sprong kunnen maken met de energie­voorziening, een beetje zoals ze er de landlijn oversloegen en direct naar mobiele telefonie gingen?

“Dat lijkt me niet realistisch. Op dit moment kun je geen moderne samenleving bouwen met hernieuwbare bronnen. Ja, er zijn zonder meer afgelegen plaatsen waar het stimuleren van zon en wind nuttiger is dan het aanleggen van een alles­omvattend hoogspanningsnet. Het gekke is: u en ik kunnen er lang over discussiëren, maar Afrikanen zullen hun eigen beslissingen nemen. Als China en India daarin het voorbeeld zijn, weten we wat zij willen: goedkope, betrouwbare en CO2-vrije energie. In de praktijk betekent het dat ze steeds meer zullen kiezen voor kern­energie.”

Kernenergie is niet het eerste waaraan je denkt bij de ‘ultieme’ energietransitie van de 21ste eeuw. Is de kernuitstap niet juist een onderdeel van die overgang? Overal in Europa sluiten kerncentrales en bezweren regeringsleiders om geen nieuwe te openen. Met het Energiepact sluit België zich hierbij aan. Tot aan de ontmanteling van de centrales in Doel en Tihange blijven de veiligheid en de kwetsbaarheid voor aanslagen op de politieke agenda.

Maar Richard Rhodes – opgegroeid op een boerderij, opgeleid aan Yale – laat zich niet verblinden door de maatschappelijke onrust die in de afgelopen decennia over kernenergie is ontstaan. De ins en outs kent hij als geen ander. Zijn boek
The Making of the Atomic Bomb, uit 1986, werd een standaardwerk van 886 pagina’s, bekroond met de Pulitzer Prize en andere onderscheidingen. Jaren later legde hij in Nuclear Renewal uit waarom kernenergie de veiligste, schoonste en goedkoopste energiebron is.

Besteedt u in uw nieuwste boek niet oneven­redig veel aandacht aan kernenergie, verantwoordelijk voor niet meer dan 10 procent van alle elektriciteit in de wereld? Bij gebrek aan interesse in westerse landen lijkt het een tanende energiebron.

“Volgens mij – en met mij vele anderen – zal kernenergie een cruciale component zijn om het probleem van klimaatverandering op te lossen. Experts voorspellen dat de twee belangrijkste energiebronnen van deze eeuw kernenergie en aardgas zullen zijn.

“Besteed ik er te veel aandacht aan? Ach, ik denk dat mensen al meer dan voldoende bekend zijn met zon en wind; het zijn geen bijzonder ingewikkelde energiebronnen. Kernenergie is veel interessanter, ook al doordat zo weinig mensen weten over de geschiedenis, de werking en de potentie. Ik heb geprobeerd wat van de vooroordelen over de gevaren weg te nemen.”

'Mensen blijven bang voor het kernafval. In volume stelt dat echt niet zo veel voor', zegt historicus Richard Rhodes. Beeld Sven Franzen

De maatschappelijke weerstand tegen kernenergie zult u daarmee niet zomaar kunnen wegnemen.

“Er is inderdaad enorme weerstand, ook in de Verenigde Staten, waar we in volume nog de meeste kernenergie produceren. Een aantal kernreactoren naderen het einde van hun levenscyclus en er zijn geen nieuwe reactoren in de maak. In Europa sluiten kerncentrales vroegtijdig. De kernuitstap geniet brede ­instemming.”

De weerstand is toch ook niet vreemd?

“Tja, een van de slechtst denkbare manieren om de wereld kennis te laten maken met een nieuwe, veelbelovende energiebron is om er twee steden mee plat te bombarderen, zoals de Amerikanen in 1945 deden met Hiroshima en Nagasaki. Zo kregen we meteen de associatie met kernwapens. Nog steeds wordt gedacht dat je een atoombom kunt maken met materiaal uit een kerncentrale. Nou, ik kan u zeggen dat het dan een heel slechte bom wordt.

“En mensen blijven bang voor het kernafval. In volume stelt dat echt niet zo veel voor. In New Mexico is er in een zoutlaag diep onder de grond een veilige opbergplaats, waar zo gigantisch veel ruimte is, dat je daar al het kernafval kunt bergen van de hele wereld in de komende duizenden jaren.”

Kernenergie is volgens u niet een technisch, maar een politiek probleem?

“Absoluut. Het is geen toeval dat er tientallen nieuwe kerncentrales worden gebouwd en gepland in Azië, vooral in China en India. Deze landen kennen weinig verplichting om het electoraat tegemoet te komen. De regeringsleiders laten zich meer leiden door een rationele, technische analyse, nauwelijks gehinderd door politieke ­overwegingen.

“Met hun keuze voor kerncentrales doen ze bovendien iets aan de luchtvervuiling, veroorzaakt door al die kolencentrales. Dat is voor mij een bevestiging dat landen vanaf een zeker welvaartsniveau hun troep gaan opruimen. Dat is een onmiskenbare historische trend: eerst zorg je voor voldoende energie, zodat de samenleving zich kan ontwikkelen tot een zeker luxeniveau, en daarna ga je beter voor het milieu zorgen. Zo hebben wij dat gedaan met water en lucht, en zo zien we het nu gebeuren in China en India.”

Tolereren we die prijs van vooruitgang nog?

“Wíj misschien niet, maar de mensen in arme landen wel. Als je een foto van Londen uit 1900 bekijkt, lijkt dat sterk op het Peking van vandaag. In China zitten ze nu op dat kantelpunt, want de Chinezen in de grote steden lijken steeds minder bereid om tolerantie op te brengen voor de luchtvervuiling van hun kolencentrales.”

Noem het vooruitgangsoptimisme. Uit de verhalen in Energy blijkt hoe iets als milieu of mensenrechten zelden de eerste zorgen waren bij een nieuwe uitvinding. In een steeds dichter bevolkt Londen, in de 16de eeuw, werd hout schaars en duur, waardoor steenkool uit de mijnen werd gestookt. De huizen stonden blauw van de rook. Overal in ’s werelds rijkste stad hing rook. Het drong door tot in de kerken, waar de priester onzichtbaar was en bovendien onverstaanbaar, omdat de kerkgangers de hele tijd zaten te hoesten. Schoorstenen werden aangelegd. Vanwege brandgevaar moesten die schoon worden gehouden. Jongens van vijf, zes jaar oud verdienden wat geld door erdoorheen te kruipen, naakt, fungerend als levende bezems.

Vaak konden uitvindingen rekenen op bijgeloof of tegenwerking. Kolen werden gezien als de ‘uitwerpselen van de duivel’. De eerste stoomlocomotief werd begin 1800 bekogeld met rotte eieren door koetsiers die vreesden voor hun werk. De experimenten om gas te gebruiken voor verlichting leidden tot de ontdekking dat lachgas een verdovende werking had, maar toch duurde het nog tientallen jaren voordat het werd ingezet bij medische operaties; pijn hoorde nu eenmaal bij het leven, zo vond men, en een verdoving zou een belediging zijn voor de chirurg.

Intussen bracht technologie steeds meer voorspoed in het leven van mens én dier. Op walvissen werd druk gejaagd om het vet onder hun huid te schrapen voor de olielampen. Bijna stierven ze uit, halverwege de 19de eeuw. Het einde aan de walvisjacht kwam er dankzij een nieuwe toepassing van aardgas. Paarden moesten in de stad steeds meer vracht dragen, terwijl ze intussen de drukke straten volpoepten en -plasten en zo ziektekiemen verspreidden. De paarden werden afgelost toen de automobiel opkwam.

De bibliografie in uw boek is vijftig pagina’s lang. Hoe werd u zo nieuwsgierig?

“Ach, ik weet het niet. Op school verveelde ik mijn arme klasgenootjes altijd met wat ik over wetenschap had gelezen in populaire tijdschriften. Ik denk dat mijn boeken een volwassen voortzetting daarvan zijn.”

Wat heeft u het meest verrast tijdens uw onderzoek?

“Ik had er geen idee van dat de oorsprong van de milieubeweging tamelijk duister is. Ze komt voort uit onnodige zorgen over eindeloze bevolkingsgroei. In de jaren 60 en 70 klonken er aanbevelingen van milieuactivisten om arme landen níet te ondersteunen met noodhulp, omdat het dweilen was met de kraan open. Zij wilden feitelijk snoeien in de menselijke soort, ook door ‘ongeschikte’ mensen te ontmoedigen om zich voort te planten.

“Uit die tijd kwamen de vreselijke metaforen waarbij de menselijke soort werd vergeleken met ratten, bacteriën of kankercellen: geluiden die we nog steeds wel eens horen vanuit de groene hoek, waar ze vinden dat er te veel mensen op onze aarde zijn. 
Ik wist al wel hoe de activisten tegen kernenergie bereid zijn om miljoenen mensen te veroordelen tot ziekte en dood, maar ik was werkelijk geschokt om te zien hoe het groene gedachtegoed is gevormd door een diep antihumanistische houding.”

Uw boek lijkt vooral een oproep om technische innovaties te waarderen. Mist u dergelijke waardering?

“Absoluut. De mensen die vandaag worden vereerd, zijn beroemdheden die feitelijk weinig meer hebben gedaan dan geld verdienen, hetgeen mij nogal saai voorkomt. De originele, creatieve denkers die tot technische wonderen komen, blijven vaak onbekend en ondergewaardeerd. Ik vind het waardevol om over hen en hun werk te lezen en te schrijven. Geschiedenis gaat vaak over politieke leiders en internationale relaties, maar ons alledaagse leven is veel meer beïnvloed door doorbraken op het gebied van wetenschap en technologie dan door politiek.”

Toch wordt nu al gevreesd voor de keuzes die Donald Trump maakt in het klimaatbeleid: hij stapt uit het Klimaatverdrag van Parijs, hij steunt de kolenindustrie...

“Als Trump wordt herkozen – een vreselijke gedachte – zal zijn invloed over acht jaar presidentschap geen voetnoot zijn. Maar het is nog maar de vraag hoe groot zijn invloed zal zijn op de klimaatverandering. Dankzij de enorme beschikbaarheid van goedkoop schaliegas neemt het gebruik van steenkool in de VS snel af – en vanwege de lagere CO2-uitstoot van gas is dat goed nieuws. In de afgelopen tien jaar hebben al honderden Amerikaanse kolencentrales de deuren gesloten, dus het is helemaal niet duidelijk hoeveel die steun van Trump aan de kolen­industrie waard is.”

Wat is het beste dat we kunnen doen voor een energietransitie die de strijd tegen de klimaatverandering ondersteunt?

“We moeten stoppen terug te deinzen voor kernenergie. We moeten de ontwikkeling ervan juist ondersteunen, eventueel richting thorium als brandstof in plaats van uranium. Dat kan via overheidssubsidies, maar ook met een belasting op CO2. Dan hebben we een kans om ons het lot te besparen dat Iran in 2015 trof toen er een gevoelstemperatuur van bijna 73 graden Celsius werd gemeten: de temperatuur van een gebraden kip.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.