Donderdag 21/10/2021

Historicus Cees Fasseur publiceerde deze week een omstreden boek over koningin Juliana en prins Bernhard

Greet Hofmans: haar hartsvriendin, zijn intiemste vijand

Met zijn relaas over het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard, en zijn focus op de breuk tussen hen in de jaren vijftig - bekend als 'de Greet Hofmansaffaire' - deed historicus Cees Fasseur in Nederland een bom ontploffen. Fasseur leverde een gedetailleerd werkstuk af. Voor een verslag van een huwelijk wil dat zeggen: intiem en persoonlijk, soms gevoelig, vaak rauw, en altijd voyeuristisch.

Door Walter Pauli

Denk vooral niet dat Cees Fasseur voor dit opmerkelijke boek lof alom kreeg. Politici, journalisten, royalty-watchers, historici: allemaal hadden ze wel op te merken over of af te dingen op zijn methode, zijn conclusies, whatever. De kritiek van zijn collega-historici concentreert zich vooral op het feit dat Fasseur als enige van koningin Beatrix de toestemming kreeg om vrijelijk gebruik te maken van het Koninklijk Huisarchief. Dat is een opmerkelijk voorrecht, omdat het huisarchief een privaat archief is, en dus niet valt onder de Nederlandse archiefwet. Die regelt de verplichte openbaarheid van overheidsarchieven. Maar het Koninklijk Huisarchief is dus een private zaak. En zoals met elk vorm van particulier bezit kan de eigenaar - in casu Beatrix - daar vrijelijk over beschikken. Kan ze Fasseur (die eerder al een knappe, tweedelige biografie over haar grootmoeder Wilhelmina had geschreven) alle faciliteiten geven. En kan ze andere historici toegang weigeren, zonder opgave van redenen. Wat ze ook al had gedaan. Tot hun grote ergernis.

Commissie-Beel

Die kwestie raakt meteen ook het wezen van dit boek, en van elke historicus of journalist die wil schrijven over de koninklijke familie. Een monarchie is een staatsvorm waarbij een familie, in de praktijk dus vaak één gezin, tevens een van de centrale instellingen van het rijk is. Dat privaat en publiek onlosmakelijk verstrengeld zijn.

Dat was zeker zo met de huwelijkscrisis van Juliana en Bernhard. Hun (privaat) huwelijksprobleem werd beslecht door een commissie van drie voormalige politici, de zogenaamde 'Commissie-Beel'. Die had van eerste minister Willem Drees de opdracht gekregen een rapport met aanbevelingen te schrijven. Het ging om twee ex-premiers (de Limburgse katholiek Louis Beel en de gereformeerde Fries Pieter Tjoerds Gerbrandy) en jonkheer Alidius Warmoldus Lambertus - 'A.L.D' - Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, de laatste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hun opdracht was niet privaat, maar officieel. Toch werd hun rapport nooit publiek gemaakt. Tot Fasseur de tekst van dit advies als bijlage opnam in zijn boek.

Maar hoe kon het zover komen dat de problemen in het huwelijk een staatszaak werden? Waarom legde de prins het er op aan dat hun intieme leven aan het oordeel van politici moest worden onderworpen?

De kiemen van de crisis liggen natuurlijk in de aard van het huwelijk zelf. In elke monarchie is zulks geen eenvoudige zaak. Juliana (° 1909) was de enige dochter van Wilhelmina, die op haar beurt de enige dochter was van Willem III: een echtgenoot voor Juliana was dus dringend vereist om de familie voor uitsterven te behoeden. Hij moest protestant zijn (Wilhelmina was fanatiek antipaaps), en ook viriel: het bezwangeren van de kroonprinses was namelijk zijn eerste - en feitelijk enige - constitutionele taak.

Maar Wilhelmina was voor haar tijd ook vooruitstrevend. Zo liet ze Juliana een universitair programma in Leiden volgen. Daarna mocht de dochter zelf zoeken naar een echtgenoot. Juliana deed niet minder dan negen jaar over die 'zoektocht', die vanzelfsprekend een aanvang kende op haar achttiende jaardag. Daartussen lagen een paar notoire mislukkingen. In 1934 was er in Londen een gearrangeerde ontmoeting tussen Juliana en prins Karel van Zweden. De ontmoeting werd een fiasco. Na één gesprek liep Karel boos weg.

De schuld werd bij Juliana gelegd. De Nederlandse gezant in Londen, de 74-jarige jonkheer de Marees van Swinderen, die vooraf veel energie had gestoken in de 'koppeling', was in zijn rapport aan Den Haag Wilhelmina's raadsman ongezouten: "Katwijk en Leiden wreken zich in Haar, nu Zij op een leeftijd is gekomen (...) dat Zij eindelijk rekenschap behoort te geven dat de jonge mannen onder wie wij hopen dat zij haar levensgezel zal vinden, nog iets meer verlangen dan een intellectueel ontwikkelde vrouw en, meer dan men wel veronderstelt, op uiterlijke tooi en voorkomen gesteld zijn." De officieuze lijn van de Nederlandse diplomatie was: Juliana moet minder intellectueel zijn, meer een juffertje. Maar zo was ze niet. En dus kwam er geen witte prins.

'Ik weet niets'

Tot een zekere Duitse jonker ineens zélf contact opnam met het Nederlandse hof. Bernhard heeft altijd laten verstaan dat niet-genoemde Nederlandse diplomaten hem hadden 'gekozen'. In werkelijkheid, betoogt Fasseur, was het Bernhard die zichzelf met opmerkelijk veel lef presenteerde als kandidaat-prins-gemaal. Fasseur suggereert dat er mogelijk een weddenschap was afgesloten: wie durft? Meer: wie slaagt?

Bernhard dus. Wilhelmina laat diplomaten natrekken wie de lefgozer wel mag zijn. Het blijkt om Bernhard, prins zu Lippe-Biesterfeld (° 1911) te gaan, een Duitse landedelman die in Parijs voor IG Farben werkt. Bernhard maakt een goede indruk, al had men reeds tijdens de verloving kunnen opmaken dat hij 'un homme de monde' was, zo niet 'un homme à femmes'. Zijn godvrezende aanstaande Juliana zal niet graag gelezen hebben dat hij schreef dat hij "op zondag de hele dag getennist" had. Dat is geen zondagse bezigheid voor calvinisten.

En toen zijn vriend, de Engelse journalist Dennis Sefton Delmer, hem op de man af vroeg: "My dear Benno, do you love the princess?", kreeg hij van Bernhard als antwoord: "I think I do. She is awfully sweet and she does seem to like me too." Wellicht was hij ook erg ambitieus, en zag hij in het huwelijk een kans op carrière, succes, rijkdom ook.

Het ging snel. De eerste ontmoeting tussen Juliana en Bernhard werd gearrangeerd in een Oostenrijks hotelletje begin februari 1936. Op 8 september 1936 hoorde Nederland het bericht van de verloving van hun Juliana met de genaamde Bernhard. Op 7 januari 1937 huwden ze. Met de 'plicht' om voor kinderen te zorgen, kwam het dra goed. Er kwamen vier kloeke dochters: Beatrix (1937), Irène (1939), Margriet (1943) en Marijke, die zichzelf later Christina noemde (1947).

Het was de nieuwe prins die de troonopvolger, tevens zijn echtgenote, naar zijn inzichten modelleerde. 'Benno' deed Juliana 25 pond afvallen en liet haar kleden bij Parijse couturiers. Dergelijke details verraden dat het vooral Bernhard was die hun relatie naar zijn hand kon zetten.

En dat in stormachtige tijden, want in mei 1940 waren de Duitsers ook Nederland binnengevallen. Het gezin van Juliana uit naar het veilige Ottawa, in Canada. Dat wil zeggen: Juliana bleef er met de dochters, Bernhard reisde zo snel hij kon af naar Londen: naar regering en leger in ballingschap, maar ook naar 'de wereld', het mondaine. Juliana vermoedde één en ander, zo blijkt uit een pijnlijke brief die zij hem al in oktober 1940 schrijft: "Besef je eigenlijk hoe weinig ik van je afweet? Ik weet nog steeds niet wat voor baan je hebt dat ik kan opgeven als 't beroep van mijn wederhelft; ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets, niets!"

Bernhard hád natuurlijk liefjes. In een interview met de Volkskrant, dat na zijn dood werd gepubliceerd, bekende hij dat hij twee buitenechtelijke dochters had. Hij vond er geen graten in: dat hoorde in zijn tijd bij de levensstijl van adellijke mannen.

Want toen de latere (katholieke) premier De Quay in Londen arriveerde, was hij geschokt over de verhalen van Bernhards privéleven: "Je land mag je niet verraden, je vrouw blijkbaar wel. Wie zal hem eens de les lezen?" De Quay had echter geen been om op te staan, toen hij vernam dat alle ministers in Londen - "toch een herengezelschap op leeftijd", noteert Fasseur - "er een juffrouw op nahielden".

Gekke Greet

Bernhard hield van vrouwen die glamour uitstraalden. Hij pestte Juliana zelfs als ze niet aan zijn normen voldeed. "Mijn lieve oude dikkerd", schreef hij ooit (Juliana was goed dertig). Het was dus niet vanzelfsprekend om na de oorlog, terug op paleis Soestdijk, de echtelijke draad weer op te nemen. Het huwelijksgeluk leek echter volmaakt met de geboorte van een vierde dochter, Marijke, in 1947. Na een maand bleek het kind echter aan een oogkwaal te lijden, met quasi-blindheid tot gevolg. Hoewel de beste chirurgen het kindje opereerden, was er aanvankelijk weinig garantie op beterschap en helemaal geen zekerheid op succes. Juliana en Bernhard werden wel overstelpt door blijken van medeleven. Vele Nederlanders wilden zelf één van hun ogen afstaan voor transplantatie. Nog in 1956 bood een zekere Snijders zijn beide ogen aan, zonder enige beloning in ruil te verwachten: "Overlegt U dus maar met Uw vrouw wanneer U wilt dat ik naar Holland kom voor de operatie."

Zo genereus de steun, zo wanhopig de ouders. Maar ze moesten hun tijd delen met de zorg voor hun dochtertje en de plicht voor het land. In 1948 volgde Juliana haar moeder Wilhelmina op als koningin van Nederland. Zij reorganiseerde dus de oude hofhouding. Die bestond vooral uit mensen die zich tijdens de oorlog hadden onderscheiden, zoals de militair G.C.D. baron van Hardenbroek, 'Gijs Paleis' genoemd, tegelijk grootmeester, opperceremoniemeester en thesauriër.

'Gijs' leek oppermachtig, maar bleek al snel de duimen te moeten leggen voor een andere nieuwkomer, een zekere Gerrie van Maasdijk, die tijdens de oorlog een hoogst onduidelijke rol had gespeeld in het verzet maar daarna snel was doorgestoten tot de inner circle rond Bernhard. Van Maasdijk bleek een intrigant die het snel schopte tot (waarnemend) algemeen secretaris van Juliana. Hij werkte het oude hofpersoneel er uit en bracht nieuwe mensen aan. Zo zorgde hij voor een nieuwe 'particuliere secretaris' voor de koningin. Niet toevallig was de heer Walraven baron van Heeckeren van Molencaten uit zijn kennissenkring afkomstig.

En ook zij zorgden weer voor vriendjes. Via de echtgenote van Walraven diende zich een zekere Greet Hofmans aan. Zij kon "genezen op afstand", schreef ze de koningin, "zonder iets anders dan een lokje haar van het Prinsesje." Zo voltrok zich het drama. Want genaamde Greet Hofmans (° 1894) was een hoogst apart figuur. Ze was lid van de Theosofische Vereniging en het Rosenkruisersgenootschap, en had in de jaren dertig lezingen van de Indische wijsgeer Krishnamurti bijgewoond. Zij kwam in de ban van een zekere Wim Kaiser, een bediende bij de 'Stoomvaartmaatschappij Nederland', die zich na zijn uren specialiseerde in occultisme en paranormale zaken: hij maakte horoscopen op basis van de schepen die zijn werkgever te water liet, en verkondigde zijn inzichten in gewichtige wartaal.

Op haar werk stond Greet Hofmans bekend als 'Gekke Greet', omdat ze haar werkgever per brief een "ernstige waarschuwing" zond om zijn zedelijke levenswandel ("geld en vrouwen") op te zeggen. Omgekeerd vond die werkgever Greet "sluw, griezelig en homoseksueel".

Paranormale gaven

Wat er ook van zij, Greet Hofmans was in de ban geraakt van een 'geest', de man in kwestie was immers overleden. M.J.J. Exler, door haar 'Ex' genoemd, was de in 1939 overleden auteur van de psychologische roman Levensleed (1911): een verhaal over 'uranisten' (homo's mochten nog niet zo genoemd worden) die niet voor hun geaardheid mochten uitkomen en wanhopig geestesgenoten zochten. Die Exler was een ex-collega geweest van Kaiser, en was een paar jaar eerder ergens op de Veluwe bevriend geraakt met de adellijke familie Walraven van Heeckeren van Molencaten.

Via dat netwerk, dat de centrale leiding van de hofhouding op paleis Soestdijk in handen aan het nemen was, kon Hofmans dus Bernhard en Juliana benaderen om hun dochtertje met de hulp van 'Ex' te genezen. Ze had trouwens al een bloeiende paranormale praktijk, waar honderden mensen haar opzochten voor genezing "uit naam van Christus zonder enige steun van kerk of vereniging". En zeker zonder hulp van de wetenschap of reguliere geneeskunde.

Uiteindelijk introduceert Bernhard haar bij Juliana: adellijke officieren hadden hem attent gemaakt op die vrouw. Maar Greet Hofmans is iemand die resoluut voor de vrouw-vrouwrelatie gaat. En hoe. Haar eigenhandig verslag van haar eerste reeks ontmoetingen met Juliana is op zijn minst opmerkelijk te noemen: "Voor ik het wist stonden wij als twee vrouwen met ieder haar zware taak hand in hand iets ontroerd tegen elkaar uit te stamelen. Doordrongen van de bovenaardse Leiding in dit alles (...) Wij hadden gesproken over de voorbije beschaving van Egypte. Vooral de figuren van de Egyptische koning Amom en diens vrouw Nevritetra waren voor ons beide ideale mensen voor het regeren van een volk, daar zij de belofte van kuisheid en van armoede aan 's werelds bezit hadden volbracht. 'Zijn wij te laat of te vroeg geboren.' 'Precies op tijd', gaf ik door. Ik ging naast haar staan, zij nam mijn hand en keek mij met die verheven blik aan. 'Lieve', zei ze zacht en plotseling werden wij verheven in een tijdloze en sekseloze liefde, die ons voor altijd zal binden."

Alzo Greet Hofmans, met haar eigen woorden. De genezing van Marijke lukte niet, maar Hofmans was binnen op Soestdijk, bij haar liefste Juliana. En met haar kwamen haar vriendjes, zoals Wim Kaiser. Juliana bezocht een lezing van Kaiser over 'dierenriem en evangelie', en steunde hem al snel ook financieel. De relatie tussen Juliana en Hofmans werd zo innig, zo veeleisend, dat zelfs de oude moeder Wilhelmina ineens moeilijker toegang kreeg tot haar dochter.

Alsook haar echtgenoot. Vanuit Hofmans religieuze inzichten was de wereldse, vrouwengekke Bernhard een obstakel. Meer, een Vijand. Net zoals alle hofdignitarissen die aan hem gehecht waren. Er was ook geen groter contrast dan de bruisende, liederlijke prins en Greet Hofmans. Een vriendin beschreef haar als "heel keurig, heel steriel, heel kleurloos in eeuwig grijze of beige mantelpakken met witte blouses, hoog gesloten en met lange mouwen. Ze droeg zelfs 's nachts een onzichtbaar haarnetje." Juliana begon die stijl te imiteren.

Mannetjesputter

Bernhard voelt zich in de hoek gezet. Hofmans fluisterde de koningin immers in het oor dat Bernhard - volgens haar een "ijdel en heerszuchtig avonturier, (een man die) geniet van grootkapitalisten en groottechniek", bovendien een man met "lelijke on-Nederlandse trekken in zijn karakter" - haar plaats wilde innemen en zich als koning wilde laten uitroepen. Door haar gestook begint Juliana zijn gangen te controleren, en gaat ze, op instigatie van Hofmans, bij de regering zelfs klagen over Bernhards activiteiten. Van de weeromstuit begint Bernhard zich driest te gedragen, eist hij dat zijn maîtresse mee mag op vakantie - met de koningin en de kinderen.

Tegelijk stimuleert de koningin Hofmans om politieke adviezen te verstrekken. Zo brengt Juliana haar in contact met premier Willem Drees. Weerom Hofmans: "Zo juist kom ik van de Heer Drees. (...) Hij was vooral zeer bewogen toen ik moest zeggen dat ik altijd beschikbaar was voor het doorgeven wanneer hij graag licht wilde hebben op de moeilijke problemen en op Steun en Kracht kon rekenen wanneer hij zich 'diendend' in dit verband wilde stellen." Dat zal wel.

Op Soestdijk heerste de 'kliek-Hofmans': allemaal sobere vrouwen en hun medestanders die religieus-pacifistisch waren en bij feestgelegenheden koppen chocola dronken. Daartegenover stond de viriele militarist Bernhard, die binnen het paleis steeds minder te zeggen had, maar , die in zijn nieuwe land was uitgegroeid tot een heuse 'vedette' en de favoriet was van de verzamelde pers. Die hing aan zijn lippen.

Het is via een bewust perslek, in Der Spiegel, dat Bernhard de zaak Hofmans in de openbaarheid brengt: zijn vrouw zou onder invloed staan van een sinister wijf. Bernhard kwam in het bewuste nummer van Der Spiegel in 1956 op de cover in een pose die deed denken aan die van zijn echtgenote in 1948 in hetzelfde blad: met een sigaret in de mond. Een man van de wereld, die als het moest land en wereld opzette tegen zijn eigen vrouw. 'Zwischen Königin und Rasputin', was de titel. Greet Hofmans was zogezegd een genezeres, maar ze had een ziekelijke invloed, en jutte Juliana haar ministers stiekem uit te horen met "augenscheinlich von Gott inspirierten Fragen" - die informatie kwam volgens Der Spiegel uit de mond van een minister.

Door zijn eigen huwelijkscrisis aan Der Spiegel door te spelen, legde Bernhard zijn eigen relatie op de regeringstafel. Die schoof de hete aardappel door naar de Commissie-Beel, die zeer mals was voor Bernhard (zijn escapades bleven buiten schot, zijn demarche om naar de pers te stappen werd met de mantel der liefde toegedekt), en erg hard voor Juliana: zij moest alle contact verbreken, niet alleen met Greet Hofmans, maar ook met haar vriend Kaiser. En ze moest afzien van contact met de 'kliek-Hofmans', zoals het echtpaar Van Heeckeren van Molencaten. Dat gebeurt uiteindelijk ook.

Maar daarmee is de zaak niet gesloten. Zoals de ontvangst van Fasseurs boek toont, is Nederland nog altijd niet in het reine met de zaak-Hofmans. In de Volkskrant wast Anet Bleich de auteur de oren. Zij ontwaart een mannetjesputter in Fasseur, die Bernhard begrijpt en steunt, en vraagt zich af wat er eigenlijk zo fout was aan de onschuldige Greet Hofmans. Het is een recensie die toont dat in de beoordeling van koninklijk gedrag niet altijd politieke tendensen te ontwaren vallen, maar dat ook 'gender' een bron van tweespalt kan zijn. Nu, net zoals toen.

Cees Fasseur, Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956. Balans, Uitgeverij Balans, 495 pagina's.

n Prins Bernhard was in zijn nieuwe vaderland een vedette en de favoriet van de verzamelde pers. Die hing aan zijn lippen.

n Koningin Juliana in paleis Soestdijk met haar nieuwe vriendinnen van de groep rond Greet Hofmans: het is feest en dus schenken ze chocolade. Zelfs Bernhard komt er niet onderuit.

Via een perslek in Der Spiegel maakte Bernhard de zaak Hofmans openbaar: Juliana zou onder invloed staan van een sinister wijf. Bernhard kwam in het bewuste nummer in 1956 op de cover in een pose die geleek op die van zijn echtgenote in 1948 : met een sigaret in de mond. Een man van de wereld, die als het moest land en wereld opzette tegen zijn eigen vrouw

Greet Hofmans beschrijft haar eerste reeks ontmoetingen met Juliana zo: 'Ik ging naast haar staan, zij nam mijn hand en keek mij met die verheven blik aan. 'Lieve', zei ze zacht en plotseling werden wij verheven in een tijdloze en sekseloze liefde, die ons voor altijd zal binden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234