Donderdag 22/04/2021

'Historici worden ziedend als ze dit lezen'

undefined

De Franse Revolutie was níét het gevolg van honger, crisis en koninklijke cake, maar van filosofisch debat en vooruitstrevende ideeën. Jonathan Israel argumenteert dat in het (voorlopige?) slotdeel van zijn serie over radicale verlichting.

Met zijn lijvige boek Democratic Enlightenment heeft Jonathan Israel (°1946), professor aan de universiteit van Princeton, na bijna twintig jaar van noeste arbeid, na bijna 3.000 gepubliceerde en misschien evenveel weggesnoeide bladzijden, zijn monumentale trilogie over de radicale verlichting tot een indrukwekkend einde gebracht. Over zijn drie werken spant hij een boog die leidt van de Hollandse Gouden Eeuw, meer in het bijzonder van de filosoof Spinoza, naar de Franse Revolutie. Wat Spinoza met zijn radicale filosofie op gang bracht, kwam ruim honderd jaar na datum, via figuren als D'Holbach, Diderot, Helvétius en de Condorcet, uit bij het opdoeken van de feodale maatschappij, bij de emancipatie van Joden en religieuze minderheden, bij de emancipatie van slaven, bij de (toen mislukte) emancipatie van vrouwen, en bij de Verklaring van de Rechten van de Mens, kortom, bij de eerste jaren van de Franse Revolutie.

De in oorsprong Engelse historicus, die zich had gespecialiseerd in de Hollandse republiek, kwam bij toeval tot de ideeëngeschiedenis. Terwijl hij materiaal verzamelde voor een boek over de republiek, verdiepte hij zich in De betoverde weereld, een boek uit 1691, waarin Balthasar Bekker het bestaan van heksen, tovenarij en duiveluitdrijving ontkende. "Dat boek ontketende een storm. Binnen de kortste keren werden 300 pamfletten en replieken gepubliceerd, waarvan slechts twee of drie in het Latijn. Het volk nam deel aan het debat, net als religieuze figuren en politici. Ik had er nooit bij stilgestaan dat een samenleving opgewonden en door elkaar geschud kon worden door een intellectueel debat. Ik bedacht ineens dat in zulke intellectuele controverses ideeëngeschiedenis en sociale geschiedenis samenkomen."

Het tweede inzicht was nog ingrijpender. "Het viel me meteen op: als je in die tijd iemand monddood wou maken, zei je gewoon dat hij onder invloed van Spinoza stond. Dat volstond om iemand te discrediteren. Of als je hem heel erg wou kwetsen, dan zei je dat hij een spinozist en een atheïst was. Toen dacht ik: hm, ik heb die Spinoza blijkbaar onderschat. Ik wist niet dat die zo'n ophef had gemaakt."

Bevrijding van de gemeenschap

In 2001 publiceerde Israel Radical Enlightenment, een studie van Spinoza en van grotere en kleinere denkers in diens omgeving, en naar achteraf bleek, pas het eerste deel in een trilogie.

"Spinoza was de eerste grote filosoof die niet alleen de persoonlijke bevrijding bepleitte, de vrijheid van meningsuiting, maar ook de bevrijding van de gemeenschap. Hij ondermijnt op brutale manier de religieuze autoriteit. En zijn baanbrekende gedachte is dat de soevereiniteit, de beslissingsmacht, bij het volk thuishoort, en niet bij de koning, bij de adel, bij de oligarchen, bij de militairen of bij God. Democratie is de beste vorm van bestuur. Het doel van de samenleving is het leven optimaal te maken voor alle mensen, waarbij ieders belang als gelijkwaardig wordt beschouwd. En precies die gedachte loopt van bij Spinoza tot de Franse Revolutie, als verschillend van de Amerikaanse Revolutie, waarin het welzijn van het individu centraal staat."

Het is, zegt hij terloops, iets waar de moderne samenleving ook nog niet klaar mee is, want wie kan beweren, behalve een of andere politicus, dat we met onze politiek in de bankencrisis het nut van het algemeen verkiezen boven het nut van enkelen? Welke politicus komt echt op voor het gemenebest, en niet voor belangengroepen?

Maar terug naar de geschiedenis. Na zijn eerste boek was Israel tot de vaststelling gekomen dat Spinoza's ideeën doorzinderen tot de Franse Revolutie. "En ook: ik vond het onderwerp zo fascinerend dat ik er niet mee kon ophouden." Eerst verscheen Enlightenment Contested, over de eerste helft van de 18de eeuw, en zopas Democratic Enlightenment, over de aanloop naar en het begin van de Franse Revolutie.

Israel onderscheidt drie denkpistes door deze geschiedenis heen. Er zijn ruwweg de conservatieven tot reactionairen, koningsgezind, kerkgezind, behoeders van de status-quo. Aan de andere kant van het spectrum staan radicale filosofen, degenen die de hele samenleving overhoop wilden gooien, en alles op basis van nieuwe kennis en argumenten wilden heropbouwen. Tussen die twee vind je wat Israel de gematigde verlichting noemt, met figuren als Voltaire en Hume, die weliswaar verbeteringen in de samenleving wilden aanbrengen, een zekere vrijheid van meningsuiting, maar zonder al te drastisch tegen de gevestigde schenen te schoppen. Het onderscheid legt Israel uit aan de hand van hun standpunten in verband met aardbevingen. In de jaren 1750 werd de wereld getroffen door een serie bloedige aardbevingen, waarvan die van Lissabon de bekendste bleef. De conservatieven/reactionairen zagen de aardbevingen als een straf of een ingreep van God. De radicalen beschouwden de aardbevingen als een natuurkundig fenomeen, dat ze nog niet afdoend konden verklaren. En de gematigden zaten met een interpretatieprobleem, waar sommige aspecten van de aardbeving aan de natuur werden toegeschreven en andere aan God. De gematigde en wispelturige Voltaire, die niet de mooiste rol krijgt in Democratic Enlightenment, vormde de uitzondering op deze regel. Hij verkoos in de aardbevingsdiscussie de natuuroptie, al was hij wel geneigd goddelijke voorzienigheid te aanvaarden.

Radicale denkers

Het recentste boek schetst in detail de ups-and-downs van het radicale gedachtegoed, tot het, net voor de revolutie, de bovenhand krijgt.

"De radicale denkers, met Mirabeau als een van de briljante woordvoerders, waren met niet meer dan twintig tot dertig op het moment dat de Staten-Generaal in 1789 samenkwam. Slechts enkelen hadden zitting in de Staten-Generaal, maar de filosofen, en gelijkgestemde journalisten, domineerden de kwaliteitspers. Ze introduceerden wetgeving die de macht van de kerk beteugelde. Hun uitgangspunt was: niets moet bij het oude blijven, alles moet veranderen op basis van rationele inzichten en debat. Er was nooit een revolutie geweest die zo omvattend was."

En die revolutie kwam op gang op basis van ideeën die vanaf Spinoza ontwikkeld werden? En werd gedragen door dertig intellectuelen? Het is een verbijsterende stelling. Zijn het niet sociale toestanden die tot revoluties leiden? En waarom hebben historici ruim 200 jaar gemist dat ideeën er echt toe deden?

"Het is nog erger dan dat: ik beweer dat die ideeën de enige echte oorzaak waren van de Franse Revolutie. Historici worden ziedend als ze dit lezen. Sociale historici beweren dat honger en ontbering tot de revolutie hebben geleid. Er was natuurlijk honger, er was ontbering, maar hoe kom je van ontbering tot de Verklaring van de Rechten van de Mens? Hoe kom je van ontbering voor het eerst in de geschiedenis tot de emancipatie van de Joden? Door filosofen. De tijdgenoten lieten er geen twijfel over bestaan dat filosofie de drijvende kracht achter de revolutie was, zowel voor- als tegenstanders gingen daarvan uit. Maar op een of andere manier hebben we hen nooit geloofd.

"Ik weet ook niet waarom niemand opmerkt dat Voltaire, op hoge leeftijd, obsessioneel probeerde Spinoza te weerleggen, omdat hij wist dat hij via Spinoza de radicale verlichting de wind uit de zeilen kon nemen."

Jonathan Israel over het belang van Spinoza

Dat handjevol radicalen slaagde erin de hervormingen door te drukken door handig op de machtsverhoudingen in te spelen, door kranten te gebruiken, door gebruik te maken van hun oratorisch talent.

De richting die ze kozen had weinig te maken met de verzuchtingen van het volk. "Heel weinig mensen steunden de emancipatie van de Joden, en toch kwam die er. Het was te vroeg voor het homohuwelijk, en de idee van gelijkberechtiging voor vrouwen haalde het niet, maar het moderne feminisme dook al volop op, en er kwam het recht op burgerlijke echtscheiding, wars van religieuze invloed. We vergeten hoe belangrijk dat wel was - hoe weinig rechten gewone mensen, en vooral vrouwen, voordien hadden.

"Er was verregaande persvrijheid. Niet alleen gewone monarchisten maar zelfs ultraconservatieve contrarevolutionairen konden vrij spreken en publiceren."

Het volk was erg verdeeld, een grote groep steunde nog de koning en de adel, een groep steunde de radicalen, een deel van het volk was gewonnen voor een constitutionele monarchie.

Maar de titel van zijn boek, Democratic Enlightenment, is dus misleidend, want zo democratisch was die verlichting niet. "De doelstelling van de radicale verlichting was democratisch, maar de manier waarop de revolutie verliep niet - het volk stond zeker niet aan de kant van alle hervormingen."

Degenen die vanaf 1793 schoon schip maakten met de radicale hervormingen, Robespierre en Marat, 'gruwelijke lui', waren in een bepaald opzicht meer democratisch. "Die zegden: die filosofie doet er niet toe, het enige criterium is wat de gewone mens ervan vindt. Na een van de speeches van Robespierre werd het beeld van Helvétius, een prominente radicaal, naar beneden gehaald, waarna de leden van de Jacobijnenclub collectief op de brokken trapten. De manier waarop Robespierre en Marat zichzelf tot de vertegenwoordigers van de gewone man uitriepen, is vergelijkbaar met die van het moderne fascisme. Zij wisten zogezegd wat de gewone man dacht en die gewone man vormde een blok. Wie afweek van dat blok, de dissidente stemmen, moesten verdwijnen."

Tot dan had de revolutie relatief weinig bloed gekost, maar nu verloren de leiders van de vroege fase van de revolutie één voor één hun kop.

Historici hebben vaak de schuld voor de terreur in de schoenen van de verlichting geschoven, maar dat is volgens Israel onomstotelijk fout. Degenen die de terreur vertegenwoordigden, Robespierre en de Jacobijnen, wilden juist niets te maken hebben met de filosofen van de verlichting, tenzij met Rousseau, wiens geschriften toch al buiten de radicale verlichting stonden.

Botsende ideeën

Israel is alweer bezig aan een nieuw boek, een geschiedenis van de botsende ideeën van de Franse Revolutie. En hij overweegt om in een vierde (later vijfde) deel te schetsen hoe het de verlichtingsideeën sinds de revolutie is vergaan.

Hoe dan?

"Wel. Net na de Tweede Wereldoorlog zag het er even veelbelovend uit. Het nazisme was verslagen, het stalinisme ging ten onder, in 1948 werd de Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties geproclameerd."

Tegenwoordig werpen Wilders en De Winter zich op als verdedigers van de verlichting.

"Maar dat zijn ze niet. Want de eerste stelregel van de verlichting is dat er tolerantie moet zijn voor alle groepen en overtuigingen.

"Op politiek gebied hebben we het moeilijk om de combinatie van onwetendheid en gevestigde belangen aan te pakken. Daar is Spinoza nog altijd relevant. Zijn idee was dat vooruitgang mogelijk was. Als iedereen altijd redelijk zou handelen, had je nauwelijks een politiek systeem nodig. Er is niet veel fantasie voor nodig om te weten dat iedereen er beter van wordt als je over problemen discussieert, als je samenwerkt, eerlijk deelt, zowel de lasten als de lusten. Maar mensen zijn nu eenmaal niet zo redelijk, ze zijn passioneel, soms haatdragend of ijdel, agressief, handelen uit eigenbelang, en dus is er politie, een leger, en de staat nodig om dingen in goede banen te leiden. Maar de staat zal de zaken slechts rationeel kunnen regelen als religie een stap terugzet, en geen irrationaliteit, angst, gehoorzaamheid in het debat brengt. Het is bij Spinoza zowel denkbaar dat we een meer rationele samenleving krijgen als een meer onredelijke. Hij is niet optimistisch, maar realistisch is hij in elk geval."


Jonathan Israel
Revolutie van het denken.
Radicale verlichting en de wortels
van onze democratie
(Democratic Enlightenment.
Philosophy, Revolution and Human Rights, 1750-1790)
Van Wijnen, 239 p., 24,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234