Vrijdag 22/11/2019

Vijandbeeld

Hipsters bestaan niet en daarom zijn ze een makkelijk doelwit

Beeld Thinkstock

Dit stuk van Volkskrant-journalist Haro Kraak legt uit waarom de hipster van alles heeft maar helemaal niks is.

Een lunchtent bij mij om de hoek, op de Kinkerstraat in Amsterdam, had maandenlang een krijtbord voor de deur staan. 'Gary's Deli is niet hipster, maar wel heel gezellig en lekker', stond erop. En in kleine lettertjes ernaast: 'Free wifi'.

Vaak als ik erlangs fietste vroeg ik me af waarom de eigenaar - laten we hem Gary noemen - het bord had neergezet. Werd hij overspoeld door een publiek dat hem niet aanstond? Was hij bang dat een bepaald slag mensen teleurgesteld zouden zijn als ze zijn zaak betraden? Of dacht Gary: ik hoor iedereen hipsters haten, laat ik een populair marketingstatement maken?

Ik geloof dat het laatste waar is. Hipsterhaat is al tijden in de mode, dat kan Gary niet ontgaan zijn; koffietentjes schijnen een van de grootste broedplaatsen van hipsters te zijn. Als je de columns, tweets en blogs moet geloven zitten al die fucking hipsters op hun MacBooks romans te schrijven onder het toeziend oog van de barista, terend op één latte en de gratis wifi die Gary ook aanbiedt.

Gary was wellicht zijn tijd vooruit, want zijn tent zal een bestorming door hipsterhaters bespaard blijven. Dat klinkt als een overdreven voorbeeld maar dat is precies wat vorige week gebeurde in Londen. In Shoreditch, een gegentrificeerde wijk waar de afgelopen jaren lege industriële gebouwen zich vulden met kunstenaars en start-ups, werd een lokale ontbijttent belaagd door een meute woedende demonstranten. Ze besmeurden de ruit met verf en voedsel, schreeuwden leuzen, wapperden met brandende staken, bedreigden personeel en klanten (onder wie kinderen), en gooiden met meubilair.

Waarom? Omdat de eigenaars - een tweeling - zilvergrijze vetkuiven, baarden en tatoeages hebben, de bovenste knoopjes van hun overhemden dichtdoen en zes euro voor een bakje cornflakes vragen. Voor de demonstranten, een groep die zich Class War noemt, staat de tent symbool voor de gentrificatie van de buurt geworden, in het kort: dure huur- en koophuizen, dure winkels en dure horeca. Allemaal de schuld van die fucking hipsters met hun creatieve banen, biologische broden, ironische retrohobby's en milieuvriendelijke fixiefietsen.

Tot dusver nam ik de obligate hipsterhaat voor kennisgeving aan, onder het mom: mensen hebben nu eenmaal een vijandbeeld nodig, columnisten een onderwerp en websites clicks. Maar nu de makkelijke beschuldigingen en hatelijke commentaren omslaan in geweld, wordt het tijd om de inmiddels amorfe hipsterhaat te ontleden en terug te brengen tot de kern, voordat ook hier een loopgravenoorlog tegen koffietentjes en conceptstores ontstaat.

Beeld x

Aversie

Eerst terug naar Gary. Hij is goed op de hoogte, maar wat hij niet weet is dat, o ironie, niets zo aantrekkelijk is voor hipsters als een café dat niet voor hipsters bestemd is. Dat komt doordat ook zij, de mensen die hipster genoemd worden, hipsters haten, omdat die al hun geheime plekjes verpesten als ze zich er massaal op storten. Niemand noemt zichzelf per slot van rekening hipster. De hipster is altijd de ander.

Komt dat even goed uit.

De hipster beledigen is een makkelijke en veilige opgave - niemand zal zich verdedigen en iedereen herkent je ergernissen. Het Parool publiceerde een lijstje met '9 hipsterfenomenen waar Amsterdam wel klaar mee is', schrijver Özcan Akyol verwoordde in meerdere columns zijn afkeer voor hipsters en op Facebook werd het parodie-event 'Een of ander vreetding met hippe biertjes en saladebar' bezocht door 22 duizend mensen, die allen hun beste grap over quinoa, speciaalbier en knotjes maakten.

De hipsteraversie nam in het voorjaar zulke groteske vormen aan dat de satirische site De Speld het 'nieuws' bracht dat er een flexwerkplek komt voor anti-hipstercolumnisten die niet weten waarover ze moeten schrijven. 'Een vrijblijvende tirade tegen hipsterfenomenen vormt dan een aantrekkelijk alternatief voor originaliteit.'

En op YouTube verscheen begin september de clip van het Australische parodiehitje Hipsta van Timmy Trumpet & Chardy ft The Bondi Hipsters. Te zien is hoe een hipster in een lunchtent door de ober in elkaar wordt geslagen terwijl hij in het aanstekelijke refrein zingt: 'Have you got anything gluten free?'

Daar zit eigenlijk alles in. Hipsters doen niemand iets kwaad, maar roepen ergernis en agressie op omdat ze hun morele en esthetische superioriteit zo opzichtig uitdragen. Mensen worden geconfronteerd met hun eigen gebrek aan stijl, jeugdigheid, gezondheid, welvaart, talent of ethiek.

De bebaarde man met de haren mooi gladgestreken, het prototype van een hipster Beeld Thinkstock

Poseurs

Stukjes over hipsters beginnen vaak met de origine van de term: de blanke, rebelse jongeren die in de jaren vijftig de zwarte cultuur overnamen, gesignaleerd door schrijver Norman Mailer. Behalve dat het hier om een subcultuur gaat, heeft die definitie juist niets te maken met de huidige hipsters. Althans, niet in de manier waarop mensen het woord hipsters gebruiken, namelijk: een groep jonge consumenten die de laatste mode haast slaafs volgt en in de drang naar authenticiteit en excentriciteit pijnlijk eenkennig en conformistisch is.

Deze hipsters zijn poseurs en meelopers en hangen gek genoeg als subversieve cultuur geen enkele samenhangende ideologie aan, behalve die van materialisme en individualisme. Ja, je zou veganisme, duurzaamheid, ambachtelijkheid en kleinschaligheid als gedachtengoed kunnen aanvoeren, maar het probleem is juist dat het omgekeerde evengoed waar is: hipsters zijn ook de barbecuevlees etende, op vervuilende oude motoren rijdende en truckerpetdragende mannen die de nouveau-ruige horeca met bakstenen muren en industriële lampen inrichten.

Van punkers kon je tenminste nog zeggen dat ze allemaal een hekel hadden aan de monarchie en de overheid. En dat ze hanekammen hadden, leren jasjes met spikes droegen en naar de Sex Pistols luisterden. Hipsters zijn ondefinieerbaar en daarom gooit iedereen maar kenmerken op ze. Het zijn de door gezondheid geobsedeerde gojibesvreters, bootcampers en speltfanaten, maar ook de pillenslikkende ravers in skinnyjeans en met opgeschoren kuiven die de festivals doen uitverkopen. Het zijn de nerds met brillen, strakke effen Scandinavische designkleren en de laatste iPhone die al hun lichaamsfuncties monitort, maar ook de langharige analoge natuurwinkelmensen in waxjassen en houthakkershemden.

Het zijn jij, ik en de buurman.

De grote paradox is dat een term die ooit bedoeld was voor de avant-garde, de voorlopers die de trend zetten, nu synoniem is voor grootstedelijke mainstream. Daardoor kan alles wat populair wordt onder jongeren opeens, met vrijwel altijd een negatieve connotatie, onder de noemer hipster geschaard worden: baarden, beanies, brillen - noem maar op. Dan zouden in de jaren negentig Ralph Lauren-hemden, capuchontruien en medium-wijde broeken hipster geweest zijn. Vroeger was dat gewoon 'in' en klaagde je daar niet over.

Al even paradoxaal is het vermeende levensonderhoud van de hipster. Een groot deel van de haat lijkt voort te komen uit jaloezie: hoe komen al die hipsters aan het geld en de tijd om die mooie lofts, fietsen en kleren aan te schaffen en ondertussen alleen maar op terrassen te zitten, aan hun lichaam te werken en zich aan creatieve uitspattingen te wijden? Hipsters wordt verweten lui te zijn en van papa's portemonnee te leven, hun start-ups en artisanale bakkers worden overeind gehouden met geld van anderen en zouden de schuld zijn van de hoge huizen- en horecaprijzen. Als dit werkelijk zou kloppen zou de groep hipsters veel kleiner moeten zijn. Of de hele economie zou instorten.

Uitwas

Ook in Londen vond deze wonderlijke blame game plaats. Alsof de dure ontbijtzaak met de ironische naam Cereal Killer Cafe de oorzaak van de stijgende prijzen is, in plaats van een van de vele uitwassen. Alsof twee broers met baarden de schuld hebben aan armere gezinnen die moeten verkassen naar buitenwijken. Kennelijk is de grootgeldwereld van makelaars, vermogensbeheerders, vastgoedjongens, pandjesbazen en projectontwikkelaars zo gezichtsloos en onbereikbaar voor de gefrustreerde demonstranten dat zij hun woede richten op het tastbaarste gevolg van de gentrificatie: dure ontbijtgranen in een felgekleurd interieur.

Wie waren deze relschoppers? Op smartphonebeelden zag ik types die - hoe kon het ook anders - makkelijk als hipsters te bestempelen waren. Ze waren jong en kunstzinnig, droegen leren jasjes, mutsen, spandexleggings en netkousen, luisterden naar dubstep en duistere techno. Er waren vuurspuwers en mensen verkleed als politieagent met een varkenshoofd. Hip met een carnavalesk, punky randje dus.

In The Guardian verscheen een verklarend en excuserend stuk van een van hen. Hij voelde zich vervelend tegenover de schoonmakers en de bedreigde kinderen, maar bleef achter zijn standpunt staan: 49 procent van de kinderen in dit stadsdeel leeft onder de armoedegrens en er worden miljoenen verdiend over hun ruggen door ze uit hun huizen te zetten. Hij beschreef de demonstranten als Londenaren uit de onderklasse: anarchisten, krakers en sociale huurders.

Kortom: hun strijd is tegen de one percent, het is arm tegen rijk, niet bebaard en getatoeëerd tegen, nou ja, arm en getatoeëerd. Het grappige (of wrange) is dat de hipsters slechts de weg plaveien voor de superrijken en dat, tegen de tijd dat de buurt echt mooi opgeknapt is, zij de volgende slachtoffers zijn. Of, zoals Dan Hancox in The Guardian schreef, de privileges die voortvloeien uit gentrificatie zijn niet voor 'de jonge witte mannen met baarden, maar voor de oudere witte mannen in pakken'.

Ook in Nederland groeit de frustratie over gentrificatie, waarbij telkens het H-woord valt. De hipsters nemen het hier over, schreeuwt het lokale verzet. 'Rot op met je hotels, woningspeculatie, bierfietsen, yuppen, expats, hipsters en Airbnb', riepen de Amsterdamse krakers van Stop de Gentrificatie. De hipster is het symbool van het kwaad, tekende Het Parool begin dit jaar op uit de monden van hen die uit Amsterdam worden verdreven. En de Rotterdamse Markthal, waar een kilo tomaten vier euro en een groentesmoothie 8,50 euro zou kosten, is 'een kathedraal voor hipsters in de neoliberale tijdgeest', schreven Zihni Özdil en Arjen van Veelen in NRC Handelsblad.

De witte man in pak blijft intussen ongrijpbaar. De hipster als zondebok is dan ideaal om stoom af te blazen, want hij bestaat toch niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234